Oude doos

Artikelen - Algemeen - seizoen 1975-1976 - Het op roer en die tijd van vroeger
Volendam,
De Volendammer is gewend de dingen recht-voor-z’n-raap naar voren te brengen. Daarom heette Arie Stehouwer al heel gauw “die lul met die pijp en die grijze kop”. Een kwalificatie, waar Stehouwer al na een paar weken tegenaan liep. Want als je er als trainer niet In slaagt de plaatselijke voetbalclub op het spoor naar de eredivisie te zetten, dan kun je het verder wel vergeten. Joep Steur heeft dat geweten. Hij werkte zich een ongeluk, maar toen het dorp in de gaten kreeg dat ook “eigen” Joep er niet in slaagde Volendam weer enig voetbalaanzien te verstrekken, toen keerde die intieme gemeenschap zich massaal van het voetbalveld af. Als dorpeling ondervond die brave Joep geen enkele schade, maar over voetbal met hem praten? Nee, dat was zinloos geworden in dat kritische dorp. Steur ging en Stehouwer kwam. Het dorp reageerde afwachtend. Elke nieuweling in Volendam moet zich waarmaken. En daar zat-ie dan, Arie Stehouwer, in z’n achtertuintje de grote optimist uit te hangen. Nu zegt Arie: “Ik ben veel te optimistisch geweest. Dat was stom van me. Nu word ik met m’n eigen uitlatingen om de oren geslagen.”

Arie Stehouwer dacht vanuit het geïsoleerde Veendam in een soort voetbalhemel terecht te zijn gekomen. Volendam is immers die club, die barst van het talent? En Volendam is toch die club van die gave tikkers, waarin je alleen nog maar wat inspiratie moet stoppen om die simpele eerste divisie te vernederen? Dat viel knap tegen. Volendam mag zich inderdaad nog steeds verheugen in het kostbare bezit van veel talentvolle jongeren te zijn, maar dat zelfde Volendam laat zich ook in slaap sussen door een dosis zelfoverschatting. Als een juniortje een knappe bal raakt, wordt hem dat etiket “wereldvoetballer” opgeplakt. Kortom: het dorp is overtuigd van zichzelf en stopt vervolgens de trainer, die er niet in slaagt met deze wondervoetballers resultaat te boeken, resoluut bij de vuile was. De realiteit ligt toch wel een tikkeltje anders. Volendam beschikt over leuke voetballers, maar die kwaliteit is nou weer niet zó dominant om met minimale inspanningen naar de eredivisie te slenteren. Daar zal voor gewerkt moeten worden en daar heeft de in zijn luxedorp verwende Volendamse jongen nou net een bloedhekel aan, Een trainer in Volendam staat voor de taak om al dat talent aan het werk te krijgen. Joep Steur ging daar aan kapot en met Arie Stehouwer dreigde het in de eerste maanden dezelfde kant op te gaan. Bovendien was Arie “niet van hier”. Hij moest zich waarmaken. Arie herinnert zich, dat z’n eerste twee maanden verschrikkelijk moeilijk waren. De supporters liepen ‘s zondags met een enorme boog om het stadion, maar de afgang van voetballend Volendam vrat aan de in de kroeg samenhokkende en kankerende dorpelingen. Arie Stehouwer kreeg zelfs te maken met het fenomeen van de anonieme brieven schrijver. Of een telefoontje met het advies om “Dick Tol op te stellen”. Het gekanker op de dijk en de steeds luidruchtiger uitgesproken kritiek resulteerde vorige week in een opmerkelijk initiatief. Op voorstel van plaatselijke supporter Guyt besloot Arie Stehouwer op een avond de supporters de gelegenheid te geven hun bezwaren kenbaar te maken. In het Jozef-huis achter de dijk waren alle supporters van harte welkom. VI was er ook, evenals het Algemeen Dagblad en Het Parool om vooral te constateren dat het met die kritiek wel meeviel. De bezwaren worden zelfs lullig als het er om gaat waarom Pietje speelt in plaats van Klaasje. Maar gaandeweg die avond werd voelbaar waar Volendams ongenoegen zich op richt. Het dorp leeft in het verleden en ken zich maar niet verenigen met een afwezigheid in de eredivisie. Een avondje vol nostalgie, gestalte gegeven door dezelfde Guyt die in een gloedvol betoog de aanwezigen er van wist te overtuigen dat de vader van Piertje (Klaas Tol, talentvol linksbuitentje) ook al zo’n dribbelaartje was. “Maar daar wist de trainer toen wel raad mee. Hij gooide hem gewoon buiten.”

