Oude doos

Artikelen - Algemeen - seizoen 2015-2016 - Heeft de Heen en Weer winterbanden?
Volendam, donderdag 10 september 2015
FC Volendam is koploper in de Jupiler League. Vijf gespeeld, dertien punten, meeste goals gemaakt, minste tegen. Over Het Andere Oranje dat wél presteert.

Donderdagochtend elf uur op De Toekomst. Twee koplopers treffen elkaar. Die van de Jupiler League en die van de Eredivisie. In het geheim, niemand is op de hoogte. Althans, bijna niemand. Volendam-perschef Richard de Weijze in ieder geval niet. Op de dinsdag ervoor geeft hij desgevraagd de weekplanning van de selectie door. Van een oefenwedstrijd weet hij niets. ‘Ik wist echt nergens van’, verontschuldigt De Weijze zich donderdagmiddag. ‘Gelukkig weet ik niet alles’, voegt hij er nog aan toe. Een geheim bewaren kan nog in deze tijd waarin op social media iedere kik van een individu wordt gedeeld. Toch een mooi gegeven. Na het duel wordt de reden van de geheimhouding duidelijk. Bij de Amsterdamse formatie zonder internationals speelde Daley Sinkgraven mee. Die meldde zich opmerkelijk genoeg eerder in de week af voor Jong Oranje. Benieuwd of de bondscoach met een Ajax-verleden, Fred Grim, zijn voormalige werkgever om uitleg zal vragen.

Dat Volendam-coach Robert Molenaar zijn manschappen voor het duel had opgedragen niet op het scorebord te kijken kwam goed uit. Er was namelijk geen scorebord te bekennen op het trainingscomplex van Ajax. Lasse Schöne schoot twee vrije trappen achter doelman Hobie Verhulst, Kevin van Kippersluis redde in de slotfase de eer. Molenaar kon tevreden zijn, zonder belang aan de uitslag te hechten. Over de uitslag heen kijken, noemt hij dat. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de in het profvoetbal debuterende coach dat al enige weken doet. Ook na de zeges op onder meer NAC en FC Dordrecht weigerde hij de polonaise te lopen. De uitstekende seizoenstart omschreef Molenaar al als de wittebroodsweken van het huwelijk tussen hem en Volendam. De verliefdheid straalt er nog van af.

‘Hier is nooit iemand in de war, Volendammers zijn nuchter. Hoewel, het is kermis, dan is helemaal niemand nuchter’

De koppositie verblindt niet in Volendam. Geen euforische toestanden in het palingdorp, er is nog geen Eredivisie-draaiboek uit een la getoverd. ‘Maar ik heb hem al gehoord, hoor,’ zegt technisch manager Misha Salden. ‘Heeft de Heen en Weer winterbanden?’ De voormalige speler van Volendam – tussen 1999 en 2004 – lacht er hartelijk om. ‘Maar Volendammers raken niet zo snel in de war. Supporters zijn sneller in hosannastemming. Dat hoort ook zo. Net zoals ze kritisch zijn als het minder gaat. Het besef dat we zeven, acht spelers hebben moeten vervangen is er bij iedereen. Net zoals de mensen weten dat we een bewuste keuze hebben gemaakt om regionale spelers aan te trekken, gekoppeld aan spelers met een verleden in het dorp.’

Aan die laatste groep werd vorige week nog een speler toegevoegd. Na Kees Kwakman en Jack Tuyp keerde ook doelman Jeroen Verhoeven terug aan de Dijk. Op amateurbasis weliswaar, maar de 35-jarige sluitpost ambieert wel degelijk speelminuten. ‘Ik weet hoe het werkt, ik moet nog wedstrijdfit worden. De trainer bepaalt vervolgens.’ Verhoeven hoorde nog niemand over promotie praten. ‘Hier is nooit iemand in de war, ze zijn nuchter. Hoewel, het is kermis, dan is er helemaal niemand nuchter.’


© www.vi.nl

Technisch manager Misha Salden.

Liters bier
Van vrijdag tot en met maandag was het kermis in Volendam. Het zijn de vier dagen in het jaar waarnaar zowel de hardwerkende middenstand als de jeugd traditioneel uitkijkt. Even ontsnappen aan de realiteit. Vier dagen gezelligheid, liters bier, bijpraten met vrienden en familie. En even geen voetbal. Verhoeven laat de festiviteiten aan zich voorbijgaan. ‘Ik woon in het Gooi en heb twee kinderen. Het is niet aan mij besteed. Maar de KNVB zal toch niet bewust een vrij weekend gepland hebben?’ Salden: ‘Hebben we toch nog invloed bij de KNVB. De laatste jaren valt de kermis vaak samen met een interlandweekend. Je begrijpt dat dat hier met gejuich ontvangen wordt.’

