Oude doos

Artikelen - Algemeen - seizoen 1998-1999 - Andries Jonker: 'Ik moest alles veranderen bij FC Volendam'
Volendam, woensdag 27 januari 1999
Hij werkte met meervoudig gehandicapten, moeilijk opvoedbare kinderen en allochtonen, maar staat nu voor wellicht de zwaarste klus in zijn carrière. Andries Jonker (36) krijgt als trainer anderhalf jaar de tijd om van het armlastige FC Volendam weer iets te maken. Een interview over de klasse van Louis van Gaal, de invloed van Bert van Lingen en de mentaliteit van het dorp. ‘Er zijn genoeg trainers die met mij willen ruilen.’

30 november volgde u ineens de ontslagen Dick de Boer op. Weinig mensen kenden u. Wie is Andries Jonker eigenlijk?

‘Ik ben een buitenbeentje, altijd al geweest. In de ogen van het grote publiek ben ik een trainer zonder enige ervaring, maar ik ben al een hele tijd in de voetballerij werkzaam, Als een van de weinigen zonder betaald voetbalachtergrond kwam ik met onder anderen Wim Rijsbergen, Henk ten Cate, Huub Stevens en Cees van Kooten op de cursus Oefenmeester 1. Omdat ik tijdens eerdere cursussen goede cijfers had gehaald, werd ik toegevoegd aan die groep. Het ging buitengewoon goed, ik deed niets onder voor de andere jongens en werd volledig geaccepteerd. Zonder problemen haalde ik mijn diploma. Later werd ik — óók als een van de eersten zonder profachtergrond — toegelaten tot de cursus Coach Betaald Voetbal, onder anderen met Dick de Boer, Ernie Brandts, Hennie Spijkerman, Peter Boeve en Willem Leushuis. Ook dat ging goed en ik haalde opnieuw zonder problemen mijn diploma. Nu is het makkelijk om Oefenmeester 1 en Coach Betaald Voetbal te doen, want alle toppers zijn geweest. Vergelijk de namen van de eerste cursus maar met die van de laatste.’

U was geen grote voetballer.
‘Ik was een net niet-voetballer. Ik ben begonnen bij De Volewijckers uit Amsterdam, een mooie, roemruchte club. Ik heb Piet Boogaard nog als leider gehad en heb jarenlang gespeeld met Dennis van Wijk, de zoon van Hassie van Wijk. Ik was best een talent, een grote middenvelder die veel en vaak scoorde. Ik heb het nog tot het Amsterdams elftal geschopt, met Ruud Gullit, Frank Rijkaard en Wim Kieft. Gullit en Rijkaard speelden voor DWS, Kieft al voor Ajax. Ik ben daarna bij Volendam gaan spelen, in het C-elftal. Toen had je nog elf Volendammers en vijf jongens van buiten het dorp. Ik heb me enorm moeten aanpassen, moest me de taal eigen maken, want dat echte Volendams was niet te verstaan. Het was het seizoen 1979/’80, organisatorisch was de club een chaos. Volendam had geloof ik vier trainers onder contract en in november werden ineens alle jongens van buiten Volendam weggestuurd. Toen ben ik maar teruggegaan naar De Volewijckers. Later heb ik nog in Amsterdam bij De Meer en bij ZFC uit Zaandam gespeeld. Op m’n 26ste stopte ik met voetballen. Prof worden — mijn droom — zat er toch niet meer in. En ik had inmiddels mijn Oefenmeester 1 gehaald.’

Dus werd u trainer?
‘Dat wilde ik al langer. Toen ik nog bij Volendam speelde, was ik begonnen aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding. Een loodzware combinatie, omdat de school geen rekening wenste te houden met mijn eventuele voetbalcarrière, zoals dat nu wèl gebeurt. Maar ik heb het afgemaakt. In militaire dienst werd ik sportinstructeur en eigenlijk voor de lol ben ik toen jeugdtrainer geworden bij De Meer. Jeffrey Kooistra, die nu bij Helmond Sport speelt, was een pupil van me. Vervolgens trainde ik twee jaar de jeugd van ZFC, voordat ik als hoofdtrainer aan de slag ging bij het Amsterdamse DRC. Als 26-jarige kreeg ik te maken met moeilijke jongens, ze hadden allemaal een grote mond. Sommigen hadden in tien jaar acht clubs versleten. Maar het klikte wonderwel, ik had er een goede tijd. Ik begon het trainen steeds leuker te vinden.’