Als we Arie Stehouwer ‘s middags telefonisch van onze komst op de hoogte stellen, spreekt Volendams trainer het bange vermoeden uit dat niet meer dan vijf supporters gang naar het Jozef-huis zouden wagen. Er was overwogen mede te delen dat de drank gratis verstrekt zou worden (een publiektrekker van de eerste orde in nat Volendam) maar dat zou te kostbaar zijn. De bevolking kwam daarom op eigen kosten. Het zag er bij binnenkomst naar uit dat het druk zou worden, maar nijvere kaarters en biljarters overtrokken het beeld. Ze ruimden later kankerend het veld, gestoord in hun spel. Ik telde 37 toehoorder later aanzwellend tot 42 waaronder Volendams voorzitter dokter Duin; het enig aanwezige bestuurslid. Arie Stehouwer greep zelfs bord en krijt te hulp om uit te leggen wat hij van voetballers verwacht, maar ik kreeg niet de indruk dat de verzamelde Volendammers daar op zaten te wachten. Stehouwer deed vervolgens fanatiek z’n best het gehoor te bespelen. “Jullie maken uit of wij thuis punten pakken En: “Jullie kunnen de jongens wel op gang krijgen.” En: “lk begrijp jullie teleurstelling als het slecht gaat, maar bestuur, spelers en ik hebben meer de pest in dan jullie. We werken met z’n allen heel de week hard en dan zie je het in anderhalf uur naar de knoppen gaan.”

Arie Stehouwer deed z’n best de zaal er van te overtuigen dat er in het betaalde voetbal meer voor nodig is om te slagen dan alleen maar aardig met een balletje te kunnen pielen. Het is vooral een kwestie van veel te willen werken zonder bal. Onzichtbare arbeid, waar de Volendamse voetballer maar moeilijk toe te bewegen is. Een argument waar het volk gevoelig voor was. Plotseling laaide de discussie op. Er werd voorgesteld onwillige maar uit het elftal te lazeren. (Stehouwer: “Maar dan moet ik betere spelers voorhanden hebben.”).

Hoe moeilijk het is voor een nieuweling om in Volendam poot aan de grond te krijgen, bleek wel toen Volendams Deense aanwinst Mogen Fog ter sprake kwam. Stem uit de zaal: “Wie is dan wel die Fog. Komt uit de tweede divisie in Denemarken. Als zo’n knul bij Ajax binnen loopt, weet je wat Michels dan zegt? Ga jij maar naar dat veldje hiernaast. Daar speelt nog een kluppie uit de Amsterdamse onderbond. En hier halen ze hem binnen.”


© Robert Collette

Een wat oudere supporter: “Eerst een Arabier en nu een Deen.”

Voor wie het niet begrijpt, de beste man had het over Walter Ferreira, hardnekkig één van Volendams miskopen genoemd. Naast Leo van Straaten en Fog. Toch verdient Volendam nog jaarlijks aan Ferreira. De Portugees is nog steeds eigendom van Volendam. Elk jaar meldt hij trouw bij welke club hij nu weer is neergestreken, waarna Volendam weer wat huurcentjes int. Recentelijk is Ferreira in Zuid-Spanje gesignaleerd. Maar terug naar Fog. De Deense linkerspit heeft het nu al bij de supporters verknald. Stehouwer, verdedigend: “Wij hadden behoefde aan aanvuling van de aanval. Ga je in Nederland kijken, dan ben je al gauw 100.000 gulden kwijt. Dat heeft Volendam niet, dat is duidelijk. Als ik bij een goede amateur uit de hoofdklasse aanklop, dan krijg ik te horen: onder de 40.000 gulden hoef je niet te komen praten. Diezelfde speler ging later wel naar een andere amateurclub. Als je die bedragen vergelijkt, dan hebben we Fog voor een appel en een ei gekregen. En ik moet zeggen, we hadden hele goede informaties over hem gekregen. Maar ik moet toegeven, het dreigt er naar uit te gaan zien dat Fog niet voldoet. Hoewel ik er bij blijf, dat het een knappe voetballer is. Dat kun je op de training zien.”

