Oude doos

Artikelen - Algemeen - seizoen 2002-2003 - Ouwehoeren om te ouwehoeren, dat doen ze graag
Volendam, maandag 14 april 2003
Wim Jonk is teruggekeerd naar zijn eigen jeugd, als adviseur van Volendam. ‘In Amsterdam, Milaan, Eindhoven en Sheffield heb ik prachtige tijden meegemaakt, maar het stond altijd vast dat ik weer wat voor de club zou gaan doen.’

Het is zo’n zaterdag als zoveel andere zaterdagen in Nederland, met de geur van patat, de schrille klanken van een scheidsrechters fluit en tientallen jongetjes en jongens die achter een bal aanrennen. De zon schijnt uitbundig over de velden van de RKAV Volendam en in de kantine van de dorpsclub staat Joey (7) te biljarten.

‘s Ochtends heeft hij, met de F6, met 6-2 gewonnen en twee keer gescoord, dus het mag van zijn vader. (Die vroeger trouwens nóóit iets anders deed dan voetballen.) Of Joey talent heeft? ‘Hij is een linkspoot, dat vind ik al heel wat.’

Wim Jonk is terug in de schoot van Volendam, het terrein van de voetbalclub even buiten het dorp. De reclameborden zijn beschikbaar gesteld door bedrijven met namen als Tuyp, Tol, Bond en Kras. Twee beroemde Volendamse bedrijven, Christine le Duc (erotica) en Bart Smit (speelgoed) doen ook mee.

Met een pols in het gips (‘Gevallen met zaalvoetbal’) kijkt de stylist van weleer (49 interlands) naar Volendam D 1 - AZ D 1.. Zijn rustig uitgesproken commentaar is kort en bondig: goeie bal, slechte bal, uitstekende bal.

‘Die zal wel niet meer hogerop komen’, zegt hij met een typische Wim Jonk-grijns over de scheidsrechter, een al wat oudere dikzak. Het duel eindigt in 1-1 en de Volendamse jeugd zakt na het laatste fluitsignaal uitgeput en voldaan door de knieën.

Veel is er niet veranderd sinds Jonk (36) hier dertig jaar geleden zijn voetballoopbaan begon, al ontkomt ook hij niet aan de conclusie dat ‘de jeugd van tegenwoordig’ ook een heleboel andere dingen leuk vindt. Tennis bijvoorbeeld, zoals zijn zoon.

Velen zeiden hem het voor: ‘Ik kwam van school, pakte een bal, liep door een poort naar een pleintje en ging voetballen. Wij hadden geen gameboys of Playstations, wij hadden alleen een bal.’ Maar evengoed melden zich bij Volendam elk jaar weer honderd kinderen aan als lid. ‘Dit hier is Volendam. Voetbal zit ze hier nog steeds in de genen.’

Jonk nam, nadat hij twee jaar geleden zijn loopbaan als voetballer beëindigde, zitting in de technische commissie van Volendam en is sinds kort bestuurslid technische zaken. Hij heeft zich tot taak gesteld te onderzoeken hoe de opleiding kan worden verbeterd.

Feitelijk is het een luxeprobleem: jaarlijks levert de opleiding gemiddeld vijf spelers af aan wat hier, op de amateurvelden, ‘daar’ wordt genoemd, het stadion. ‘Vijf, dat is veel hoor. Ze heten niet allemaal Tol, maar ze zijn wel door de club opgeleid.’

Jonk geeft individuele trainingen, bekijkt wedstrijden en trainingen en praat veel, met trainers en voetballers. Snel merkte hij dat Volendam nog steeds Volendam is, kritisch en soms overdreven zelfbewust.

‘Iedereen weet het hier allemaal heel goed. Dat is Volendam. Heel kritisch, maar soms te negatief. Dat is niet erg, het houdt mensen alert, maar het moet wel ergens toe leiden. Ouwehoeren om het ouwehoeren, dat doen ze hier graag. Zo was het toen en zo is het nu nog steeds.’ Maar: ‘Die cultuur is ook de kracht van Volendam.’

Hij heeft zijn strategie zorgvuldig gekozen. ‘Ik laat de mensen in hun waarde. Ik overleg. Je moet niet naar binnenstormen en bijdehand effe gaan vertellen hoe het allemaal moet. Dat werkt hier niet.’

Nog steeds voelt hij ergernis over de manier waarop hij zijn loopbaan moest afsluiten. De reeks Volendam, Ajax, Intemazionale en PSV werd abrupf afgesloten in Sheffield, door een knieblessure.

‘Ik heb het voetbal erg gemist. Inmiddels heb ik me ermee verzoend, maar dat duurde wel een tijdje. Ik had het nog wel bij een andere club kunnen proberen, op zeventig procent of zo, maar ik wilde geen voetballer worden die voor de centen nog even ergens opdook.’

De volgende stap was een logische, in zijn geval. ‘Een Volendammer komt terug op het oude nest, vroeg of laat. Ik heb nooit last gehad van heimwee, maar ik wist: d’r ligt de basis. In Amsterdam, Milaan, Eindhoven en Sheffield heb ik prachtige tijden meegemaakt, maar het stond altijd vast dat ik weer wat voor de club zou gaan doen.’

Jonk keerde terug naar zijn eigen jeugd, ‘ja, zo zie ik het. Ik heb de hele opleiding doorlopen, van hier tot de andere kant.’
Als hij terugkijkt ziet hij de jongens voor zich die, ondanks hun talent, de beklimming naar de top niet volhielden. Ook dat is een kenmerk van Volendam, weet Jonk. ‘Er gaat zoveel talent verloren. Dat heb ik mijn hele voetbalcarrière onthouden. En nu ga ik er wat aan doen.’
Geschreven door: Paul Onkenhout
Bron: De Volkskrant
» Terug