Oude doos

Artikelen - Algemeen - seizoen 1994-1995 - Interview met... Wim Rijsbergen
Volendam,
Deze week is het een jaar geleden dat Wim Rijsbergen bij Volendam debuteerde als hoofdtrainer in het betaalde voetbal. Een dag na het eerste gesprek met de club stond hij al op het veld. Nu is Volendam 33 wedstrijden verder en 36 punten rijker. Zelfs als zes basisspelers ontbreken, zoals zaterdag tegen Go Ahead Eagles, kapseist de bijna zekere degradant van toen niet meer. De no-nonsense aanpak van Rijsbergen blijkt te werken in het dorp van baltovenaars. De labiliteit wordt stukje bij beetje uitgebannen. Wim Rijsbergen verklaart het hoe en waarom. Niet in warme volzinnen, maar in zwart en in wit. Gechargeerd. “Zo ben ik. Aan grijze muizen heb je niks.” Wim Rijsbergen. Vrij, onverveerd.

-U zit deze week een jaar bij Volendam. Wat is er bereikt?
Wim Rijsbergen: “We hebben deze club vorig seizoen met z’n allen weten te behoeden voor degradatie. Die gasten hebben zich helemaal suf gelopen en hebben het gered. Ik heb niets bijzonders gedaan, ik had niet eens de tijd om na te denken over een bepaalde werkwijze, want ik werd woensdag gevraagd, ben donderdag begonnen en we speelden op zondag onze eerste wedstrijd. Tegen VVV. We kregen tien kansen. Als ze die er allemaal in hadden geschoten, was ik na een week al een toptrainer geweest.”

-Dit seizoen draait het veel moeizamer dan vorig jaar.
“We hebben alleen Ulrich Wilson erbij gehaald en Ooyertje. Voorin is er niets gebeurd. Daardoor is André Ooyer, een rechtsback, nu mijn topscorer met drie doelpunten. Vorig seizoen schopte Stefanovic er de tweede seizoenheift twaalf in. Dat scheelt dus een paar punten. Tegen GoAhead had ik zelfs niet één aanvaller meer. Dus heb ik Ronald Bond uit het tweede gehaald, Johan Steur rechtsbuiten laten spelen en Elroy Kromheer maar in de spits gezet. Gelukkig is het goed gelopen, maar het kan je ook een plaats in de eredivisie kosten.”

-Is Volendam een degradatiekandidaat?
“Nou, we zijn er dit seizoen niet sterker op geworden. Maar over degradatie maak ik me geen zorgen. Ik maak me zorgen om mijn kinderen. En om mijn schoonvader die ziek is. Verder nergens over. Ik weet van mezelf dat ik al mijn energie in Volendam stop. Meer heb ik niet. Bovendien: verleden jaar waren we ook sterk genoeg. Zonder al te veel blessures en schorsingen redden we het weer.”

-U beklaagt zich steeds over een smalle selectie, maar een club heeft toch het recht eerst geld te steken in een stadion? Trainers denken zo egoïstisch.
“Oh, ik heb geen probleem met het bouwen van een stadion, maar dan moet je niet roepen dat we wel even tussen die achtste en twaalfde plaats eindigen.”

-Heeft u het nog wel naar de zin bij Volendam?
“Ik hoef het niet altijd met Jan Brouwer (de manager, red.) of de voorzitter eens te zijn, maar wij kunnen prima door één deur. Alleen moet die club af en toe eens wakker geschud worden. De cultuur moet een beetje veranderen. Niet dat je gelijk de haven dicht moet gooien, maar er mag best wel een beetje aan geschaafd worden. Hier vinden ze nog steeds dat de jeugd uit Volendammertjes moet bestaan. Maar als een jongen uit Purmerend nou beter is? Het gaat toch om de totale kwaliteit van je club? Ik heb daar bepaalde principes over. Zoals ik over mijn vak bepaalde principes heb. Dan heb je weleens bonje.”

-Wat wil Volendam met u?
“Geen idee. Binnenkort gaan we praten. Zij hebben het eerste recht daartoe, want Volendam is mijn club. Daar steek ik al mijn tijd en energie in. Ik hoor het wel. Ik heb het prima naar mijn zin. Als ze niet verder willen, zoek ik iets anders.”

-Sparta?
“Wie weet. Misschien komt NAC ook wel vrij of een andere club. Maar ik heb wel bepaalde principes. Een club moet mij een uitdaging bieden, maar die moet wel reëel zijn. Als NAC, ik noem maar wat, zegt: we gaat het stadion verbouwen, je mag het geld uit de verkoop van Van Hooijdonk niet investeren, maar je moet wel Europees voetbal halen, dan moeten ze mij niet contracteren. Want dat vind ik niet realistisch. Spelbos heeft ook geen Europees voetbal gehaald.”

-Waar gaat het om in uw vak? Het publiek plezier om de sponsor of is het gewoon overleven?
“Bij de meeste clubs gaat het om overleven. Zorgen dat je volgend seizoen wéér in de eredivisie speelt of wéér Europees voetbal haalt. Meer is het meestal niet. Als trainer moet ik het gevoel hebben dat mijn spelers het uiterste uit hun mogelijkheden halen. Dat gevoel heb ik niet bij een aantal spelers van Volendam. Dat vind ik triest, je moet je afvragen of je met dergelijke spelers door wilt gaan. Omdat die mensen zich niet realiseren dat ze het mooiste vak hebben dat er bestaat.”

-Heeft u veel geduld met spelers?
“Soms niet, nee. Ik hoop altijd dat spelers elkaar corrigeren. Vier punten is aan het eind van de maand leuker dan nul punten. Als je een partijtje vijf-tegen-vijf speelt op de training en er loopt er een als een drol te spelen, dan moet zo’n jongen een ongelofelijke knal krijgen, want aan hem heb je ‘s zondags niets. Ik mag niet over vroeger praten, maar toen kreeg je die doodschop gewoon. Je speelt met de poen van een ander. Dat hoop ik op een groep over te brengen. Soms is dat moeilijk. Voetballers wijzen altijd naar een ander. Als Zoetebier een bal slecht uittrapt, vindt hij dat-ie de bal verkeerd ingespeeld kreeg, bij wijze van spreken. Dat is niet zo, maar dat wil hij graag horen.”

