Oude doos

Artikelen - Algemeen - seizoen 1996-1997 - Cees Marbus bij toeval in Volendam
Volendam, woensdag 26 februari 1997
[b]Cees Marbus (28) ontsnapte op 2 november 1996 diverse keren aan de dood en hij vraagt zich af het toeval hem redde. Het leven laat zich niet naar de hand zetten, concludeert hij. Dat viel hem al op toen hij in Deventer tot zijn verbazing profvoetballer werd. In Volendam is hij de opvolger van de nu al onsterfelijke Robert Molenaar. Ook dat is toeval, volgens Marbus.[/b

Cees Marbus ligt wat te doezelen als zijn vriendin de luxe Japanner de snelweg op stuurt. Ze komen van Amsterdam, het is nog een kilometer of tien naar Deventer. Op De Adelaarshorst zullen de spelers van Go Ahead Eagles zich verzamelen voor de busreis naar Leeuwarden: Cambuur wacht. Nu Deventer nadert, wrijft Marbus de slaap uit zijn ogen. Langzaam komt de lange verdediger bij zijn positieven. Zijn vriendin drukt het gaspedaal in, de Japanner zoekt de linker rijstrook. Rechts rijdt een Volvo. Marbus ziet de linkerachterband van de Volvo roken. Een klapband? De Japanner glijdt voorbij de Volvo. Marbus kijkt rechts naast zich: de bestuurster trapt op de rem. De Volvo trekt naar rechts. De Japanner is bijna gepasseerd. De Volvo vliegt naar links, Marbus voelt een knal in de achterflank.

De Japanner tolt anderhalf keer rond, de neus in tegengestelde rijrichting. Marbus kijkt tegemoetkomende bestuurders in de ogen. De Japanner schuift wat door en rolt tergend langzaam de weg af. Marbus ziet auto’s langs zich schieten. De Japanner komt tot stilstand in de zachte berm, centimeters voor een talud van zes meter diep. Rechts ziet Marbus kilometerpaal 83.1. En hij vraagt zich af hoe vaak hij deze luttele seconden aan de dood is ontsnapt. Het ongeluk op de A1, zaterdag 2 november 1996, vraagt geen slachtoffers.

Met de schrik vrijgekomen reist Marbus verder naar Deventer. Daar blijkt dat de spelersbus al naar Leeuwarden is vertrokken. Zijn vriendin keert terug naar Amsterdam. Marbus stapt bij een bestuurslid in de auto, is op tijd in Leeuwarden en doet gewoon een warming-up. Het is een bijzondere wedstrijd; broer Bram verdedigt aan de overzijde de Friese kleuren. Vader en moeder zijn speciaal gekomen vanuit Noordwijk. De wedstrijd is achttien minuten oud, een hoge bal landt rechts in de defensie van Cambuur. Verdediger Jelle de Vries gaat het kopduel aan. Cees Marbus springt, voelt een klap op zijn achterhoofd, slikt zijn tong in en stort bewusteloos neer. Paniek. Clubarts en fysiotherapeut slagen er in de tong uit zijn keel te wrikken. Pas drie kwartier later komt Marbus weer bij en hij verbaast zich over de heisa rond de brancard. Hij ziet zijn ouders en heeft geen flauw benul van wat er is gebeurd. Wel weet Marbus dat hij nog nooit zo’n heerlijke rust heeft gevoeld, als tijdens de drie kwartier bewusteloosheid. ‘Wat een zalig roesje was dat zegt Marbus. ‘Achteraf ga je je afvragen hoever je weg was. Is dit gewoon bewusteloosheid? Is dit een bijna-dood-ervaring? Zo erg zal het niet zijn geweest. Toch, die rust... Zou dat de dood zijn?’

De wind blaast door zijn lange haar. De ogen zijn zachtmoedig, de lach is aanstekelijk. Het gezicht, ongeschoren, zit vol getekende lijnen. Dan komt hij terug op de dag dat hij twee keer door het oog van de naald kroop. ‘Het leven hangt van toevalligheden aan elkaar. Je kunt veel sturen, maar denk niet dat je het leven naar je hand kan zetten.’

