Oude doos

Artikelen - Algemeen - seizoen 1978-1979 - Een dag met Fred Andr
Volendam,
Z’n afscheid van 15 jaar betaald voetbal verliep geheel in stijl. Tenminste, in z’n stijl. Fred André (36) verdween in volstrekte stilte van de vaderlandse voetbalvelden, zoals hij eigenlijk al die jaren anoniem zijn sport had gediend. André treedt per 1 juli in vaste dienst van Volendam als assistent-trainer en jeugdcoördinator, bij de club die hem de waardering gaf die de verdediger immer heeft moeten ontberen. VI volgde loodgieter-voetballer- trainer Fred André op de voet tijdens een 14-urige werkdag.

Om half zeven loopt de wekker af in huize André. Dat gebeurt al ruim 13 jaar vrijwel dagelijks. Drie kwartier later meldt loodgieter André zich op de Hoogovens, de start van een veelzijdige werkdag. Ik voeg me wat later bij hem. André stelt een mengventiel bij repareert een wastafel en knapt nog een paar van dat soort karweitjes op in het onmetelijke gebied van de Hoogovens. Je waant je in een smerige industriestad van louter pijpen en staalconstructies. Later zal ik m’n auto terugvinden, bedekt onder roetdeeltjes.

“Toch werk ik hier al ruim 13 jaar met plezier, in het begin als hulpmonteur, nu als kwaliteitsloodgieter A. ‘n Vak waarvoor ik me nooit heb geschaamd, maar het probleem is dat ik geen promotie meer kan maken. Vier jaar geleden kon ik switchen, kon ik voorman worden, maar dan had ik met voetballen moeten stoppen. Dat kon ik toen nog niet opbrengen. Nu het met de Hoogovens minder gaat is het moeilijker binnen het bedrijf van werk te veranderen. Daardoor heb ik geen doel meer, ik zou gedoemd zijn loodgieter te blijven en dat kan ik niet. Ik moet een doel hebben, daarom ga ik straks full-time werken bij Volendam. Het biedt minder zekerheid, maar ik kan tenminste weer ergens naar toe gaan werken. Ik moet trouwens zeggen dat ik me de laatste jaren erger aan het vandalisme bij de Hoogovens. Er worden zomaar kranen uit de muur gerukt en mee naar huis genomen, wastafels afgebroken. Daar word je wel ‘ns ziek van. Ik was eens een toilet aan het repareren, bij dat ernaast had ik een bordje opgehangen: ‘niet gebruiken’. Geen mens die zich eraan stoorde. Daardoor kreeg ik steeds stortwater van die andere bak over me heen. Heb ik de bril van die andere WC uit wraak met teer ingesmeerd. Even later komt er een Spanjaard met die bril aan z’n kont vastgeplakt, broek op de knieën, briesend naar buiten gestrompeld. Ik moest vluchten. Dat zijn dan toch weer de aardige dingen van je werk”

De warme maaltijd in het bedrijfsrestaurant van de Hoogovens, à raison van f 2,50 smaakt voortreffelijk. Fred André is er populair, hij eet er al 13 jaar warm omdat-ie daar ‘s avonds geen tijd voor heeft. Even later meldt André zich bij fysiotherapeut Monne de Wit in het Medisch Centrum. De Wit heeft jarenlang met André gevoetbald bij Telstar, maar heeft inmiddels besloten er ook maar mee te stoppen. Je vraagt je af of er nog iemand overblijft bij Telstar. De Wit behandelt Fred André aan een spierscheuring die hij drie dagen eerder in de wedstrijd tegen Lierse SK opliep.

“Trainer Jan Mak kwam wat spelers tekort voor die wedstrijd. Hij vroeg of ik voor die ene keer reserve wilde zijn. Ik vond het prima, hoewel ik m’n laatste wedstrijd voor Volendam eigenlijk tegen Telstar gespeeld had. Moet ik er twintig minuten voor tijd bij 0-0 nog in ook, ik roep nog tegen de terreinchef dat ik 1-0 ga maken en verdomd even later kop ik nog raak raak. Maar omdat ik een slechte warming-up had gemaakt liep ik in de laatste minuut een spierscheuring op. Dat krijg je op die leeftijd, hè. ‘t Was trouwens toch een erg druk Pinksterweekend: drie dagen lang begeleidde ik onze jeugdploeg in het Haarlem-toernooi. Frans Derks floot er onder andere. Ik heb me kapot geërgerd aan die man. Zondagnacht om half vier hing-ie laveloos achter een piano terwijl hij de volgende dag de beslissende wedstrijd van PEC tegen Vlaardingen moest fluiten. Dat noem ik sporten met de belangen van anderen. Dan heb ik meer waardering voor Berrevoets. Die was ook op het feest van Haarlem, maar hij was vóór twaalf uur vertrokken omdat-ie de volgende dag de finale van het Haarlem-toernooi moest fluiten”