-Heeft u het gevoel dat uw aanpak werkt?
“Dat weet je altijd later pas. Ik geloof niet dat deze groep mij ziet als een zeikerd, maar die jongens zullen best aan me hebben moeten wennen. Ineens kwam er zo’n rustgevende man binnen die altijd positief is, nooit kritiek heeft en openstaat voor een goed gesprek... Spelers hebben altijd van die lulverhalen. Laatst had Alfons Groenendijk weer zoiets over die trainer van Manchester City. Nou, er is nog steeds geen enkele trainer die zijn beste spelers niet opstelt. Ook Rijsbergen niet. Ik hoop dat Hans Bond er elke week vijf inschiet. Dan gaat het ons allemaal goed.”

-Past uw mentaliteit bij die van de club?
“Eh, het blijkt dat ze er toch wel wat van opgestoken hebben, want het was een labiele groep die zich vorig seizoen uit de degradatienood heeft weten te knokken. Dat hebben we dan toch bereikt. Maar het botst nog weleens. Ik vind dat er te weinig beleving is bij veel spelers. Van Hans Bond zal ik nooit een moordenaar maken, maar hij beseft nu wel dat voetballen meer inhoudt dan een beetje pielen. Lekker voetballen moet je in de zaal doen. Op je veertigste.”
-Typerend voor Volendam?
“Ik ken geen enkele Volendammer die op basis van mentaliteit de top heeft gehaald. Wim Jonk, de gebroeders Mühren, Johan Steur - hele mooie voetballers, maar als er oorlog gevoerd moet worden, geven ze niet thuis. In mijn groep zijn het trouwens vooral de jongens van buiten het dorp die er niet alles uithalen. Sommigen worden er niet warm of koud van als ik in mijn onderbroek op de Dijk ga staan. Daarom moet ik me afvragen of ik hier nog wel pas. Of deze club past bij mijn ambities als trainer. Als er niets verandert, moet je je conclusies durven trekken. Of je moet zelf veranderen. En dat wil ik niet. Zo zit ik niet in elkaar. Toen ik bij Roodenburg trainde, kwamen die jongens op zaterdag soms lam van de drank naar een ochtendtraining. Met het broodje kaas nog in hun mond. Dan kan ik niet zeggen: hé mannen, was het gezellig gisteren? Dan schop ik ze liever over het hek heen. Die spelers.”

-Vindt men u vervelend? Lastig?
“De mensen met wie ik werk niet. Zelfs de spelers niet. En mijn vriendin zegt ook niet: wat is dat een vervelende gozer. Want dan laat ik haar rondjes lopen. Straftraining, hahaha.”

-Hoe typeert u de gemiddelde prof van nu?
“Het zijn niet allemaal zeikerds natuurlijk, maar soms mag je best een beetje pijn lijden. En iets voor dat vak over hebben. Wiel Coerver liet mij vijfduizend keer opspringen om op zondag Ralf Edstrim te kunnen bestrijden. En het lukte me. Spelers van nu beheersen het al na dertig keer springen... Of ze voelen een pijntje. Nou, ik moest nog beginnen met voetballen en ze vertelden al dat het medisch onverantwoord was. En toch ben ik nog zestien jaar prof geweest. Op karakter.”

-Is dit de realiteit of het oordeel van een oude man?
“Ik ben geen oude man, ben pas 43.1k merk gewoon dat ik bepaalde jongens enorm moet stimuleren om te trainen. Terwijl ik juist hoop dat die miljonairs van 23 jaar ook liefhebber blijven. Veel voetballers van tegenwoordig liggen ‘s avonds voor de tv met zo’n stapel videobanden. Met Rocky 3, Rocky 7 en Police Academy weet-ik-hoeveel. Ik wil dat ze met dat voetballen bezig zijn, omdat het een prachtig vak is. Daarom kan ik ook zoveel hebben van Johan Steur. Die loopt zich altijd helemaal suf voor de ploeg. Nou, die mag van mij een keer slecht spelen. Van iemand tegen wie ik elke dag moet zeggen: jongen, je moet een beetje harder trainen, want zo vind ik het niet helemaal goed kan ik wat minder hebben. Het dilemma is dan weer, dat Louis van Gaal zomaar Kluivert in de 44ste minuut kan wisselen. Eén gebaar is genoeg om die jongen te vertellen waar het om gaat. Ik kan zo’n speler niet vervangen door een gelijkwaardige en ben een week bezig om in een praatgroep uit te leggen wat ik bedoel.”

-Hoe was u zelf toen u als jongen van twintig bij Feyenoord binnenkwam?
“Vraag het Willem van Hanegem maar. Die gaf ik net zo gemakkelijk een schop voor zijn flikker. Of Franz Hasil. Die ging ook omhoog. En dat waardeerden die jongens ook in Rijsbergen. Dat-ie ongeacht de persoon weleens een knal teruggaf. Ik ben bij Feyenoord gevormd in een ploeg, nou daar liepen een paar inbrekers rond. Rinus Israel, Theo Laseroms en Piet Romeijn konden je lachend al je voortanden uit je mond schieten. Als je nu wat verkeerds zegt, gaan de vriendinnen zich beklagen over de trainer. Ik moet daar zo mee oppassen. Zondag, Zoetebier. Speelde goed, maar het uitverdedigen langs de grond was een drama. Dat weet hij net zo goed als ik. Dan zeg ik: joh, Zoetebier heeft die dokter je voeten soms verdoofd? Nou kan Zoetebier daar wel tegen, maar voor hetzelfde geld zeg je het tegen iemand die heel labiel is en dan ben je weer vijf weken aan het praten om hem uit dat wak te krijgen.”