U gaf uw vaste baan in het onderwijs op en trad in dienst van de KNVB.
‘De KNVB zocht een STK-medewerker, Sport-Technisch Kader. Ik heb zomaar Henk van de Wetering gebeld, die ik nog kende van de cursus, en ik ben er ingestapt. Het onderwijs trok me niet meer. Ik had er moeite mee dat mensen op school verschenen en tijdens de eerste les al begonnen over de vakantie, die pas zes weken later zou beginnen. Bij de KNVB begon ik bij de afdeling Haarlem, later ging ik naar Amsterdam. Ik had een breed takenpakket. Ik was trainer van de regioselecties, gaf cursussen en probeerde het kader bij de amateurclubs van dienst te zijn. In Amsterdam moest ik de relatie met Ajax herstellen, want die was heel slecht. Het lukte. Met Co Adriaanse (destijds directeur opleidingen van Ajax, red.) had ik een prima contact en samen met hem en andere collega’s organiseerde ik de coachdag, die nu nog steeds bestaat. Allerlei amateurtrainers komen dan een dag bij Ajax kijken. Dat was een bekroning van mijn werk. Bovendien stelde Ajax weer spelers beschikbaar voor de regioselecties, mochten we er trainen op het kunstgrasveld en bij afgelastingen speelden we tegen jeugdteams van Ajax. Ik heb een mooie tijd gehad bij de KNVB. Ben met Jong Oranje naar Toulon geweest, heb gewerkt met Johan Neeskens, Rinus Israel en Hans Dorjee, maar op een gegeven moment werd de papierberg te groot. Het werd steeds formeler, ik vond er steeds minder aan en wilde weg. Ik kon kiezen uit Feyenoord, Haarlem, Telstar en Volendam. Bij Feyenoord kon ik het tweede elftal gaan doen en de A-jeugd van de amateurtak. Bij Haarlem en Telstar kon ik hoofdtrainer worden, maar ik koos voor Volendam omdat die club het meest concreet was. Ik werd assistent, trainer van het tweede elftal èn hoofd jeugdopleidingen. Ik wilde rustig beginnen, voelde me nog niet klaar voor het hoofdtrainerschap. Maar rustig was het nooit, want je moet je als assistent de takken werken.’

Uw karakter is gevormd in het onderwijs.
‘Voor een groot deel wel. Ik heb gewerkt met moeilijk opvoedbare kinderen, meervoudig gehandicapten en allochtonen. Daar leer je van. Ik ken bijvoorbeeld de problematiek in Amsterdam met de Marokkaanse jeugd. Je moet die mentaliteit kennen. Het zijn heethoofden, zó fanatiek. Ik weet nog dat ik een klas vol Marokkanen gymles gaf. We speelden softbal. Laatste inning, beslissende punt. Die jongen slaat de bal vijftig meter weg, maar die wordt gevangen. Uit, andere partij wint. Wat denk je? Vechtpartij met zijn eigen ploeggenoten. Hoe kan die gozer die bal zo slaan? Fantastische mentaliteit, maar je moet ze wèl in het gareel houden. Ik zag de ellende met meervoudig gehandicapten. Mensen die werkelijk niets konden. Dan kun je twee dingen doen: of je neemt de problemen mee naar huis, of je draait als je thuis bent de knop om. Ik heb gekozen voor dat laatste. Je wordt harder.’

U mocht in de keuken kijken bij het Ajax van Louis van Gaal. Zijn daar uw ideeën over voetbal gevormd?
‘Mede. Ik kende Van Gaal nog van mijn werk hij de KNVB. Hij was altijd uitermate vriendelijk en geïnteresseerd in wat ik deed. Omdat je op de cursus Coach Betaald Voetbal één dag per week stage moet lopen, dacht ik gelijk aan Ajax. Het duurde lang voordat ik Van Gaal te pakken kreeg, maar op de dag dat De Meer werd gesloopt heb ik hem gesproken. Ik was van harte welkom, maar hij wilde eerst nog met me praten. Dus ik naar De Arena, was hartstikke mooi. Ik kom bij die fly-over, waar toen nog een portier stond, en zei dat ik een afspraak met Louis van Gaal had. Zegt die portier: “U bent Jonker, hè? Rij maar door”. Van Gaal vroeg me waarom ik bij Ajax stage wilde lopen. Hij zei dat hij vanwege het drukke programma toch alleen maar hersteltrainingen deed, ik kon niets leren. Anderhalf uur lang legde hij me het vuur na aan de schenen, maar ik hield vol en uiteindelijk mocht ik komen. Op zijn voorwaarden.’

En die waren?
‘Ik moest drie keer in de week de trainingen bekijken, zoveel mogelijk wedstrijden zien en ik moest hem waar nodig assisteren. Dat was nogal wat en ik vroeg me af hoe ik dat allemaal moest doen. Want verder deed ik nog de cursus en had ik mijn werk bij de KNVB. Ik heb toen besloten dat ik er een jaar voor zou gaan, want dit was een unieke kans.’

