Oude doos

Artikelen - Algemeen - seizoen 2000-2001 - Monoloog: Henk Wisman
Volendam, woensdag 14 juni 2000
Uit eigenwijsheid verliet hij het grote Ajax voor het zieltogende FC Amsterdam. En door louter toeval werd hij trainer van De Zwarte Schapen. De ambitie om het te maken in het betaalde voetbal is voor Henk Wisman (43) echter een lang gekoesterde wens. Die kans krijgt hij nu. Bij FC Volendam. Op het nulpunt.

Uiteraard was ik blij verrast toen Volendam aan de telefoon hing, al ben ik wel altijd rekening blijven houden met het betaalde voetbal. Twee jaar geleden was ik er ook al eens dichtbij. Ik heb toen met Telstar gesproken, maar zij kozen uiteindelijk voor Henny Lee. Het betaalde voetbal is altijd mijn streven geweest, sinds ik als piepjonge trainer bij De Zwarte Schapen vier keer achtereen kampioen werd en plezier in het trainen begon te krijgen. En als je vervolgens ook nog goede resultaten boekt in de top van de amateurs, dan wordt dat alleen maar sterker. Omdat iedereen wil weten waar zijn grenzen liggen. Ook ik. Daarom is juist déze uitdaging zo interessant. Ik wil weleens zien of ik in staat ben om hij een club die zowel financieel als sportief vanaf het nulpunt moet beginnen iets op te bouwen.

Als trainer ben ik in het betaalde voetbal natuurlijk een onbekende. Bij de topamateurs niet. De successen die ik heb geboekt bij De Zwarte Schapen, Quick Boys, Zeeburgia, Zilvermeeuwen en Rijsburgse Boys staan aardig op mijn cv. Dat was voor Volendam, hoorde ik van bestuurslid technische zaken Cees Kick, ook een van de redenen mij aan te trekken. Hoewel de tendens is dat clubs kiezen voor bekendere namen of trainers met een rijk verleden als voetballet. Bij Volendam was ik samen met Jan Everse en Willem Leushuis kandidaat, die wèl die ervaring hebben. Maar ik denk dat mijn achtergrond als fysiotherapeut èn succesvol amateurtrainer de doorslag heeft gegeven. Samen met het gegeven dat ik het, in tegenstelling tot Everse, wèl als een enorme uitdaging zie om van niets iets te maken. En ik ben het in Katwijk gewend om in een met Volendam vergelijkbare gemeenschap te werken. Even klein, even hecht, dezelfde cultuur. Ik zal dus niet zo snel voor verrassingen komen te staan.

Niet dat ik overal maar ja op had gezegd, maar ik zag dit als een kans die ik met beide handen moest aangrijpen. Ik moet wel ergens perspectief en mogelijkheden in zien. Ik realiseer me ook donders goed dat je eerste jaar in het betaalde voetbal succesvol moet zijn. Zo niet, dan word je, zeker als je wat minder bekend bent, razendsnel afgeserveerd. Je moet meteen scoren, al is duidelijk dat je bij het huidige Volendam vooral naar de langere termijn moet kijken. Je mag en kunt hier niet meteen resultaat en successen verwachten. Maar dat zal iedereen kunnen begrijpen.

Het beeld dat ik van Volendam had was natuurlijk niet onverdeeld positief: een club met ontzettend veel problemen. Het ontslag van Dick de Boer, het vertrek van Andries Jonker, de perikelen rond Peter van de Rijt, de roddel en achterklap, een dreigend faillissement, de verkoop van het stadion... Niet dat het inmiddels allemaal geweldig is, maar ik heb wèl de indruk dat het huidige bestuur, dat er nu een maand of drie zit, de zaken organisatorisch aardig op de rails heeft staan. Er heerst betrekkelijke rust en dat is goed. De geluiden van de supporterskant zijn ook veel positiever dan de voorbije jaren. Dat heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat Volendam zich de komende jaren — noodgedwongen — voornamelijk zal richten op talent uit de regio en vooral ook het dorp zelf.

