Oude doos

Artikelen - Algemeen - seizoen 2000-2001 - Monoloog: Misha Salden
Volendam, woensdag 20 juni 2001
Tussen de jonkies van FC Volendam overschrijdt slechts één basisspeler het aantal van honderd wedstrijden in het betaalde voetbal. Aanvoerder Misha Salden (27) mislukte bij Haarlem, maar knokte zich via de amateurs van Hilversum terug. Een bevlogen prof over zelfkritiek, respect en De Ramp

‘Een deceptie, die rode kaart tegen Fortuna Sittard van vorige week woensdag. De trainer had ons gewaarschuwd voor de intimidaties van Jan van Halst, maar ik wist in het betreffende duel niet eens om wie het ging. Ik lag op mijn rug, voelde wat en reageerde in een reflex. Volgens mij was het absoluut geen schoppende beweging, maar feit blijft dat je de ploeg en de club benadeelt. Ontzettend teleurstellend, omdat we er goed voor stonden en in de thuiswedstrijd lieten zien dat we echt niet minder zijn dan Fortuna. Dan voel je je verantwoordelijk, maar ik betwijfel of een dergelijke actie per se onprofessioneel is. Het blijft een reflex.

Het is ontzettend zonde dat we ons zaterdag tegen FC Zwolle niet hebben kunnen revancheren. Maar dat neemt niet weg dat we een perfect seizoen hebben gespeeld. We hebben ons bewezen als een hecht team, dat constant beseft dat het keihard moet werken om resultaten te behalen. Alleen doen we dat niet met doorsnee vechtvoetbal, maar door een sterk ontwikkeld positiespel. Tik-tik-tik, iedere situatie wordt opgelost met de combinatie. Op de trainingen wordt veel aandacht besteed aan positiespelletjes en partijvormen, dat zie je in het veld duidelijk terug. Omdat we het nog wel eens te ver willen doorvoeren, is het onze kracht en zwakte tegelijk.

Met zoveel jonge spelers uit het tweede en de amateurs, heb je vooraf niet al te hoge verwachtingen van een seizoen. Maar we hadden helemaal niets te verliezen, slechter dan afgelopen jaar kon niet. Ik kwam aan het begin van het seizoen 1999/2000 nieuw bij de groep. Ik speelde bij de amateurs van Hilversum, na vijf seizoenen bij Haarlem te hebben gevoetbald. Daardoor bekijk je alles iets meer van een afstandje. Het randgebeuren was ronduit dramatisch, Er gebeurden rare dingen binnen de club, met die affaire rond Peter van de Rijt en het dreigende faillissement als dieptepunt. In de kleedkamer wordt daar natuurlijk veel over gesproken, zeker als met medespelers vervolgens afspraken niet worden nagekomen. En er uiteindelijk veel ervaren jongens moeten vertrekken.
Spelers zoals Ab Persijn speelden hier geloof ik al hun hele leven, maar dergelijke jongens werden bij wijze van bezuiniging wél weggestuurd. Dat vreet aan zo’n groep. Heel lang wordt geroepen dat het geen invloed mag hebben op het voetbal, maar dat heeft het natuurlijk wel. Toch heb ik geen moment gedacht: was ik maar lekker bij de amateurs gebleven. Het betaalde voetbal is altijd mijn ambitie geweest, ik heb nooit spijt gehad van mijn komst naar Volendam. De malaise trof mij ook niet persoonlijk. Bovendien had ik het bij Haarlem allemaal al meegemaakt: financiële problemen, ontslagen spelers en trainers.

