Oude doos

Artikelen - Algemeen - seizoen 1994-1995 - Volendam succesvol tegen de verdrukking in
Volendam,
In Volendam worden de beste spelers nog steeds verkocht. Dus blijft de trainer mopperen. Maar de club gaat vrolijk verder met presteren. Want nu de lente de kille winter omarmt, is Volendam een keurige middenmoter en het speelt volgende week woensdag zelfs in de halve finale van het bekertoernooi tegen FC Utrecht.

Het was zo’n avond waarbij de enige flitsen afkomstig waren van het onweer in de verte. Op het veld was er alleen mist en regen. Een mooi doelpunt van Volendammer Vukov een knal op de paal van dezelfde speler en wat amechtige pogingen van Dordrecht ‘90. Verder was Volendam- Dordrecht 90 vorige week woensdag een regelrechte kwelling voor de geest. Wim Rijsbergen kan mooi brommen en baste na afloop: “We hebbende slechtste wedstrijd van dit seizoen gespeeld. Dan vind ik het onbegrijpelijk dat er ook nog een man van de wedstrijd werd gekozen. Die was er gewoon niet.” Maar goed, Volendam won met 1-0, goed voor twee punten, en dan vervliegt cynisme in deze fase van de strijd al snel tot een smalle glimlach.

Al waren excuses niet op hun plaats, misschien vloeide het Volendamse geklungel wel voort uit het bericht dat een paar uur voor de aftrap uitlekte. Wim Rijsbergen wordt de komende twee seizoenen trainer bij NAC, een belofte die na weken eindelijk werd ingelost. De trainer was ook kandidaat bij FC Utrecht en had al een eerste onderhoud gehad met Sparta. Voordat het daar tot een vervolggesprek kon komen, ging technisch manager Henk Hendriks eerst lekker op vakantie. Omdat de voetballerij niet geduldig is, was NAC slagvaardiger. Rijsbergen ook. Na anderhalf jaar margewerk is NAC voor hem een droom later. “NAC is voor mij een goede club”, licht de trainer toe. “De financiële onderbouw is stevig, het elftal heeft groeimogelijkheden en er is een behoorlijk supporterslegioen. Het lijkt me prachtig om elke thuiswedstrijd voor minimaal tienduizend mensen te werken.”

De huisstijl van NAC is de trainer met het vinnige karakter bovendien op het lijf geschreven. In Breda tellen excuses op zaterdagavond niet meer, moeten de helpers uit de ring en is er alleen nog maar voetbal. Rijsbergen is zo’n trainer van ‘kein geloel’. “In Breda willen ze spelers zien die bereid zijn wat voor die supporters te willen betekenen”, weet de oefenmeester. “Er moet wat op dat veld te zien zijn. Vuur. Ik ben zelf groot geworden in het Rotterdamse circuit waar in die tijd gemiddeld nog veertigduizend mensen in De Kuip zaten. Die mensen wilden ook niet dat je over het veld liep te wandelen. De beuk moet erin.”

Bij NAC vindt hij bovendien de ambities die bij Volendam al die tijd verborgen bleven. Aan de Bredase Beatrixstraat heersen passie en geldingsdrang, ook bij het bestuur. Rijsbergen: “In Breda krijgen ze ook een nieuw stadion, net als hier. Alleen is daar de financiering al rond, ver voor de bouw gaat beginnen. Het nieuwe stadion gaat dus niet ten koste van het elftal. In Volendam moeten ze eerst een speler verkopen om achterstallige zaken af te kunnen betalen.”

Die situatie leidt al maanden lang tot wrijvingen en spanningen in Volendam. De trainer sprak de afgelopen maanden herhaaldelijk met scherpe tong. De taal van Rijsbergen komt uit het hart, niet uit de diplomatie. “Als dingen duidelijk liggen, moet je ze duidelijk zeggen, vind ik.” Als Rijsbergen over het bestuur en sponsors spreekt is het ook net of hij over vreemde hemellichamen praat. Hij heeft het dan over daar of boven. “Die geledingen zijn ver weg. Er is grote afstand, geen binding met de spelersgroep. Het is de ver-van-mijn-bed-show.”

Het kon dan ook niet anders of de trainer botste herhaaldelijk in Volendam. Met het bestuur - in casu manager Jan Brouwer - dat nog vóór de competitie spits Fabian de Freitas voor 1,1 miljoen gulden verkocht aan Bolton Wanderers en de dringende wens van Rijsbergen om zijn uitgedunde selectie te versterken negeerde. Met sponsors die achter zijn rug om een brandbrief naar het bestuur stuurden om de trainer tot de orde geroepen. Het was de Club van 200 namelijk ter ore gekomen dat Rijsbergen na afloop van Volendam-NAC had geroepen dat hij op de reservebank niets achter de hand had. Op die bank zaten Volendamse jongens, afkomstig uit de jeugdopleiding waar de Club van 200 jaarlijks zestigduizend gulden insteekt. De ijdele geldschieters zagen de woorden van de trainer derhalve als een persoonlijke aanval en misten bij Rijsbergen bovendien het wij-gevoel. Toen Rijsbergen daarna door het bestuur op het matje werd geroepen sprak hij slechts enkele, maar zeer krachtige woorden: “Steek die brief maar in je reet.” Toen de Club van 200 Rijsbergen twee weken later uitnodigde voor het geven van een lezing, sloeg de trainer de invitatie van die lafbekken zoals hij ze noemt, lachend af. Het kan dan ook niet anders of de leiding van Volendam moet opgelucht hebben gereageerd toen Rijsbergen ruim een maand geleden zelf aankondigde zijn verblijf in Volendam niet te verlengen. Met een trainer die niet schroomt tegen heilige huisjes aan te schoppen is het nu eenmaal lastig werken. “Nee hoor, Rijsbergen is niet zo’n lastpak”, ontkent Brouwer. “Inhoudelijk had hij met zijn kritiek ook drieduizend procent gelijk. Hij had zich er alleen van moeten weerhouden elke week in de media op de club te schieten. Dat vond ik vaak wat ongenuanceerd en wijt ik aan een gebrek aan ervaring. Hij vergeet één ding: toen hij op onze aanbieding inging wist hij van de mogelijkheden en onmogelijkheden van Volendam. Door het contract te tekenen, heeft hij zich daarmee akkoord verklaard. Dan moet je daar niet over blijven zeuren. Bovendien: toen wij Rijsbergen aanstelden, was hij een beginnend trainer die van een tweedeklas amateurclub kwam. Ook Volendam heeft dus zijn nek uitgestoken.”