[i]Om twee uur laten we de Hoogovens achter ons, via de rijtjeswoning van André in Beverwijk rijden we naar Volendam: “Bij Telstar had ik ‘t makkelijker. Toen werkte ik van kwart over zeven tot twaalf uur. Kon ik op m’n gemakje naar huis, eten, omkleden en dan naar de training. Sinds ik bij Volendam zit werk ik normaal gesproken tot kwart voor drie, race naar de training en kom ‘s avonds pas laat thuis. Het gezin hing de vlag uit als ik ‘ns een half uurtje thuis was. Te gek natuurlijk, ook dat is één van de redenen dat ik met voetballen stop. In Volendam traint de hevig uitgedunde A-selektie, de Bondjes leven zich uit in de wonderlijkste trucs. Jan Mak laat zich schaterlachend dollen.


Fred André, ‘n tikje triest toekijkend vanaf de kant: “Lichamelijk had ik ‘t nog kunnen opbrengen om nog een jaartje door te gaan. Bij duurlopen en zo zat ik nog bij de eerste vijf. Maar de laatste twee jaar is het veel te druk voor me geworden. M’n lichaam heeft nooit signalen gegeven dat ik teveel hooi op m’n vork nam, maar als je tikkertje er ineens mee ophoudt, lig je wel gestrekt. Ik heb hier bij Volendam trouwens twee heerlijke voetbaljaren gehad, hier kreeg ik de waardering die ik op het laatst bij Telstar niet meer kreeg. ik wilde helemaal niet weg bij Telstar, maar bij de contractbesprekingen kwam ik met Voorzitter Zwikstra vast te zitten op tweeduizend gulden. Zwikstra bleef z’n poot stijf houden, ik ook. Toen kon ik vertrekken. De supporters van Telstar wilden het verschil nog aanpassen, maar de houding van Zwikstra zei me genoeg. Hij liet blijken wat hij van me vond: helemaal niks. Achteraf is er door Telstar gespeculeerd dat ik dat gespeeld zou hebben omdat ik toch naar Volendam zou gaan. Lullig je zo te behandelen nadat je er ruim 13 jaar heb gevoetbald. Later heb ik ‘t met Zwikstra uitgepraat, maar toch.”

Die avond staat er een wedstrijdje geprogrammeerd tussen een team van uit de omgeving geselecteerde amateurs en een jeugdploeg Volendam. Er doemen problemen op. van de 24 uitgenodigde spelers heeft ruim de helft bedankt. Mopperend sjouwt Fred André half Volendam af om in elk geval twee volwaardige teams op de been te krijgen. Volgend jaar zal dat allemaal wat professioneler geregeld worden, dan gaat André zich ook met de organisatie van de scouting bezighouden. Het is alleen de vraag of Volendam nou wel behoefte heeft aan scouting, de jeugdteams van Volendam bulken nog altijd van het talent in geen enkel dorp in Nederland wordt vermoedelijk nog zo uitgebreid op straat gevoetbald als in Volendam.

”Ik ben zelf nooit als een talent beschouwd, ik werd altijd als die karaktervoetballer afgeschilderd. Ben ik het toch niet helemaal mee eens, met karakter alléén kom je er niet in de eredivisie. Als ik in vorm ben, leg ik elke bal neer waar ik wil, m’n inzicht is met de jaren sterker geworden. Maar ja, ik bleef altijd maar bij Telstar hangen, ik hoefde niet zo nodig weg. Overweg zocht clubs op die in de publiciteit stonden, had de mazzel dat Twente plotseling in nood zat. En Marijt was eigenlijk al afgeschreven toen Sparta hem ineens nodig had en nou blijkt-ie ineens een hele sterke voorstopper. Ik zat bovendien in een lichting met veel talent: Eykenbroek, lsrael, Laseroms, allemaal spelers die meer eredivisie- en internationale ervaring hadden dan ik. Bovendien was ik nooit meedogenloos. Ik heb altijd geweigerd iemand in elkaar te schoppen. Dt is misschien één van de redenen geweest dat ik nooit ergens voor werd geselecteerd. Afgezien dan van het Nederlands amateurteam en het militaire elftal. Vier jaar geleden kwam mijn naam ineens in de kranten in verband met de WK, ik was toen al bijna 32. Het werd toen toch lsrael. Ze zijn me pas op late leeftijd gaan ontdekken, het afgelopen seizoen stond ik nota bene in hét eindsterrenteam van VI. Zegt vermoedelijk toch ook veel over de afgeroomde kwaliteit van het Nederlands voetbal.”