© Robert Collette

Feyenoord-AZ, Wim Rijsbergen wordt stevig aangepakt door Willem van Hanegem

-U vertrok bij Feyenoord omdat ze u onderbetaalden
“Ik liep daar al zes jaar rond en elke buitenlander die binnenkwam, ging veel meer verdienen dan ik. Willy Kreuz, Jörgen Kristensen. Daar had ik op een gegeven moment genoeg van, zeker omdat ze me ook transfers naar Anderlecht en Bayern München hadden onthouden. Na het WK van ‘78 had ik me voorgenomen om in de meubelzaak van een vriend te gaan werken. Uiteindelijk zakte Feyenoord van 1,2 miljoen naar zes ton. Kon ik naar Bastia. Als Bastia toen niet was gekomen, was ik gestopt. Pech gehad. Maar ik had me wel goed gevoeld.”

-Heeft u uw carrière niet vergooid door al op uw 27ste naar New York Cosmos te gaan?
“Lazer toch op zeg... Dat is de mooiste tijd van mijn leven geweest. Zelfs al had ik tot mijn vijftigste gestudeerd, had ik niet zoveel levenservaring opgedaan als in die periode bij de Cosmos. Had ik dan tien jaar bij Feyenoord moeten blijven om misschien tachtig interlands te halen en steeds de ziekte in te hebben dat ik werd onderbetaald ?“

-Als trainer heeft u Go Ahead Eagles en AZ geweigert, omdat ze te weinig betaalden.
“Ja. Ik heb een prijs. Bij Telstar zeg ik echt niet: jongens, ik moet vier ton verdienen. Maar bij een club met een begroting van tien miljoen moeten ze mij ook niet afschepen met vijftigduizend gulden salaris. Moet ik dan in Deventer gaan wonen en drie maanden later mijn hele zaakje inpakken, omdat er een paar sponsors gaan lopen schreeuwen dat ik toch niet helemaal in het plaatje pas? Daar zet ik mijn leven niet voor op het spel.”

-Als jeugdtrainer van Ajax raakte u met Johan Cruijif in conflict.
“Ik stuurde Jordi Cruijif weg, omdat ik vond dat hij verkeerde schoenen droeg. Johan vond dat-ie best op rubbertjes kon spelen, maar hij lag constant op zijn bek. Dus vond ik dat-ie lange noppen moest gebruiken. Johan vond dat het slecht was voor zijn knieën.”

-Was dat de reden voor de breuk met Ajax?
“Nee. Ik heb een fantastische tijd gehad bij Ajax. Toen ik begon liepen Kluivert, Oulida, Reiziger en Ooyertje nog in de D’tjes rond. Maar ik kon assistent worden bij DS’79, het betaald voetbal trok me wel. Door mijn scheiding is daar niks van gekomen. De jaren daarna stond de opvoeding van mijn kinderen centraal. Want op zo’n moment is het trainersvak niks. Onbelangrijk.”

-U komt uit de Ajax-school, maar bij Volendam kreeg u al snel het etiket een ‘verdedigende trainer’ te zijn.
“Ik vind de gedrevenheid en de opleiding bij Ajax fantastisch. Maar ik heb met Volendam te maken. En wij hebben niet drie superaanvallers lopen. Dan moet je daar als trainer rekening mee houden. Het is allemaal zo betrekkelijk. Tegen Ajax speelden we dit seizoen achterin een-op-een. Na vier minuten was het 0-2. Gelukkig werd het nog gelijk, maar even zo goed verliezen we met 0-8. Dan is Rijsbergen gek. Nu is hij een genie, een held, een tactisch wonder. Zo dicht ligt het bij elkaar.”

-Wat is het criterium om te bepalen of iemand een goede trainer is?
“Die spelers. Als die zeggen dat zo’n man geen onzin vertelt en ze halen ook nog een paar punten, dan doe je het niet slecht. Het vervelende is alleen dat je je niet elke zondag kunt bewijzen zoals een speler dat kan. Je bent afhankelijk van dat resultaat. Want sponsors zien alleen momentopnamen, die wedstrijd dus. Zij oordelen op basis van het resultaat en niet op basis van die ‘tig’ uur dat ik in de modder heb staan ploeteren met die gasten. Als een bestuur gevoelig is voor die emotionele reacties van sponsors, kan het jou als trainer mooi je nek kosten. Want uiteindelijk gaat het zo toch? Als die sponsor zegt: ‘Ik verleng mijn contract, maar die Rijsbergen moet eruit’, is de keuze voor een club niet zo moeilijk meer. En dan heb jij binnen twee jaar een stempel op je rug dat je een boerenlul bent. Einde carrière, einde verhaal.”

-Ziet u het trainersvak zo somber?
“Helemaal niet. Het stoort mij alleen dat je in dit vak veroordeeld kunt worden door mensen die niet voldoende kennis van het voetbal hebben. Positief en negatief. Ronald Spelbos doet het één seizoen wel goed met NAC en hij wordt door iedereen gelijk tot kroonprins gebombardeerd. Dan ben je ineens ‘De Succestrainer’, die overal terecht kan. Brammetje Braam komt heel enthousiast van de cursus, tekent als eerste van die groep een contract, legt zijn ziel en zaligheid in een club (TOP, red.) en is nu misschien wel voor het leven afgewerkt. Terwijl hij alle veldjes heeft afgestroopt om spelers te vinden, kan Hans Dorjee nu kopen wie hij wil. Daarom: er is niks te plannen. Braam hoopte ook op een carrière van vijftien jaar betaald voetbal met een paar jaartjes Japan er achteraan. Als ik twee keer verlies, zegt er misschien wel eentje: sorry Rijsbergen, maar we nemen een ander. Moet ik dan de rest van mijn leven met ijszakken op m’n hoofd gaan zitten?”

-De voetballerij wordt geregeerd door opportunisten?
“Het is opgefokt door de financiële belangen. Trainer zijn is het mooiste vak dat je kunt hebben. Maar wij zijn wel dezelfden als de lui die driehonderd jaar geleden met hun kop in zo’n galg hingen en door het volk met tomaten en eieren werden bekogeld. Nu zijn het de sponsors die met eieren gooien. Welke club zegt nou: jij krijgt een contract voor twee jaar en daar blijven we koste wat kost achter staan, omdat we geloven dat jij hier iets kan opbouwen? En hoeveel clubs zijn er niet die amper de touwtjes aan elkaar kunnen knopen, maar plotseling wel het geld hebben om een trainer af te kopen. Hoeveel clubs voeren nu echt een technisch beleid? Neem De Graaf*schap. Die hebben eerst Kistemaker, kiezen vervolgens voor Versleijen, wat toch een totaal ander type is en doen het nu met Körver. Prima allemaal, maar een lijn kan ik niet ontdekken.”