Werd u serieus genomen bij Ajax?
‘Oh absoluut. Ik kon aan iedereen altijd alles vragen en kreeg altijd antwoord. Waarom maak je het vierkant niet groter? Waarom doe je dit? Het ijs brak tussen Louis en mij na Nederland-Brazilië in De Arena. Nederland speelde voor het eerst met twee spitsen en ik vroeg aan Van Gaal wat-ie ervan vond. Hij zei: “Dat ga ik jou niet vertellen, want jij gaat van de week weer met Dorjee (destijds assistent- bondscoach, red,) op pad”. Ik zei dat als hij me dat niet wilde vertellen, ik net zo goed géén stage hoefde te lopen. Je vertrouwt me of niet, zei ik. Daarna heeft-ie tot in detail zijn mening gegeven. Ik werd bij Ajax behandeld als de andere trainers en mocht deelnemen aan de nabesprekingen. Dan discussieerde ik met Van Gaal, Van der Lem en Hoek over het elftal, het voetbal. Louis liet mij vaak als eerste mijn mening geven en dan brandde de discussie los. Bij hem moet je geen onzin vertellen. Van Gaal waardeerde me. Ik ging mee op trainingskamp voor een Europa Cup-wedstrjd en deed wat analyses. In januari mocht ik stoppen van de cursus, maar ik heb het seizoen afgemaakt. Mijn examentraining heb ik bij Ajax gedaan en toen zorgde Louis ervoor dat er een paar A-contractspelers meededen. De hele technische staf kwam kijken, dat deed me wel wat.’

Wat heeft u specifiek van Louis van Gaal geleerd?
‘Ik hik nergens meer tegenaan, want ik heb het werken in de top scherp geanalyseerd. En ik ben beter geworden als trainer. Van Louis van Gaal heb ik ook vooral geleerd dat je scherp moet coachen. Iedere bal moest goed worden ingespeeld, anders legde hij gewoon de training stil. Hij stelde hoge eisen, want alleen op die manier worden voetballers beter.’

U bent een kloon van Van Gaal.
‘Absoluut niet! Ik heb van alles en iedereen wat opgestoken. Ook van mijn eigen voetbalachtergrond en van mijn opleiding aan de ALO, waar ik psychologie en pedagogie leerde en zodoende inzichten in mensen kreeg. En in Zeist heb ik bijvoorbeeld enorm veel geleerd van Bert van Lingen.’

Van Bert van Lingen...?
‘Van Bert van Lingen, ja, dat hoor je goed. Die man is een topper in het trainbaar maken van voetballen. Wat Cruijif en Jansen in jullie blad aangaven, is precies wat Bert van Lingen al jaren doet. Je constateert wat fout zit in je ploeg, dus moet je dat gaan trainen. Eigenlijk zijn Van Gaal, Cruijff en Jansen het gewoon met Van Lingen eens, maar op één of andere manier wordt er nooit waardering uitgesproken voor die man. Waarom denk je dat Dick Advocaat Van Lingen meeneemt naar Glasgow Rangers? Heus niet omdat-ie zo’n aardige vent is, maar gewoon omdat hij kwaliteit heeft. Maar ik ben geen imitator van Van Gaal of Van Lingen. Ik ben mezelf, maar ben wèl verrijkt door de ideeën van die twee en door mijn persoonlijke achtergrond.’

Sinds november bent u hoofdtrainer. U nam het over van Dick de Boer en won prompt drie keer op rij. Wat heeft u anders gedaan?
Alles, echt alles. We zaten met FC Volendam in een spiraal die snel naar beneden ging. Ik ben begonnen de spelers uit te leggen dat het krediet bij iedereen op was. Ik heb twee jongens uit het tweede naar de A-selectie gehaald, de speelwijze en de inhoud van de trainingen veranderd, en heb de besprekingen op een andere tijd en locatie gehouden. Carel Bartele uit het tweede heb ik tijdens mijn eerste training meteen de goede kleur overgooier gegeven en achter Boogers opgesteld. En dan zie je de spelers denken: hè, wat gaat-ie nou doen? Ik heb ook veel moeite gedaan ’m te trainen. Dus met het slechte weer zijn we veel naar de kust geweest om toch maar een goed veld te vinden. Toen onze wedstrijd tegen Heracles werd afgekeurd, speelden we nog dezelfde avond een oefenpotje in de kuststreek. Moet je eens bij voetballers flikken... Vraag maar eens aan Boogers en Gentile wat ze daarvan vonden. Maar het moest. Ik heb alles veranderd om het anders te doen.’

U zag dus als assistent al wat er fout zat. Heeft u het daar dan nooit met Dick de Boer over gehad?
Natuurlijk wel, ik heb met Dick heel goed samengewerkt en heb tot op de laatste dag mijn mening kunnen geven. Maar Dick was de eindverantwoordelijke. En als hij het in bepaalde spelers niet zag zitten, hield het op. Dick had vertrouwen in zijn speelwijze, tot het einde aan toe.’

Pijnlijk voor De Boer dat u met uw speelwijze — met drie spitsen — won van Emmen, Heracles Almelo en TOP Oss.
‘Dat is het vervelendste van ons huidige succes.’

U kiest geen gemakkelijke club om uw carrière als hoofdtrainer in het betaalde voetbal te beginnen.
Aan de andere kant kun je ook redeneren dat het alleen maar beter kan. Kijk, trainers zoals ik, zonder betaald voetbalachtergrond, krijgen maar één kans in het profvoetbal. Ik begreep Jan Reker dat de gemiddelde trainer anderhalf jaar in het betaalde voetbal zit, daarna valt-ie eruit. Het moet gelijk goed gaan, dus moet je afwegen wanneer je er instapt. Ik vind dat we een goeie selectie hebben. En weet ik dat er in het tweede talent loopt en ik ken de talenten uit de opleiding. Ik weet dat er toekomst zit in deze club. Er zijn genoeg trainers die met mij willen ruilen.’

