Oude doos

Artikelen - Algemeen - seizoen 2008-2009 - Melvin Platje, wat stelt het beroep profvoetballer nou voor?
Volendam, woensdag 12 november 2008
Hij had de twijfelachtige eer in één week twee keer te scoren na een handsbal. Melvin Platje (19) heeft er lak aan. De Bussummer wordt bij FC Volendam als de nieuwe Dirk Kuijt beschouwd, maar zelf denkt de aanvaller meer aan de loopbaan van zijn voormalig teamgenoot Nordin Amrabat. Een grillig talent in de wondere wereld van de voetballerij. ‘De Eredivisie is het ideale decor voor mijn creativiteit.’

‘Of ik op de uitnodiging ben ingegaan om mee te doen aan een handbaltraining? Ik heb het vorige week ook gelezen, maar heb niets officieel gehoord. Marco Beers, sterspeler van de Volendamse handbalvereniging, zei in het Noordhollands Dagblad dat ik wel een keertje met ze mag meetrainen. Het is een van de vele grappen die zijn gemaakt na mijn twee goals waarbij ik de bal met een hand beroerde (tegen Willem II en De Graafschap, red.). Ik houd van geintjes en kan dit soort dingen wel hebben. Deze reacties zijn positief bedoeld en kan ik wel waarderen, in tegenstelling tot die van sommige journalisten. Die bleven er maar op hameren dat het hands was, terwijl het voor mij op een gegeven moment klaar moet zijn. Ik heb twee keer gescoord en zowel de scheidsrechter als zijn assistenten hebben niets onreglementairs geconstateerd. Dan is er dus niets aan de hand en tellen de doelpunten. Het was geen enkel moment bewust en als de bal goed valt, moet niemand klagen. Ook al góói ik de bal in het doel: als de scheidsrechter hem telt, is het gewoon een doelpunt. Heel simpel. Mijn teamgenoten konden er in de kleedkamer ook wel om lachen. Ze noemen de Hand van God nu ook wel de Hand van Platje. Dat klinkt niet verkeerd.

De stemming was na de wedstrijd tegen De Graafschap (3-1, red.) sowieso uitgelaten omdat het onze eerste zege was. Iedereen praat alsof we toch wel laatste worden, maar dat is nergens op gebaseerd. We hadden een gigantisch lastig openingsprogramma, maar hebben wel goed partij kunnen bieden aan clubs als PSV, FC Twente en SC Heerenveen. Tegen Willem II(1-1) en De Graafschap lieten we vervolgens zien dat we niet alleen aardig kunnen voetballen, maar ook nog eens punten kunnen pakken. Het zal ongetwijfeld lastig worden, maar ik blijf veel vertrouwen houden. Daarnaast was het heerlijk zelf mijn aandeel op te eisen in de gespeelde duels. Ik weet dat ik het niveau aankan en heb het nu ook aangetoond. Het smaakt naar meer. Trainer Frans Adelaar geeft me vertrouwen en benadrukt dat ik mijn bluf niet mag verstoppen. Acties maken en laten zien dat je er bent; dat is zijn belangrijkste opdracht en meer hoef ik van een trainer ook niet te horen. Ik speel op intuïtie, werk altijd heel hard, maar heb wel de vrijheid nodig om mijn dribbels te maken. Dat de trainer me nu al Dirkie noemt, beschouw ik als een compliment. Ik jaag op de bal en geef nooit op. Adelaar heeft in het verleden bij FC Utrecht met Kuijt samengewerkt en ziet gelijkenissen tussen ons. De trainer weet dus waarover hij spreekt. Een soortgelijke carrière zie ik natuurlijk wel zitten.

Maar dat is voorlopig nog een droom, want de realiteit is dat ik net kom kijken in het betaalde voetbal. Vorig seizoen zat ik veelal op de bank bij het eerste elftal en moest ik het van de potjes met Jong FC Volendam hebben. Op maandagavond op een bijveldje in Leeuwarden, terwijl ik nu heb ervaren hoe het is uitduels met AZ, PSV en Feyenoord in volle stadions te spelen. Tot voor kort zag ik deze beelden alleen op tv, maar ze zijn werkelijkheid geworden. Ik geniet er met volle teugen van, maar het zorgt geen moment voor extra spanning. Daarvoor heb ik te veel vertrouwen in mijn eigen kwaliteiten. Natuurlijk heb ik wedstrijdspanning, maar die is vergelijkbaar met pakweg een duel dat ik met Huizen A1 tegen Noordwijk A1 speelde. Het is meer gretigheid mezelf te laten zien dan zenuwen om te falen.