Dat ik niet geslaagd ben bij Haarlem, kan ik in de eerste plaats mezelf verwijten. Ik heb bij die club mijn kwaliteiten nu eenmaal niet optimaal benut. Bovendien had ik misschien wat meer van me af moeten bijten. Ik werd van links naar rechts door het elftal gesleept. Misha hoor je toch niet, dacht de trainer dan. Om me vervolgens doodleuk rechtsback te zetten. Mijn kwaliteiten liggen toch echt op het middenveld, maar ik hield mijn mond. Begrijp me goed, ik wil altijd spelen en zal me altijd schikken naar de trainer en het elftal. Maar als je wekenlang rechtsback staat, is het logisch dat je op een gegeven moment geen progressie meer boekt.

Bij Haarlem klikte het sowieso zelden tussen spelers en trainers. Met Piet Keur, Barry van Galen en Dries Boussatta hadden we echt wel goede spelers, maar ieder jaar weer bungelden we onderin de Toto Divisie. Jongens haalden niet het maximale uit hun kwaliteiten, net zoals ik. Momenteel ben ik op alle fronten een betere voetballer dan destijds, daar kan ik moeilijk andere mensen de schuld van geven. Ik heb dan ook vooral revanche gehaald op mezelf, dat geeft een lekker gevoel.

In mijn laatste seizoen bij Haarlem ben ik niet bepaald netjes behandeld, De club was gedwongen te bezuinigen en moest van een aantal spelers af. Voor mij werd een ontslagprocedure aangevraagd. Ik begrijp best dat een club soms veroordeeld is tot dergelijke maatregelen, maar de manier waarop was niet chique. Als argument voor mijn ontslag werd aangevoerd dat ik nooit aangetoond had dat ik van toegevoegde waarde was voor de club. Ik had in die vijf jaar nooit een positieve impuls gegeven en niet aangetoond dat ik het niveau aankon. Daar kwam het op neer, terwijl ik nota bene drie jaar lang basisspeler was geweest. In dat opzicht ben ik in de maling genomen, dat deed pijn.


© Georges van Wensveen

De spelersvakbond VVCS heeft het ontslag aangevochten en uiteindelijk werd ik in het gelijk gesteld, ik mocht nog een jaar blijven. Het ging me echter om het principe en ben weggegaan bij Haarlem. Ik heb nog gezocht naar een profclub, maar die liggen niet voor het oprapen in de kelder van het betaalde voetbal, dus ik koos voor Hilversum. Het werd een geweldig jaar, waarin we de nationale amateurbeker wonnen en het kampioenschap op het nippertje misliepen. Het plezier in het voetbal kreeg ik weer helemaal terug. Ik gaf dat jaar gymlessen op een middelbare school, dat sloot haarfijn aan bij mijn CIOS-diploma en het beviel uitstekend. Maar het betaalde voetbal heb ik nooit uit mijn hoofd gezet.

Mijn winnende doelpunt in de laatste minuut tegen Haarlem gaf dit seizoen een geweldig gevoel, dat kan ik moeilijk ontkennen. Steek die maar in je zak, denk je dan. Maar het is vooral een bewijs voor jezelf dat je toch wel aardig kan voetballen. Zoals ook de periodetitel fantastisch was, het was helemaal nieuw voor me om voor de prijzen te spelen. De sfeer binnen het team en de club is zó positief, dat is echt een verademing voor me. Het onderlinge respect is ontzettend groot, dat kan niet bepaald iedere ploeg zeggen. Hoe negatief sommige tegenstanders elkaar soms coachen, dat kan ik me bij ons absoluut niet voorstellen.