© Piet van der Klooster

Nerveuze amateurs met ouders of begeleiders stromen het spelershome van Volendam binnen. André vangt iedereen op, maakt samen met Jan Mak opstellingen. De geselecteerde spelers zullen straks tegen de A 2-juniorenploeg van Volendam spelen bij gebrek aan beter. André ergert zich hoor- en zichtbaar aan de rommelige organisatie van het wedstrjdje. Belt scheidsrechter Jan Keizer óók nog af. Het is gaan regenen en Keizer, net hersteld van een spierblessure in de nek, mag van z’n dokter niet nat worden in z’n hals.

“Vanaf de oprichting van Telstar, in 1963, heb ik er gespeeld. Daarvóór bij VSV, bleef ik amateur omdat het Nederlands amateurteam kans had zich te kwalificeren voor de Olympische Spelen in ‘64. Dat lukte niet en prompt werd zowat het hele elftal betaald voetballer. Toon van den Ende was de eerste trainer bij Telster, ik had hem nog meegemaakt bij VSV. Hij hielp Telstar naar de eredivisie en een paar jaar later werd-ie teruggehaald. Maar toen bleek dat-ie een beetje te oud was geworden. Hij deed de keeperstraining met een regenjas aan en een sigaar in z’n mond, hij ging bok staan met z’n jas aan. Hij kwam op ‘n zaterdag in dienst en de volgende dag speelden we in Nijmegen tegen NEC. Hij kende de spelersgroep amper, hij had ‘n opstelling gemaakt op de binnenkant van z’n sigarendoos. Er stonden namen van spelers op die er helemaal niet bij waren en Cor Brom was Van den Ende helemaal vergeten. Moet je daarom lachen? Nou ja. achteraf misschien, maar toen vond ik het iets verschrikkelijks. We kregen ook nog ene Caspar als trainer, ‘n Roemeen. Dat was eigenlijk geen trainer maar een circusartiest. Hij liet je steeds de bal van je ené naar je andere schouder springen, je moest de bal steeds hooghouden. Hij wilde geen voetballers maar jongleurs van ons maken, we waren dan ook prompt allemaal drie, vier kilo te zwaar. We hebben ook Jack Mansell als trainer gehad. Die man zag niets in me, ik was niet eens meer reserve. Eén seizoen lang speelde ik in het B-elftal. Toen hij vertrok, kwam ik prompt terug en ik werd nooit meer gepasseerd. In de beginjaren van Telstar was het een rommeltje met de trainers, we hadden er eens drie in één seizoen. Piet de Visser maakte indruk op me, die gaf zelfs keeperstraining met een gebroken teen, maar met Jan Rab kwam er eindelijk wat rust, stabiliteit. Telstar heeft eigenlijk nooit keiharde trainers gehad, meestal dienaars van het voetbal, De Visser, Rab en Castenmiller met name.”

Het loopt al tegen zessen, sinds twaalf uur hebben we niets meer gegeten en daar krijgen we geen kans voor ook. Terreinchef Jaap Jonk, sinds mensenheugenis in dienst van Volendam, nodigt ons uit op de koffie, hij woont twintig meter van het veld en is volgens z’n vrouw met uitzondering van de nacht vrijwel nooit thuis. Fred André: “Die man weet alles van de club, als die z’n mond eens zou opendoen, dán zou je pas een opzienbarend verhaal krijgen.”