-Een trainer kun zich gezien de krappe arbeidsmarkt altijd vinden in het beleid van een club?
“Als een beleid mij niet aanstaat, ga ik niet naar die club. Want op den duur gaat het dan toch kapot. Zie Kurt Linder en Tomislav Ivic bij Ajax destijds. Als Volendam nu zegt dat we Europees voetbal moeten halen, kan ik beter nu stoppen dan wachten tot ik ontslagen word. Want dat komt er toch van als je de doelstellingen niet haalt. En dan ben je nog verder van huis. Je moet realistisch zijn. Ik moet ook niet denken dat ik de mentaliteit in Volendam kan veranderen, want dan heb ik een gat in m’n hoofd. Je weet dat kinderen van die vissers op hun veertiende naar de kermis gaan en zich een stuk in de kraag zuipen. Zo is Volendam, al honderden jaren lang.”

-Hoe rekbaar zijn uw principes? Er zijn tenslotte meer trainers op de wereld dan Wim Rijsbergen?
“Dat moet altijd maar blijken. In mijn voetbalcarrière zijn die niet zo rekbaar gebleken. En ik ben sindsdien niet veel veranderd. Ik ben niet iemand met een IQ van 160 of 200, maar ik weet wel wat er in de wereld te koop is. Dat geeft geestelijke onafhankelijkheid. Ik zeg niet dat Rijsbergen zaligmakend is. Ik zeg alleen dat ik maar één gezicht heb. En niet twee. Ik kan wel een paar sponsors op m’n verjaardag uitnodigen om nog een jaartje langer bij Volendam te kunnen blijven, maar zo zit ik niet in elkaar. Als ik iemand een vervelende vent vind, praat ik niet eens met hem.”

-Maar u heeft centen genoeg. Dat praat gemakkelijk.
“Hoezo!? Wie zegt dat? Jan Brouwer heeft in De Telegraaf eens geroepen dat Rijsbergen financieel onafhankelijk is en dat-ie daarom gemakkelijk ruzie kan maken bij Volendam. In die brief van de Club van 200 stond ook zoiets. Alsof het me niet interesseert. Nou, als Volendam mij niet interesseert, zou ik me niet zo druk maken om die club. Dan zou ik Brouwer een hand geven, een dikke sigaar opsteken en naar de Bahamas gaan.”

-Hoe kunnen sponsors/managers van succesvolle bedrijven in de voetballerij soms de plank zo misslaan?
“Dat is een heel mooi fenomeen. In de sport laten mensen zich leiden door emoties. Die vinden het mooier om op zondag een hand te krijgen van Marco van Basten dan dat ze op maandag een goede order afsluiten. In de club zijn ze vaak veel minder zakelijk dan in hun bedrijf. Ik heb dat bij de Cosmos meegemaakt met Warner Brothers. Draaiden een miljardenomzet, maar Steve Ross - de grote man daar - kon laaiend een boete uitdelen als hij op de video iets had gezien wat hem niet beviel. Dan sloeg hij helemaal op tilt. Een man met vijftigduizend mensen in dienst! In het weekeinde worden zulke mensen net kleine kinderen. Dan gaan ze gekke dingen roepen. Dat Volendam achtste moet worden bijvoorbeeld. Maar ze zeggen er niet bij: hier Rijsbergen, ga maar twee miljoen investeren.”

-Begin dit seizoen kreeg u een aantal ‘technische adviezen’ van de Club van 200.
“Ja, die mensen willen dan even voor trainer spelen. Vroegen zich af waarom Hans Bond niet speelde, dat soort dingen. Ze vonden ook dat ik de club beter moest verkopen. Maar iets wat rond is, kan ik niet vierkant maken. Ik heb het bestuur gezegd: als jullie daar achter gaan staan, moet je een andere trainer nemen. Laatst vroeg de Club van 200 of ik even een praatje wilde komen houden voor ze. Dan ben ik natuurlijk niet thuis. Kijk, die mensen hoeven niet met spandoeken op de tribune te gaan zitten met ‘Rijsbergen moet blijven’, maar ze moeten zich wel realiseren dat ik over het elftal ga. Zo niet, dan word ik een vervelende klootzak.”

-Misschien schrikt u sponsors wel af.
“Ik ben er niet om aardig gevonden te worden door sponsors of spelers, maar om prestaties te leveren. En dan moet je elkaar dingen kunnen vertellen. Mensen mogen Rijsbergen ook achter zijn vodden aanzitten. Graag zelfs. Dan trap je weleens op een lange teen, nou en? Het hele leven doet weleens pijn. Populair hoef ik niet te worden. Als de mensen met wie ik werk mij maar respecteren. Ik kom weleens bot over, maar ik zeg de dingen nou eenmaal graag in een paar woorden. Wat dat betreft ben ik heel erg zwart-wit.”

-In het kader van de carrièreplanning is dat niet zo handig. U bent pas een beginnende trainer, niks in wezen.
“Wie zegt dat ik wat wil worden. En wat is niks? Ik ben Rijsbergen en in mijn beleving ben ik veel meer waard dan iemand met vijftigduizend gulden in z’n zak, die kan roepen dat ik weg moet. De glazenwasser maakt mij toch ook niet uit voor klootzak-dit en klootzak-dat. Zoals ik de postbode niet verrot scheld als hij een brief van de belasting naar binnen gooit. Waarom zou iemand met veel geld dat recht wel hebben? Ik ben opgetrokken met de groten der aarde. Bij Cosmos was Mick Jagger de vice-president. Als die niet stoned was, kon je daar heel gezellig mee omgaan. Rod Stewart liep er vaak rond, Franz Beckenbauer, de hele top van Warner Brothers. Dan zal toch niet één of andere boerenlul, die toevallig snel rijk is geworden, mij kunnen kleineren. Of kunnen zeggen dat die Rijsbergen niks is. Dat zal mij nooit gebeuren.”
Geschreven door: Frans van Nieuwenhof
Bron: Voetbal International
Deze week is het een jaar geleden dat Wim Rijsbergen bij Volendam debuteerde als hoofdtrainer in het betaalde voetbal. Een dag na het eerste gesprek met de club stond hij al op het veld. Nu is Volendam 33 wedstrijden verder en 36 punten rijker. Zelfs als zes basisspelers ontbreken, zoals zaterdag tegen Go Ahead Eagles, kapseist de bijna zekere degradant van toen niet meer. De no-nonsense aanpak van Rijsbergen blijkt te werken in het dorp van baltovenaars. De labiliteit wordt stukje bij beetje uitgebannen. Wim Rijsbergen verklaart het hoe en waarom. Niet in warme volzinnen, maar in zwart en in wit. Gechargeerd. “Zo ben ik. Aan grijze muizen heb je niks.” Wim Rijsbergen. Vrij, onverveerd.