Twee weken geleden stond De Dijk opnieuw op springen. Volendam had zich door een 1-0 overwinning op Heracles nog maar net geplaatst voor de halve finale van het bekertoernooi, of de club verkocht Alex Pastoor, een van zijn beste spelers, voor het luttele bedrag van 350.000 gulden aan Heerenveen, nota bene ook halve finalist. Dan kun je als club niet langer de schijn ophouden ambitieus te zijn, vindt ook Rijsbergen. “Het bekertoernooi leeft ontzettend. Bij mij en zeker bij de spelers”, moppert de trainer. “Maar dus absoluut niet bij het bestuur. Anders kan ik de actie Pastoor niet verklaren. Probleem was alleen dat ik de verkoop van Alex niet kon tegenhouden. Die transfer was een bestuursbesluit en het is duidelijk dat het bestuur en ik niet op één lijn zitten. Ik heb wel gezegd dat de verantwoordelijkheid voor de onrust die verder ontstaat nu ook bij het bestuur ligt en niet bij mij.” Manager Jan Brouwer houdt meer van nuancerende praat. “Pastoor tekende voor dit seizoen al met hangen en wurgen bij. Hij wilde weg en wij vonden ook dat hij aan een nieuwe uitdaging toe was. Bovendien stonden de voorwaarden van zijn huidige contract ons niet aan. Wilden wij dat voor volgend jaar veranderen, dan zouden we ontslag voor hem aan moeten vragen. Nou, je krijgt dus nooit en te nimmer een ontslagvergunning voor een speler als je een paar maanden eerder nog een aanbod van een andere club om hem te kopen, hebt afgeslagen. Dit was gewoon voor iedere partij het beste.” Niet voor de spelers. Die voelen zich gepakt. Wéér een belangrijke speler minder en dat nog wel aan de vooravond van het bekertreffen tegen Utrecht. “Ik heb me hooglijk over de transfer van Pastoor verbaasd. Als je de beker wilt winnen moet je niet je belangrijkste spelers verkopen”, aldus de sterke centrumverdediger Robert Molenaar die Pastoor al tegen Dordrecht ‘90 miste. “We kwamen absoluut niet aan voetballen toe. De bal ging niet van Oranje naar Oranje, maar rechtstreeks naar de tegenpartij. Dat heeft met de absentie van Pastoor op het middenveld te maken. Bovendien beoordelen veel mensen de sterke punten van Alex verkeerd. Voor mij was hij in de coaching heel belangrijk. Hij is zo’n speler die nog bij balbezit van ons kon zien waar de schoen in verdedigend opzicht zou gaan wringen. En daar liet hij het elftal dan op anticiperen.”

Volendam informeerde nog even bij Feyenoord naar de mogelijkheid om Errol Refos voor de rest van het seizoen over te nemen. De Rotterdammers lieten hem met het oog op de Europa Cup-ontmoeting tegen Real Zaragoza en de blessure van Ulrich van Gobbel niet vertrekken. Waarop Volendam de jeugdige Edwin Herman, een speler voor de linkerflank, van PSV 2 huurde. De vacature van Pastoor, centraal op het middenveld, mag Rijsbergen invullen. “Zo denken ze hier. Die Rijsbergen lost het wel even op, dat is een tovenaar. Maar ik kan niet toveren. En als er geen gelijkwaardig alternatief voor Pastoor is kan ik niet eens gewoon werken. Zo is het het hele jaar. Het is passen en meten, elke week weer”, klaagt de trainer. Libero René Binken kent de streken van de vos. “De verkoop van Pastoor is heel vervelend, maar als spelersgroep kun je er niets tegen doen. Je leest wat in de krant en je ziet wat op Teletekst. Maar uitleg over hoe en waarom krijg je hier nooit. Accepteren en verder leven, dat is Volendam.”