“Op ‘n gegeven moment ben ik aan m’n toekomst gaan denken. Ik had altijd geleefd voor m’n sport, maar ineens besefte ik dat ik aan lâter moest denken. Toen ben ik de trainerscursussen gaan doen, Zodra ik dat A-diploma heb, wil ik op eigen benen gaan staan. Ik heb altijd goeie cijfers gehad, halverwege de cursus werd ik soms al gefeliciteerd omdat ik eigenlijk al geslaagd was. Ik moet dat A-diploma halen, anders stop ik ermee. Ga ik wel een eigen zaak beginnen of zo. Ik voel er niks voor jarenlang assistent te blijven. De relatie met Mak is goed, al zie ik het wel ‘ns anders dan hij. Een voorbeeld: tegen Ajax had Mak een erg aanvallende tactiek bepaald, ik moest als laatste man op het middenveld spelen. Ik had m’n bedenkingen, de rest van de groep niet, dus speelden we zo. Nou, we verloren dus met 6-1. Tegen Haarlem uit wilde Mak met twee ausputzers naast elkaar spelen, Braam en ik. Was ik het niet mee eens, geeft alleen maar verwarring, zei ik. Dick Helling vond het ook niks, er werd gediscussieerd, uiteindelijk kwam Braam toch op het middenveld te staan en we wonnen met 3-2. Ik vind het klasse van Mak dat-ie openstaat voor suggesties.”

Fred André heeft een afspraak met een tweeling uit het C-team. Cor en Theo Mooijer. in de bestuurskamer. Het duo heeft een financieel aantrekkelijke aanbieding op zak van ‘n amateurclub, is het oneens met de volgens hun ongelijke vergoedingen voor de C-spelers. Er ontwikkelt zich ‘n aardige discussie. André heeft het moeilijk tegen de hondsbrutale jongens typische Volendammers dus. Later mengt ook Jan Mak zich in het gesprek, de technische leiding probeert de tweeling ervan te overtuigen dat de toekomst van het tweetal bij Volendam ligt. Ze blijven tegensputteren. Ik ben benieuwd of ze inderdaad bij Volendam blijven. Theo Mooijer: “EIf mensen die aan een lopende band werk en verdienen allemaal even veel, maar bij ons krijgt de één 300 en de ander 500 gulden voor dezelfde prestatie.” Fred André belooft een gesprek met de penningmeester, hij denkt dat het duo bij Volendam blijft.

“Vind ik mooi, zulke discussies, hoort bij je werk. Die jongens hebben de mogelijkheid om binnenkort bij de A-selektie te komen, misschien spelen ze over een jaar wel in het eerste. Dan moet op dit moment de verdienste ook niet primair staan. Op hun leeftijd moet de ambitie voorop staan, je moet die knulletjes als trainer proberen te begeesteren. En dat is juist één van de problemen voor een trainer. Hij kan fantastisch aan het werk zijn met een groep zonder dat er resultaten komen. De Visser werd ontslagen bij Telstar, terwijl de hele groep als één man achter hem stond. Maar het is ook gebeurd dat we met éen slechte trainer wél presteerden. Dat jaar waarin we drie trainers kregen, De Visser, Van den Ende en Snoeks.”

Het selectiewedstrijdje kan eindelijk beginnen. Fred André drukt het ploegje van A 2 op het hart ontspannen te voetballen: “Al verlies je met 6-0, blijf je eigen spel spelen, forceer niks.” Mak en André beklimmen de tribune met aantekenblokken en vallen vervolgens van de ene verbazing in de andere. De amateurs leveren weinig perspectief op met uitzondering van de vleugelspitsen, maar A 2 van Volendam blijkt kostelijke talenten te herbergen. De junioren nemen steeds de leiding, maar gaan conditioneel uiteindelijk ten onder: 3-5. Het fantastische spitsje van A 2-maakt de meeste indruk. “Wie is dat ventje?” roept Mak bijna juichend naar clubarts Duin. Het blijkt het broertje van Pierke Tol te betreffen. Ook de vleugelspitsen van A 2 en de libero maken indruk op de technische leiding die de ploeg nooit eerder had gezien. De toekomst van Volendam zit gebeiteld, A 2 bevestigt dat weer eens.