Dat er geen Jupiler League-wedstrijden zijn vanwege het interlandvoetbal schept verwarring onder de Volendammers. ‘Zitten Kees en Jack bij het andere Oranje dan?’, vraagt een meisje met onvervalste Volendamse tongval zich af. Kees en Jack zijn geen concurrenten van Nick en Simon en het zijn in dit geval ook niet de voornamen van de ervaren journalisten Jansma en Van Gelder. Het gaat hier om Kees Kwakman en Jack Tuyp. Teruggekeerd op vertrouwde grond en in de eerste vijf wedstrijden direct van grote waarde.

Verhoeven, de derde terugkeerde routinier, onderschrijft het belang van de ervaren krachten. ‘Wij hebben veel meegemaakt en kunnen vertellen hoe het is. Spelers die zo uit de jeugd komen hebben de praktijk nog niet ervaren. Daar gelden andere wetten dan in het jeugdvoetbal.’ Verhoeven wachtte lang met zijn besluit terug te keren. ‘De contacten waren er al, maar er was meer interesse. Ik heb voor mezelf getraind en ben blij terug te zijn. Ik heb hier zeven seizoenen gespeeld, het voelt als thuiskomen. Het is een cliché, maar het is gewoon zo. De hoeken van het stadion zijn dicht, maar de mensen en de sfeer zijn hetzelfde. Wat er mogelijk is? Geen idee, ik ben hier nog te kort om daar een goed oordeel over te kunnen vellen. Maar dat Volendam goede stappen aan het maken is, heb ik al gezien. Bij Volendam kunnen ze jonge spelers op een hoger plan brengen. Het is ongelooflijk als je het lijstje met spelers ziet dat de laatste jaren via Volendam in de Eredivisie terecht is gekomen.’

Het overzicht spreekt inderdaad tot de verbeelding. Tijdens het vorige seizoen stapten de spitsen Robert Mühren en Henk Veerman over naar respectievelijk AZ en SC Heerenveen, deze zomer ging Brandley Kuwas naar Excelsior en Ludcinio Marengo naar ADO Den Haag. Ook Michiel Kramer, Maikel van der Werff, Sonny Stevens en Robbin Ruiter werden in Volendam opgevist.

Met Robert Molenaar als opvolger van Hans de Koning, de weer in de armen gesloten routiniers, de andere ervaren krachten Henny Schilder en Gijs Luirink, spelers uit de eigen jeugdopleiding en spelers met een regionale achtergrond maakt Volendam indruk. Gyliano van Velzen, ooit in de opleiding bij Manchester United actief, kan zomaar de volgende zijn die via Volendam de Eredivisie instapt. Salden: ‘We hoeven spelers, en dat geldt ook voor de trainer trouwens, niet te vertellen dat ze via Volendam een stap omhoog kunnen maken. Dat is al bewezen.’ Ook opvallend: Volendam is niet happig op huurlingen. ‘Op voorhand doen we dat niet. Kevin Brands was vorig seizoen eigenlijk een uitzondering, een noodgreep omdat we Mühren en Veerman kwijtraakten. Huren is voor de korte termijn, huurlingen nemen de plaats in van eigen jongens.’

Hobby en ambitie
Wat dat betreft is het ook handig dat Salden de functie van technisch manager combineert met die van hoofd jeugdopleiding. Hij heeft er zijn eigen trainersambities (de afgelopen jaren was hij hoofdtrainer van Topklasse FC Lisse) voorlopig voor opzijgezet. ‘Ik overleg met mezelf en het bestuur. Ik doe het natuurlijk niet alleen.’