Ook u krijgt te maken met de mentaliteit van het dorp.
‘Weet ik, daarom ben ik niet in Volendam gaan wonen. Ik heb toen ik hier begon getwijfeld of ik in Volendam een huis moest kopen, maar mensen binnen de club hebben me dat afgeraden. Die mentaliteit is wel typisch, ja. Voorbeeldje: vorig seizoen won Volendam A1van PSV A1. PSV was gaarslecht, vonden de mensen. Dat is het hele verhaal. Als FC Volendam wint van Ajax, was Ajax slecht. Wordt het gelijk, dan had Volendam moeten winnen en verliest Volendam, dan was Volendam helemaal niks. In principe is het hier nooit goed.’

Dick de Boer werd kapotgemaakt door zijn eigen dorpsgenoten.
‘Dat is walgelijk. Voetbal is en blijft een spel, maar is toch geen reden om iemand te beschadigen? Op een gegeven moment ging het niet meer met Dick, dat was heel erg. Veel mensen hebben zich ook afgevraagd of het het wel waard was om als persoon zóveel van jezelf in te leveren voor je werk. Maar Dick ging door.’

Welke sponsor staat garant voor uw ontslag?
‘Wat moet ik nou met zo’n vraag? Ik denk niet aan ontslag, maar ik begrijp wat je bedoelt. De club heeft geen geld, dus wordt alles buiten de club om gefinancierd, ook het ontslag van Dick.’

U werkt bij een club die volgend seizoen misschien niet meer bestaat.
‘Zo somber zie ik het niet in. Volendam is een club met traditie. Voor mijn gevoel gaat zo’n club nooit kapot, omdat er altijd mensen zijn die dat óók vinden en die over geld beschikken.’

Moet een armlastige club zoals FC Volendam niet plaatsmaken voor een financieel gezonde nieuwkomer zoals Sporting Flevoland?
Absoluut niet! Volendam heeft bestaansrecht, is een stukje Nederlandse voetbalcultuur. Deze club speelt altijd verzorgd, aanvallend voetbal. Bracht talenten voort zoals de gebroeders Mühren en Wim Jonk. Niemand wil FC Volendam toch kapot hebben? Overal is er sympathie. Vitesse schonk ons de opbrengst van onze bekerwedstrijd daar en ook bij Ajax zamelden ze geld in. De gemeente Volendam-Edam is deze club dank verschuldigd en daarom moet er snel een oplossing komen. Kijk eens naar dit stadion, dit complex. Dat kan toch allemaal nooit zomaar weg?’

Hebben die financiële sores hun weerslag op uw spelers?
‘Er is een periode geweest dat spelers loten moesten verkopen, naar winkelcentra moesten voor bepaalde acties. Dat hield de gemoederen enorm bezig. Maar de laatste twee maanden is het salaris op tijd overgemaakt. Het is nog niet helemaal voorbij, maar ook de spelersgroep heeft het gevoel dat ik heb: FC Volendam gaat nooit verloren.’

Hoe belangrijk zijn daarom de recente overwinningen?
‘Ontzettend belangrijk. Iedereen lacht weer. De terreinknecht heeft zin om het veld te rollen, de schoonmakers hebben zin om te poetsen, de mensen op kantoor verkopen lachend kaartjes en de man in het spelershome schenkt met plezier in. Ze doen het weer ergens voor. Alles valt of staat met de prestaties op het veld. Altijd zo geweest.’

FC Volendam staat achtste. Wat is de doelstelling voor de tweede helft van de competitie?
‘Ik heb twee doelstellingen geformuleerd. Ten eerste willen we het publiek aan ons binden. We zullen altijd hard werken, want dat zien ze hier graag, omdat Volendammers zelf ook hard werken. Ten tweede vind ik dat Volendam elke wedstrijd moet spelen om te winnen, omdat we daar de kwaliteiten voor hebben. Er is geen tegenstander waarvan ik zeg: we moeten blij zijn met een gelijkspel.’

Dus de nacompetitie is haalbaar?
‘Hou op zeg! Laat ik daarover maar mijn mond houden, want Volendam komt echt uit de drek. Anderhalf jaar ellende is niet niks. Ik zeg niets over prijzen, maar ik durf wel te zeggen dat wij van iedereen kunnen winnen.’

U mag het technische beleid voor de lange termijn invullen, maar u tekent slechts voor anderhalf jaar.
‘Dick de Boer hebben ze drie jaar gegeven... Er is binnen de club een soort angst dat het wéér mis zou kunnen gaan. Na die anderhalf jaar is er altijd nog de mogelijkheid om met elkaar door te gaan. En voor mij is dit een mooie kans. Ik heb het bestuur slechts één ding verteld: de doelstelling voor volgend seizoen moet wèl gekoppeld worden aan de kwaliteit van de spelersgroep. Er zijn genoeg collega’s gestruikeld over doelstellingen die niet pasten bij de kwaliteiten van de spelersgroep. Daar pas ik voor.’
Geschreven door: Martijn Krabbendam
Bron: Voetbal International
Hij werkte met meervoudig gehandicapten, moeilijk opvoedbare kinderen en allochtonen, maar staat nu voor wellicht de zwaarste klus in zijn carrière. Andries Jonker (36) krijgt als trainer anderhalf jaar de tijd om van het armlastige FC Volendam weer iets te maken. Een interview over de klasse van Louis van Gaal, de invloed van Bert van Lingen en de mentaliteit van het dorp. ‘Er zijn genoeg trainers die met mij willen ruilen.’