Nostalgie
Later die avond wordt Stehouwer in de mond gelegd, dat hij Fog een “mislukking” heeft genoemd. “Nee, nee”, ontkent de trainer haastig, “dat heb ik niet, gezegd”. De zaal weer: ”Nou ja, een toekomstige mislukking”. Met die prognose heeft kennelijk iedereen vrede. Fog is afgedaan. Die kan weg. Dick de Boer is het volgende slachtoffer. De vlotte babbels van de spijkerharde rechtsachter worden in tijden van tegenspoed niet in dank afgenomen door de supporters. Er stijgt een wolke afgunst omhoog in de zaal als aan trainer Stehouwer een verklaring wordt gevraagd, waarom Dick de Boer na drie maanden afwezigheid vanwege een gips pootje, van de éne op de andere dag z’n stekkie weer mocht innemen, terwijl het talent in het C-team loopt te trappelen van ongeduld om door te stoten. Waarna de kleurrijkste baas in het gezelschap uit de startblokken schiet. De kogelronde Jan (De Drum) Steur vraagt zich af waarom Dick de Boer niet allang aan de renbaan Duindigt is afgestaan. Hij krijgt de lachers op zijn hand en dat inspireert, want even later vraagt hij waarom Volendam geen pogingen in het werk stelt om Sjakie Swart van Ajax te lenen. De Drum: “Al is het maar voor twee jaar, zoals Haarlem ook met Jan Fransz heeft gedaan.” Arie Stehouwer erkent dat een dergelijke maatregel in het bestuur in overweging is genomen en zelfs nog niet helemaal van de baan is. Stehouwer: “Als je een routinier haalt, moet je altijd maar afwachten of je een zakkenvuller binnenhaalt of een vent die er het karakter voor heeft om de ploeg omhoog te halen.”


© Robert Collette

Jan Steur: “Ik vraag me af waarom Dick de Boer niet allang aan de renbaan Duindigt is afgestaan.”

De zaal meent dat het wat dat betreft met Sjakie wel goed zit. Dus wie weet. De avond spoedt zich ten einde. Echt wezenlijke kritiek komt niet over de tafel. Er klinkt zelfs waardering door voor Arie Stehouwer. Waarbij je je natuurlijk moet afvragen of de echte kankeraars wel allemaal in het Jozef-huis verzameld waren. Vooral de spelers krijgen er flink van langs. Toch krijgt vooral de hang naar het verleden steeds meer contouren in het Jozef-huis. De supporters hebben er genoeg van om tegen Veendam of Heracles aan te kijken. Ze willen weer een Ajax of een FC Twente zien. En dat verlangen past weer bij die typische Volendamse eigenschap: alleen het beste is goed genoeg. De Volendammer wil weer meetellen met z’n kluppie en niet als een zielig geval in de eerste divisie worden behandeld. Daarom is de algemene mening dat de Volendammers weer massaal naar het stadion zullen opstomen als de resultaten verschijnen. Tot die tijd wordt het moeilijk een vaste klandizie op te bouwen. Misschien de beste uitspraak van de avond is deze van Arie Stehouwer: “lk heb niets met het verleden te maken, ik leef en werk hier in het heden.” En deze: “Kijk, beste mensen. Ik was vroeger een geweldige liefhebber van Dick Tol. Maar die jongen is helaas veel te vroeg gestorven. Ik kan hem niet meer opstellen.” Waarmee Arie doeltreffend pareert jegens de constant opwellende nostalgie. Volendam kan het verleden maar niet vergeten. In relatie tot de tijd van toen, wordt de huidige generatie bij een slechte prestatie afgedaan als een stel knoeiers. Als Arie Stehouwer een pleidooi houdt voor meer schoten op het doel, reageert de ober van het Jozef-huis (De Piep) met een fel: “Ze willen wel schieten, maar ze hebben geen kracht. Die ballen komen niet eens an.” En om de onmacht van de Volendam-schutters te illustreren, schiet hij uit zijn stoel omhoog en doet een Volendam-spits na. Een imitatie van een zak aardappelen.


© Robert Collette

Ober De Piep: “De schoten komen niet eens an.”

Stijgende lijn
Toch een positief besluit van de avond. Kastelein De Bond vraagt het woord en declameert vanaf een papiertje Volendams programma in de vierde periode. Hij zegt: “Drie uitwedstrijden, niet zo gemakkelijk tegen Groningen, VVV en SW. Maar vijf thuiswedstrijden. Als goede supporters hopen wij dat U ons die vierde periode schenkt. We moeten die periode godverdorie kunnen pakken.” Waarna Arie Stehouwer het slotwoord spreekt en nogmaals vraagt het vooral in de thuiswedstrijden de spelers niet nog moeilijker te maken dan het al voor ze is. Een warm applaus is Arie’s deel. in eerste open doekje, sinds hij zeven maanden geleden bij Volendam binnenviel.