Dat jonge spelers als Gerry Vlak (wiens opa in de jaren vijftig voor Volendam speelde), Bert Steltenpool (zoon van voormalig Volendam-speler Eric Steltenpool), Dylan Mertens en Daniël van Son moeiteloos mee lijken te draaien bewijst ook dat de Volendamse jeugdopleiding goed werk levert. ‘En toch kijken sommige mensen raar naar onze jeugdopleiding,’ weet Salden. ‘Wij spelen in onze jeugdteams niet altijd met onze sterkste opstelling. Je ziet pas hoe voetballers zich ontwikkelen als ze spelen, niet als ze op de bank zitten. Dus spelen jeugdspelers even vaak. Vorig jaar kwam er een KNVB-coach kijken naar onze B1 die tegen PSV speelde. Die vroeg zich af waarom een bepaalde speler niet meedeed. Bij het antwoord dat die vorige week gespeeld had, keek hij vreemd op. Een andere reden waarom we nog weleens niet serieus genomen lijken te worden, is dat wij alleen parttime jeugdcoaches hebben. Los van het feit dat we ons geen fulltime jeugdtrainers kunnen veroorloven, is dat ook bewust. Veel van die trainers zijn actief in het onderwijs, zijn in het maatschappelijk leven bezig met jeugd. Daarnaast zijn ze puur uit hobby en ambitie bij ons bezig. Wie zegt mij dat fulltime coaches beter zijn? Ik heb eerlijk gezegd een heel goed gevoel bij deze manier van werken. Al onze jeugdploegen spelen op het hoogste niveau, terwijl de begroting maar een schijntje is van die van bijvoorbeeld AZ. Kennelijk doen we toch iets goed.’

‘Wij houden nooit iemand tegen om hogerop te komen’

Er is volgens Salden sprake van een cultuuromslag. ‘Bij amateurclubs heb je nog weleens dat mensen boos worden als een speler overstapt naar een andere club. Dat is bij Volendam ook geweest, maar daar zijn we langzamerhand van af. Wij houden nooit iemand tegen om hogerop te komen. Supporters bellen of mailen weleens met vragen daarover. Ik beantwoord ze allemaal. Daarnaast moeten wij zelf zorgen dat jeugdspelers niet naar AZ of Ajax willen. Als wij zorgen dat het hier op de rit staat en dat spelers zich hier kunnen ontwikkelen, dan gaan ze echt liever op de fiets naar Volendam dan met een busje naar Alkmaar.’

In dat verhaal lijkt de stap naar de Eredivisie een noodzakelijke. ‘Noodzakelijk niet, maar uiteindelijk willen we het wel. Onze ambitie is niet veranderd, hooguit iets verschoven. Dat heeft te maken met de degradanten uit de Eredivisie. Zij hebben meer middelen. Clubs als NEC en Roda JC konden zelf de broek niet ophouden, maar door de bijdrage die ze als degradant krijgen kunnen wij financieel niet tegen ze opboksen. Nu is dat met NAC en Go Ahead Eagles weer zo. Het is het lot van alle Jupiler League-clubs. Net als dat iedereen moet verkopen.’
Geschreven door: Chris Tempelman
Bron: www.vi.nl
FC Volendam is koploper in de Jupiler League. Vijf gespeeld, dertien punten, meeste goals gemaakt, minste tegen. Over Het Andere Oranje dat wél presteert.

Donderdagochtend elf uur op De Toekomst. Twee koplopers treffen elkaar. Die van de Jupiler League en die van de Eredivisie. In het geheim, niemand is op de hoogte. Althans, bijna niemand. Volendam-perschef Richard de Weijze in ieder geval niet. Op de dinsdag ervoor geeft hij desgevraagd de weekplanning van de selectie door. Van een oefenwedstrijd weet hij niets. ‘Ik wist echt nergens van’, verontschuldigt De Weijze zich donderdagmiddag. ‘Gelukkig weet ik niet alles’, voegt hij er nog aan toe. Een geheim bewaren kan nog in deze tijd waarin op social media iedere kik van een individu wordt gedeeld. Toch een mooi gegeven. Na het duel wordt de reden van de geheimhouding duidelijk. Bij de Amsterdamse formatie zonder internationals speelde Daley Sinkgraven mee. Die meldde zich opmerkelijk genoeg eerder in de week af voor Jong Oranje. Benieuwd of de bondscoach met een Ajax-verleden, Fred Grim, zijn voormalige werkgever om uitleg zal vragen.

Dat Volendam-coach Robert Molenaar zijn manschappen voor het duel had opgedragen niet op het scorebord te kijken kwam goed uit. Er was namelijk geen scorebord te bekennen op het trainingscomplex van Ajax. Lasse Schöne schoot twee vrije trappen achter doelman Hobie Verhulst, Kevin van Kippersluis redde in de slotfase de eer. Molenaar kon tevreden zijn, zonder belang aan de uitslag te hechten. Over de uitslag heen kijken, noemt hij dat. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de in het profvoetbal debuterende coach dat al enige weken doet. Ook na de zeges op onder meer NAC en FC Dordrecht weigerde hij de polonaise te lopen. De uitstekende seizoenstart omschreef Molenaar al als de wittebroodsweken van het huwelijk tussen hem en Volendam. De verliefdheid straalt er nog van af.