In weerwil van de telkens opgeworpen hindernissen gaat Volendam dit seizoen, voetballend in ieder geval, fluitend over de wegen. Geplaatst voor de halve finale van de beker, in de competitie een stevige middenmoter die bijna een punt per wedstrijd pakt. En dat terwijl de club vóór het seizoen als serieuze degradatiekandidaat gold. Het succes moet dus een geheim hebben. “Er is geen geheim, want er is ook geen succes”, relativeert Rijsbergen. “Wat is nou succes? Voor een sporter betekent succes kampioen worden. Dat kan hier niet. Voor de club is het een succes wanneer je voor de zesde plaats speelt. Dat kan ook niet. Dus wat is dan goed? We zijn nog niet veilig, als je een paar slechte wedstrijdjes speelt, zit je weer in de problemen. De beker winnen zou prachtig zijn. Maar we moeten eerst nog een halve finale spelen en daarna een finale. Je kunt wèl zeggen, dat we het gemeten naar onze mogelijkheden aardig doen. Alle clubs uit onze categorie hebben voor en tijdens het seizoen zwaar geïnvesteerd. Groningen, RKC, Heerenveen, NAC, FC Utrecht, Go Ahead Eagles; allemaal hebben ze met de geldbuidel gerammeld. Ook als er spelers verkocht werden. Wij hebben geen enkele versterking gekregen. Ja, we hebben een rechtsback gehuurd van Ajax in de persoon van André Ooijer. En we hadden geen linksback dus hebben we Ulrich Wilson gehaald. Maar dat zijn noodzakelijke opvullingen, geen versterkingen die je selectie op een hoger niveau brengen. Tja, als je die mogelijkheden bekijkt staan we eigenlijk kampioen te spelen.”


© Rob Cornelder

Aanvoerder Johan Steur tijdens het duel et Bo Ahead Eagles, links René Binken

Vorig seizoen behoedde Rijsbergen Volendam met een degelijke formule voor degradatie. Dit seizoen borduurt hij voort. Duidelijke organisatie, taakdiscipline en uitbanning van individuele frivoliteiten. Het verhaal is simpel, zonder ingewikkelde tactische verhandelingen. Poppetjes op de goede plaats, en als dan een aantal poppetjes goed is, kom je een heel eind. “Het gaat om de verhouding tussen plussen en minnen in je elftal”, aldus Rijsbergen. “In het doel en in de achterste lijn moeten allemaal plussen staan, Daar leun je op. Als je verder op het middenveld nog twee plussen hebt en er loopt er voorin nog één rond, dan ben je in veel wedstrijden al een eind op streek.”

De verdediging in Volendam is een sterk blok. De basis. Onze defensie staat eigenlijk het hele seizoen al goed te spelen”, aldus Binken. “Molenaar en ik spelen elke week constant. Ooijer ontwikkelt zich uitstekend en houdt zich - onervaren als hij is - goed staande in de eredivisie. Op links valt Rogier Hoogland, die Ulrich Wilson heeft vervangen, na een goed begin wat terug, maar je mag niet vergeten dat hij zo uit ons tweede elftal komt. En als er al iets misgaat staat Zoetebier in het doel zijn mannetje. Op het middenveld gaan ook de verdedigende taken voor alles. Het blijkt dat tegenstanders het gewoon moeilijk hebben om tegen zo’n hecht blok te voetballen.”

De smalle selectie heeft Volendam daarbij nog niet opgebroken. “Wat er staat is goed”, aldus Ulrich Wilson. “Maar in de breedte houdt het niet over. Dat is gecompenseerd door geluk, pure mazzel en doordat de blessures elkaar afwisselden. Als we bijvoorbeeld drie jongens uit de kern voor langere tijd moeten missen, is de ramp niet te overzien.”

Het gebrek aan scorend vermogen blijft echter schrijnend. Volendam mist spelers met het gif van de echte killer. Verdediger Ooijer was lange tijd de meeste productieve speler met vier goals. Sinds kort is Smeets hem met een treffer voorbij gestreefd en heeft Volendam tenminste weer een spits als topscorer. Maar 27 doelpunten blijft mager. Rijsbergen: “We hebben gewoon een probleem voorin. Dat ontstond al vóór het seizoen toen De Freitas wegviel en dat is alleen maar erger geworden omdat Stefanovic nooit in zijn oude doen is gekomen. Vorig seizoen maakte hij na mijn aantreden dertien goals, nu is hij geen schim meer van een spits. Hij had privéproblemen waardoor hij helemaal niet meer aan voetballen toekwam. Dat scheelt niet alleen een handvol goals, maar ook een paar punten.”

Slechts de hekkensluiters Go Ahead Eagles en Dordrecht ‘90 scoorden deze competitie nog minder. De trainer heeft op een wrange manier zijn gelijk gehaald. “Nu blijkt gewoon dat Rijsbergen voor de competitiestart helemaal niet zo vervelend was om te roepen dat we er een spits bij moesten hebben. Ik zei dat niet om iemand te pakken, maar als trainer die vond dat zijn spelersgroep behoefte had aan een spits.”

Jan Brouwer, de manager van daarboven, ziet het uiteraard anders. “Volendam is wel degelijk bezig geweest om een extra aanvaller aan te trekken. Op een gegeven moment wilden we Stefan Janssen van FC Den Bosch overnemen. We kregen de prijs alleen niet lager dan 250.000 gulden. Dat bedrag willen wij dus niet betalen voor een wisselspeler. Dat is toch ons commercieel recht? Later heeft een sponsor nog voorgesteld om Prince Polley aan te trekken. De trainer vond dat echter geen speler voor Volendam. Meer pogingen hebben we niet ondernomen, nee. Domweg, omdat ons niet meer voorstellen van Rijsbergen bereikt hebben.”

Tegen de verdrukking in komt Volendam toch tot behoorlijke prestaties. Na een gelukkige loting, waarin Volendam na de 3-2 overwinning op Vitesse de eerste divisieclubs AZ en Heracles uitschakelde, wacht volgende week Utrecht in de halve finale om de beker. Het dorp staat op zijn kop. Amsterdammer Wilson: “Als ik even het dorp in wandel om een boodschapje te doen word je door iedereen aangeklampt. Er wordt alleen maar over de beker gesproken, dat leeft hier ontzettend. Naar de uitwedstrijd tegen Heracles zijn geloof ik tien bussen meegereden. Dat is hier in jaren niet meer voorgekomen.”