© Robert Collette

Kasselein de Bond: “We moeten godverdorie die vierde periode pakken.”

Als de meeste supporters zijn afgevloeid (naar huis of om het resultaat van de avond in een andere kroeg te bespreken) praten we nog wat na met Arie Stehouwer. Eén ding was duidelijk geworden: het is voor een nieuweling verschrikkelijk moeilijk om waardering te oogsten. Arie Stehouwer kreeg kennelijk bijzonder weinig krediet.
Stehouwer: “Geen enkele trainer had hier krediet gekregen. Je hebt constant te maken met het verleden. Die eredivisie, hé. In de afgelopen jaren heeft Volendam toch vrij regelmatig een jaartje in de eredivisie gespeeld. Nou, daar gaat alles om. Dat moet weer terugkomen. Ik heb het hier in die eerste maanden verschrikkelijk moeilijk gehad. Ik wist niet waar ik in terecht gekomen was. Het gaat nu wat beter. Ook met het elftal. Ik zie toch duidelijk een stijgende lijn.”

- In zo’n kleine gemeenschap word je elke minuut van de dag geconfronteerd met de voetbalclub. Je kunt er nooit van loskomen.
Arie Stehouwer: “Daarom had ik misschien beter niet in Volendam kunnen gaan wonen. Iedereen weet alles van elkaar. Als ik m’n neus buiten de deur steek, dan begint er wel iemand over voetbal. Stel, dat ik met m’n zoon zou gaan vissen, dan staat er prompt een supporter achter me om over voetbal te praten. Ik heb hele beste buren hoor, maar aan de éne kant woont een voormalige eerste elftalspeler naast me en aan de andere kant twee huizen verder een speler uit het huidige elftal. Daar tussenin gelukkig een handballer. Als je hier een feestje hebt, moet ik me toch inhouden. Ik zou me best wel eens stomlazerus willen drinken, maar ik moet me inhouden, hé. Ik ben die trainer.”

- Barst Volendam nou werkelijk nog van het talent?
Arie Stehouwer: “Er is nog steeds veel talent, maar dat moet je nou ook weer niet gaan overtrekken. We zijn nu vooral bezig om de organisatie weer op poten te zetten. Het is fantastisch als je goede jeugdelftallen hebt, maar je moet wel zorgen dat er een constante onderbouw is. Ik ben nu zover dat ik achter het eerste elftal een schaduwelftal geformeerd heb. Valt er een speler weg, dan staat de volgende al klaar. Zo moeten we lok de jeugdelftallen gaan opbouwen.”

- Je hebt op mij nooit de indruk gemaakt zo’n bezeten type te zijn. Als de voetbalwereld je niet meer bevalt dan kun je er zo uitstappen. Klopt dat beeld?
Arie Stehouwer: “Omdat je constant bezig bent met die voetballerij vernauwt je kijk op de maatschappij. Dat beangstigt me wel eens. Maar ik ben ook nog zo iemand van de oude stempel. Als ik ergens mee bezig ben, dan wil ik het volledig tot een goed einde brengen. Ik geef me helemaal in dit vak. En ik ben ook nog eens een keer overtuigd van m’n eigen kwaliteiten, dat ik volledig achter m’n voetbaldenkbeelden sta. En ik ben eerzuchtig. Kijk, Volendam wil naar die eredivisie. Maar ik wil als trainer ook naar de eredivisie. Je stippelt voor je zelf toch een bepaalde route uit. Nou, ik wil in dit vak het hoogste halen en dat is de eredivisie. Haal ik dat niet, dan blijf ik niet doorgaan in de eerste divisie. Dan trek ik op een bepaald moment de consequenties en dan stap ik uit dit vak. En dan ben ik nog zo’n realist, dat ik donders goed besef dat die vier topclubs niet voor mij bestemd zijn. Daar horen de keiharde praktijkmensen thuis.”


© Robert Collette

Volendam-voorzitter Duin: een aartsvader tussen z’n voetbalgelovigen.