30 november volgde u ineens de ontslagen Dick de Boer op. Weinig mensen kenden u. Wie is Andries Jonker eigenlijk?

‘Ik ben een buitenbeentje, altijd al geweest. In de ogen van het grote publiek ben ik een trainer zonder enige ervaring, maar ik ben al een hele tijd in de voetballerij werkzaam, Als een van de weinigen zonder betaald voetbalachtergrond kwam ik met onder anderen Wim Rijsbergen, Henk ten Cate, Huub Stevens en Cees van Kooten op de cursus Oefenmeester 1. Omdat ik tijdens eerdere cursussen goede cijfers had gehaald, werd ik toegevoegd aan die groep. Het ging buitengewoon goed, ik deed niets onder voor de andere jongens en werd volledig geaccepteerd. Zonder problemen haalde ik mijn diploma. Later werd ik — óók als een van de eersten zonder profachtergrond — toegelaten tot de cursus Coach Betaald Voetbal, onder anderen met Dick de Boer, Ernie Brandts, Hennie Spijkerman, Peter Boeve en Willem Leushuis. Ook dat ging goed en ik haalde opnieuw zonder problemen mijn diploma. Nu is het makkelijk om Oefenmeester 1 en Coach Betaald Voetbal te doen, want alle toppers zijn geweest. Vergelijk de namen van de eerste cursus maar met die van de laatste.’

U was geen grote voetballer.
‘Ik was een net niet-voetballer. Ik ben begonnen bij De Volewijckers uit Amsterdam, een mooie, roemruchte club. Ik heb Piet Boogaard nog als leider gehad en heb jarenlang gespeeld met Dennis van Wijk, de zoon van Hassie van Wijk. Ik was best een talent, een grote middenvelder die veel en vaak scoorde. Ik heb het nog tot het Amsterdams elftal geschopt, met Ruud Gullit, Frank Rijkaard en Wim Kieft. Gullit en Rijkaard speelden voor DWS, Kieft al voor Ajax. Ik ben daarna bij Volendam gaan spelen, in het C-elftal. Toen had je nog elf Volendammers en vijf jongens van buiten het dorp. Ik heb me enorm moeten aanpassen, moest me de taal eigen maken, want dat echte Volendams was niet te verstaan. Het was het seizoen 1979/’80, organisatorisch was de club een chaos. Volendam had geloof ik vier trainers onder contract en in november werden ineens alle jongens van buiten Volendam weggestuurd. Toen ben ik maar teruggegaan naar De Volewijckers. Later heb ik nog in Amsterdam bij De Meer en bij ZFC uit Zaandam gespeeld. Op m’n 26ste stopte ik met voetballen. Prof worden — mijn droom — zat er toch niet meer in. En ik had inmiddels mijn Oefenmeester 1 gehaald.’

Dus werd u trainer?
‘Dat wilde ik al langer. Toen ik nog bij Volendam speelde, was ik begonnen aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding. Een loodzware combinatie, omdat de school geen rekening wenste te houden met mijn eventuele voetbalcarrière, zoals dat nu wèl gebeurt. Maar ik heb het afgemaakt. In militaire dienst werd ik sportinstructeur en eigenlijk voor de lol ben ik toen jeugdtrainer geworden bij De Meer. Jeffrey Kooistra, die nu bij Helmond Sport speelt, was een pupil van me. Vervolgens trainde ik twee jaar de jeugd van ZFC, voordat ik als hoofdtrainer aan de slag ging bij het Amsterdamse DRC. Als 26-jarige kreeg ik te maken met moeilijke jongens, ze hadden allemaal een grote mond. Sommigen hadden in tien jaar acht clubs versleten. Maar het klikte wonderwel, ik had er een goede tijd. Ik begon het trainen steeds leuker te vinden.’