Rijsbergen bespeurt de voorpret ook binnen zijn selectie. “Bij die spelers leeft het bekertoernooi heel erg. Die jongens zullen nooit een grote buitenlandse carrière maken of het Nederlands elftal halen”, aldus de trainer. “Het bekertoernooi is voor die knapen een fantastische gelegenheid om de aandacht te krijgen die ze verdienen. Het is toch prachtig dat die jongens later als opa tegen hun kleinkinderen kunnen zeggen dat ze nog eens een bekerfinale hebben gespeeld? Dan is het extra jammer dat het bestuur dat op het spel zet door Alex Pastoor te verkopen. Voor precies 25 mille méér dan ze voor Pastoor konden krijgen als hij aan het einde van het seizoen verkocht zou worden.”

Ulrich Wilson wenst dat het enthousiasme van het bekertoernooi verdergaat dan spelers en supporters. “Als we de finale halen, hebben we echt recht van spreken, dan kunnen we de ogen van het bestuur misschien openen. Deze spelersgroep is tot behoorlijke prestaties in staat. Dat laten we nu al zien. Als er nog een paar goede versterkingen bijkomen, kan Volendam gewoon uitgroeien tot een hele goede middenmoter. Het bestuur moet actie ondernemen. Neem André Ooijer. Ajax heeft de ogen ook niet in de zak zitten en volgt de ontwikkeling van die jongen nauwlettend. De club moet hem direct kopen, anders speelt hij volgend jaar in Amsterdam. Ook Smeets en Vukov moeten volgens mij snel voor langere tijd vastgelegd worden. Het mag niet zo zijn dat die jongens straks voor een appel en een ei naar een andere club gaan. Dan komt Volendam vanzelf een keer op de koffie.”

Robert Molenaar vindt zelfs dat Volendam een eventuele bekerfinale tegen Feyenoord maar moet verliezen. “Begrijp me goed, we geven echt niets cadeau. Maar voor het totale Nederlandse voetbal zou het beter zijn als Feyenoord wint. Dat heeft in het Europese voetbal wat zoeken, Volendam helemaal niets.” Hij zegt het als noodsignaal, als waarschuwing. Want als Volendam doorgaat met spelers te verkopen, ziet hij geen toekomst voor de club. Ook niet voor zichzelf. Ik ben ambitieus, ik wil hogerop”, aldus Molenaar wiens contract na dit seizoen afloopt. Bovendien ben ik 26 jaar, het moet dus snel een keer gebeuren. En dan moet je haast wel naar een andere club. Voor een speler met ambitie ziet het er bij Volendam gewoon niet gunstig uit.”

De sombere boodschap is ook tot Jan Brouwer doorgedrongen. De manager onderkent de problematiek. “We slaan onszelf heus niet op de borst voor de situatie van de afgelopen jaren. Het ging ons in eerste instantie om het overleven, die opdracht hebben de trainers van de laatste drie seizoenen, Fritz Korbach en Wim Rijsbergen, prima uitgevoerd. We hadden nu eenmaal te maken met een verouderde accommodatie die we drastisch moesten moderniseren. Het lijkt me duidelijk dat dat ten koste gaat van het voetbalwinkeltje. Dat is voor iedereen vervelend, ook voor mij.”

Daarin moet snel verandering komen. Volendam heeft een ambitieus technisch plan in de pen dat na de aanstelling van de nieuwe trainer geconcretiseerd moet worden. Brouwer: “Het komt erop neer dat we in de bovenbouw ten aanzien van de trainersstaf en de spelersgroep eindelijk continuïteit willen krijgen. In de onderbouw, de jeugdopleiding, willen we toe naar een serieuze opleiding voor het vak betaald voetballer. Daarin moeten alle denkbare facetten geoptimaliseerd worden. Studie- en maatschappelijke begeleiding, loop- en mediatraining, fysieke en medische begeleiding, betere trainingstijden, inhuren van bekende gastdocenten; noem maar op. In Nederland behoren Ajax, FC Twente, PSV en MVV tot de top als het gaat om jeugdopleiding. Volendam wil ook zo’n instituut worden.”

In Maastricht begon het voetbal zaterdag pas om tien voor negen. Dik een uur te laat. Voor die tijd fabriceerden MVV en Volendam regelrecht prutswerk. Totdat Johan Steur de gasten uit een kluutsituatie op voorsprong zette. Daarna werd er pas gevoetbald. Daarna pas schudde degradatiekandidaat MVV, dat uit de laatste zeven duels slechts twee punten had gehaald, eindelijk de angst van zich af. En kreeg Volendam ruimte en twee enorme kansen via Stefanovic en Vukov om de overwinning veilig te stellen. En kreeg de Volendamse doelman Edwin Zoetebier in een heus Maastrichts offensief eindelijk de kans zich met enkele schitterende reddingen te profileren. Maar hij moest zeven minuten voor het einde toch capituleren voor een strafschop van Richard Roelofsen. Het werd 1-1, Volendam is hard op weg naar veiligheid. “Weer een puntje erbij”, grjnsde Rijsbergen. “Die nieuwe trainer hè, die moet straks toch wel erg hoog van de toren blazen wil hij in Volendam dezelfde prestaties neerzetten...”
Geschreven door: Peter Wekking
Bron: Voetbal International
In Volendam worden de beste spelers nog steeds verkocht. Dus blijft de trainer mopperen. Maar de club gaat vrolijk verder met presteren. Want nu de lente de kille winter omarmt, is Volendam een keurige middenmoter en het speelt volgende week woensdag zelfs in de halve finale van het bekertoernooi tegen FC Utrecht.