‘Hier is nooit iemand in de war, Volendammers zijn nuchter. Hoewel, het is kermis, dan is helemaal niemand nuchter’

De koppositie verblindt niet in Volendam. Geen euforische toestanden in het palingdorp, er is nog geen Eredivisie-draaiboek uit een la getoverd. ‘Maar ik heb hem al gehoord, hoor,’ zegt technisch manager Misha Salden. ‘Heeft de Heen en Weer winterbanden?’ De voormalige speler van Volendam – tussen 1999 en 2004 – lacht er hartelijk om. ‘Maar Volendammers raken niet zo snel in de war. Supporters zijn sneller in hosannastemming. Dat hoort ook zo. Net zoals ze kritisch zijn als het minder gaat. Het besef dat we zeven, acht spelers hebben moeten vervangen is er bij iedereen. Net zoals de mensen weten dat we een bewuste keuze hebben gemaakt om regionale spelers aan te trekken, gekoppeld aan spelers met een verleden in het dorp.’

Aan die laatste groep werd vorige week nog een speler toegevoegd. Na Kees Kwakman en Jack Tuyp keerde ook doelman Jeroen Verhoeven terug aan de Dijk. Op amateurbasis weliswaar, maar de 35-jarige sluitpost ambieert wel degelijk speelminuten. ‘Ik weet hoe het werkt, ik moet nog wedstrijdfit worden. De trainer bepaalt vervolgens.’ Verhoeven hoorde nog niemand over promotie praten. ‘Hier is nooit iemand in de war, ze zijn nuchter. Hoewel, het is kermis, dan is er helemaal niemand nuchter.’


© www.vi.nl

Technisch manager Misha Salden.

Liters bier
Van vrijdag tot en met maandag was het kermis in Volendam. Het zijn de vier dagen in het jaar waarnaar zowel de hardwerkende middenstand als de jeugd traditioneel uitkijkt. Even ontsnappen aan de realiteit. Vier dagen gezelligheid, liters bier, bijpraten met vrienden en familie. En even geen voetbal. Verhoeven laat de festiviteiten aan zich voorbijgaan. ‘Ik woon in het Gooi en heb twee kinderen. Het is niet aan mij besteed. Maar de KNVB zal toch niet bewust een vrij weekend gepland hebben?’ Salden: ‘Hebben we toch nog invloed bij de KNVB. De laatste jaren valt de kermis vaak samen met een interlandweekend. Je begrijpt dat dat hier met gejuich ontvangen wordt.’

Dat er geen Jupiler League-wedstrijden zijn vanwege het interlandvoetbal schept verwarring onder de Volendammers. ‘Zitten Kees en Jack bij het andere Oranje dan?’, vraagt een meisje met onvervalste Volendamse tongval zich af. Kees en Jack zijn geen concurrenten van Nick en Simon en het zijn in dit geval ook niet de voornamen van de ervaren journalisten Jansma en Van Gelder. Het gaat hier om Kees Kwakman en Jack Tuyp. Teruggekeerd op vertrouwde grond en in de eerste vijf wedstrijden direct van grote waarde.

Verhoeven, de derde terugkeerde routinier, onderschrijft het belang van de ervaren krachten. ‘Wij hebben veel meegemaakt en kunnen vertellen hoe het is. Spelers die zo uit de jeugd komen hebben de praktijk nog niet ervaren. Daar gelden andere wetten dan in het jeugdvoetbal.’ Verhoeven wachtte lang met zijn besluit terug te keren. ‘De contacten waren er al, maar er was meer interesse. Ik heb voor mezelf getraind en ben blij terug te zijn. Ik heb hier zeven seizoenen gespeeld, het voelt als thuiskomen. Het is een cliché, maar het is gewoon zo. De hoeken van het stadion zijn dicht, maar de mensen en de sfeer zijn hetzelfde. Wat er mogelijk is? Geen idee, ik ben hier nog te kort om daar een goed oordeel over te kunnen vellen. Maar dat Volendam goede stappen aan het maken is, heb ik al gezien. Bij Volendam kunnen ze jonge spelers op een hoger plan brengen. Het is ongelooflijk als je het lijstje met spelers ziet dat de laatste jaren via Volendam in de Eredivisie terecht is gekomen.’

Het overzicht spreekt inderdaad tot de verbeelding. Tijdens het vorige seizoen stapten de spitsen Robert Mühren en Henk Veerman over naar respectievelijk AZ en SC Heerenveen, deze zomer ging Brandley Kuwas naar Excelsior en Ludcinio Marengo naar ADO Den Haag. Ook Michiel Kramer, Maikel van der Werff, Sonny Stevens en Robbin Ruiter werden in Volendam opgevist.