Alles wat we dit seizoen hebben bereikt staat hoe dan ook in de schaduw van De Ramp. Dat heeft zo’n indruk gemaakt... Al ben ik zelf dan Zaandammer, je gaat in één klap heel anders tegen het leven aankijken. Het is opeens niet meer vanzelfsprekend om thuis te komen en je vrouw en dochters gezond aan te treffen. Dat besef groeit enorm na zo’n gebeurtenis. Terwijl het voetbal al helemaal betrekkelijk wordt. Ik was op vakantie toen het gebeurde, je schrikt je kapot. Dan hoor je de namen van slachtoffers: Kwakman, Veerman, Tol. Veelal familieleden van mensen binnen de club. Ik ben gelijk gaan bellen, maar niemand was bereikbaar. Het was een heel verwarrende periode. Nog steeds word je regelmatig geconfronteerd met de gevolgen van die nieuwjaarsnacht, ontmoet je mensen met wie het nog steeds helemaal niet goed is. Toen we onze eerste wedstrijd na de ramp speelden, zwaaiden we zoals gewoonlijk naar onze groep fanatieke supporters. Dan raakt het je ontzettend diep dat een aantal van hen er niet meer bij is, jongens of meisjes voor wie de club heel veel betekende. Het is op zulke momenten een voorrecht om voetballer te zijn, omdat je de mensen een beetje afleiding kunt geven. Een stukje plezier. Hoe klein het in verhouding ook is.

De club is sindsdien alleen maar hechter geworden, iedereen is nog meer naar elkaar toegegroeid. Je hoort weleens dat Volendammers stug en kritisch zijn, maar zo ervaar ik dat absoluut niet. De betrokkenheid is juist enorm. Toen het vorig seizoen slecht ging, liepen de mensen bij een tegendoelpunt soms regelrecht van de tribune af. Het deed de supporters oprecht pijn dat het team niet presteerde, zoals nu iedereen opleeft dankzij de successen. Het bestuur verdient een groot compliment voor de manier waarop de club gezond is gemaakt. Ik ga ervan uit dat we volgend seizoen weer kunnen meespelen om een periodetitel, we hebben laten zien dat we voldoende kwaliteit hebben. De verwachtingen zullen wat hoger zijn, maar je merkt bij de mensen in het dorp dat ze vooral ontzettend blij zijn met het verloop van dit seizoen. Niemand had op een vijfde plaats gerekend.

Momenteel zie je in de hele Toto Divisie de tendens dat clubs de broekriem wat strakker moeten aanhalen, maar ik denk dat het helemaal geen probleem is. Zoals het evenmin slecht zou zijn als het semiprofessionalisme terugkeert in de voetballerij. Voor de clubs is dat een realistische optie, terwijl het ook voor voetballers niet nadelig hoeft te zijn. Als je ziet hoeveel tijd je naast het voetbal overhoudt... Ik verbaas me soms erover dat veel jongens zich niet breder oriënteren. Ik heb mijn CIOS-diploma en Trainer/Coach 1 gehaald, terwijl ik af en toe werk voor een evenementenbureau. Het is belangrijk om naast het voetbal actief te blijven, omdat het van het ene op het andere moment afgelopen kan zijn. Relativeren is niet vanzelfsprekend als je jong bent, maar je leert het zodra je geconfronteerd wordt met dingen die er werkelijk toe doen. Zoals de Nieuwjaarsbrand ook mij heeft veranderd, hoever ik er relatief ook vanaf sta.

Het beeld dat van voetballers geschetst wordt, vind ik niet altijd terecht. Natuurlijk verschilt dat per individu, maar het is een misverstand te denken dat wij nergens een mening over hebben en slechts in ons eigen wereldje leven. Het publiek denkt dat we tegen een balletje trappen en de rest van de dag in aandelen handelen. Onzin. Aan dat cliché voldoe ik in elk geval niet, Ik hou me wel degelijk bezig met wereld- en maatschappelijke problemen. Essentieel is echter dat ik vanzelfsprekend geen enkele invloed kan uitoefenen op welke ramp of politiek conflict dan ook, hoe graag ik dat ook zou willen. Ik steun Greenpeace en andere goede doelen, meer kan ik niet doen. Zoals ik heel goed kan begrijpen dat de grote vedettes zich ook niet altijd mengen in nationale discussies. Dat wil niet zeggen dat een voetballer geen standpunt inneemt, maar zijn mening is in feite net zo onbelangrijk als die van ieder ander. Voetballers zijn net mensen.’
Geschreven door: Sjoerd Mossou
Bron: Voetbal International
Tussen de jonkies van FC Volendam overschrijdt slechts één basisspeler het aantal van honderd wedstrijden in het betaalde voetbal. Aanvoerder Misha Salden (27) mislukte bij Haarlem, maar knokte zich via de amateurs van Hilversum terug. Een bevlogen prof over zelfkritiek, respect en De Ramp