-U zit deze week een jaar bij Volendam. Wat is er bereikt?
Wim Rijsbergen: “We hebben deze club vorig seizoen met z’n allen weten te behoeden voor degradatie. Die gasten hebben zich helemaal suf gelopen en hebben het gered. Ik heb niets bijzonders gedaan, ik had niet eens de tijd om na te denken over een bepaalde werkwijze, want ik werd woensdag gevraagd, ben donderdag begonnen en we speelden op zondag onze eerste wedstrijd. Tegen VVV. We kregen tien kansen. Als ze die er allemaal in hadden geschoten, was ik na een week al een toptrainer geweest.”

-Dit seizoen draait het veel moeizamer dan vorig jaar.
“We hebben alleen Ulrich Wilson erbij gehaald en Ooyertje. Voorin is er niets gebeurd. Daardoor is André Ooyer, een rechtsback, nu mijn topscorer met drie doelpunten. Vorig seizoen schopte Stefanovic er de tweede seizoenheift twaalf in. Dat scheelt dus een paar punten. Tegen GoAhead had ik zelfs niet één aanvaller meer. Dus heb ik Ronald Bond uit het tweede gehaald, Johan Steur rechtsbuiten laten spelen en Elroy Kromheer maar in de spits gezet. Gelukkig is het goed gelopen, maar het kan je ook een plaats in de eredivisie kosten.”

-Is Volendam een degradatiekandidaat?
“Nou, we zijn er dit seizoen niet sterker op geworden. Maar over degradatie maak ik me geen zorgen. Ik maak me zorgen om mijn kinderen. En om mijn schoonvader die ziek is. Verder nergens over. Ik weet van mezelf dat ik al mijn energie in Volendam stop. Meer heb ik niet. Bovendien: verleden jaar waren we ook sterk genoeg. Zonder al te veel blessures en schorsingen redden we het weer.”

-U beklaagt zich steeds over een smalle selectie, maar een club heeft toch het recht eerst geld te steken in een stadion? Trainers denken zo egoïstisch.
“Oh, ik heb geen probleem met het bouwen van een stadion, maar dan moet je niet roepen dat we wel even tussen die achtste en twaalfde plaats eindigen.”

-Heeft u het nog wel naar de zin bij Volendam?
“Ik hoef het niet altijd met Jan Brouwer (de manager, red.) of de voorzitter eens te zijn, maar wij kunnen prima door één deur. Alleen moet die club af en toe eens wakker geschud worden. De cultuur moet een beetje veranderen. Niet dat je gelijk de haven dicht moet gooien, maar er mag best wel een beetje aan geschaafd worden. Hier vinden ze nog steeds dat de jeugd uit Volendammertjes moet bestaan. Maar als een jongen uit Purmerend nou beter is? Het gaat toch om de totale kwaliteit van je club? Ik heb daar bepaalde principes over. Zoals ik over mijn vak bepaalde principes heb. Dan heb je weleens bonje.”

-Wat wil Volendam met u?
“Geen idee. Binnenkort gaan we praten. Zij hebben het eerste recht daartoe, want Volendam is mijn club. Daar steek ik al mijn tijd en energie in. Ik hoor het wel. Ik heb het prima naar mijn zin. Als ze niet verder willen, zoek ik iets anders.”

-Sparta?
“Wie weet. Misschien komt NAC ook wel vrij of een andere club. Maar ik heb wel bepaalde principes. Een club moet mij een uitdaging bieden, maar die moet wel reëel zijn. Als NAC, ik noem maar wat, zegt: we gaat het stadion verbouwen, je mag het geld uit de verkoop van Van Hooijdonk niet investeren, maar je moet wel Europees voetbal halen, dan moeten ze mij niet contracteren. Want dat vind ik niet realistisch. Spelbos heeft ook geen Europees voetbal gehaald.”

-Waar gaat het om in uw vak? Het publiek plezier om de sponsor of is het gewoon overleven?
“Bij de meeste clubs gaat het om overleven. Zorgen dat je volgend seizoen wéér in de eredivisie speelt of wéér Europees voetbal haalt. Meer is het meestal niet. Als trainer moet ik het gevoel hebben dat mijn spelers het uiterste uit hun mogelijkheden halen. Dat gevoel heb ik niet bij een aantal spelers van Volendam. Dat vind ik triest, je moet je afvragen of je met dergelijke spelers door wilt gaan. Omdat die mensen zich niet realiseren dat ze het mooiste vak hebben dat er bestaat.”

-Heeft u veel geduld met spelers?
“Soms niet, nee. Ik hoop altijd dat spelers elkaar corrigeren. Vier punten is aan het eind van de maand leuker dan nul punten. Als je een partijtje vijf-tegen-vijf speelt op de training en er loopt er een als een drol te spelen, dan moet zo’n jongen een ongelofelijke knal krijgen, want aan hem heb je ‘s zondags niets. Ik mag niet over vroeger praten, maar toen kreeg je die doodschop gewoon. Je speelt met de poen van een ander. Dat hoop ik op een groep over te brengen. Soms is dat moeilijk. Voetballers wijzen altijd naar een ander. Als Zoetebier een bal slecht uittrapt, vindt hij dat-ie de bal verkeerd ingespeeld kreeg, bij wijze van spreken. Dat is niet zo, maar dat wil hij graag horen.”