Aldus Arie Stehouwer, die na z’n Volendamse hearing weer met enig vertrouwen de toekomst tegemoet gaat. Na afloop zei De Drum aan de bar tegen Vi’s Robert Collette: “AIs jij in het water springt, dan zal een Volendammer je niet tegenhouden. Maar als je dreigt te verdrinken, dan steekt die zelfde Volendammer wél een klauw uit.” Misschien laat Volendam Arie Stehouwer niet verzuipen. Een totaal van 42 toehoorders is niet veel, maar de recente ledenvergadering, van Volendam werd bezocht door 16 leden.
Geschreven door: Cees van Cuilenborg
Bron: Voetbal International
De Volendammer is gewend de dingen recht-voor-z’n-raap naar voren te brengen. Daarom heette Arie Stehouwer al heel gauw “die lul met die pijp en die grijze kop”. Een kwalificatie, waar Stehouwer al na een paar weken tegenaan liep. Want als je er als trainer niet In slaagt de plaatselijke voetbalclub op het spoor naar de eredivisie te zetten, dan kun je het verder wel vergeten. Joep Steur heeft dat geweten. Hij werkte zich een ongeluk, maar toen het dorp in de gaten kreeg dat ook “eigen” Joep er niet in slaagde Volendam weer enig voetbalaanzien te verstrekken, toen keerde die intieme gemeenschap zich massaal van het voetbalveld af. Als dorpeling ondervond die brave Joep geen enkele schade, maar over voetbal met hem praten? Nee, dat was zinloos geworden in dat kritische dorp. Steur ging en Stehouwer kwam. Het dorp reageerde afwachtend. Elke nieuweling in Volendam moet zich waarmaken. En daar zat-ie dan, Arie Stehouwer, in z’n achtertuintje de grote optimist uit te hangen. Nu zegt Arie: “Ik ben veel te optimistisch geweest. Dat was stom van me. Nu word ik met m’n eigen uitlatingen om de oren geslagen.”

Arie Stehouwer dacht vanuit het geïsoleerde Veendam in een soort voetbalhemel terecht te zijn gekomen. Volendam is immers die club, die barst van het talent? En Volendam is toch die club van die gave tikkers, waarin je alleen nog maar wat inspiratie moet stoppen om die simpele eerste divisie te vernederen? Dat viel knap tegen. Volendam mag zich inderdaad nog steeds verheugen in het kostbare bezit van veel talentvolle jongeren te zijn, maar dat zelfde Volendam laat zich ook in slaap sussen door een dosis zelfoverschatting. Als een juniortje een knappe bal raakt, wordt hem dat etiket “wereldvoetballer” opgeplakt. Kortom: het dorp is overtuigd van zichzelf en stopt vervolgens de trainer, die er niet in slaagt met deze wondervoetballers resultaat te boeken, resoluut bij de vuile was. De realiteit ligt toch wel een tikkeltje anders. Volendam beschikt over leuke voetballers, maar die kwaliteit is nou weer niet zó dominant om met minimale inspanningen naar de eredivisie te slenteren. Daar zal voor gewerkt moeten worden en daar heeft de in zijn luxedorp verwende Volendamse jongen nou net een bloedhekel aan, Een trainer in Volendam staat voor de taak om al dat talent aan het werk te krijgen. Joep Steur ging daar aan kapot en met Arie Stehouwer dreigde het in de eerste maanden dezelfde kant op te gaan. Bovendien was Arie “niet van hier”. Hij moest zich waarmaken. Arie herinnert zich, dat z’n eerste twee maanden verschrikkelijk moeilijk waren. De supporters liepen ‘s zondags met een enorme boog om het stadion, maar de afgang van voetballend Volendam vrat aan de in de kroeg samenhokkende en kankerende dorpelingen. Arie Stehouwer kreeg zelfs te maken met het fenomeen van de anonieme brieven schrijver. Of een telefoontje met het advies om “Dick Tol op te stellen”. Het gekanker op de dijk en de steeds luidruchtiger uitgesproken kritiek resulteerde vorige week in een opmerkelijk initiatief. Op voorstel van plaatselijke supporter Guyt besloot Arie Stehouwer op een avond de supporters de gelegenheid te geven hun bezwaren kenbaar te maken. In het Jozef-huis achter de dijk waren alle supporters van harte welkom. VI was er ook, evenals het Algemeen Dagblad en Het Parool om vooral te constateren dat het met die kritiek wel meeviel. De bezwaren worden zelfs lullig als het er om gaat waarom Pietje speelt in plaats van Klaasje. Maar gaandeweg die avond werd voelbaar waar Volendams ongenoegen zich op richt. Het dorp leeft in het verleden en ken zich maar niet verenigen met een afwezigheid in de eredivisie. Een avondje vol nostalgie, gestalte gegeven door dezelfde Guyt die in een gloedvol betoog de aanwezigen er van wist te overtuigen dat de vader van Piertje (Klaas Tol, talentvol linksbuitentje) ook al zo’n dribbelaartje was. “Maar daar wist de trainer toen wel raad mee. Hij gooide hem gewoon buiten.”