‘Een deceptie, die rode kaart tegen Fortuna Sittard van vorige week woensdag. De trainer had ons gewaarschuwd voor de intimidaties van Jan van Halst, maar ik wist in het betreffende duel niet eens om wie het ging. Ik lag op mijn rug, voelde wat en reageerde in een reflex. Volgens mij was het absoluut geen schoppende beweging, maar feit blijft dat je de ploeg en de club benadeelt. Ontzettend teleurstellend, omdat we er goed voor stonden en in de thuiswedstrijd lieten zien dat we echt niet minder zijn dan Fortuna. Dan voel je je verantwoordelijk, maar ik betwijfel of een dergelijke actie per se onprofessioneel is. Het blijft een reflex.

Het is ontzettend zonde dat we ons zaterdag tegen FC Zwolle niet hebben kunnen revancheren. Maar dat neemt niet weg dat we een perfect seizoen hebben gespeeld. We hebben ons bewezen als een hecht team, dat constant beseft dat het keihard moet werken om resultaten te behalen. Alleen doen we dat niet met doorsnee vechtvoetbal, maar door een sterk ontwikkeld positiespel. Tik-tik-tik, iedere situatie wordt opgelost met de combinatie. Op de trainingen wordt veel aandacht besteed aan positiespelletjes en partijvormen, dat zie je in het veld duidelijk terug. Omdat we het nog wel eens te ver willen doorvoeren, is het onze kracht en zwakte tegelijk.

Met zoveel jonge spelers uit het tweede en de amateurs, heb je vooraf niet al te hoge verwachtingen van een seizoen. Maar we hadden helemaal niets te verliezen, slechter dan afgelopen jaar kon niet. Ik kwam aan het begin van het seizoen 1999/2000 nieuw bij de groep. Ik speelde bij de amateurs van Hilversum, na vijf seizoenen bij Haarlem te hebben gevoetbald. Daardoor bekijk je alles iets meer van een afstandje. Het randgebeuren was ronduit dramatisch, Er gebeurden rare dingen binnen de club, met die affaire rond Peter van de Rijt en het dreigende faillissement als dieptepunt. In de kleedkamer wordt daar natuurlijk veel over gesproken, zeker als met medespelers vervolgens afspraken niet worden nagekomen. En er uiteindelijk veel ervaren jongens moeten vertrekken.
Spelers zoals Ab Persijn speelden hier geloof ik al hun hele leven, maar dergelijke jongens werden bij wijze van bezuiniging wél weggestuurd. Dat vreet aan zo’n groep. Heel lang wordt geroepen dat het geen invloed mag hebben op het voetbal, maar dat heeft het natuurlijk wel. Toch heb ik geen moment gedacht: was ik maar lekker bij de amateurs gebleven. Het betaalde voetbal is altijd mijn ambitie geweest, ik heb nooit spijt gehad van mijn komst naar Volendam. De malaise trof mij ook niet persoonlijk. Bovendien had ik het bij Haarlem allemaal al meegemaakt: financiële problemen, ontslagen spelers en trainers.

Dat ik niet geslaagd ben bij Haarlem, kan ik in de eerste plaats mezelf verwijten. Ik heb bij die club mijn kwaliteiten nu eenmaal niet optimaal benut. Bovendien had ik misschien wat meer van me af moeten bijten. Ik werd van links naar rechts door het elftal gesleept. Misha hoor je toch niet, dacht de trainer dan. Om me vervolgens doodleuk rechtsback te zetten. Mijn kwaliteiten liggen toch echt op het middenveld, maar ik hield mijn mond. Begrijp me goed, ik wil altijd spelen en zal me altijd schikken naar de trainer en het elftal. Maar als je wekenlang rechtsback staat, is het logisch dat je op een gegeven moment geen progressie meer boekt.