Marbus deed daartoe wel pogingen, soms zelfs drastische. Als puber nam hij een beslissing waarmee hij een heel dorp in beroering bracht. De jeugdspeler van Noordwijk ging voetballen voor Quick Boys in Katwijk. Hij trok zich niets aan van decennia oude burentwisten tussen de twee grootmachten in het zaterdagvoetbal. ‘Ik was de eerste Noordwijker die in Katwijk ging voetballen. Mijn vader kreeg allemaal telefoontjes uit het dorp over waar zoonlief mee bezig was. Wat moet ik een eigenwijs ventje zijn geweest. Na twee jaar ging ik terug naar Noordwijk, omdat een plek in het eerste van Quick Boys er niet in zat. Hans van der Zee, toen trainer in Katwijk, zei me dat hij koos voor een oudere voorstopper. Tien jaar later haalt diezelfde Van der Zee mij naar Volendam. Zo word ik toch weer door het toeval ingehaald.’

Vanuit Noordwijk vertrok Marbus vervolgens naar Deventer. Om te gaan studeren aan de Hogere Landbouwschool, niet om te voetballen. Wel had zijn Noordwijkse trainer nog wat oude connecties in Deventer en regelde dat Marbus twee avonden per week mee mocht trainen bij Go Ahead Eagles. Na twee seizoenen leverde Marbus dat, tot zijn eigen verbazing, een contract op. De student kreeg plotseling een voetbalcarrière in de schoot geworpen. En hij trof in Deventer bovendien een bijzondere lichting voetballers. Met onder anderen Mark Schenning, Paul Bosvelt en Marco Heering promoveerde Go Ahead in 1992 en handhaafde zich bovendien. De jaren erop werd zelfs voorzichtig gelonkt naar Europees voetbal, totdat de club afgelopen seizoen degradeerde.


© Kees van Hoogdalem

'Ik vermoed dat na deze plek een putdiep ravijn loert en de salarissen weer een forse deuk krijgen'

Natuurlijk spreekt Marbus van mooie Deventer jaren. ‘Maar van de ploeg van vier jaar terug is bijna niemand meer over. Na dit seizoen is Dennis Hulshoff de enige nog. Straks zien ze me nog als ouwe lul, dacht ik. Dat moet je voor zijn. Bij mijn afscheid in Deventer kreeg ik van de elftalbegeleider een boekje, Dansen tussen vreugde en verdriet. Vreugde omdat ik een mooie transfer had, verdriet om na zeven-en-een-half jaar te vertrekken. Overdenkingen om ‘s avonds met een kopje thee tot je te nemen. Dat doe ik dan ook.’

Cees Marbus was niet de eerste gegadigde om de leemte die Robert Molenaar achter liet, op te vullen. Elroy Krombeer (FC Zwolle) en Marco Gentile (MVV) stonden bovenaan het verlanglijstje van Van der Zee, maar werden te duur bevonden. Daarom kwam Marbus voor 4,5 ton vanuit Deventer en tekende voor 3,5 jaar. Dat hij geen eerste keus is, vormt voor de Noordwijker geen reden tot piekeren. Het is vooral weer het onvoorspelbare toeval, waar hij zijn hoofd over breekt. ‘Ik herinner me dat we met Go Ahead vorig jaar twee keer ten onrechte van Volendam verloren. Voor hetzelfde geld was Volendam in plaats van Go Ahead gedegradeerd. Dan was Robert Molenaar dus nooit Man of the Match in Leeds geworden. En had ik nooit voor Volendam gevoetbald.’

De transfer zorgt ervoor dat Marbus nu man in bonus is. De voorstopper praat niet in keiharde cijfers, maar geeft wel toe dat zijn salaris sinds vorig jaar mei een paar keer over de kop is gegaan. De aanbieding uit Volendam verzekert hem van een aangename oude dag. Tijdens de contractbesprekingen in Volendam rolden getallen over tafel, die hem normaal hadden doen duizelen. Maar een mens verandert als hij twee keer de dood in de ogen heeft gekeken. Marbus.’

‘Mijn kop zat niet in het geld. Ik stond erboven, keek er van een afstandje naar. Ik relativeer tegenwoordig makkelijk. Geld is mooi maar je neemt het niet mee de kist in.’