Als we Arie Stehouwer ‘s middags telefonisch van onze komst op de hoogte stellen, spreekt Volendams trainer het bange vermoeden uit dat niet meer dan vijf supporters gang naar het Jozef-huis zouden wagen. Er was overwogen mede te delen dat de drank gratis verstrekt zou worden (een publiektrekker van de eerste orde in nat Volendam) maar dat zou te kostbaar zijn. De bevolking kwam daarom op eigen kosten. Het zag er bij binnenkomst naar uit dat het druk zou worden, maar nijvere kaarters en biljarters overtrokken het beeld. Ze ruimden later kankerend het veld, gestoord in hun spel. Ik telde 37 toehoorder later aanzwellend tot 42 waaronder Volendams voorzitter dokter Duin; het enig aanwezige bestuurslid. Arie Stehouwer greep zelfs bord en krijt te hulp om uit te leggen wat hij van voetballers verwacht, maar ik kreeg niet de indruk dat de verzamelde Volendammers daar op zaten te wachten. Stehouwer deed vervolgens fanatiek z’n best het gehoor te bespelen. “Jullie maken uit of wij thuis punten pakken En: “Jullie kunnen de jongens wel op gang krijgen.” En: “lk begrijp jullie teleurstelling als het slecht gaat, maar bestuur, spelers en ik hebben meer de pest in dan jullie. We werken met z’n allen heel de week hard en dan zie je het in anderhalf uur naar de knoppen gaan.”

Arie Stehouwer deed z’n best de zaal er van te overtuigen dat er in het betaalde voetbal meer voor nodig is om te slagen dan alleen maar aardig met een balletje te kunnen pielen. Het is vooral een kwestie van veel te willen werken zonder bal. Onzichtbare arbeid, waar de Volendamse voetballer maar moeilijk toe te bewegen is. Een argument waar het volk gevoelig voor was. Plotseling laaide de discussie op. Er werd voorgesteld onwillige maar uit het elftal te lazeren. (Stehouwer: “Maar dan moet ik betere spelers voorhanden hebben.”).

Hoe moeilijk het is voor een nieuweling om in Volendam poot aan de grond te krijgen, bleek wel toen Volendams Deense aanwinst Mogen Fog ter sprake kwam. Stem uit de zaal: “Wie is dan wel die Fog. Komt uit de tweede divisie in Denemarken. Als zo’n knul bij Ajax binnen loopt, weet je wat Michels dan zegt? Ga jij maar naar dat veldje hiernaast. Daar speelt nog een kluppie uit de Amsterdamse onderbond. En hier halen ze hem binnen.”


© Robert Collette

Een wat oudere supporter: “Eerst een Arabier en nu een Deen.”

Voor wie het niet begrijpt, de beste man had het over Walter Ferreira, hardnekkig één van Volendams miskopen genoemd. Naast Leo van Straaten en Fog. Toch verdient Volendam nog jaarlijks aan Ferreira. De Portugees is nog steeds eigendom van Volendam. Elk jaar meldt hij trouw bij welke club hij nu weer is neergestreken, waarna Volendam weer wat huurcentjes int. Recentelijk is Ferreira in Zuid-Spanje gesignaleerd. Maar terug naar Fog. De Deense linkerspit heeft het nu al bij de supporters verknald. Stehouwer, verdedigend: “Wij hadden behoefde aan aanvuling van de aanval. Ga je in Nederland kijken, dan ben je al gauw 100.000 gulden kwijt. Dat heeft Volendam niet, dat is duidelijk. Als ik bij een goede amateur uit de hoofdklasse aanklop, dan krijg ik te horen: onder de 40.000 gulden hoef je niet te komen praten. Diezelfde speler ging later wel naar een andere amateurclub. Als je die bedragen vergelijkt, dan hebben we Fog voor een appel en een ei gekregen. En ik moet zeggen, we hadden hele goede informaties over hem gekregen. Maar ik moet toegeven, het dreigt er naar uit te gaan zien dat Fog niet voldoet. Hoewel ik er bij blijf, dat het een knappe voetballer is. Dat kun je op de training zien.”