Bij Haarlem klikte het sowieso zelden tussen spelers en trainers. Met Piet Keur, Barry van Galen en Dries Boussatta hadden we echt wel goede spelers, maar ieder jaar weer bungelden we onderin de Toto Divisie. Jongens haalden niet het maximale uit hun kwaliteiten, net zoals ik. Momenteel ben ik op alle fronten een betere voetballer dan destijds, daar kan ik moeilijk andere mensen de schuld van geven. Ik heb dan ook vooral revanche gehaald op mezelf, dat geeft een lekker gevoel.

In mijn laatste seizoen bij Haarlem ben ik niet bepaald netjes behandeld, De club was gedwongen te bezuinigen en moest van een aantal spelers af. Voor mij werd een ontslagprocedure aangevraagd. Ik begrijp best dat een club soms veroordeeld is tot dergelijke maatregelen, maar de manier waarop was niet chique. Als argument voor mijn ontslag werd aangevoerd dat ik nooit aangetoond had dat ik van toegevoegde waarde was voor de club. Ik had in die vijf jaar nooit een positieve impuls gegeven en niet aangetoond dat ik het niveau aankon. Daar kwam het op neer, terwijl ik nota bene drie jaar lang basisspeler was geweest. In dat opzicht ben ik in de maling genomen, dat deed pijn.


© Georges van Wensveen

De spelersvakbond VVCS heeft het ontslag aangevochten en uiteindelijk werd ik in het gelijk gesteld, ik mocht nog een jaar blijven. Het ging me echter om het principe en ben weggegaan bij Haarlem. Ik heb nog gezocht naar een profclub, maar die liggen niet voor het oprapen in de kelder van het betaalde voetbal, dus ik koos voor Hilversum. Het werd een geweldig jaar, waarin we de nationale amateurbeker wonnen en het kampioenschap op het nippertje misliepen. Het plezier in het voetbal kreeg ik weer helemaal terug. Ik gaf dat jaar gymlessen op een middelbare school, dat sloot haarfijn aan bij mijn CIOS-diploma en het beviel uitstekend. Maar het betaalde voetbal heb ik nooit uit mijn hoofd gezet.

Mijn winnende doelpunt in de laatste minuut tegen Haarlem gaf dit seizoen een geweldig gevoel, dat kan ik moeilijk ontkennen. Steek die maar in je zak, denk je dan. Maar het is vooral een bewijs voor jezelf dat je toch wel aardig kan voetballen. Zoals ook de periodetitel fantastisch was, het was helemaal nieuw voor me om voor de prijzen te spelen. De sfeer binnen het team en de club is zó positief, dat is echt een verademing voor me. Het onderlinge respect is ontzettend groot, dat kan niet bepaald iedere ploeg zeggen. Hoe negatief sommige tegenstanders elkaar soms coachen, dat kan ik me bij ons absoluut niet voorstellen.