Financieel is er niks mogelijk. Dat weet ik. Straks misschien wel, als er van de huidige groep nog een aantal spelers afvalt. René Binken, Ab Persijn, Arnold Nijkamp, Joeri Molenaar. Niet de minsten. In dat opzicht is het afwachten hoe hun jonge en onervaren opvolgers het zullen doen. Maar ik zie dat helemaal zitten. Dat is toch ook een uitdaging? Veel mensen zullen best sceptisch zijn, maar ik denk dat hier volop eer te behalen is. En dan heb ik het vooral over de langere termijn. Oké, ik heb slechts voor één jaar getekend, maar de afspraak is dat we na een paar maanden met elkaar rond de tafel gaan zitten. En als blijkt dat het klikt, zullen we eventueel overgaan tot verlengen. Lijkt me ook logisch. We kunnen niet gaan roepen dat we wel even voor een periode gaan.

Inderdaad, over de samenstelling van de selectie is nog geen duidelijkheid. En het eerste jaar van een nieuweling in het betaalde voetbal moet dus top zijn. Dat, gevoegd bij het recente verleden van de club, gaf natuurlijk best reden tot twijfel. Maar na hard nadenken voelde ik toch: doen! Ten eerste omdat de mogelijkheden niet voor het oprapen liggen, maar bovendien omdat Volendam toch van oudsher een club is waar met eigen jongens iets van te maken is. Daarbij het huidige bestuur ècht een goeie indruk. Rustig, reëel en met de blik op de lange termijn gericht. Persoonlijk zou ik heel tevreden zijn als deze ploeg attractief voetbal laat zien, als het plezier in het spelletje terugkomt en we geregeld onze puntjes pakken. Kortom, een goeie basis leggen voor de toekomst.

Uiteraard wordt er op de club nog altijd volop gesproken over de gebeurtenissen van afgelopen seizoen. Maar ik heb me daar zoveel mogelijk voor afgesloten. Omdat ik met een schone lei wil beginnen. Ik ben niet geïnteresseerd in wat er in het verleden heeft plaatsgehad. Wat heeft het nou voor zin om kritiek te leveren op De Boer, Jonker of Van de Rijt? Als de voorbereiding straks begint, zal een ieder bij de club het verleden dan ook als het verleden moet beschouwen. Sluiten dat boek.

Weinig mensen zullen zich mij als voetballer nog herinneren. Ik ben begonnen bij Ajax. Acht jaar in de jeugd gespeeld tot en met het tweede elftal. Simon Tahamata, Robbie Kok, Henkie van Zanten, dat waren mijn generatiegenoten. In die periode speelde ik ook twee seizoenen in de UEFA-jeugd, samen met onder anderen Martien Vreijsen, Johnny Dusbaba, Leen Swanenburg en Frans Hoek. Uit eigenwijsheid ben ik bij Ajax vertrokken. Ik ging fysiotherapie studeren, maar Ajax wilde me een contract van vijfduizend gulden bruto aanbieden. Ik wilde dat moment eigenlijk nog wat uitstellen, omdat ik serieus met mijn studie bezig wilde zijn. Ik heb nog wel even met Kraay, de toenmalige trainer, gesproken. Maar omdat ik diverse andere mogelijkheden had, heb ik toen heel eigenwijs voor FC Amsterdam gekozen. Natuurlijk ook omdat ik daar betere kansen zag om meteen in het eerste te komen. Nee, niet omdat ik zag dat ik het toch niet zou redden bij Ajax. Ik was UEFA-international! Top van Nederland in mijn leeftijdsklasse. De kans dat ik het zou hebben gered, was dus heel reëel. Nee, het was pure eigenwijsheid. Achteraf zou je inderdaad kunnen zeggen: was dat wel zo’n verstandige keuze? Maar ik heb er absoluut geen spijt van.