U gaf uw vaste baan in het onderwijs op en trad in dienst van de KNVB.
‘De KNVB zocht een STK-medewerker, Sport-Technisch Kader. Ik heb zomaar Henk van de Wetering gebeld, die ik nog kende van de cursus, en ik ben er ingestapt. Het onderwijs trok me niet meer. Ik had er moeite mee dat mensen op school verschenen en tijdens de eerste les al begonnen over de vakantie, die pas zes weken later zou beginnen. Bij de KNVB begon ik bij de afdeling Haarlem, later ging ik naar Amsterdam. Ik had een breed takenpakket. Ik was trainer van de regioselecties, gaf cursussen en probeerde het kader bij de amateurclubs van dienst te zijn. In Amsterdam moest ik de relatie met Ajax herstellen, want die was heel slecht. Het lukte. Met Co Adriaanse (destijds directeur opleidingen van Ajax, red.) had ik een prima contact en samen met hem en andere collega’s organiseerde ik de coachdag, die nu nog steeds bestaat. Allerlei amateurtrainers komen dan een dag bij Ajax kijken. Dat was een bekroning van mijn werk. Bovendien stelde Ajax weer spelers beschikbaar voor de regioselecties, mochten we er trainen op het kunstgrasveld en bij afgelastingen speelden we tegen jeugdteams van Ajax. Ik heb een mooie tijd gehad bij de KNVB. Ben met Jong Oranje naar Toulon geweest, heb gewerkt met Johan Neeskens, Rinus Israel en Hans Dorjee, maar op een gegeven moment werd de papierberg te groot. Het werd steeds formeler, ik vond er steeds minder aan en wilde weg. Ik kon kiezen uit Feyenoord, Haarlem, Telstar en Volendam. Bij Feyenoord kon ik het tweede elftal gaan doen en de A-jeugd van de amateurtak. Bij Haarlem en Telstar kon ik hoofdtrainer worden, maar ik koos voor Volendam omdat die club het meest concreet was. Ik werd assistent, trainer van het tweede elftal èn hoofd jeugdopleidingen. Ik wilde rustig beginnen, voelde me nog niet klaar voor het hoofdtrainerschap. Maar rustig was het nooit, want je moet je als assistent de takken werken.’

Uw karakter is gevormd in het onderwijs.
‘Voor een groot deel wel. Ik heb gewerkt met moeilijk opvoedbare kinderen, meervoudig gehandicapten en allochtonen. Daar leer je van. Ik ken bijvoorbeeld de problematiek in Amsterdam met de Marokkaanse jeugd. Je moet die mentaliteit kennen. Het zijn heethoofden, zó fanatiek. Ik weet nog dat ik een klas vol Marokkanen gymles gaf. We speelden softbal. Laatste inning, beslissende punt. Die jongen slaat de bal vijftig meter weg, maar die wordt gevangen. Uit, andere partij wint. Wat denk je? Vechtpartij met zijn eigen ploeggenoten. Hoe kan die gozer die bal zo slaan? Fantastische mentaliteit, maar je moet ze wèl in het gareel houden. Ik zag de ellende met meervoudig gehandicapten. Mensen die werkelijk niets konden. Dan kun je twee dingen doen: of je neemt de problemen mee naar huis, of je draait als je thuis bent de knop om. Ik heb gekozen voor dat laatste. Je wordt harder.’

U mocht in de keuken kijken bij het Ajax van Louis van Gaal. Zijn daar uw ideeën over voetbal gevormd?
‘Mede. Ik kende Van Gaal nog van mijn werk hij de KNVB. Hij was altijd uitermate vriendelijk en geïnteresseerd in wat ik deed. Omdat je op de cursus Coach Betaald Voetbal één dag per week stage moet lopen, dacht ik gelijk aan Ajax. Het duurde lang voordat ik Van Gaal te pakken kreeg, maar op de dag dat De Meer werd gesloopt heb ik hem gesproken. Ik was van harte welkom, maar hij wilde eerst nog met me praten. Dus ik naar De Arena, was hartstikke mooi. Ik kom bij die fly-over, waar toen nog een portier stond, en zei dat ik een afspraak met Louis van Gaal had. Zegt die portier: “U bent Jonker, hè? Rij maar door”. Van Gaal vroeg me waarom ik bij Ajax stage wilde lopen. Hij zei dat hij vanwege het drukke programma toch alleen maar hersteltrainingen deed, ik kon niets leren. Anderhalf uur lang legde hij me het vuur na aan de schenen, maar ik hield vol en uiteindelijk mocht ik komen. Op zijn voorwaarden.’

En die waren?
‘Ik moest drie keer in de week de trainingen bekijken, zoveel mogelijk wedstrijden zien en ik moest hem waar nodig assisteren. Dat was nogal wat en ik vroeg me af hoe ik dat allemaal moest doen. Want verder deed ik nog de cursus en had ik mijn werk bij de KNVB. Ik heb toen besloten dat ik er een jaar voor zou gaan, want dit was een unieke kans.’

Werd u serieus genomen bij Ajax?
‘Oh absoluut. Ik kon aan iedereen altijd alles vragen en kreeg altijd antwoord. Waarom maak je het vierkant niet groter? Waarom doe je dit? Het ijs brak tussen Louis en mij na Nederland-Brazilië in De Arena. Nederland speelde voor het eerst met twee spitsen en ik vroeg aan Van Gaal wat-ie ervan vond. Hij zei: “Dat ga ik jou niet vertellen, want jij gaat van de week weer met Dorjee (destijds assistent- bondscoach, red,) op pad”. Ik zei dat als hij me dat niet wilde vertellen, ik net zo goed géén stage hoefde te lopen. Je vertrouwt me of niet, zei ik. Daarna heeft-ie tot in detail zijn mening gegeven. Ik werd bij Ajax behandeld als de andere trainers en mocht deelnemen aan de nabesprekingen. Dan discussieerde ik met Van Gaal, Van der Lem en Hoek over het elftal, het voetbal. Louis liet mij vaak als eerste mijn mening geven en dan brandde de discussie los. Bij hem moet je geen onzin vertellen. Van Gaal waardeerde me. Ik ging mee op trainingskamp voor een Europa Cup-wedstrjd en deed wat analyses. In januari mocht ik stoppen van de cursus, maar ik heb het seizoen afgemaakt. Mijn examentraining heb ik bij Ajax gedaan en toen zorgde Louis ervoor dat er een paar A-contractspelers meededen. De hele technische staf kwam kijken, dat deed me wel wat.’