Nostalgie
Later die avond wordt Stehouwer in de mond gelegd, dat hij Fog een “mislukking” heeft genoemd. “Nee, nee”, ontkent de trainer haastig, “dat heb ik niet, gezegd”. De zaal weer: ”Nou ja, een toekomstige mislukking”. Met die prognose heeft kennelijk iedereen vrede. Fog is afgedaan. Die kan weg. Dick de Boer is het volgende slachtoffer. De vlotte babbels van de spijkerharde rechtsachter worden in tijden van tegenspoed niet in dank afgenomen door de supporters. Er stijgt een wolke afgunst omhoog in de zaal als aan trainer Stehouwer een verklaring wordt gevraagd, waarom Dick de Boer na drie maanden afwezigheid vanwege een gips pootje, van de éne op de andere dag z’n stekkie weer mocht innemen, terwijl het talent in het C-team loopt te trappelen van ongeduld om door te stoten. Waarna de kleurrijkste baas in het gezelschap uit de startblokken schiet. De kogelronde Jan (De Drum) Steur vraagt zich af waarom Dick de Boer niet allang aan de renbaan Duindigt is afgestaan. Hij krijgt de lachers op zijn hand en dat inspireert, want even later vraagt hij waarom Volendam geen pogingen in het werk stelt om Sjakie Swart van Ajax te lenen. De Drum: “Al is het maar voor twee jaar, zoals Haarlem ook met Jan Fransz heeft gedaan.” Arie Stehouwer erkent dat een dergelijke maatregel in het bestuur in overweging is genomen en zelfs nog niet helemaal van de baan is. Stehouwer: “Als je een routinier haalt, moet je altijd maar afwachten of je een zakkenvuller binnenhaalt of een vent die er het karakter voor heeft om de ploeg omhoog te halen.”


© Robert Collette

Jan Steur: “Ik vraag me af waarom Dick de Boer niet allang aan de renbaan Duindigt is afgestaan.”

De zaal meent dat het wat dat betreft met Sjakie wel goed zit. Dus wie weet. De avond spoedt zich ten einde. Echt wezenlijke kritiek komt niet over de tafel. Er klinkt zelfs waardering door voor Arie Stehouwer. Waarbij je je natuurlijk moet afvragen of de echte kankeraars wel allemaal in het Jozef-huis verzameld waren. Vooral de spelers krijgen er flink van langs. Toch krijgt vooral de hang naar het verleden steeds meer contouren in het Jozef-huis. De supporters hebben er genoeg van om tegen Veendam of Heracles aan te kijken. Ze willen weer een Ajax of een FC Twente zien. En dat verlangen past weer bij die typische Volendamse eigenschap: alleen het beste is goed genoeg. De Volendammer wil weer meetellen met z’n kluppie en niet als een zielig geval in de eerste divisie worden behandeld. Daarom is de algemene mening dat de Volendammers weer massaal naar het stadion zullen opstomen als de resultaten verschijnen. Tot die tijd wordt het moeilijk een vaste klandizie op te bouwen. Misschien de beste uitspraak van de avond is deze van Arie Stehouwer: “lk heb niets met het verleden te maken, ik leef en werk hier in het heden.” En deze: “Kijk, beste mensen. Ik was vroeger een geweldige liefhebber van Dick Tol. Maar die jongen is helaas veel te vroeg gestorven. Ik kan hem niet meer opstellen.” Waarmee Arie doeltreffend pareert jegens de constant opwellende nostalgie. Volendam kan het verleden maar niet vergeten. In relatie tot de tijd van toen, wordt de huidige generatie bij een slechte prestatie afgedaan als een stel knoeiers. Als Arie Stehouwer een pleidooi houdt voor meer schoten op het doel, reageert de ober van het Jozef-huis (De Piep) met een fel: “Ze willen wel schieten, maar ze hebben geen kracht. Die ballen komen niet eens an.” En om de onmacht van de Volendam-schutters te illustreren, schiet hij uit zijn stoel omhoog en doet een Volendam-spits na. Een imitatie van een zak aardappelen.


© Robert Collette

Ober De Piep: “De schoten komen niet eens an.”

Stijgende lijn
Toch een positief besluit van de avond. Kastelein De Bond vraagt het woord en declameert vanaf een papiertje Volendams programma in de vierde periode. Hij zegt: “Drie uitwedstrijden, niet zo gemakkelijk tegen Groningen, VVV en SW. Maar vijf thuiswedstrijden. Als goede supporters hopen wij dat U ons die vierde periode schenkt. We moeten die periode godverdorie kunnen pakken.” Waarna Arie Stehouwer het slotwoord spreekt en nogmaals vraagt het vooral in de thuiswedstrijden de spelers niet nog moeilijker te maken dan het al voor ze is. Een warm applaus is Arie’s deel. in eerste open doekje, sinds hij zeven maanden geleden bij Volendam binnenviel.