Die flair heb ik overigens altijd in me gehad en heeft me ook zover gebracht. Tot mijn zeventiende speelde ik nooit voor een profclub, maar toch hield ik altijd geloof in een carrière in het betaalde voetbal. Via de amateurs van SDO in mijn woonplaats Bussum en de amateurs van FC Omniworld kwam ik op zestienjarige leeftijd in de A1 van Huizen terecht. Dat team speelde op landelijk niveau en in een talentvol elftal kwam ik samen met onder anderen Nordin Amrabat in de aanval te spelen. We werden kampioen en samen met Nordin zorgde ik voor een groot deel van de doelpunten. Hij pingelde met de bal, speelde vijf man uit en gaf hem dan voor op mij zodat ik het kon afmaken. Een succesvolle formule en het was dan ook niet verwonderlijk dat we allebei onze weg vervolgden in het betaalde voetbal. Nordin koos voor FC Omniworld, terwijl ik vertrouwen had in een mooie toekomst bij FC Volendam.

Ik kwam bij FC Volendam in de A1 terecht en kreeg al snel mijn eerste contract. Dat was voor mij het teken alles op het voetbal te gooien. Ik had de vmbo Bouwtechniek afgerond, maar was geen leerwonder. Het interesseerde me gewoon totaal niet en met mijn diploma op zak ging ik tijdelijk in een supermarkt werken. Beetje vakken vullen, maar wel op een heel vrijblijvende manier. Als ik geen zin had belde ik af en zodra ik moest voetballen was ik weg. Ik wilde profvoetballer worden en daar moest alles voor wijken. Daarbij kreeg ik de volledige steun van mijn familie en mijn vriendin Caroline. Daar ben ik ze nog altijd dankbaar voor. Ik heb twee broertjes, een tweeling van vijftien jaar, en ik ben opgegroeid in een écht mannenhuishouden. De bal stond centraal en alles werd daaromheen gepland. We voetbalden altijd op een pleintje in de buurt, mijn moeder moest echt haar best doen ons ‘s avonds binnen te krijgen. Mijn vader heeft zelf vroeger ook fanatiek gevoetbald en op het pleintje deed hij ook wel eens mee. We zijn allemaal aanvallend ingesteld, van verdedigen moeten we niets hebben. Laten andere mensen de ballen maar afpakken en bij ons inleveren, dan doen wij er wel iets leuks mee.

Mijn vader is op sportief vlak heel belangrijk voor me en begeleidt me al jaren langs de lijn. Samen met mijn oom en een vriend van hem mist hij geen duel en regelmatig geven ze me adviezen. Zowel tactisch als technisch hebben ze wel kijk op het spelletje en hoewel ik het niet altijd met ze eens ben, luister ik er wel naar. Ze motiveren me op een goede manier. Ze maken iets extra’s los en als ik het hinderlijk zou vinden, zeg ik er direct wat van. Ik vind het ook mooi dat ik mijn familie zoveel plezier kan geven met mijn voetbaltalent. Allerlei neefjes en nichtjes volgen me op de voet en de laatste tijd merk ik in de buurt dat ik bekend begin te worden. Mensen zien me op televisie en geven me complimenten. Het is wel grappig dat mensen me herkennen, maar toch moet je niet denken dat deze jongen naast zijn schoenen gaat lopen. Daarvoor ben ik te nuchter. Mijn moeder zit in de voetmassage en heeft een eigen pedicurepraktijk, terwijl mijn vader als betonreparateur in de bouw werkt. Bij hen heb ik altijd gezien dat je hard moet werken om iets te bereiken en niet te vroeg moet denken dat je er al bent. Ze hebben me hard gemaakt, en anders heb ik altijd nog mijn vrienden in Bussum die met regelmaat roepen: ‘Platje, je moet niet zeuren als je moe bent. Wij werken heel de dag, terwijl jij lekker op het veld mag staan om te voetballen’. Daar moet ik dan wel om lachen, maar tegelijkertijd besef ik dat ze gelijk hebben. Wat stelt het beroep profvoetballer nou voor bij al die mensen die ‘s ochtends vroeg moeten opstaan en tot ‘s avonds laat zwoegen voor hun geld? Misschien speelt het ook wel mee dat ik nog bij mijn ouders woon. Ik kom niets tekort. Als ik thuiskom staat het eten klaar en wordt mijn wasje gedaan. Voorlopig heb ik dus geen enkele reden te verhuizen, want dan zal ik alleen maar de warmte van de familie gaan missen.
Mijn achternaam spreekt trouwens veel mensen aan, maar ik heb geen idee waar Platje vandaan komt. Iedereen noemt me ook bij mijn achternaam, maar ik heb geen idee waar de roots liggen. Volgens mijn opa in Rusland, maar iedereen uit mijn familie komt uit Bussum en omgeving, daar is weinig Russisch aan.