Wat heeft u specifiek van Louis van Gaal geleerd?
‘Ik hik nergens meer tegenaan, want ik heb het werken in de top scherp geanalyseerd. En ik ben beter geworden als trainer. Van Louis van Gaal heb ik ook vooral geleerd dat je scherp moet coachen. Iedere bal moest goed worden ingespeeld, anders legde hij gewoon de training stil. Hij stelde hoge eisen, want alleen op die manier worden voetballers beter.’

U bent een kloon van Van Gaal.
‘Absoluut niet! Ik heb van alles en iedereen wat opgestoken. Ook van mijn eigen voetbalachtergrond en van mijn opleiding aan de ALO, waar ik psychologie en pedagogie leerde en zodoende inzichten in mensen kreeg. En in Zeist heb ik bijvoorbeeld enorm veel geleerd van Bert van Lingen.’

Van Bert van Lingen...?
‘Van Bert van Lingen, ja, dat hoor je goed. Die man is een topper in het trainbaar maken van voetballen. Wat Cruijif en Jansen in jullie blad aangaven, is precies wat Bert van Lingen al jaren doet. Je constateert wat fout zit in je ploeg, dus moet je dat gaan trainen. Eigenlijk zijn Van Gaal, Cruijff en Jansen het gewoon met Van Lingen eens, maar op één of andere manier wordt er nooit waardering uitgesproken voor die man. Waarom denk je dat Dick Advocaat Van Lingen meeneemt naar Glasgow Rangers? Heus niet omdat-ie zo’n aardige vent is, maar gewoon omdat hij kwaliteit heeft. Maar ik ben geen imitator van Van Gaal of Van Lingen. Ik ben mezelf, maar ben wèl verrijkt door de ideeën van die twee en door mijn persoonlijke achtergrond.’

Sinds november bent u hoofdtrainer. U nam het over van Dick de Boer en won prompt drie keer op rij. Wat heeft u anders gedaan?
Alles, echt alles. We zaten met FC Volendam in een spiraal die snel naar beneden ging. Ik ben begonnen de spelers uit te leggen dat het krediet bij iedereen op was. Ik heb twee jongens uit het tweede naar de A-selectie gehaald, de speelwijze en de inhoud van de trainingen veranderd, en heb de besprekingen op een andere tijd en locatie gehouden. Carel Bartele uit het tweede heb ik tijdens mijn eerste training meteen de goede kleur overgooier gegeven en achter Boogers opgesteld. En dan zie je de spelers denken: hè, wat gaat-ie nou doen? Ik heb ook veel moeite gedaan ’m te trainen. Dus met het slechte weer zijn we veel naar de kust geweest om toch maar een goed veld te vinden. Toen onze wedstrijd tegen Heracles werd afgekeurd, speelden we nog dezelfde avond een oefenpotje in de kuststreek. Moet je eens bij voetballers flikken... Vraag maar eens aan Boogers en Gentile wat ze daarvan vonden. Maar het moest. Ik heb alles veranderd om het anders te doen.’

U zag dus als assistent al wat er fout zat. Heeft u het daar dan nooit met Dick de Boer over gehad?
Natuurlijk wel, ik heb met Dick heel goed samengewerkt en heb tot op de laatste dag mijn mening kunnen geven. Maar Dick was de eindverantwoordelijke. En als hij het in bepaalde spelers niet zag zitten, hield het op. Dick had vertrouwen in zijn speelwijze, tot het einde aan toe.’

Pijnlijk voor De Boer dat u met uw speelwijze — met drie spitsen — won van Emmen, Heracles Almelo en TOP Oss.
‘Dat is het vervelendste van ons huidige succes.’

U kiest geen gemakkelijke club om uw carrière als hoofdtrainer in het betaalde voetbal te beginnen.
Aan de andere kant kun je ook redeneren dat het alleen maar beter kan. Kijk, trainers zoals ik, zonder betaald voetbalachtergrond, krijgen maar één kans in het profvoetbal. Ik begreep Jan Reker dat de gemiddelde trainer anderhalf jaar in het betaalde voetbal zit, daarna valt-ie eruit. Het moet gelijk goed gaan, dus moet je afwegen wanneer je er instapt. Ik vind dat we een goeie selectie hebben. En weet ik dat er in het tweede talent loopt en ik ken de talenten uit de opleiding. Ik weet dat er toekomst zit in deze club. Er zijn genoeg trainers die met mij willen ruilen.’