Het was zo’n avond waarbij de enige flitsen afkomstig waren van het onweer in de verte. Op het veld was er alleen mist en regen. Een mooi doelpunt van Volendammer Vukov een knal op de paal van dezelfde speler en wat amechtige pogingen van Dordrecht ‘90. Verder was Volendam- Dordrecht 90 vorige week woensdag een regelrechte kwelling voor de geest. Wim Rijsbergen kan mooi brommen en baste na afloop: “We hebbende slechtste wedstrijd van dit seizoen gespeeld. Dan vind ik het onbegrijpelijk dat er ook nog een man van de wedstrijd werd gekozen. Die was er gewoon niet.” Maar goed, Volendam won met 1-0, goed voor twee punten, en dan vervliegt cynisme in deze fase van de strijd al snel tot een smalle glimlach.

Al waren excuses niet op hun plaats, misschien vloeide het Volendamse geklungel wel voort uit het bericht dat een paar uur voor de aftrap uitlekte. Wim Rijsbergen wordt de komende twee seizoenen trainer bij NAC, een belofte die na weken eindelijk werd ingelost. De trainer was ook kandidaat bij FC Utrecht en had al een eerste onderhoud gehad met Sparta. Voordat het daar tot een vervolggesprek kon komen, ging technisch manager Henk Hendriks eerst lekker op vakantie. Omdat de voetballerij niet geduldig is, was NAC slagvaardiger. Rijsbergen ook. Na anderhalf jaar margewerk is NAC voor hem een droom later. “NAC is voor mij een goede club”, licht de trainer toe. “De financiële onderbouw is stevig, het elftal heeft groeimogelijkheden en er is een behoorlijk supporterslegioen. Het lijkt me prachtig om elke thuiswedstrijd voor minimaal tienduizend mensen te werken.”

De huisstijl van NAC is de trainer met het vinnige karakter bovendien op het lijf geschreven. In Breda tellen excuses op zaterdagavond niet meer, moeten de helpers uit de ring en is er alleen nog maar voetbal. Rijsbergen is zo’n trainer van ‘kein geloel’. “In Breda willen ze spelers zien die bereid zijn wat voor die supporters te willen betekenen”, weet de oefenmeester. “Er moet wat op dat veld te zien zijn. Vuur. Ik ben zelf groot geworden in het Rotterdamse circuit waar in die tijd gemiddeld nog veertigduizend mensen in De Kuip zaten. Die mensen wilden ook niet dat je over het veld liep te wandelen. De beuk moet erin.”

Bij NAC vindt hij bovendien de ambities die bij Volendam al die tijd verborgen bleven. Aan de Bredase Beatrixstraat heersen passie en geldingsdrang, ook bij het bestuur. Rijsbergen: “In Breda krijgen ze ook een nieuw stadion, net als hier. Alleen is daar de financiering al rond, ver voor de bouw gaat beginnen. Het nieuwe stadion gaat dus niet ten koste van het elftal. In Volendam moeten ze eerst een speler verkopen om achterstallige zaken af te kunnen betalen.”

Die situatie leidt al maanden lang tot wrijvingen en spanningen in Volendam. De trainer sprak de afgelopen maanden herhaaldelijk met scherpe tong. De taal van Rijsbergen komt uit het hart, niet uit de diplomatie. “Als dingen duidelijk liggen, moet je ze duidelijk zeggen, vind ik.” Als Rijsbergen over het bestuur en sponsors spreekt is het ook net of hij over vreemde hemellichamen praat. Hij heeft het dan over daar of boven. “Die geledingen zijn ver weg. Er is grote afstand, geen binding met de spelersgroep. Het is de ver-van-mijn-bed-show.”

Het kon dan ook niet anders of de trainer botste herhaaldelijk in Volendam. Met het bestuur - in casu manager Jan Brouwer - dat nog vóór de competitie spits Fabian de Freitas voor 1,1 miljoen gulden verkocht aan Bolton Wanderers en de dringende wens van Rijsbergen om zijn uitgedunde selectie te versterken negeerde. Met sponsors die achter zijn rug om een brandbrief naar het bestuur stuurden om de trainer tot de orde geroepen. Het was de Club van 200 namelijk ter ore gekomen dat Rijsbergen na afloop van Volendam-NAC had geroepen dat hij op de reservebank niets achter de hand had. Op die bank zaten Volendamse jongens, afkomstig uit de jeugdopleiding waar de Club van 200 jaarlijks zestigduizend gulden insteekt. De ijdele geldschieters zagen de woorden van de trainer derhalve als een persoonlijke aanval en misten bij Rijsbergen bovendien het wij-gevoel. Toen Rijsbergen daarna door het bestuur op het matje werd geroepen sprak hij slechts enkele, maar zeer krachtige woorden: “Steek die brief maar in je reet.” Toen de Club van 200 Rijsbergen twee weken later uitnodigde voor het geven van een lezing, sloeg de trainer de invitatie van die lafbekken zoals hij ze noemt, lachend af. Het kan dan ook niet anders of de leiding van Volendam moet opgelucht hebben gereageerd toen Rijsbergen ruim een maand geleden zelf aankondigde zijn verblijf in Volendam niet te verlengen. Met een trainer die niet schroomt tegen heilige huisjes aan te schoppen is het nu eenmaal lastig werken. “Nee hoor, Rijsbergen is niet zo’n lastpak”, ontkent Brouwer. “Inhoudelijk had hij met zijn kritiek ook drieduizend procent gelijk. Hij had zich er alleen van moeten weerhouden elke week in de media op de club te schieten. Dat vond ik vaak wat ongenuanceerd en wijt ik aan een gebrek aan ervaring. Hij vergeet één ding: toen hij op onze aanbieding inging wist hij van de mogelijkheden en onmogelijkheden van Volendam. Door het contract te tekenen, heeft hij zich daarmee akkoord verklaard. Dan moet je daar niet over blijven zeuren. Bovendien: toen wij Rijsbergen aanstelden, was hij een beginnend trainer die van een tweedeklas amateurclub kwam. Ook Volendam heeft dus zijn nek uitgestoken.”