-Heeft u het gevoel dat uw aanpak werkt?
“Dat weet je altijd later pas. Ik geloof niet dat deze groep mij ziet als een zeikerd, maar die jongens zullen best aan me hebben moeten wennen. Ineens kwam er zo’n rustgevende man binnen die altijd positief is, nooit kritiek heeft en openstaat voor een goed gesprek... Spelers hebben altijd van die lulverhalen. Laatst had Alfons Groenendijk weer zoiets over die trainer van Manchester City. Nou, er is nog steeds geen enkele trainer die zijn beste spelers niet opstelt. Ook Rijsbergen niet. Ik hoop dat Hans Bond er elke week vijf inschiet. Dan gaat het ons allemaal goed.”

-Past uw mentaliteit bij die van de club?
“Eh, het blijkt dat ze er toch wel wat van opgestoken hebben, want het was een labiele groep die zich vorig seizoen uit de degradatienood heeft weten te knokken. Dat hebben we dan toch bereikt. Maar het botst nog weleens. Ik vind dat er te weinig beleving is bij veel spelers. Van Hans Bond zal ik nooit een moordenaar maken, maar hij beseft nu wel dat voetballen meer inhoudt dan een beetje pielen. Lekker voetballen moet je in de zaal doen. Op je veertigste.”
-Typerend voor Volendam?
“Ik ken geen enkele Volendammer die op basis van mentaliteit de top heeft gehaald. Wim Jonk, de gebroeders Mühren, Johan Steur - hele mooie voetballers, maar als er oorlog gevoerd moet worden, geven ze niet thuis. In mijn groep zijn het trouwens vooral de jongens van buiten het dorp die er niet alles uithalen. Sommigen worden er niet warm of koud van als ik in mijn onderbroek op de Dijk ga staan. Daarom moet ik me afvragen of ik hier nog wel pas. Of deze club past bij mijn ambities als trainer. Als er niets verandert, moet je je conclusies durven trekken. Of je moet zelf veranderen. En dat wil ik niet. Zo zit ik niet in elkaar. Toen ik bij Roodenburg trainde, kwamen die jongens op zaterdag soms lam van de drank naar een ochtendtraining. Met het broodje kaas nog in hun mond. Dan kan ik niet zeggen: hé mannen, was het gezellig gisteren? Dan schop ik ze liever over het hek heen. Die spelers.”

-Vindt men u vervelend? Lastig?
“De mensen met wie ik werk niet. Zelfs de spelers niet. En mijn vriendin zegt ook niet: wat is dat een vervelende gozer. Want dan laat ik haar rondjes lopen. Straftraining, hahaha.”

-Hoe typeert u de gemiddelde prof van nu?
“Het zijn niet allemaal zeikerds natuurlijk, maar soms mag je best een beetje pijn lijden. En iets voor dat vak over hebben. Wiel Coerver liet mij vijfduizend keer opspringen om op zondag Ralf Edstrim te kunnen bestrijden. En het lukte me. Spelers van nu beheersen het al na dertig keer springen... Of ze voelen een pijntje. Nou, ik moest nog beginnen met voetballen en ze vertelden al dat het medisch onverantwoord was. En toch ben ik nog zestien jaar prof geweest. Op karakter.”

-Is dit de realiteit of het oordeel van een oude man?
“Ik ben geen oude man, ben pas 43.1k merk gewoon dat ik bepaalde jongens enorm moet stimuleren om te trainen. Terwijl ik juist hoop dat die miljonairs van 23 jaar ook liefhebber blijven. Veel voetballers van tegenwoordig liggen ‘s avonds voor de tv met zo’n stapel videobanden. Met Rocky 3, Rocky 7 en Police Academy weet-ik-hoeveel. Ik wil dat ze met dat voetballen bezig zijn, omdat het een prachtig vak is. Daarom kan ik ook zoveel hebben van Johan Steur. Die loopt zich altijd helemaal suf voor de ploeg. Nou, die mag van mij een keer slecht spelen. Van iemand tegen wie ik elke dag moet zeggen: jongen, je moet een beetje harder trainen, want zo vind ik het niet helemaal goed kan ik wat minder hebben. Het dilemma is dan weer, dat Louis van Gaal zomaar Kluivert in de 44ste minuut kan wisselen. Eén gebaar is genoeg om die jongen te vertellen waar het om gaat. Ik kan zo’n speler niet vervangen door een gelijkwaardige en ben een week bezig om in een praatgroep uit te leggen wat ik bedoel.”

-Hoe was u zelf toen u als jongen van twintig bij Feyenoord binnenkwam?
“Vraag het Willem van Hanegem maar. Die gaf ik net zo gemakkelijk een schop voor zijn flikker. Of Franz Hasil. Die ging ook omhoog. En dat waardeerden die jongens ook in Rijsbergen. Dat-ie ongeacht de persoon weleens een knal teruggaf. Ik ben bij Feyenoord gevormd in een ploeg, nou daar liepen een paar inbrekers rond. Rinus Israel, Theo Laseroms en Piet Romeijn konden je lachend al je voortanden uit je mond schieten. Als je nu wat verkeerds zegt, gaan de vriendinnen zich beklagen over de trainer. Ik moet daar zo mee oppassen. Zondag, Zoetebier. Speelde goed, maar het uitverdedigen langs de grond was een drama. Dat weet hij net zo goed als ik. Dan zeg ik: joh, Zoetebier heeft die dokter je voeten soms verdoofd? Nou kan Zoetebier daar wel tegen, maar voor hetzelfde geld zeg je het tegen iemand die heel labiel is en dan ben je weer vijf weken aan het praten om hem uit dat wak te krijgen.”