“Ik zie het ook helemaal zitten. Ik ben komend seizoen van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat beschikbaar voor de jeugd. Als ze even vrij zijn, kunnen ze bij mij terecht voor specifieke training. Dat geldt ook voor spelers van het eerste, voor de keepers bij voorbeeld. ‘n Keeper moet elke dag specifiek getraind worden, ik ben bereid alleen op koppen te trainen met spelers die dat slecht beheersen, enzovoorts. Ik heb er nu geen moeite mee om straks langs de kant te staan als ze gaan spelen. Ik heb er pas nog met Piet Keizer over gesproken, maar als het zover is zal ik wel weer de kriebels krijgen”
Geschreven door: Bert Nederlof
Bron: Voetbal International
Z’n afscheid van 15 jaar betaald voetbal verliep geheel in stijl. Tenminste, in z’n stijl. Fred André (36) verdween in volstrekte stilte van de vaderlandse voetbalvelden, zoals hij eigenlijk al die jaren anoniem zijn sport had gediend. André treedt per 1 juli in vaste dienst van Volendam als assistent-trainer en jeugdcoördinator, bij de club die hem de waardering gaf die de verdediger immer heeft moeten ontberen. VI volgde loodgieter-voetballer- trainer Fred André op de voet tijdens een 14-urige werkdag.

Om half zeven loopt de wekker af in huize André. Dat gebeurt al ruim 13 jaar vrijwel dagelijks. Drie kwartier later meldt loodgieter André zich op de Hoogovens, de start van een veelzijdige werkdag. Ik voeg me wat later bij hem. André stelt een mengventiel bij repareert een wastafel en knapt nog een paar van dat soort karweitjes op in het onmetelijke gebied van de Hoogovens. Je waant je in een smerige industriestad van louter pijpen en staalconstructies. Later zal ik m’n auto terugvinden, bedekt onder roetdeeltjes.

“Toch werk ik hier al ruim 13 jaar met plezier, in het begin als hulpmonteur, nu als kwaliteitsloodgieter A. ‘n Vak waarvoor ik me nooit heb geschaamd, maar het probleem is dat ik geen promotie meer kan maken. Vier jaar geleden kon ik switchen, kon ik voorman worden, maar dan had ik met voetballen moeten stoppen. Dat kon ik toen nog niet opbrengen. Nu het met de Hoogovens minder gaat is het moeilijker binnen het bedrijf van werk te veranderen. Daardoor heb ik geen doel meer, ik zou gedoemd zijn loodgieter te blijven en dat kan ik niet. Ik moet een doel hebben, daarom ga ik straks full-time werken bij Volendam. Het biedt minder zekerheid, maar ik kan tenminste weer ergens naar toe gaan werken. Ik moet trouwens zeggen dat ik me de laatste jaren erger aan het vandalisme bij de Hoogovens. Er worden zomaar kranen uit de muur gerukt en mee naar huis genomen, wastafels afgebroken. Daar word je wel ‘ns ziek van. Ik was eens een toilet aan het repareren, bij dat ernaast had ik een bordje opgehangen: ‘niet gebruiken’. Geen mens die zich eraan stoorde. Daardoor kreeg ik steeds stortwater van die andere bak over me heen. Heb ik de bril van die andere WC uit wraak met teer ingesmeerd. Even later komt er een Spanjaard met die bril aan z’n kont vastgeplakt, broek op de knieën, briesend naar buiten gestrompeld. Ik moest vluchten. Dat zijn dan toch weer de aardige dingen van je werk”

De warme maaltijd in het bedrijfsrestaurant van de Hoogovens, à raison van f 2,50 smaakt voortreffelijk. Fred André is er populair, hij eet er al 13 jaar warm omdat-ie daar ‘s avonds geen tijd voor heeft. Even later meldt André zich bij fysiotherapeut Monne de Wit in het Medisch Centrum. De Wit heeft jarenlang met André gevoetbald bij Telstar, maar heeft inmiddels besloten er ook maar mee te stoppen. Je vraagt je af of er nog iemand overblijft bij Telstar. De Wit behandelt Fred André aan een spierscheuring die hij drie dagen eerder in de wedstrijd tegen Lierse SK opliep.

“Trainer Jan Mak kwam wat spelers tekort voor die wedstrijd. Hij vroeg of ik voor die ene keer reserve wilde zijn. Ik vond het prima, hoewel ik m’n laatste wedstrijd voor Volendam eigenlijk tegen Telstar gespeeld had. Moet ik er twintig minuten voor tijd bij 0-0 nog in ook, ik roep nog tegen de terreinchef dat ik 1-0 ga maken en verdomd even later kop ik nog raak raak. Maar omdat ik een slechte warming-up had gemaakt liep ik in de laatste minuut een spierscheuring op. Dat krijg je op die leeftijd, hè. ‘t Was trouwens toch een erg druk Pinksterweekend: drie dagen lang begeleidde ik onze jeugdploeg in het Haarlem-toernooi. Frans Derks floot er onder andere. Ik heb me kapot geërgerd aan die man. Zondagnacht om half vier hing-ie laveloos achter een piano terwijl hij de volgende dag de beslissende wedstrijd van PEC tegen Vlaardingen moest fluiten. Dat noem ik sporten met de belangen van anderen. Dan heb ik meer waardering voor Berrevoets. Die was ook op het feest van Haarlem, maar hij was vóór twaalf uur vertrokken omdat-ie de volgende dag de finale van het Haarlem-toernooi moest fluiten”