Twee weken geleden stond De Dijk opnieuw op springen. Volendam had zich door een 1-0 overwinning op Heracles nog maar net geplaatst voor de halve finale van het bekertoernooi, of de club verkocht Alex Pastoor, een van zijn beste spelers, voor het luttele bedrag van 350.000 gulden aan Heerenveen, nota bene ook halve finalist. Dan kun je als club niet langer de schijn ophouden ambitieus te zijn, vindt ook Rijsbergen. “Het bekertoernooi leeft ontzettend. Bij mij en zeker bij de spelers”, moppert de trainer. “Maar dus absoluut niet bij het bestuur. Anders kan ik de actie Pastoor niet verklaren. Probleem was alleen dat ik de verkoop van Alex niet kon tegenhouden. Die transfer was een bestuursbesluit en het is duidelijk dat het bestuur en ik niet op één lijn zitten. Ik heb wel gezegd dat de verantwoordelijkheid voor de onrust die verder ontstaat nu ook bij het bestuur ligt en niet bij mij.” Manager Jan Brouwer houdt meer van nuancerende praat. “Pastoor tekende voor dit seizoen al met hangen en wurgen bij. Hij wilde weg en wij vonden ook dat hij aan een nieuwe uitdaging toe was. Bovendien stonden de voorwaarden van zijn huidige contract ons niet aan. Wilden wij dat voor volgend jaar veranderen, dan zouden we ontslag voor hem aan moeten vragen. Nou, je krijgt dus nooit en te nimmer een ontslagvergunning voor een speler als je een paar maanden eerder nog een aanbod van een andere club om hem te kopen, hebt afgeslagen. Dit was gewoon voor iedere partij het beste.” Niet voor de spelers. Die voelen zich gepakt. Wéér een belangrijke speler minder en dat nog wel aan de vooravond van het bekertreffen tegen Utrecht. “Ik heb me hooglijk over de transfer van Pastoor verbaasd. Als je de beker wilt winnen moet je niet je belangrijkste spelers verkopen”, aldus de sterke centrumverdediger Robert Molenaar die Pastoor al tegen Dordrecht ‘90 miste. “We kwamen absoluut niet aan voetballen toe. De bal ging niet van Oranje naar Oranje, maar rechtstreeks naar de tegenpartij. Dat heeft met de absentie van Pastoor op het middenveld te maken. Bovendien beoordelen veel mensen de sterke punten van Alex verkeerd. Voor mij was hij in de coaching heel belangrijk. Hij is zo’n speler die nog bij balbezit van ons kon zien waar de schoen in verdedigend opzicht zou gaan wringen. En daar liet hij het elftal dan op anticiperen.”

Volendam informeerde nog even bij Feyenoord naar de mogelijkheid om Errol Refos voor de rest van het seizoen over te nemen. De Rotterdammers lieten hem met het oog op de Europa Cup-ontmoeting tegen Real Zaragoza en de blessure van Ulrich van Gobbel niet vertrekken. Waarop Volendam de jeugdige Edwin Herman, een speler voor de linkerflank, van PSV 2 huurde. De vacature van Pastoor, centraal op het middenveld, mag Rijsbergen invullen. “Zo denken ze hier. Die Rijsbergen lost het wel even op, dat is een tovenaar. Maar ik kan niet toveren. En als er geen gelijkwaardig alternatief voor Pastoor is kan ik niet eens gewoon werken. Zo is het het hele jaar. Het is passen en meten, elke week weer”, klaagt de trainer. Libero René Binken kent de streken van de vos. “De verkoop van Pastoor is heel vervelend, maar als spelersgroep kun je er niets tegen doen. Je leest wat in de krant en je ziet wat op Teletekst. Maar uitleg over hoe en waarom krijg je hier nooit. Accepteren en verder leven, dat is Volendam.”