Laatst sprak ik Nordin Amrabat nog en hij gaf me een paar goede tips. Vorig seizoen zat hij bij VVV-Venlo in een soortgelijke situatie, maar door zijn dribbels en goede spel speelt hij inmiddels bij PSV. Met zijn acties kan hij zich profileren en dat is ook mijn doel. Nordin zei dat ik lak moet hebben aan de buitenwereld en mijn eigen weg moet volgen. Ik ben een groot voorstander van die gedachte, dat hebben we samen ook ervaren bij de amateurs. Daar hebben we geleerd te overleven door acties te maken. Dat is een verschil met de jongens die in een jeugdopleiding bij een profclub hebben gespeeld. Zij werden in een keurslijf gestopt, terwijl wij zowel op als buiten het veld meer op avontuur mochten gaan. Dat is een voordeel en de Eredivisie is nu het ideale decor voor mijn creativiteit. Tegenstanders zijn tegen ons aanvallend ingesteld, zodat ik veel ruimte achter de verdediging zie om aan te vallen. Dat zal woensdag (vanavond, red.) in het bekerduel met Ajax niet anders zijn. Ik kijk ernaar uit tegen die club te spelen. Ik was altijd fan van Ajax; vooral in de jaren negentig was ik idolaat van die club. Samen met mijn vader kocht ik geregeld een kaartje. Het is leuk dat ik nu zelf tegen die club speel en ik acht ons zeker niet kansloos. Als we winnen, zal het niet de laatste verrassing zijn. FC Volendam en Melvin Platje gaan dit seizoen nog van zich laten horen, let maar op.’
Geschreven door: Freek Jansen
Bron: Voetbal International
Hij had de twijfelachtige eer in één week twee keer te scoren na een handsbal. Melvin Platje (19) heeft er lak aan. De Bussummer wordt bij FC Volendam als de nieuwe Dirk Kuijt beschouwd, maar zelf denkt de aanvaller meer aan de loopbaan van zijn voormalig teamgenoot Nordin Amrabat. Een grillig talent in de wondere wereld van de voetballerij. ‘De Eredivisie is het ideale decor voor mijn creativiteit.’

‘Of ik op de uitnodiging ben ingegaan om mee te doen aan een handbaltraining? Ik heb het vorige week ook gelezen, maar heb niets officieel gehoord. Marco Beers, sterspeler van de Volendamse handbalvereniging, zei in het Noordhollands Dagblad dat ik wel een keertje met ze mag meetrainen. Het is een van de vele grappen die zijn gemaakt na mijn twee goals waarbij ik de bal met een hand beroerde (tegen Willem II en De Graafschap, red.). Ik houd van geintjes en kan dit soort dingen wel hebben. Deze reacties zijn positief bedoeld en kan ik wel waarderen, in tegenstelling tot die van sommige journalisten. Die bleven er maar op hameren dat het hands was, terwijl het voor mij op een gegeven moment klaar moet zijn. Ik heb twee keer gescoord en zowel de scheidsrechter als zijn assistenten hebben niets onreglementairs geconstateerd. Dan is er dus niets aan de hand en tellen de doelpunten. Het was geen enkel moment bewust en als de bal goed valt, moet niemand klagen. Ook al góói ik de bal in het doel: als de scheidsrechter hem telt, is het gewoon een doelpunt. Heel simpel. Mijn teamgenoten konden er in de kleedkamer ook wel om lachen. Ze noemen de Hand van God nu ook wel de Hand van Platje. Dat klinkt niet verkeerd.