Met Robert Molenaar als opvolger van Hans de Koning, de weer in de armen gesloten routiniers, de andere ervaren krachten Henny Schilder en Gijs Luirink, spelers uit de eigen jeugdopleiding en spelers met een regionale achtergrond maakt Volendam indruk. Gyliano van Velzen, ooit in de opleiding bij Manchester United actief, kan zomaar de volgende zijn die via Volendam de Eredivisie instapt. Salden: ‘We hoeven spelers, en dat geldt ook voor de trainer trouwens, niet te vertellen dat ze via Volendam een stap omhoog kunnen maken. Dat is al bewezen.’ Ook opvallend: Volendam is niet happig op huurlingen. ‘Op voorhand doen we dat niet. Kevin Brands was vorig seizoen eigenlijk een uitzondering, een noodgreep omdat we Mühren en Veerman kwijtraakten. Huren is voor de korte termijn, huurlingen nemen de plaats in van eigen jongens.’

Hobby en ambitie
Wat dat betreft is het ook handig dat Salden de functie van technisch manager combineert met die van hoofd jeugdopleiding. Hij heeft er zijn eigen trainersambities (de afgelopen jaren was hij hoofdtrainer van Topklasse FC Lisse) voorlopig voor opzijgezet. ‘Ik overleg met mezelf en het bestuur. Ik doe het natuurlijk niet alleen.’

Dat jonge spelers als Gerry Vlak (wiens opa in de jaren vijftig voor Volendam speelde), Bert Steltenpool (zoon van voormalig Volendam-speler Eric Steltenpool), Dylan Mertens en Daniël van Son moeiteloos mee lijken te draaien bewijst ook dat de Volendamse jeugdopleiding goed werk levert. ‘En toch kijken sommige mensen raar naar onze jeugdopleiding,’ weet Salden. ‘Wij spelen in onze jeugdteams niet altijd met onze sterkste opstelling. Je ziet pas hoe voetballers zich ontwikkelen als ze spelen, niet als ze op de bank zitten. Dus spelen jeugdspelers even vaak. Vorig jaar kwam er een KNVB-coach kijken naar onze B1 die tegen PSV speelde. Die vroeg zich af waarom een bepaalde speler niet meedeed. Bij het antwoord dat die vorige week gespeeld had, keek hij vreemd op. Een andere reden waarom we nog weleens niet serieus genomen lijken te worden, is dat wij alleen parttime jeugdcoaches hebben. Los van het feit dat we ons geen fulltime jeugdtrainers kunnen veroorloven, is dat ook bewust. Veel van die trainers zijn actief in het onderwijs, zijn in het maatschappelijk leven bezig met jeugd. Daarnaast zijn ze puur uit hobby en ambitie bij ons bezig. Wie zegt mij dat fulltime coaches beter zijn? Ik heb eerlijk gezegd een heel goed gevoel bij deze manier van werken. Al onze jeugdploegen spelen op het hoogste niveau, terwijl de begroting maar een schijntje is van die van bijvoorbeeld AZ. Kennelijk doen we toch iets goed.’

‘Wij houden nooit iemand tegen om hogerop te komen’

Er is volgens Salden sprake van een cultuuromslag. ‘Bij amateurclubs heb je nog weleens dat mensen boos worden als een speler overstapt naar een andere club. Dat is bij Volendam ook geweest, maar daar zijn we langzamerhand van af. Wij houden nooit iemand tegen om hogerop te komen. Supporters bellen of mailen weleens met vragen daarover. Ik beantwoord ze allemaal. Daarnaast moeten wij zelf zorgen dat jeugdspelers niet naar AZ of Ajax willen. Als wij zorgen dat het hier op de rit staat en dat spelers zich hier kunnen ontwikkelen, dan gaan ze echt liever op de fiets naar Volendam dan met een busje naar Alkmaar.’

In dat verhaal lijkt de stap naar de Eredivisie een noodzakelijke. ‘Noodzakelijk niet, maar uiteindelijk willen we het wel. Onze ambitie is niet veranderd, hooguit iets verschoven. Dat heeft te maken met de degradanten uit de Eredivisie. Zij hebben meer middelen. Clubs als NEC en Roda JC konden zelf de broek niet ophouden, maar door de bijdrage die ze als degradant krijgen kunnen wij financieel niet tegen ze opboksen. Nu is dat met NAC en Go Ahead Eagles weer zo. Het is het lot van alle Jupiler League-clubs. Net als dat iedereen moet verkopen.’


Terug