© Robert Collette

Feyenoord-AZ, Wim Rijsbergen wordt stevig aangepakt door Willem van Hanegem

-U vertrok bij Feyenoord omdat ze u onderbetaalden
“Ik liep daar al zes jaar rond en elke buitenlander die binnenkwam, ging veel meer verdienen dan ik. Willy Kreuz, Jörgen Kristensen. Daar had ik op een gegeven moment genoeg van, zeker omdat ze me ook transfers naar Anderlecht en Bayern München hadden onthouden. Na het WK van ‘78 had ik me voorgenomen om in de meubelzaak van een vriend te gaan werken. Uiteindelijk zakte Feyenoord van 1,2 miljoen naar zes ton. Kon ik naar Bastia. Als Bastia toen niet was gekomen, was ik gestopt. Pech gehad. Maar ik had me wel goed gevoeld.”

-Heeft u uw carrière niet vergooid door al op uw 27ste naar New York Cosmos te gaan?
“Lazer toch op zeg... Dat is de mooiste tijd van mijn leven geweest. Zelfs al had ik tot mijn vijftigste gestudeerd, had ik niet zoveel levenservaring opgedaan als in die periode bij de Cosmos. Had ik dan tien jaar bij Feyenoord moeten blijven om misschien tachtig interlands te halen en steeds de ziekte in te hebben dat ik werd onderbetaald ?“

-Als trainer heeft u Go Ahead Eagles en AZ geweigert, omdat ze te weinig betaalden.
“Ja. Ik heb een prijs. Bij Telstar zeg ik echt niet: jongens, ik moet vier ton verdienen. Maar bij een club met een begroting van tien miljoen moeten ze mij ook niet afschepen met vijftigduizend gulden salaris. Moet ik dan in Deventer gaan wonen en drie maanden later mijn hele zaakje inpakken, omdat er een paar sponsors gaan lopen schreeuwen dat ik toch niet helemaal in het plaatje pas? Daar zet ik mijn leven niet voor op het spel.”

-Als jeugdtrainer van Ajax raakte u met Johan Cruijif in conflict.
“Ik stuurde Jordi Cruijif weg, omdat ik vond dat hij verkeerde schoenen droeg. Johan vond dat-ie best op rubbertjes kon spelen, maar hij lag constant op zijn bek. Dus vond ik dat-ie lange noppen moest gebruiken. Johan vond dat het slecht was voor zijn knieën.”

-Was dat de reden voor de breuk met Ajax?
“Nee. Ik heb een fantastische tijd gehad bij Ajax. Toen ik begon liepen Kluivert, Oulida, Reiziger en Ooyertje nog in de D’tjes rond. Maar ik kon assistent worden bij DS’79, het betaald voetbal trok me wel. Door mijn scheiding is daar niks van gekomen. De jaren daarna stond de opvoeding van mijn kinderen centraal. Want op zo’n moment is het trainersvak niks. Onbelangrijk.”

-U komt uit de Ajax-school, maar bij Volendam kreeg u al snel het etiket een ‘verdedigende trainer’ te zijn.
“Ik vind de gedrevenheid en de opleiding bij Ajax fantastisch. Maar ik heb met Volendam te maken. En wij hebben niet drie superaanvallers lopen. Dan moet je daar als trainer rekening mee houden. Het is allemaal zo betrekkelijk. Tegen Ajax speelden we dit seizoen achterin een-op-een. Na vier minuten was het 0-2. Gelukkig werd het nog gelijk, maar even zo goed verliezen we met 0-8. Dan is Rijsbergen gek. Nu is hij een genie, een held, een tactisch wonder. Zo dicht ligt het bij elkaar.”

-Wat is het criterium om te bepalen of iemand een goede trainer is?
“Die spelers. Als die zeggen dat zo’n man geen onzin vertelt en ze halen ook nog een paar punten, dan doe je het niet slecht. Het vervelende is alleen dat je je niet elke zondag kunt bewijzen zoals een speler dat kan. Je bent afhankelijk van dat resultaat. Want sponsors zien alleen momentopnamen, die wedstrijd dus. Zij oordelen op basis van het resultaat en niet op basis van die ‘tig’ uur dat ik in de modder heb staan ploeteren met die gasten. Als een bestuur gevoelig is voor die emotionele reacties van sponsors, kan het jou als trainer mooi je nek kosten. Want uiteindelijk gaat het zo toch? Als die sponsor zegt: ‘Ik verleng mijn contract, maar die Rijsbergen moet eruit’, is de keuze voor een club niet zo moeilijk meer. En dan heb jij binnen twee jaar een stempel op je rug dat je een boerenlul bent. Einde carrière, einde verhaal.”

-Ziet u het trainersvak zo somber?
“Helemaal niet. Het stoort mij alleen dat je in dit vak veroordeeld kunt worden door mensen die niet voldoende kennis van het voetbal hebben. Positief en negatief. Ronald Spelbos doet het één seizoen wel goed met NAC en hij wordt door iedereen gelijk tot kroonprins gebombardeerd. Dan ben je ineens ‘De Succestrainer’, die overal terecht kan. Brammetje Braam komt heel enthousiast van de cursus, tekent als eerste van die groep een contract, legt zijn ziel en zaligheid in een club (TOP, red.) en is nu misschien wel voor het leven afgewerkt. Terwijl hij alle veldjes heeft afgestroopt om spelers te vinden, kan Hans Dorjee nu kopen wie hij wil. Daarom: er is niks te plannen. Braam hoopte ook op een carrière van vijftien jaar betaald voetbal met een paar jaartjes Japan er achteraan. Als ik twee keer verlies, zegt er misschien wel eentje: sorry Rijsbergen, maar we nemen een ander. Moet ik dan de rest van mijn leven met ijszakken op m’n hoofd gaan zitten?”

-De voetballerij wordt geregeerd door opportunisten?
“Het is opgefokt door de financiële belangen. Trainer zijn is het mooiste vak dat je kunt hebben. Maar wij zijn wel dezelfden als de lui die driehonderd jaar geleden met hun kop in zo’n galg hingen en door het volk met tomaten en eieren werden bekogeld. Nu zijn het de sponsors die met eieren gooien. Welke club zegt nou: jij krijgt een contract voor twee jaar en daar blijven we koste wat kost achter staan, omdat we geloven dat jij hier iets kan opbouwen? En hoeveel clubs zijn er niet die amper de touwtjes aan elkaar kunnen knopen, maar plotseling wel het geld hebben om een trainer af te kopen. Hoeveel clubs voeren nu echt een technisch beleid? Neem De Graaf*schap. Die hebben eerst Kistemaker, kiezen vervolgens voor Versleijen, wat toch een totaal ander type is en doen het nu met Körver. Prima allemaal, maar een lijn kan ik niet ontdekken.”