Alles wat we dit seizoen hebben bereikt staat hoe dan ook in de schaduw van De Ramp. Dat heeft zo’n indruk gemaakt... Al ben ik zelf dan Zaandammer, je gaat in één klap heel anders tegen het leven aankijken. Het is opeens niet meer vanzelfsprekend om thuis te komen en je vrouw en dochters gezond aan te treffen. Dat besef groeit enorm na zo’n gebeurtenis. Terwijl het voetbal al helemaal betrekkelijk wordt. Ik was op vakantie toen het gebeurde, je schrikt je kapot. Dan hoor je de namen van slachtoffers: Kwakman, Veerman, Tol. Veelal familieleden van mensen binnen de club. Ik ben gelijk gaan bellen, maar niemand was bereikbaar. Het was een heel verwarrende periode. Nog steeds word je regelmatig geconfronteerd met de gevolgen van die nieuwjaarsnacht, ontmoet je mensen met wie het nog steeds helemaal niet goed is. Toen we onze eerste wedstrijd na de ramp speelden, zwaaiden we zoals gewoonlijk naar onze groep fanatieke supporters. Dan raakt het je ontzettend diep dat een aantal van hen er niet meer bij is, jongens of meisjes voor wie de club heel veel betekende. Het is op zulke momenten een voorrecht om voetballer te zijn, omdat je de mensen een beetje afleiding kunt geven. Een stukje plezier. Hoe klein het in verhouding ook is.

De club is sindsdien alleen maar hechter geworden, iedereen is nog meer naar elkaar toegegroeid. Je hoort weleens dat Volendammers stug en kritisch zijn, maar zo ervaar ik dat absoluut niet. De betrokkenheid is juist enorm. Toen het vorig seizoen slecht ging, liepen de mensen bij een tegendoelpunt soms regelrecht van de tribune af. Het deed de supporters oprecht pijn dat het team niet presteerde, zoals nu iedereen opleeft dankzij de successen. Het bestuur verdient een groot compliment voor de manier waarop de club gezond is gemaakt. Ik ga ervan uit dat we volgend seizoen weer kunnen meespelen om een periodetitel, we hebben laten zien dat we voldoende kwaliteit hebben. De verwachtingen zullen wat hoger zijn, maar je merkt bij de mensen in het dorp dat ze vooral ontzettend blij zijn met het verloop van dit seizoen. Niemand had op een vijfde plaats gerekend.

Momenteel zie je in de hele Toto Divisie de tendens dat clubs de broekriem wat strakker moeten aanhalen, maar ik denk dat het helemaal geen probleem is. Zoals het evenmin slecht zou zijn als het semiprofessionalisme terugkeert in de voetballerij. Voor de clubs is dat een realistische optie, terwijl het ook voor voetballers niet nadelig hoeft te zijn. Als je ziet hoeveel tijd je naast het voetbal overhoudt... Ik verbaas me soms erover dat veel jongens zich niet breder oriënteren. Ik heb mijn CIOS-diploma en Trainer/Coach 1 gehaald, terwijl ik af en toe werk voor een evenementenbureau. Het is belangrijk om naast het voetbal actief te blijven, omdat het van het ene op het andere moment afgelopen kan zijn. Relativeren is niet vanzelfsprekend als je jong bent, maar je leert het zodra je geconfronteerd wordt met dingen die er werkelijk toe doen. Zoals de Nieuwjaarsbrand ook mij heeft veranderd, hoever ik er relatief ook vanaf sta.

Het beeld dat van voetballers geschetst wordt, vind ik niet altijd terecht. Natuurlijk verschilt dat per individu, maar het is een misverstand te denken dat wij nergens een mening over hebben en slechts in ons eigen wereldje leven. Het publiek denkt dat we tegen een balletje trappen en de rest van de dag in aandelen handelen. Onzin. Aan dat cliché voldoe ik in elk geval niet, Ik hou me wel degelijk bezig met wereld- en maatschappelijke problemen. Essentieel is echter dat ik vanzelfsprekend geen enkele invloed kan uitoefenen op welke ramp of politiek conflict dan ook, hoe graag ik dat ook zou willen. Ik steun Greenpeace en andere goede doelen, meer kan ik niet doen. Zoals ik heel goed kan begrijpen dat de grote vedettes zich ook niet altijd mengen in nationale discussies. Dat wil niet zeggen dat een voetballer geen standpunt inneemt, maar zijn mening is in feite net zo onbelangrijk als die van ieder ander. Voetballers zijn net mensen.’

Terug