[i]Om twee uur laten we de Hoogovens achter ons, via de rijtjeswoning van André in Beverwijk rijden we naar Volendam: “Bij Telstar had ik ‘t makkelijker. Toen werkte ik van kwart over zeven tot twaalf uur. Kon ik op m’n gemakje naar huis, eten, omkleden en dan naar de training. Sinds ik bij Volendam zit werk ik normaal gesproken tot kwart voor drie, race naar de training en kom ‘s avonds pas laat thuis. Het gezin hing de vlag uit als ik ‘ns een half uurtje thuis was. Te gek natuurlijk, ook dat is één van de redenen dat ik met voetballen stop. In Volendam traint de hevig uitgedunde A-selektie, de Bondjes leven zich uit in de wonderlijkste trucs. Jan Mak laat zich schaterlachend dollen.


Fred André, ‘n tikje triest toekijkend vanaf de kant: “Lichamelijk had ik ‘t nog kunnen opbrengen om nog een jaartje door te gaan. Bij duurlopen en zo zat ik nog bij de eerste vijf. Maar de laatste twee jaar is het veel te druk voor me geworden. M’n lichaam heeft nooit signalen gegeven dat ik teveel hooi op m’n vork nam, maar als je tikkertje er ineens mee ophoudt, lig je wel gestrekt. Ik heb hier bij Volendam trouwens twee heerlijke voetbaljaren gehad, hier kreeg ik de waardering die ik op het laatst bij Telstar niet meer kreeg. ik wilde helemaal niet weg bij Telstar, maar bij de contractbesprekingen kwam ik met Voorzitter Zwikstra vast te zitten op tweeduizend gulden. Zwikstra bleef z’n poot stijf houden, ik ook. Toen kon ik vertrekken. De supporters van Telstar wilden het verschil nog aanpassen, maar de houding van Zwikstra zei me genoeg. Hij liet blijken wat hij van me vond: helemaal niks. Achteraf is er door Telstar gespeculeerd dat ik dat gespeeld zou hebben omdat ik toch naar Volendam zou gaan. Lullig je zo te behandelen nadat je er ruim 13 jaar heb gevoetbald. Later heb ik ‘t met Zwikstra uitgepraat, maar toch.”

Die avond staat er een wedstrijdje geprogrammeerd tussen een team van uit de omgeving geselecteerde amateurs en een jeugdploeg Volendam. Er doemen problemen op. van de 24 uitgenodigde spelers heeft ruim de helft bedankt. Mopperend sjouwt Fred André half Volendam af om in elk geval twee volwaardige teams op de been te krijgen. Volgend jaar zal dat allemaal wat professioneler geregeld worden, dan gaat André zich ook met de organisatie van de scouting bezighouden. Het is alleen de vraag of Volendam nou wel behoefte heeft aan scouting, de jeugdteams van Volendam bulken nog altijd van het talent in geen enkel dorp in Nederland wordt vermoedelijk nog zo uitgebreid op straat gevoetbald als in Volendam.

”Ik ben zelf nooit als een talent beschouwd, ik werd altijd als die karaktervoetballer afgeschilderd. Ben ik het toch niet helemaal mee eens, met karakter alléén kom je er niet in de eredivisie. Als ik in vorm ben, leg ik elke bal neer waar ik wil, m’n inzicht is met de jaren sterker geworden. Maar ja, ik bleef altijd maar bij Telstar hangen, ik hoefde niet zo nodig weg. Overweg zocht clubs op die in de publiciteit stonden, had de mazzel dat Twente plotseling in nood zat. En Marijt was eigenlijk al afgeschreven toen Sparta hem ineens nodig had en nou blijkt-ie ineens een hele sterke voorstopper. Ik zat bovendien in een lichting met veel talent: Eykenbroek, lsrael, Laseroms, allemaal spelers die meer eredivisie- en internationale ervaring hadden dan ik. Bovendien was ik nooit meedogenloos. Ik heb altijd geweigerd iemand in elkaar te schoppen. Dt is misschien één van de redenen geweest dat ik nooit ergens voor werd geselecteerd. Afgezien dan van het Nederlands amateurteam en het militaire elftal. Vier jaar geleden kwam mijn naam ineens in de kranten in verband met de WK, ik was toen al bijna 32. Het werd toen toch lsrael. Ze zijn me pas op late leeftijd gaan ontdekken, het afgelopen seizoen stond ik nota bene in hét eindsterrenteam van VI. Zegt vermoedelijk toch ook veel over de afgeroomde kwaliteit van het Nederlands voetbal.”