De stemming was na de wedstrijd tegen De Graafschap (3-1, red.) sowieso uitgelaten omdat het onze eerste zege was. Iedereen praat alsof we toch wel laatste worden, maar dat is nergens op gebaseerd. We hadden een gigantisch lastig openingsprogramma, maar hebben wel goed partij kunnen bieden aan clubs als PSV, FC Twente en SC Heerenveen. Tegen Willem II(1-1) en De Graafschap lieten we vervolgens zien dat we niet alleen aardig kunnen voetballen, maar ook nog eens punten kunnen pakken. Het zal ongetwijfeld lastig worden, maar ik blijf veel vertrouwen houden. Daarnaast was het heerlijk zelf mijn aandeel op te eisen in de gespeelde duels. Ik weet dat ik het niveau aankan en heb het nu ook aangetoond. Het smaakt naar meer. Trainer Frans Adelaar geeft me vertrouwen en benadrukt dat ik mijn bluf niet mag verstoppen. Acties maken en laten zien dat je er bent; dat is zijn belangrijkste opdracht en meer hoef ik van een trainer ook niet te horen. Ik speel op intuïtie, werk altijd heel hard, maar heb wel de vrijheid nodig om mijn dribbels te maken. Dat de trainer me nu al Dirkie noemt, beschouw ik als een compliment. Ik jaag op de bal en geef nooit op. Adelaar heeft in het verleden bij FC Utrecht met Kuijt samengewerkt en ziet gelijkenissen tussen ons. De trainer weet dus waarover hij spreekt. Een soortgelijke carrière zie ik natuurlijk wel zitten.

Maar dat is voorlopig nog een droom, want de realiteit is dat ik net kom kijken in het betaalde voetbal. Vorig seizoen zat ik veelal op de bank bij het eerste elftal en moest ik het van de potjes met Jong FC Volendam hebben. Op maandagavond op een bijveldje in Leeuwarden, terwijl ik nu heb ervaren hoe het is uitduels met AZ, PSV en Feyenoord in volle stadions te spelen. Tot voor kort zag ik deze beelden alleen op tv, maar ze zijn werkelijkheid geworden. Ik geniet er met volle teugen van, maar het zorgt geen moment voor extra spanning. Daarvoor heb ik te veel vertrouwen in mijn eigen kwaliteiten. Natuurlijk heb ik wedstrijdspanning, maar die is vergelijkbaar met pakweg een duel dat ik met Huizen A1 tegen Noordwijk A1 speelde. Het is meer gretigheid mezelf te laten zien dan zenuwen om te falen.

Die flair heb ik overigens altijd in me gehad en heeft me ook zover gebracht. Tot mijn zeventiende speelde ik nooit voor een profclub, maar toch hield ik altijd geloof in een carrière in het betaalde voetbal. Via de amateurs van SDO in mijn woonplaats Bussum en de amateurs van FC Omniworld kwam ik op zestienjarige leeftijd in de A1 van Huizen terecht. Dat team speelde op landelijk niveau en in een talentvol elftal kwam ik samen met onder anderen Nordin Amrabat in de aanval te spelen. We werden kampioen en samen met Nordin zorgde ik voor een groot deel van de doelpunten. Hij pingelde met de bal, speelde vijf man uit en gaf hem dan voor op mij zodat ik het kon afmaken. Een succesvolle formule en het was dan ook niet verwonderlijk dat we allebei onze weg vervolgden in het betaalde voetbal. Nordin koos voor FC Omniworld, terwijl ik vertrouwen had in een mooie toekomst bij FC Volendam.

Ik kwam bij FC Volendam in de A1 terecht en kreeg al snel mijn eerste contract. Dat was voor mij het teken alles op het voetbal te gooien. Ik had de vmbo Bouwtechniek afgerond, maar was geen leerwonder. Het interesseerde me gewoon totaal niet en met mijn diploma op zak ging ik tijdelijk in een supermarkt werken. Beetje vakken vullen, maar wel op een heel vrijblijvende manier. Als ik geen zin had belde ik af en zodra ik moest voetballen was ik weg. Ik wilde profvoetballer worden en daar moest alles voor wijken. Daarbij kreeg ik de volledige steun van mijn familie en mijn vriendin Caroline. Daar ben ik ze nog altijd dankbaar voor. Ik heb twee broertjes, een tweeling van vijftien jaar, en ik ben opgegroeid in een écht mannenhuishouden. De bal stond centraal en alles werd daaromheen gepland. We voetbalden altijd op een pleintje in de buurt, mijn moeder moest echt haar best doen ons ‘s avonds binnen te krijgen. Mijn vader heeft zelf vroeger ook fanatiek gevoetbald en op het pleintje deed hij ook wel eens mee. We zijn allemaal aanvallend ingesteld, van verdedigen moeten we niets hebben. Laten andere mensen de ballen maar afpakken en bij ons inleveren, dan doen wij er wel iets leuks mee.