-Een trainer kun zich gezien de krappe arbeidsmarkt altijd vinden in het beleid van een club?
“Als een beleid mij niet aanstaat, ga ik niet naar die club. Want op den duur gaat het dan toch kapot. Zie Kurt Linder en Tomislav Ivic bij Ajax destijds. Als Volendam nu zegt dat we Europees voetbal moeten halen, kan ik beter nu stoppen dan wachten tot ik ontslagen word. Want dat komt er toch van als je de doelstellingen niet haalt. En dan ben je nog verder van huis. Je moet realistisch zijn. Ik moet ook niet denken dat ik de mentaliteit in Volendam kan veranderen, want dan heb ik een gat in m’n hoofd. Je weet dat kinderen van die vissers op hun veertiende naar de kermis gaan en zich een stuk in de kraag zuipen. Zo is Volendam, al honderden jaren lang.”

-Hoe rekbaar zijn uw principes? Er zijn tenslotte meer trainers op de wereld dan Wim Rijsbergen?
“Dat moet altijd maar blijken. In mijn voetbalcarrière zijn die niet zo rekbaar gebleken. En ik ben sindsdien niet veel veranderd. Ik ben niet iemand met een IQ van 160 of 200, maar ik weet wel wat er in de wereld te koop is. Dat geeft geestelijke onafhankelijkheid. Ik zeg niet dat Rijsbergen zaligmakend is. Ik zeg alleen dat ik maar één gezicht heb. En niet twee. Ik kan wel een paar sponsors op m’n verjaardag uitnodigen om nog een jaartje langer bij Volendam te kunnen blijven, maar zo zit ik niet in elkaar. Als ik iemand een vervelende vent vind, praat ik niet eens met hem.”

-Maar u heeft centen genoeg. Dat praat gemakkelijk.
“Hoezo!? Wie zegt dat? Jan Brouwer heeft in De Telegraaf eens geroepen dat Rijsbergen financieel onafhankelijk is en dat-ie daarom gemakkelijk ruzie kan maken bij Volendam. In die brief van de Club van 200 stond ook zoiets. Alsof het me niet interesseert. Nou, als Volendam mij niet interesseert, zou ik me niet zo druk maken om die club. Dan zou ik Brouwer een hand geven, een dikke sigaar opsteken en naar de Bahamas gaan.”

-Hoe kunnen sponsors/managers van succesvolle bedrijven in de voetballerij soms de plank zo misslaan?
“Dat is een heel mooi fenomeen. In de sport laten mensen zich leiden door emoties. Die vinden het mooier om op zondag een hand te krijgen van Marco van Basten dan dat ze op maandag een goede order afsluiten. In de club zijn ze vaak veel minder zakelijk dan in hun bedrijf. Ik heb dat bij de Cosmos meegemaakt met Warner Brothers. Draaiden een miljardenomzet, maar Steve Ross - de grote man daar - kon laaiend een boete uitdelen als hij op de video iets had gezien wat hem niet beviel. Dan sloeg hij helemaal op tilt. Een man met vijftigduizend mensen in dienst! In het weekeinde worden zulke mensen net kleine kinderen. Dan gaan ze gekke dingen roepen. Dat Volendam achtste moet worden bijvoorbeeld. Maar ze zeggen er niet bij: hier Rijsbergen, ga maar twee miljoen investeren.”

-Begin dit seizoen kreeg u een aantal ‘technische adviezen’ van de Club van 200.
“Ja, die mensen willen dan even voor trainer spelen. Vroegen zich af waarom Hans Bond niet speelde, dat soort dingen. Ze vonden ook dat ik de club beter moest verkopen. Maar iets wat rond is, kan ik niet vierkant maken. Ik heb het bestuur gezegd: als jullie daar achter gaan staan, moet je een andere trainer nemen. Laatst vroeg de Club van 200 of ik even een praatje wilde komen houden voor ze. Dan ben ik natuurlijk niet thuis. Kijk, die mensen hoeven niet met spandoeken op de tribune te gaan zitten met ‘Rijsbergen moet blijven’, maar ze moeten zich wel realiseren dat ik over het elftal ga. Zo niet, dan word ik een vervelende klootzak.”

-Misschien schrikt u sponsors wel af.
“Ik ben er niet om aardig gevonden te worden door sponsors of spelers, maar om prestaties te leveren. En dan moet je elkaar dingen kunnen vertellen. Mensen mogen Rijsbergen ook achter zijn vodden aanzitten. Graag zelfs. Dan trap je weleens op een lange teen, nou en? Het hele leven doet weleens pijn. Populair hoef ik niet te worden. Als de mensen met wie ik werk mij maar respecteren. Ik kom weleens bot over, maar ik zeg de dingen nou eenmaal graag in een paar woorden. Wat dat betreft ben ik heel erg zwart-wit.”

-In het kader van de carrièreplanning is dat niet zo handig. U bent pas een beginnende trainer, niks in wezen.
“Wie zegt dat ik wat wil worden. En wat is niks? Ik ben Rijsbergen en in mijn beleving ben ik veel meer waard dan iemand met vijftigduizend gulden in z’n zak, die kan roepen dat ik weg moet. De glazenwasser maakt mij toch ook niet uit voor klootzak-dit en klootzak-dat. Zoals ik de postbode niet verrot scheld als hij een brief van de belasting naar binnen gooit. Waarom zou iemand met veel geld dat recht wel hebben? Ik ben opgetrokken met de groten der aarde. Bij Cosmos was Mick Jagger de vice-president. Als die niet stoned was, kon je daar heel gezellig mee omgaan. Rod Stewart liep er vaak rond, Franz Beckenbauer, de hele top van Warner Brothers. Dan zal toch niet één of andere boerenlul, die toevallig snel rijk is geworden, mij kunnen kleineren. Of kunnen zeggen dat die Rijsbergen niks is. Dat zal mij nooit gebeuren.”

Terug