Op de Hogere Landbouwschool hield Marbus zich vooral bezig met handel en bedrijfseconomie. Van financiën heeft hij dus wel enig verstand. ‘Ik behoor tot de eerste generatie voetballers van een gemiddeld niveau, die wat overhoudt aan het voetbal. Het is duidelijk dat ik sinds het afgelopen seizoen niet ineens een veel betere speler ben geworden. Dus moet je concluderen dat het voetbalwereldje op dit moment knettergek is. De prijs voor voetbal wordt enorm opgeschroefd, terwijl de kwaliteit niet verbetert. Blijft de consument betalen? Ik vermoed dat na deze piek een putdiep ravijn loert en de salarissen weer een forse deuk krijgen.’

Voor de afgestudeerde hbo’er ligt er ongetwijfeld een mooie management-job te wachten in de voetballerij. ‘Denk je? Ik ben een landbouwer, mijn vader is bollenkweker Daar ligt mijn hart ook. Misschien kan ik best wat als manager in het voetbal, maar geef mij maar de plantjes en de bolletjes. Van jongs af aan snij ik al gladiolen. Lekker op de knieën, planten poten, onkruid wieden. De radio op de achtergrond. Heerlijke ontspanning.’

De cirkel is rond, zei grootvader Marbus, nadat Cees had getekend in vissersdorp Volendam. ‘Generaties terug zat de familie in de vis. De moeder van mijn opa verkocht vis. Uit verbalen van mijn opa ken ik het oude Noordwijk. Een gesloten gemeenschap met drie vaste waarden: geloof, werk en het voetbal. Dat dorp bestaat niet meer. Maar als ik in Volendam rondloop, heb ik soms het gevoel in het Noordwijk van mijn opa te zijn. Een Volendammer lult er niet omheen, is direct en eerlijk. De mentaliteit van een visser, Mijn opa is er ook zo een, zonder complexen, maakt van zijn hart geen moordkuil. Ik pas hier wel.’

De zaterdag in november waarop het leven een ander perspectief kreeg, veranderde zijn persoonlijkheid niet. ‘Wel valt het me op dat ik tegenwoordig geniet van spelende kinderen’, bekent Marbus. ‘Het leven wordt rijker als je beseft dat alles in één seconde voorbij kan zijn. Ook in het leven ben je afhankelijk van de binnenkant van de paal.’
Geschreven door: Henny Haggeman
Bron: Voetbal International
[b]Cees Marbus (28) ontsnapte op 2 november 1996 diverse keren aan de dood en hij vraagt zich af het toeval hem redde. Het leven laat zich niet naar de hand zetten, concludeert hij. Dat viel hem al op toen hij in Deventer tot zijn verbazing profvoetballer werd. In Volendam is hij de opvolger van de nu al onsterfelijke Robert Molenaar. Ook dat is toeval, volgens Marbus.[/b

Cees Marbus ligt wat te doezelen als zijn vriendin de luxe Japanner de snelweg op stuurt. Ze komen van Amsterdam, het is nog een kilometer of tien naar Deventer. Op De Adelaarshorst zullen de spelers van Go Ahead Eagles zich verzamelen voor de busreis naar Leeuwarden: Cambuur wacht. Nu Deventer nadert, wrijft Marbus de slaap uit zijn ogen. Langzaam komt de lange verdediger bij zijn positieven. Zijn vriendin drukt het gaspedaal in, de Japanner zoekt de linker rijstrook. Rechts rijdt een Volvo. Marbus ziet de linkerachterband van de Volvo roken. Een klapband? De Japanner glijdt voorbij de Volvo. Marbus kijkt rechts naast zich: de bestuurster trapt op de rem. De Volvo trekt naar rechts. De Japanner is bijna gepasseerd. De Volvo vliegt naar links, Marbus voelt een knal in de achterflank.

De Japanner tolt anderhalf keer rond, de neus in tegengestelde rijrichting. Marbus kijkt tegemoetkomende bestuurders in de ogen. De Japanner schuift wat door en rolt tergend langzaam de weg af. Marbus ziet auto’s langs zich schieten. De Japanner komt tot stilstand in de zachte berm, centimeters voor een talud van zes meter diep. Rechts ziet Marbus kilometerpaal 83.1. En hij vraagt zich af hoe vaak hij deze luttele seconden aan de dood is ontsnapt. Het ongeluk op de A1, zaterdag 2 november 1996, vraagt geen slachtoffers.