Bij FC Amsterdam heb ik vier jaar gevoetbald, onder Pim van de Meent en Tonny Bruins Slot. Eerst in het tweede elftal, vervolgens in het eerste. Helaas was FC Amsterdam op dat moment een aflopende zaak. Vervolgens ben ik nog een jaar uitgeleend aan SC Amersfoort, maar dat was helemaal voetbal in de marge. Ik kon er een contract tekenen, maar daar had ik geen trek in, terwijl FC Amsterdam niet meer met mij verder wilde. Op dat moment heb ik besloten om er een punt achter te zetten en mijn studie af te maken. Ik was toen 24. En opnieuw had ik geen spijt. Omdat ik zelf dat besluit heb genomen.

Ik ben toen bij De Zwarte Schapen gaan voetballen. Lekker ballen en studeren wilde ik, meer niet. Maar na een jaar vroegen ze me trainer te worden. Waarom weet ik nog steeds niet precies. Waarschijnlijk vanwege mijn achtergrond als prof en mijn opleiding. Voordien had ik ook nooit die ambitie. Door de omstandigheden die daar waren, ben ik als trainer ook een geheel eigen manier van werken gaan ontwikkelen. Immers, ik was een piepjonge trainer en had te maken met tal van gasten met heel veel levenservaring en afkomstig uit een bepaald milieu. Dat wil zeggen dat ik in mijn manier van leidinggeven heel eerlijk, duidelijk en consequent moest zijn.

Het heeft nog wel een tijdje geduurd voordat ik mezelf echt realiseerde: dit is het. Ik had ook geen diploma’s. Alles ging onder het mom van een stroman. Maar resultaten kwamen er. Vier maal achtereen kampioen. Op dat moment raakte ik ook begiftigd. En ben ik de cursussen Trainer/Coach 3, 2 en 1 achter elkaar gaan doen. En toen werd het helemaal leuk. Spelers individueel beter maken. Die gave heb ik. Zoals ik het ook in me heb om het aanwezige potentieel tot volle wasdom te laten komen.

Na mijn vertrek bij De Zwarte Schapen werd ik ook benaderd door Haarlem en Telstar, om bij respectievelijk Hans van Doorneveld en Cor van der Hart assistent te worden. Maar met een tweede elftal voor één man en een halve paardenkop spelen, trok me totaal niet. Ik was inmiddels in de top van het amateurvoetbal beland en dat was veel aantrekkelijker. Goed voetbal, voor drieduizend man. Als trainer heb je er ook veel meer aan om te werken bij clubs zoals Quick Boys of Rijsburgse Boys, met alle druk van dien.

Ik heb lang moeten wachten tot ik eindelijk werd toegelaten tot de cursus Coach Betaald Voetbal, die aanvankelijk maar eens in de drie jaar plaatshad. Twee keer werd ik afgewezen. Heel vervelend, omdat je zo in je carrière wordt belemmerd. Dat heeft me best geïrriteerd. De cursus was leerzaam. Vooral door de gesprekken met mijn medecursisten: Jan Wouters, Jan van Dijk, Frans Adelaar, Gertje Kruys, Toon Beijer. Terwijl ook Ruud Gullit en Ronald Koeman vanuit de elitecursus regelmatig kwamen buurten. Zoals ook mijn stage bij Foppe de Haan in Heerenveen, vooral in fysiologisch opzicht, heel bevestigend voor me was. Vervolgens zie je al je collega’s mooie banen krijgen. Maar ik heb altijd het vertrouwen gehouden dat mijn kans zou komen. Het is alleen jammer dat ik dit seizoen met Rijnsburgse Boys niet meer dan tweede ben geworden, achter Katwijk. Ik had graag met een titel afscheid genomen van de amateurs. Want ondanks al die kampioenschappen en periodetitels die ik heb behaald, had een afsluitende titel nog mooi op mijn visitekaartje gepast. Niet dan?’
Geschreven door: Geert Jan Darwinkel
Bron: Voetbal International
Uit eigenwijsheid verliet hij het grote Ajax voor het zieltogende FC Amsterdam. En door louter toeval werd hij trainer van De Zwarte Schapen. De ambitie om het te maken in het betaalde voetbal is voor Henk Wisman (43) echter een lang gekoesterde wens. Die kans krijgt hij nu. Bij FC Volendam. Op het nulpunt.