© Robert Collette

Kasselein de Bond: “We moeten godverdorie die vierde periode pakken.”

Als de meeste supporters zijn afgevloeid (naar huis of om het resultaat van de avond in een andere kroeg te bespreken) praten we nog wat na met Arie Stehouwer. Eén ding was duidelijk geworden: het is voor een nieuweling verschrikkelijk moeilijk om waardering te oogsten. Arie Stehouwer kreeg kennelijk bijzonder weinig krediet.
Stehouwer: “Geen enkele trainer had hier krediet gekregen. Je hebt constant te maken met het verleden. Die eredivisie, hé. In de afgelopen jaren heeft Volendam toch vrij regelmatig een jaartje in de eredivisie gespeeld. Nou, daar gaat alles om. Dat moet weer terugkomen. Ik heb het hier in die eerste maanden verschrikkelijk moeilijk gehad. Ik wist niet waar ik in terecht gekomen was. Het gaat nu wat beter. Ook met het elftal. Ik zie toch duidelijk een stijgende lijn.”

- In zo’n kleine gemeenschap word je elke minuut van de dag geconfronteerd met de voetbalclub. Je kunt er nooit van loskomen.
Arie Stehouwer: “Daarom had ik misschien beter niet in Volendam kunnen gaan wonen. Iedereen weet alles van elkaar. Als ik m’n neus buiten de deur steek, dan begint er wel iemand over voetbal. Stel, dat ik met m’n zoon zou gaan vissen, dan staat er prompt een supporter achter me om over voetbal te praten. Ik heb hele beste buren hoor, maar aan de éne kant woont een voormalige eerste elftalspeler naast me en aan de andere kant twee huizen verder een speler uit het huidige elftal. Daar tussenin gelukkig een handballer. Als je hier een feestje hebt, moet ik me toch inhouden. Ik zou me best wel eens stomlazerus willen drinken, maar ik moet me inhouden, hé. Ik ben die trainer.”

- Barst Volendam nou werkelijk nog van het talent?
Arie Stehouwer: “Er is nog steeds veel talent, maar dat moet je nou ook weer niet gaan overtrekken. We zijn nu vooral bezig om de organisatie weer op poten te zetten. Het is fantastisch als je goede jeugdelftallen hebt, maar je moet wel zorgen dat er een constante onderbouw is. Ik ben nu zover dat ik achter het eerste elftal een schaduwelftal geformeerd heb. Valt er een speler weg, dan staat de volgende al klaar. Zo moeten we lok de jeugdelftallen gaan opbouwen.”

- Je hebt op mij nooit de indruk gemaakt zo’n bezeten type te zijn. Als de voetbalwereld je niet meer bevalt dan kun je er zo uitstappen. Klopt dat beeld?
Arie Stehouwer: “Omdat je constant bezig bent met die voetballerij vernauwt je kijk op de maatschappij. Dat beangstigt me wel eens. Maar ik ben ook nog zo iemand van de oude stempel. Als ik ergens mee bezig ben, dan wil ik het volledig tot een goed einde brengen. Ik geef me helemaal in dit vak. En ik ben ook nog eens een keer overtuigd van m’n eigen kwaliteiten, dat ik volledig achter m’n voetbaldenkbeelden sta. En ik ben eerzuchtig. Kijk, Volendam wil naar die eredivisie. Maar ik wil als trainer ook naar de eredivisie. Je stippelt voor je zelf toch een bepaalde route uit. Nou, ik wil in dit vak het hoogste halen en dat is de eredivisie. Haal ik dat niet, dan blijf ik niet doorgaan in de eerste divisie. Dan trek ik op een bepaald moment de consequenties en dan stap ik uit dit vak. En dan ben ik nog zo’n realist, dat ik donders goed besef dat die vier topclubs niet voor mij bestemd zijn. Daar horen de keiharde praktijkmensen thuis.”


© Robert Collette

Volendam-voorzitter Duin: een aartsvader tussen z’n voetbalgelovigen.

Aldus Arie Stehouwer, die na z’n Volendamse hearing weer met enig vertrouwen de toekomst tegemoet gaat. Na afloop zei De Drum aan de bar tegen Vi’s Robert Collette: “AIs jij in het water springt, dan zal een Volendammer je niet tegenhouden. Maar als je dreigt te verdrinken, dan steekt die zelfde Volendammer wél een klauw uit.” Misschien laat Volendam Arie Stehouwer niet verzuipen. Een totaal van 42 toehoorders is niet veel, maar de recente ledenvergadering, van Volendam werd bezocht door 16 leden.

Terug