Mijn vader is op sportief vlak heel belangrijk voor me en begeleidt me al jaren langs de lijn. Samen met mijn oom en een vriend van hem mist hij geen duel en regelmatig geven ze me adviezen. Zowel tactisch als technisch hebben ze wel kijk op het spelletje en hoewel ik het niet altijd met ze eens ben, luister ik er wel naar. Ze motiveren me op een goede manier. Ze maken iets extra’s los en als ik het hinderlijk zou vinden, zeg ik er direct wat van. Ik vind het ook mooi dat ik mijn familie zoveel plezier kan geven met mijn voetbaltalent. Allerlei neefjes en nichtjes volgen me op de voet en de laatste tijd merk ik in de buurt dat ik bekend begin te worden. Mensen zien me op televisie en geven me complimenten. Het is wel grappig dat mensen me herkennen, maar toch moet je niet denken dat deze jongen naast zijn schoenen gaat lopen. Daarvoor ben ik te nuchter. Mijn moeder zit in de voetmassage en heeft een eigen pedicurepraktijk, terwijl mijn vader als betonreparateur in de bouw werkt. Bij hen heb ik altijd gezien dat je hard moet werken om iets te bereiken en niet te vroeg moet denken dat je er al bent. Ze hebben me hard gemaakt, en anders heb ik altijd nog mijn vrienden in Bussum die met regelmaat roepen: ‘Platje, je moet niet zeuren als je moe bent. Wij werken heel de dag, terwijl jij lekker op het veld mag staan om te voetballen’. Daar moet ik dan wel om lachen, maar tegelijkertijd besef ik dat ze gelijk hebben. Wat stelt het beroep profvoetballer nou voor bij al die mensen die ‘s ochtends vroeg moeten opstaan en tot ‘s avonds laat zwoegen voor hun geld? Misschien speelt het ook wel mee dat ik nog bij mijn ouders woon. Ik kom niets tekort. Als ik thuiskom staat het eten klaar en wordt mijn wasje gedaan. Voorlopig heb ik dus geen enkele reden te verhuizen, want dan zal ik alleen maar de warmte van de familie gaan missen.
Mijn achternaam spreekt trouwens veel mensen aan, maar ik heb geen idee waar Platje vandaan komt. Iedereen noemt me ook bij mijn achternaam, maar ik heb geen idee waar de roots liggen. Volgens mijn opa in Rusland, maar iedereen uit mijn familie komt uit Bussum en omgeving, daar is weinig Russisch aan.

Laatst sprak ik Nordin Amrabat nog en hij gaf me een paar goede tips. Vorig seizoen zat hij bij VVV-Venlo in een soortgelijke situatie, maar door zijn dribbels en goede spel speelt hij inmiddels bij PSV. Met zijn acties kan hij zich profileren en dat is ook mijn doel. Nordin zei dat ik lak moet hebben aan de buitenwereld en mijn eigen weg moet volgen. Ik ben een groot voorstander van die gedachte, dat hebben we samen ook ervaren bij de amateurs. Daar hebben we geleerd te overleven door acties te maken. Dat is een verschil met de jongens die in een jeugdopleiding bij een profclub hebben gespeeld. Zij werden in een keurslijf gestopt, terwijl wij zowel op als buiten het veld meer op avontuur mochten gaan. Dat is een voordeel en de Eredivisie is nu het ideale decor voor mijn creativiteit. Tegenstanders zijn tegen ons aanvallend ingesteld, zodat ik veel ruimte achter de verdediging zie om aan te vallen. Dat zal woensdag (vanavond, red.) in het bekerduel met Ajax niet anders zijn. Ik kijk ernaar uit tegen die club te spelen. Ik was altijd fan van Ajax; vooral in de jaren negentig was ik idolaat van die club. Samen met mijn vader kocht ik geregeld een kaartje. Het is leuk dat ik nu zelf tegen die club speel en ik acht ons zeker niet kansloos. Als we winnen, zal het niet de laatste verrassing zijn. FC Volendam en Melvin Platje gaan dit seizoen nog van zich laten horen, let maar op.’

Terug