Uiteraard was ik blij verrast toen Volendam aan de telefoon hing, al ben ik wel altijd rekening blijven houden met het betaalde voetbal. Twee jaar geleden was ik er ook al eens dichtbij. Ik heb toen met Telstar gesproken, maar zij kozen uiteindelijk voor Henny Lee. Het betaalde voetbal is altijd mijn streven geweest, sinds ik als piepjonge trainer bij De Zwarte Schapen vier keer achtereen kampioen werd en plezier in het trainen begon te krijgen. En als je vervolgens ook nog goede resultaten boekt in de top van de amateurs, dan wordt dat alleen maar sterker. Omdat iedereen wil weten waar zijn grenzen liggen. Ook ik. Daarom is juist déze uitdaging zo interessant. Ik wil weleens zien of ik in staat ben om hij een club die zowel financieel als sportief vanaf het nulpunt moet beginnen iets op te bouwen.

Als trainer ben ik in het betaalde voetbal natuurlijk een onbekende. Bij de topamateurs niet. De successen die ik heb geboekt bij De Zwarte Schapen, Quick Boys, Zeeburgia, Zilvermeeuwen en Rijsburgse Boys staan aardig op mijn cv. Dat was voor Volendam, hoorde ik van bestuurslid technische zaken Cees Kick, ook een van de redenen mij aan te trekken. Hoewel de tendens is dat clubs kiezen voor bekendere namen of trainers met een rijk verleden als voetballet. Bij Volendam was ik samen met Jan Everse en Willem Leushuis kandidaat, die wèl die ervaring hebben. Maar ik denk dat mijn achtergrond als fysiotherapeut èn succesvol amateurtrainer de doorslag heeft gegeven. Samen met het gegeven dat ik het, in tegenstelling tot Everse, wèl als een enorme uitdaging zie om van niets iets te maken. En ik ben het in Katwijk gewend om in een met Volendam vergelijkbare gemeenschap te werken. Even klein, even hecht, dezelfde cultuur. Ik zal dus niet zo snel voor verrassingen komen te staan.

Niet dat ik overal maar ja op had gezegd, maar ik zag dit als een kans die ik met beide handen moest aangrijpen. Ik moet wel ergens perspectief en mogelijkheden in zien. Ik realiseer me ook donders goed dat je eerste jaar in het betaalde voetbal succesvol moet zijn. Zo niet, dan word je, zeker als je wat minder bekend bent, razendsnel afgeserveerd. Je moet meteen scoren, al is duidelijk dat je bij het huidige Volendam vooral naar de langere termijn moet kijken. Je mag en kunt hier niet meteen resultaat en successen verwachten. Maar dat zal iedereen kunnen begrijpen.

Het beeld dat ik van Volendam had was natuurlijk niet onverdeeld positief: een club met ontzettend veel problemen. Het ontslag van Dick de Boer, het vertrek van Andries Jonker, de perikelen rond Peter van de Rijt, de roddel en achterklap, een dreigend faillissement, de verkoop van het stadion... Niet dat het inmiddels allemaal geweldig is, maar ik heb wèl de indruk dat het huidige bestuur, dat er nu een maand of drie zit, de zaken organisatorisch aardig op de rails heeft staan. Er heerst betrekkelijke rust en dat is goed. De geluiden van de supporterskant zijn ook veel positiever dan de voorbije jaren. Dat heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat Volendam zich de komende jaren — noodgedwongen — voornamelijk zal richten op talent uit de regio en vooral ook het dorp zelf.