In weerwil van de telkens opgeworpen hindernissen gaat Volendam dit seizoen, voetballend in ieder geval, fluitend over de wegen. Geplaatst voor de halve finale van de beker, in de competitie een stevige middenmoter die bijna een punt per wedstrijd pakt. En dat terwijl de club vóór het seizoen als serieuze degradatiekandidaat gold. Het succes moet dus een geheim hebben. “Er is geen geheim, want er is ook geen succes”, relativeert Rijsbergen. “Wat is nou succes? Voor een sporter betekent succes kampioen worden. Dat kan hier niet. Voor de club is het een succes wanneer je voor de zesde plaats speelt. Dat kan ook niet. Dus wat is dan goed? We zijn nog niet veilig, als je een paar slechte wedstrijdjes speelt, zit je weer in de problemen. De beker winnen zou prachtig zijn. Maar we moeten eerst nog een halve finale spelen en daarna een finale. Je kunt wèl zeggen, dat we het gemeten naar onze mogelijkheden aardig doen. Alle clubs uit onze categorie hebben voor en tijdens het seizoen zwaar geïnvesteerd. Groningen, RKC, Heerenveen, NAC, FC Utrecht, Go Ahead Eagles; allemaal hebben ze met de geldbuidel gerammeld. Ook als er spelers verkocht werden. Wij hebben geen enkele versterking gekregen. Ja, we hebben een rechtsback gehuurd van Ajax in de persoon van André Ooijer. En we hadden geen linksback dus hebben we Ulrich Wilson gehaald. Maar dat zijn noodzakelijke opvullingen, geen versterkingen die je selectie op een hoger niveau brengen. Tja, als je die mogelijkheden bekijkt staan we eigenlijk kampioen te spelen.”


© Rob Cornelder

Aanvoerder Johan Steur tijdens het duel et Bo Ahead Eagles, links René Binken

Vorig seizoen behoedde Rijsbergen Volendam met een degelijke formule voor degradatie. Dit seizoen borduurt hij voort. Duidelijke organisatie, taakdiscipline en uitbanning van individuele frivoliteiten. Het verhaal is simpel, zonder ingewikkelde tactische verhandelingen. Poppetjes op de goede plaats, en als dan een aantal poppetjes goed is, kom je een heel eind. “Het gaat om de verhouding tussen plussen en minnen in je elftal”, aldus Rijsbergen. “In het doel en in de achterste lijn moeten allemaal plussen staan, Daar leun je op. Als je verder op het middenveld nog twee plussen hebt en er loopt er voorin nog één rond, dan ben je in veel wedstrijden al een eind op streek.”

De verdediging in Volendam is een sterk blok. De basis. Onze defensie staat eigenlijk het hele seizoen al goed te spelen”, aldus Binken. “Molenaar en ik spelen elke week constant. Ooijer ontwikkelt zich uitstekend en houdt zich - onervaren als hij is - goed staande in de eredivisie. Op links valt Rogier Hoogland, die Ulrich Wilson heeft vervangen, na een goed begin wat terug, maar je mag niet vergeten dat hij zo uit ons tweede elftal komt. En als er al iets misgaat staat Zoetebier in het doel zijn mannetje. Op het middenveld gaan ook de verdedigende taken voor alles. Het blijkt dat tegenstanders het gewoon moeilijk hebben om tegen zo’n hecht blok te voetballen.”

De smalle selectie heeft Volendam daarbij nog niet opgebroken. “Wat er staat is goed”, aldus Ulrich Wilson. “Maar in de breedte houdt het niet over. Dat is gecompenseerd door geluk, pure mazzel en doordat de blessures elkaar afwisselden. Als we bijvoorbeeld drie jongens uit de kern voor langere tijd moeten missen, is de ramp niet te overzien.”

Het gebrek aan scorend vermogen blijft echter schrijnend. Volendam mist spelers met het gif van de echte killer. Verdediger Ooijer was lange tijd de meeste productieve speler met vier goals. Sinds kort is Smeets hem met een treffer voorbij gestreefd en heeft Volendam tenminste weer een spits als topscorer. Maar 27 doelpunten blijft mager. Rijsbergen: “We hebben gewoon een probleem voorin. Dat ontstond al vóór het seizoen toen De Freitas wegviel en dat is alleen maar erger geworden omdat Stefanovic nooit in zijn oude doen is gekomen. Vorig seizoen maakte hij na mijn aantreden dertien goals, nu is hij geen schim meer van een spits. Hij had privéproblemen waardoor hij helemaal niet meer aan voetballen toekwam. Dat scheelt niet alleen een handvol goals, maar ook een paar punten.”

Slechts de hekkensluiters Go Ahead Eagles en Dordrecht ‘90 scoorden deze competitie nog minder. De trainer heeft op een wrange manier zijn gelijk gehaald. “Nu blijkt gewoon dat Rijsbergen voor de competitiestart helemaal niet zo vervelend was om te roepen dat we er een spits bij moesten hebben. Ik zei dat niet om iemand te pakken, maar als trainer die vond dat zijn spelersgroep behoefte had aan een spits.”

Jan Brouwer, de manager van daarboven, ziet het uiteraard anders. “Volendam is wel degelijk bezig geweest om een extra aanvaller aan te trekken. Op een gegeven moment wilden we Stefan Janssen van FC Den Bosch overnemen. We kregen de prijs alleen niet lager dan 250.000 gulden. Dat bedrag willen wij dus niet betalen voor een wisselspeler. Dat is toch ons commercieel recht? Later heeft een sponsor nog voorgesteld om Prince Polley aan te trekken. De trainer vond dat echter geen speler voor Volendam. Meer pogingen hebben we niet ondernomen, nee. Domweg, omdat ons niet meer voorstellen van Rijsbergen bereikt hebben.”

Tegen de verdrukking in komt Volendam toch tot behoorlijke prestaties. Na een gelukkige loting, waarin Volendam na de 3-2 overwinning op Vitesse de eerste divisieclubs AZ en Heracles uitschakelde, wacht volgende week Utrecht in de halve finale om de beker. Het dorp staat op zijn kop. Amsterdammer Wilson: “Als ik even het dorp in wandel om een boodschapje te doen word je door iedereen aangeklampt. Er wordt alleen maar over de beker gesproken, dat leeft hier ontzettend. Naar de uitwedstrijd tegen Heracles zijn geloof ik tien bussen meegereden. Dat is hier in jaren niet meer voorgekomen.”