Met de schrik vrijgekomen reist Marbus verder naar Deventer. Daar blijkt dat de spelersbus al naar Leeuwarden is vertrokken. Zijn vriendin keert terug naar Amsterdam. Marbus stapt bij een bestuurslid in de auto, is op tijd in Leeuwarden en doet gewoon een warming-up. Het is een bijzondere wedstrijd; broer Bram verdedigt aan de overzijde de Friese kleuren. Vader en moeder zijn speciaal gekomen vanuit Noordwijk. De wedstrijd is achttien minuten oud, een hoge bal landt rechts in de defensie van Cambuur. Verdediger Jelle de Vries gaat het kopduel aan. Cees Marbus springt, voelt een klap op zijn achterhoofd, slikt zijn tong in en stort bewusteloos neer. Paniek. Clubarts en fysiotherapeut slagen er in de tong uit zijn keel te wrikken. Pas drie kwartier later komt Marbus weer bij en hij verbaast zich over de heisa rond de brancard. Hij ziet zijn ouders en heeft geen flauw benul van wat er is gebeurd. Wel weet Marbus dat hij nog nooit zo’n heerlijke rust heeft gevoeld, als tijdens de drie kwartier bewusteloosheid. ‘Wat een zalig roesje was dat zegt Marbus. ‘Achteraf ga je je afvragen hoever je weg was. Is dit gewoon bewusteloosheid? Is dit een bijna-dood-ervaring? Zo erg zal het niet zijn geweest. Toch, die rust... Zou dat de dood zijn?’

De wind blaast door zijn lange haar. De ogen zijn zachtmoedig, de lach is aanstekelijk. Het gezicht, ongeschoren, zit vol getekende lijnen. Dan komt hij terug op de dag dat hij twee keer door het oog van de naald kroop. ‘Het leven hangt van toevalligheden aan elkaar. Je kunt veel sturen, maar denk niet dat je het leven naar je hand kan zetten.’

Marbus deed daartoe wel pogingen, soms zelfs drastische. Als puber nam hij een beslissing waarmee hij een heel dorp in beroering bracht. De jeugdspeler van Noordwijk ging voetballen voor Quick Boys in Katwijk. Hij trok zich niets aan van decennia oude burentwisten tussen de twee grootmachten in het zaterdagvoetbal. ‘Ik was de eerste Noordwijker die in Katwijk ging voetballen. Mijn vader kreeg allemaal telefoontjes uit het dorp over waar zoonlief mee bezig was. Wat moet ik een eigenwijs ventje zijn geweest. Na twee jaar ging ik terug naar Noordwijk, omdat een plek in het eerste van Quick Boys er niet in zat. Hans van der Zee, toen trainer in Katwijk, zei me dat hij koos voor een oudere voorstopper. Tien jaar later haalt diezelfde Van der Zee mij naar Volendam. Zo word ik toch weer door het toeval ingehaald.’

Vanuit Noordwijk vertrok Marbus vervolgens naar Deventer. Om te gaan studeren aan de Hogere Landbouwschool, niet om te voetballen. Wel had zijn Noordwijkse trainer nog wat oude connecties in Deventer en regelde dat Marbus twee avonden per week mee mocht trainen bij Go Ahead Eagles. Na twee seizoenen leverde Marbus dat, tot zijn eigen verbazing, een contract op. De student kreeg plotseling een voetbalcarrière in de schoot geworpen. En hij trof in Deventer bovendien een bijzondere lichting voetballers. Met onder anderen Mark Schenning, Paul Bosvelt en Marco Heering promoveerde Go Ahead in 1992 en handhaafde zich bovendien. De jaren erop werd zelfs voorzichtig gelonkt naar Europees voetbal, totdat de club afgelopen seizoen degradeerde.


© Kees van Hoogdalem

'Ik vermoed dat na deze plek een putdiep ravijn loert en de salarissen weer een forse deuk krijgen'

Natuurlijk spreekt Marbus van mooie Deventer jaren. ‘Maar van de ploeg van vier jaar terug is bijna niemand meer over. Na dit seizoen is Dennis Hulshoff de enige nog. Straks zien ze me nog als ouwe lul, dacht ik. Dat moet je voor zijn. Bij mijn afscheid in Deventer kreeg ik van de elftalbegeleider een boekje, Dansen tussen vreugde en verdriet. Vreugde omdat ik een mooie transfer had, verdriet om na zeven-en-een-half jaar te vertrekken. Overdenkingen om ‘s avonds met een kopje thee tot je te nemen. Dat doe ik dan ook.’