Financieel is er niks mogelijk. Dat weet ik. Straks misschien wel, als er van de huidige groep nog een aantal spelers afvalt. René Binken, Ab Persijn, Arnold Nijkamp, Joeri Molenaar. Niet de minsten. In dat opzicht is het afwachten hoe hun jonge en onervaren opvolgers het zullen doen. Maar ik zie dat helemaal zitten. Dat is toch ook een uitdaging? Veel mensen zullen best sceptisch zijn, maar ik denk dat hier volop eer te behalen is. En dan heb ik het vooral over de langere termijn. Oké, ik heb slechts voor één jaar getekend, maar de afspraak is dat we na een paar maanden met elkaar rond de tafel gaan zitten. En als blijkt dat het klikt, zullen we eventueel overgaan tot verlengen. Lijkt me ook logisch. We kunnen niet gaan roepen dat we wel even voor een periode gaan.

Inderdaad, over de samenstelling van de selectie is nog geen duidelijkheid. En het eerste jaar van een nieuweling in het betaalde voetbal moet dus top zijn. Dat, gevoegd bij het recente verleden van de club, gaf natuurlijk best reden tot twijfel. Maar na hard nadenken voelde ik toch: doen! Ten eerste omdat de mogelijkheden niet voor het oprapen liggen, maar bovendien omdat Volendam toch van oudsher een club is waar met eigen jongens iets van te maken is. Daarbij het huidige bestuur ècht een goeie indruk. Rustig, reëel en met de blik op de lange termijn gericht. Persoonlijk zou ik heel tevreden zijn als deze ploeg attractief voetbal laat zien, als het plezier in het spelletje terugkomt en we geregeld onze puntjes pakken. Kortom, een goeie basis leggen voor de toekomst.

Uiteraard wordt er op de club nog altijd volop gesproken over de gebeurtenissen van afgelopen seizoen. Maar ik heb me daar zoveel mogelijk voor afgesloten. Omdat ik met een schone lei wil beginnen. Ik ben niet geïnteresseerd in wat er in het verleden heeft plaatsgehad. Wat heeft het nou voor zin om kritiek te leveren op De Boer, Jonker of Van de Rijt? Als de voorbereiding straks begint, zal een ieder bij de club het verleden dan ook als het verleden moet beschouwen. Sluiten dat boek.

Weinig mensen zullen zich mij als voetballer nog herinneren. Ik ben begonnen bij Ajax. Acht jaar in de jeugd gespeeld tot en met het tweede elftal. Simon Tahamata, Robbie Kok, Henkie van Zanten, dat waren mijn generatiegenoten. In die periode speelde ik ook twee seizoenen in de UEFA-jeugd, samen met onder anderen Martien Vreijsen, Johnny Dusbaba, Leen Swanenburg en Frans Hoek. Uit eigenwijsheid ben ik bij Ajax vertrokken. Ik ging fysiotherapie studeren, maar Ajax wilde me een contract van vijfduizend gulden bruto aanbieden. Ik wilde dat moment eigenlijk nog wat uitstellen, omdat ik serieus met mijn studie bezig wilde zijn. Ik heb nog wel even met Kraay, de toenmalige trainer, gesproken. Maar omdat ik diverse andere mogelijkheden had, heb ik toen heel eigenwijs voor FC Amsterdam gekozen. Natuurlijk ook omdat ik daar betere kansen zag om meteen in het eerste te komen. Nee, niet omdat ik zag dat ik het toch niet zou redden bij Ajax. Ik was UEFA-international! Top van Nederland in mijn leeftijdsklasse. De kans dat ik het zou hebben gered, was dus heel reëel. Nee, het was pure eigenwijsheid. Achteraf zou je inderdaad kunnen zeggen: was dat wel zo’n verstandige keuze? Maar ik heb er absoluut geen spijt van.