Rijsbergen bespeurt de voorpret ook binnen zijn selectie. “Bij die spelers leeft het bekertoernooi heel erg. Die jongens zullen nooit een grote buitenlandse carrière maken of het Nederlands elftal halen”, aldus de trainer. “Het bekertoernooi is voor die knapen een fantastische gelegenheid om de aandacht te krijgen die ze verdienen. Het is toch prachtig dat die jongens later als opa tegen hun kleinkinderen kunnen zeggen dat ze nog eens een bekerfinale hebben gespeeld? Dan is het extra jammer dat het bestuur dat op het spel zet door Alex Pastoor te verkopen. Voor precies 25 mille méér dan ze voor Pastoor konden krijgen als hij aan het einde van het seizoen verkocht zou worden.”

Ulrich Wilson wenst dat het enthousiasme van het bekertoernooi verdergaat dan spelers en supporters. “Als we de finale halen, hebben we echt recht van spreken, dan kunnen we de ogen van het bestuur misschien openen. Deze spelersgroep is tot behoorlijke prestaties in staat. Dat laten we nu al zien. Als er nog een paar goede versterkingen bijkomen, kan Volendam gewoon uitgroeien tot een hele goede middenmoter. Het bestuur moet actie ondernemen. Neem André Ooijer. Ajax heeft de ogen ook niet in de zak zitten en volgt de ontwikkeling van die jongen nauwlettend. De club moet hem direct kopen, anders speelt hij volgend jaar in Amsterdam. Ook Smeets en Vukov moeten volgens mij snel voor langere tijd vastgelegd worden. Het mag niet zo zijn dat die jongens straks voor een appel en een ei naar een andere club gaan. Dan komt Volendam vanzelf een keer op de koffie.”

Robert Molenaar vindt zelfs dat Volendam een eventuele bekerfinale tegen Feyenoord maar moet verliezen. “Begrijp me goed, we geven echt niets cadeau. Maar voor het totale Nederlandse voetbal zou het beter zijn als Feyenoord wint. Dat heeft in het Europese voetbal wat zoeken, Volendam helemaal niets.” Hij zegt het als noodsignaal, als waarschuwing. Want als Volendam doorgaat met spelers te verkopen, ziet hij geen toekomst voor de club. Ook niet voor zichzelf. Ik ben ambitieus, ik wil hogerop”, aldus Molenaar wiens contract na dit seizoen afloopt. Bovendien ben ik 26 jaar, het moet dus snel een keer gebeuren. En dan moet je haast wel naar een andere club. Voor een speler met ambitie ziet het er bij Volendam gewoon niet gunstig uit.”

De sombere boodschap is ook tot Jan Brouwer doorgedrongen. De manager onderkent de problematiek. “We slaan onszelf heus niet op de borst voor de situatie van de afgelopen jaren. Het ging ons in eerste instantie om het overleven, die opdracht hebben de trainers van de laatste drie seizoenen, Fritz Korbach en Wim Rijsbergen, prima uitgevoerd. We hadden nu eenmaal te maken met een verouderde accommodatie die we drastisch moesten moderniseren. Het lijkt me duidelijk dat dat ten koste gaat van het voetbalwinkeltje. Dat is voor iedereen vervelend, ook voor mij.”

Daarin moet snel verandering komen. Volendam heeft een ambitieus technisch plan in de pen dat na de aanstelling van de nieuwe trainer geconcretiseerd moet worden. Brouwer: “Het komt erop neer dat we in de bovenbouw ten aanzien van de trainersstaf en de spelersgroep eindelijk continuïteit willen krijgen. In de onderbouw, de jeugdopleiding, willen we toe naar een serieuze opleiding voor het vak betaald voetballer. Daarin moeten alle denkbare facetten geoptimaliseerd worden. Studie- en maatschappelijke begeleiding, loop- en mediatraining, fysieke en medische begeleiding, betere trainingstijden, inhuren van bekende gastdocenten; noem maar op. In Nederland behoren Ajax, FC Twente, PSV en MVV tot de top als het gaat om jeugdopleiding. Volendam wil ook zo’n instituut worden.”

In Maastricht begon het voetbal zaterdag pas om tien voor negen. Dik een uur te laat. Voor die tijd fabriceerden MVV en Volendam regelrecht prutswerk. Totdat Johan Steur de gasten uit een kluutsituatie op voorsprong zette. Daarna werd er pas gevoetbald. Daarna pas schudde degradatiekandidaat MVV, dat uit de laatste zeven duels slechts twee punten had gehaald, eindelijk de angst van zich af. En kreeg Volendam ruimte en twee enorme kansen via Stefanovic en Vukov om de overwinning veilig te stellen. En kreeg de Volendamse doelman Edwin Zoetebier in een heus Maastrichts offensief eindelijk de kans zich met enkele schitterende reddingen te profileren. Maar hij moest zeven minuten voor het einde toch capituleren voor een strafschop van Richard Roelofsen. Het werd 1-1, Volendam is hard op weg naar veiligheid. “Weer een puntje erbij”, grjnsde Rijsbergen. “Die nieuwe trainer hè, die moet straks toch wel erg hoog van de toren blazen wil hij in Volendam dezelfde prestaties neerzetten...”

Terug