Cees Marbus was niet de eerste gegadigde om de leemte die Robert Molenaar achter liet, op te vullen. Elroy Krombeer (FC Zwolle) en Marco Gentile (MVV) stonden bovenaan het verlanglijstje van Van der Zee, maar werden te duur bevonden. Daarom kwam Marbus voor 4,5 ton vanuit Deventer en tekende voor 3,5 jaar. Dat hij geen eerste keus is, vormt voor de Noordwijker geen reden tot piekeren. Het is vooral weer het onvoorspelbare toeval, waar hij zijn hoofd over breekt. ‘Ik herinner me dat we met Go Ahead vorig jaar twee keer ten onrechte van Volendam verloren. Voor hetzelfde geld was Volendam in plaats van Go Ahead gedegradeerd. Dan was Robert Molenaar dus nooit Man of the Match in Leeds geworden. En had ik nooit voor Volendam gevoetbald.’

De transfer zorgt ervoor dat Marbus nu man in bonus is. De voorstopper praat niet in keiharde cijfers, maar geeft wel toe dat zijn salaris sinds vorig jaar mei een paar keer over de kop is gegaan. De aanbieding uit Volendam verzekert hem van een aangename oude dag. Tijdens de contractbesprekingen in Volendam rolden getallen over tafel, die hem normaal hadden doen duizelen. Maar een mens verandert als hij twee keer de dood in de ogen heeft gekeken. Marbus.’

‘Mijn kop zat niet in het geld. Ik stond erboven, keek er van een afstandje naar. Ik relativeer tegenwoordig makkelijk. Geld is mooi maar je neemt het niet mee de kist in.’

Op de Hogere Landbouwschool hield Marbus zich vooral bezig met handel en bedrijfseconomie. Van financiën heeft hij dus wel enig verstand. ‘Ik behoor tot de eerste generatie voetballers van een gemiddeld niveau, die wat overhoudt aan het voetbal. Het is duidelijk dat ik sinds het afgelopen seizoen niet ineens een veel betere speler ben geworden. Dus moet je concluderen dat het voetbalwereldje op dit moment knettergek is. De prijs voor voetbal wordt enorm opgeschroefd, terwijl de kwaliteit niet verbetert. Blijft de consument betalen? Ik vermoed dat na deze piek een putdiep ravijn loert en de salarissen weer een forse deuk krijgen.’

Voor de afgestudeerde hbo’er ligt er ongetwijfeld een mooie management-job te wachten in de voetballerij. ‘Denk je? Ik ben een landbouwer, mijn vader is bollenkweker Daar ligt mijn hart ook. Misschien kan ik best wat als manager in het voetbal, maar geef mij maar de plantjes en de bolletjes. Van jongs af aan snij ik al gladiolen. Lekker op de knieën, planten poten, onkruid wieden. De radio op de achtergrond. Heerlijke ontspanning.’

De cirkel is rond, zei grootvader Marbus, nadat Cees had getekend in vissersdorp Volendam. ‘Generaties terug zat de familie in de vis. De moeder van mijn opa verkocht vis. Uit verbalen van mijn opa ken ik het oude Noordwijk. Een gesloten gemeenschap met drie vaste waarden: geloof, werk en het voetbal. Dat dorp bestaat niet meer. Maar als ik in Volendam rondloop, heb ik soms het gevoel in het Noordwijk van mijn opa te zijn. Een Volendammer lult er niet omheen, is direct en eerlijk. De mentaliteit van een visser, Mijn opa is er ook zo een, zonder complexen, maakt van zijn hart geen moordkuil. Ik pas hier wel.’

De zaterdag in november waarop het leven een ander perspectief kreeg, veranderde zijn persoonlijkheid niet. ‘Wel valt het me op dat ik tegenwoordig geniet van spelende kinderen’, bekent Marbus. ‘Het leven wordt rijker als je beseft dat alles in één seconde voorbij kan zijn. Ook in het leven ben je afhankelijk van de binnenkant van de paal.’

Terug