Bij FC Amsterdam heb ik vier jaar gevoetbald, onder Pim van de Meent en Tonny Bruins Slot. Eerst in het tweede elftal, vervolgens in het eerste. Helaas was FC Amsterdam op dat moment een aflopende zaak. Vervolgens ben ik nog een jaar uitgeleend aan SC Amersfoort, maar dat was helemaal voetbal in de marge. Ik kon er een contract tekenen, maar daar had ik geen trek in, terwijl FC Amsterdam niet meer met mij verder wilde. Op dat moment heb ik besloten om er een punt achter te zetten en mijn studie af te maken. Ik was toen 24. En opnieuw had ik geen spijt. Omdat ik zelf dat besluit heb genomen.

Ik ben toen bij De Zwarte Schapen gaan voetballen. Lekker ballen en studeren wilde ik, meer niet. Maar na een jaar vroegen ze me trainer te worden. Waarom weet ik nog steeds niet precies. Waarschijnlijk vanwege mijn achtergrond als prof en mijn opleiding. Voordien had ik ook nooit die ambitie. Door de omstandigheden die daar waren, ben ik als trainer ook een geheel eigen manier van werken gaan ontwikkelen. Immers, ik was een piepjonge trainer en had te maken met tal van gasten met heel veel levenservaring en afkomstig uit een bepaald milieu. Dat wil zeggen dat ik in mijn manier van leidinggeven heel eerlijk, duidelijk en consequent moest zijn.

Het heeft nog wel een tijdje geduurd voordat ik mezelf echt realiseerde: dit is het. Ik had ook geen diploma’s. Alles ging onder het mom van een stroman. Maar resultaten kwamen er. Vier maal achtereen kampioen. Op dat moment raakte ik ook begiftigd. En ben ik de cursussen Trainer/Coach 3, 2 en 1 achter elkaar gaan doen. En toen werd het helemaal leuk. Spelers individueel beter maken. Die gave heb ik. Zoals ik het ook in me heb om het aanwezige potentieel tot volle wasdom te laten komen.

Na mijn vertrek bij De Zwarte Schapen werd ik ook benaderd door Haarlem en Telstar, om bij respectievelijk Hans van Doorneveld en Cor van der Hart assistent te worden. Maar met een tweede elftal voor één man en een halve paardenkop spelen, trok me totaal niet. Ik was inmiddels in de top van het amateurvoetbal beland en dat was veel aantrekkelijker. Goed voetbal, voor drieduizend man. Als trainer heb je er ook veel meer aan om te werken bij clubs zoals Quick Boys of Rijsburgse Boys, met alle druk van dien.

Ik heb lang moeten wachten tot ik eindelijk werd toegelaten tot de cursus Coach Betaald Voetbal, die aanvankelijk maar eens in de drie jaar plaatshad. Twee keer werd ik afgewezen. Heel vervelend, omdat je zo in je carrière wordt belemmerd. Dat heeft me best geïrriteerd. De cursus was leerzaam. Vooral door de gesprekken met mijn medecursisten: Jan Wouters, Jan van Dijk, Frans Adelaar, Gertje Kruys, Toon Beijer. Terwijl ook Ruud Gullit en Ronald Koeman vanuit de elitecursus regelmatig kwamen buurten. Zoals ook mijn stage bij Foppe de Haan in Heerenveen, vooral in fysiologisch opzicht, heel bevestigend voor me was. Vervolgens zie je al je collega’s mooie banen krijgen. Maar ik heb altijd het vertrouwen gehouden dat mijn kans zou komen. Het is alleen jammer dat ik dit seizoen met Rijnsburgse Boys niet meer dan tweede ben geworden, achter Katwijk. Ik had graag met een titel afscheid genomen van de amateurs. Want ondanks al die kampioenschappen en periodetitels die ik heb behaald, had een afsluitende titel nog mooi op mijn visitekaartje gepast. Niet dan?’

Terug