© Piet van der Klooster

Nerveuze amateurs met ouders of begeleiders stromen het spelershome van Volendam binnen. André vangt iedereen op, maakt samen met Jan Mak opstellingen. De geselecteerde spelers zullen straks tegen de A 2-juniorenploeg van Volendam spelen bij gebrek aan beter. André ergert zich hoor- en zichtbaar aan de rommelige organisatie van het wedstrjdje. Belt scheidsrechter Jan Keizer óók nog af. Het is gaan regenen en Keizer, net hersteld van een spierblessure in de nek, mag van z’n dokter niet nat worden in z’n hals.

“Vanaf de oprichting van Telstar, in 1963, heb ik er gespeeld. Daarvóór bij VSV, bleef ik amateur omdat het Nederlands amateurteam kans had zich te kwalificeren voor de Olympische Spelen in ‘64. Dat lukte niet en prompt werd zowat het hele elftal betaald voetballer. Toon van den Ende was de eerste trainer bij Telster, ik had hem nog meegemaakt bij VSV. Hij hielp Telstar naar de eredivisie en een paar jaar later werd-ie teruggehaald. Maar toen bleek dat-ie een beetje te oud was geworden. Hij deed de keeperstraining met een regenjas aan en een sigaar in z’n mond, hij ging bok staan met z’n jas aan. Hij kwam op ‘n zaterdag in dienst en de volgende dag speelden we in Nijmegen tegen NEC. Hij kende de spelersgroep amper, hij had ‘n opstelling gemaakt op de binnenkant van z’n sigarendoos. Er stonden namen van spelers op die er helemaal niet bij waren en Cor Brom was Van den Ende helemaal vergeten. Moet je daarom lachen? Nou ja. achteraf misschien, maar toen vond ik het iets verschrikkelijks. We kregen ook nog ene Caspar als trainer, ‘n Roemeen. Dat was eigenlijk geen trainer maar een circusartiest. Hij liet je steeds de bal van je ené naar je andere schouder springen, je moest de bal steeds hooghouden. Hij wilde geen voetballers maar jongleurs van ons maken, we waren dan ook prompt allemaal drie, vier kilo te zwaar. We hebben ook Jack Mansell als trainer gehad. Die man zag niets in me, ik was niet eens meer reserve. Eén seizoen lang speelde ik in het B-elftal. Toen hij vertrok, kwam ik prompt terug en ik werd nooit meer gepasseerd. In de beginjaren van Telstar was het een rommeltje met de trainers, we hadden er eens drie in één seizoen. Piet de Visser maakte indruk op me, die gaf zelfs keeperstraining met een gebroken teen, maar met Jan Rab kwam er eindelijk wat rust, stabiliteit. Telstar heeft eigenlijk nooit keiharde trainers gehad, meestal dienaars van het voetbal, De Visser, Rab en Castenmiller met name.”

Het loopt al tegen zessen, sinds twaalf uur hebben we niets meer gegeten en daar krijgen we geen kans voor ook. Terreinchef Jaap Jonk, sinds mensenheugenis in dienst van Volendam, nodigt ons uit op de koffie, hij woont twintig meter van het veld en is volgens z’n vrouw met uitzondering van de nacht vrijwel nooit thuis. Fred André: “Die man weet alles van de club, als die z’n mond eens zou opendoen, dán zou je pas een opzienbarend verhaal krijgen.”