Ook u krijgt te maken met de mentaliteit van het dorp.
‘Weet ik, daarom ben ik niet in Volendam gaan wonen. Ik heb toen ik hier begon getwijfeld of ik in Volendam een huis moest kopen, maar mensen binnen de club hebben me dat afgeraden. Die mentaliteit is wel typisch, ja. Voorbeeldje: vorig seizoen won Volendam A1van PSV A1. PSV was gaarslecht, vonden de mensen. Dat is het hele verhaal. Als FC Volendam wint van Ajax, was Ajax slecht. Wordt het gelijk, dan had Volendam moeten winnen en verliest Volendam, dan was Volendam helemaal niks. In principe is het hier nooit goed.’

Dick de Boer werd kapotgemaakt door zijn eigen dorpsgenoten.
‘Dat is walgelijk. Voetbal is en blijft een spel, maar is toch geen reden om iemand te beschadigen? Op een gegeven moment ging het niet meer met Dick, dat was heel erg. Veel mensen hebben zich ook afgevraagd of het het wel waard was om als persoon zóveel van jezelf in te leveren voor je werk. Maar Dick ging door.’

Welke sponsor staat garant voor uw ontslag?
‘Wat moet ik nou met zo’n vraag? Ik denk niet aan ontslag, maar ik begrijp wat je bedoelt. De club heeft geen geld, dus wordt alles buiten de club om gefinancierd, ook het ontslag van Dick.’

U werkt bij een club die volgend seizoen misschien niet meer bestaat.
‘Zo somber zie ik het niet in. Volendam is een club met traditie. Voor mijn gevoel gaat zo’n club nooit kapot, omdat er altijd mensen zijn die dat óók vinden en die over geld beschikken.’

Moet een armlastige club zoals FC Volendam niet plaatsmaken voor een financieel gezonde nieuwkomer zoals Sporting Flevoland?
Absoluut niet! Volendam heeft bestaansrecht, is een stukje Nederlandse voetbalcultuur. Deze club speelt altijd verzorgd, aanvallend voetbal. Bracht talenten voort zoals de gebroeders Mühren en Wim Jonk. Niemand wil FC Volendam toch kapot hebben? Overal is er sympathie. Vitesse schonk ons de opbrengst van onze bekerwedstrijd daar en ook bij Ajax zamelden ze geld in. De gemeente Volendam-Edam is deze club dank verschuldigd en daarom moet er snel een oplossing komen. Kijk eens naar dit stadion, dit complex. Dat kan toch allemaal nooit zomaar weg?’

Hebben die financiële sores hun weerslag op uw spelers?
‘Er is een periode geweest dat spelers loten moesten verkopen, naar winkelcentra moesten voor bepaalde acties. Dat hield de gemoederen enorm bezig. Maar de laatste twee maanden is het salaris op tijd overgemaakt. Het is nog niet helemaal voorbij, maar ook de spelersgroep heeft het gevoel dat ik heb: FC Volendam gaat nooit verloren.’

Hoe belangrijk zijn daarom de recente overwinningen?
‘Ontzettend belangrijk. Iedereen lacht weer. De terreinknecht heeft zin om het veld te rollen, de schoonmakers hebben zin om te poetsen, de mensen op kantoor verkopen lachend kaartjes en de man in het spelershome schenkt met plezier in. Ze doen het weer ergens voor. Alles valt of staat met de prestaties op het veld. Altijd zo geweest.’

FC Volendam staat achtste. Wat is de doelstelling voor de tweede helft van de competitie?
‘Ik heb twee doelstellingen geformuleerd. Ten eerste willen we het publiek aan ons binden. We zullen altijd hard werken, want dat zien ze hier graag, omdat Volendammers zelf ook hard werken. Ten tweede vind ik dat Volendam elke wedstrijd moet spelen om te winnen, omdat we daar de kwaliteiten voor hebben. Er is geen tegenstander waarvan ik zeg: we moeten blij zijn met een gelijkspel.’

Dus de nacompetitie is haalbaar?
‘Hou op zeg! Laat ik daarover maar mijn mond houden, want Volendam komt echt uit de drek. Anderhalf jaar ellende is niet niks. Ik zeg niets over prijzen, maar ik durf wel te zeggen dat wij van iedereen kunnen winnen.’

U mag het technische beleid voor de lange termijn invullen, maar u tekent slechts voor anderhalf jaar.
‘Dick de Boer hebben ze drie jaar gegeven... Er is binnen de club een soort angst dat het wéér mis zou kunnen gaan. Na die anderhalf jaar is er altijd nog de mogelijkheid om met elkaar door te gaan. En voor mij is dit een mooie kans. Ik heb het bestuur slechts één ding verteld: de doelstelling voor volgend seizoen moet wèl gekoppeld worden aan de kwaliteit van de spelersgroep. Er zijn genoeg collega’s gestruikeld over doelstellingen die niet pasten bij de kwaliteiten van de spelersgroep. Daar pas ik voor.’

Terug