“Op ‘n gegeven moment ben ik aan m’n toekomst gaan denken. Ik had altijd geleefd voor m’n sport, maar ineens besefte ik dat ik aan lâter moest denken. Toen ben ik de trainerscursussen gaan doen, Zodra ik dat A-diploma heb, wil ik op eigen benen gaan staan. Ik heb altijd goeie cijfers gehad, halverwege de cursus werd ik soms al gefeliciteerd omdat ik eigenlijk al geslaagd was. Ik moet dat A-diploma halen, anders stop ik ermee. Ga ik wel een eigen zaak beginnen of zo. Ik voel er niks voor jarenlang assistent te blijven. De relatie met Mak is goed, al zie ik het wel ‘ns anders dan hij. Een voorbeeld: tegen Ajax had Mak een erg aanvallende tactiek bepaald, ik moest als laatste man op het middenveld spelen. Ik had m’n bedenkingen, de rest van de groep niet, dus speelden we zo. Nou, we verloren dus met 6-1. Tegen Haarlem uit wilde Mak met twee ausputzers naast elkaar spelen, Braam en ik. Was ik het niet mee eens, geeft alleen maar verwarring, zei ik. Dick Helling vond het ook niks, er werd gediscussieerd, uiteindelijk kwam Braam toch op het middenveld te staan en we wonnen met 3-2. Ik vind het klasse van Mak dat-ie openstaat voor suggesties.”

Fred André heeft een afspraak met een tweeling uit het C-team. Cor en Theo Mooijer. in de bestuurskamer. Het duo heeft een financieel aantrekkelijke aanbieding op zak van ‘n amateurclub, is het oneens met de volgens hun ongelijke vergoedingen voor de C-spelers. Er ontwikkelt zich ‘n aardige discussie. André heeft het moeilijk tegen de hondsbrutale jongens typische Volendammers dus. Later mengt ook Jan Mak zich in het gesprek, de technische leiding probeert de tweeling ervan te overtuigen dat de toekomst van het tweetal bij Volendam ligt. Ze blijven tegensputteren. Ik ben benieuwd of ze inderdaad bij Volendam blijven. Theo Mooijer: “EIf mensen die aan een lopende band werk en verdienen allemaal even veel, maar bij ons krijgt de één 300 en de ander 500 gulden voor dezelfde prestatie.” Fred André belooft een gesprek met de penningmeester, hij denkt dat het duo bij Volendam blijft.

“Vind ik mooi, zulke discussies, hoort bij je werk. Die jongens hebben de mogelijkheid om binnenkort bij de A-selektie te komen, misschien spelen ze over een jaar wel in het eerste. Dan moet op dit moment de verdienste ook niet primair staan. Op hun leeftijd moet de ambitie voorop staan, je moet die knulletjes als trainer proberen te begeesteren. En dat is juist één van de problemen voor een trainer. Hij kan fantastisch aan het werk zijn met een groep zonder dat er resultaten komen. De Visser werd ontslagen bij Telstar, terwijl de hele groep als één man achter hem stond. Maar het is ook gebeurd dat we met éen slechte trainer wél presteerden. Dat jaar waarin we drie trainers kregen, De Visser, Van den Ende en Snoeks.”

Het selectiewedstrijdje kan eindelijk beginnen. Fred André drukt het ploegje van A 2 op het hart ontspannen te voetballen: “Al verlies je met 6-0, blijf je eigen spel spelen, forceer niks.” Mak en André beklimmen de tribune met aantekenblokken en vallen vervolgens van de ene verbazing in de andere. De amateurs leveren weinig perspectief op met uitzondering van de vleugelspitsen, maar A 2 van Volendam blijkt kostelijke talenten te herbergen. De junioren nemen steeds de leiding, maar gaan conditioneel uiteindelijk ten onder: 3-5. Het fantastische spitsje van A 2-maakt de meeste indruk. “Wie is dat ventje?” roept Mak bijna juichend naar clubarts Duin. Het blijkt het broertje van Pierke Tol te betreffen. Ook de vleugelspitsen van A 2 en de libero maken indruk op de technische leiding die de ploeg nooit eerder had gezien. De toekomst van Volendam zit gebeiteld, A 2 bevestigt dat weer eens.

“Ik zie het ook helemaal zitten. Ik ben komend seizoen van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat beschikbaar voor de jeugd. Als ze even vrij zijn, kunnen ze bij mij terecht voor specifieke training. Dat geldt ook voor spelers van het eerste, voor de keepers bij voorbeeld. ‘n Keeper moet elke dag specifiek getraind worden, ik ben bereid alleen op koppen te trainen met spelers die dat slecht beheersen, enzovoorts. Ik heb er nu geen moeite mee om straks langs de kant te staan als ze gaan spelen. Ik heb er pas nog met Piet Keizer over gesproken, maar als het zover is zal ik wel weer de kriebels krijgen”

Terug