Oude doos

Artikelen - Algemeen - seizoen 1994-1995 - Als Volendam niet bovenaan staat, rommelt het altijd
Volendam,
Bij het schudden van de handen kijken Jan Brouwer en Wim Rijsbergen elkaar nauwelijks aan. De gelukwensen van de manager aan het adres van de trainer na de belangrijke, maar onverdiende zege op RKC, lijken plichtmatig. Bij voorzitter Jan Lagrand kan er wel een lach af. Als de preses opgelucht de trainer wil feliciteren, vraagt Rijsbergen in zijn eigen stijl: “Dit is toch geen Judaskus, hoop ik?” Over brieven, status, een demotiverende aanpak en zendelingenwerk aan de Volendamse dijk.

Wim Rijsbergen, bezig aan zijn eerste volledige seizoen als hoofdtrainer in Volendam, staat onder druk. De laatste tijd is er meer gepraat dan goed gevoetbald aan de boorden van het IJsselmeer. Twee weken terug moest er in een twee uur durend gesprek de sluimerende irritatie in de selectie worden weggenomen. Vooral ‘de negatieve en demotiverende benadering’ van Rijsbergen was voor een aantal spelers moeilijk te verkroppen. Wie Rijsbergen een beetje kent weet dat de ex- international met hart en ziel het voetbal beleeft, maar dat hij een eigenaardige ‘huisstijl’ heeft bij het verkondigen van zijn visie. Rijsbergen noemt zichzelf geen negativist, maar een realist. Volgens de 42-jarige trainer verliest iedereen uit het oog dat zijn ploeg vorig jaar maar net kon voorkomen dat de Heen en Weer opnieuw uit de loods kwam en dat het geluk FC Volendam niet in de steek liet.

Manager Jan Brouwer is desalniettemin teleurgesteld in de wijze waarop Volendam zich dit seizoen manifesteert. “De positie op de ranglijst valt me tegen. Ik vind dat wij een elftal hebben dat zeker tussen de achtste en twaalfde plaats moet kunnen spelen. Als ploeg hebben we voldoende inhoud. Vanaf de tribune zie ik wat de gemiddelde toeschouwer ziet en dan kunnen we constateren dat de boel niet helemaal spoort. Een beeld van een ploeg zonder veel vertrouwen.”

Rijsbergen heeft de Volendammers vanaf het begin gewaarschuwd voor alle hosannaverhalen en ook na de overtuigende 3-0 overwinning op Go Ahead Eagles op de eerste speeldag van de competitie was er volgens de trainer nog altijd geen reden om uitbundig te gaan dansen op de Dijk. Alex Pastoor constateerde vorige week in dit blad dat de club had gekozen voor het stadion en niet voor het voetbal. De middenvelder, die zichzelf superambitieus noemde, zei liever te spelen in ‘een ambiance van lik-m’n-reet dan in een gloednieuw stadion waarin ik niks kan winnen.’

Brouwer geprikkeld: “Dat zijn beleidsuitgangspunten van een club. Een speler moet zich daar niet mee bezighouden, die moet gewoon voetballen. Hij moet voor zijn maandsalaris een prestatie leveren. Als Pastoor zegt dat hij superambitieus is, moet hij dat op het veld laten zien. Op het veld moet hij zich laten gelden en verantwoording nemen, niet in een verhaal in VI.”

De klaagzang van trainer Rijsbergen over het niveau van zijn selectie is niet nieuw. Brouwer vindt echter dat Volendam een elftal heeft dat kan meedoen om de plaatsen acht tot en met twaalf, het uitgangspunt van de club. De manager: “Als je teruggaat naar het afgelopen seizoen en je kijkt naar de plaatsbezetting, dan kom je nu op dezelfde elf namen. En kijk eens aan: we hebben er een betere rechtsachter bij (André Ooyer, red.) en een versterking voor de linkerkant (Ulrich Wilson, red.). Bovendien hebben we een dubbele bezetting voor het centrum wat de mandekkers aangaat. Ik vind dus dat we een elftal hebben dat qua veldbezetting sterker is geworden. Dat er een wisselspeler (Fabian de Freitas, red.) is vertrokken, betekent niet dat de elf spelers die op het veld staan minder moeten presteren. Het gaat niet om de wisselspelers, het gaat om de spelers die in het veld staan. We kunnen ons niet verschuilen achter een te smalle selectie, we hebben tot nu toe bijna steeds in dezelfde opstelling gespeeld. Daar moeten we het mee doen.”

Rijsbergen ontploft bij het horen van een dergelijke lezing. “De Freitas was inderdaad wisselspeler maar ik heb hem zo scherp gekregen dat hij in de voorbereiding mijn eerste spits was. Op basis van zijn prestaties toen, is hij voor een recordbedrag (1,1 miljoen gulden, red.) aan Bolton Wanderers verkocht. Bovendien bepaalt de manager niet of een speler wisselspeler of basisspeler is, dat bepaalt de trainer. De basis is weliswaar nagenoeg gelijk gebleven, maar vorig seizoen speelden we met elf man op eigen helft en dan zijn de ruimtes klein, waardoor het minder opvalt als je fouten maakt, Maar op die verdedigende speelwijze was veel kritiek. Nu we wat verder naar voren proberen te voetballen, komen de gebreken aan het licht.”

Rijsbergen stelt als ex-topspeler hoge eisen, maar de beperkte middelen in Volendam maken hem machteloos, hetgeen reden is voor zijn onvrede. Brouwer verwerpt dat argument. “De uitgangspunten van Volendam waren bekend toen de trainer bij ons binnenkwam. De mogelijkheden zijn niet veranderd. Er is nooit gesteld dat wij een elftal bij elkaar zouden kopen. Je kunt niet die uitgangspunten vandaag wel accepteren en morgen niet. Met andere woorden: Rijsbergen mag zich daaraan niet storen, want ik ben net zo ambitieus en dan zou ik me ook iedere dag moeten ergeren.”

Volgens Rijsbergen zijn de uitgangspunten aan het begin van dit seizoen door de verkoop van De Freitas juist wel veranderd. “Voor Volendam was het een fantastische deal, maar ik kreeg pas in een laat stadium te horen dat het transfergeld zou worden aangewend voor de financiering van het stadion. Later is er toestemming gegeven om uit te zien naar versterking, maar welk bedrag ik mag besteden is onduidelijk. Fritz Korbach vertelde me dat Cambuur Stefan Jansen voor anderhalve ton had overgenomen van FC Den Bosch, maar voor Volendam was die jongen te duur...”

Voor Brouwer is het geen garantie dat de ploeg beter gaat draaien met één of twee versterkingen. Rijsbergen: “In het leven heb je maar één garantie en dat is de dood. Zekerheid over aankopen heb je inderdaad nooit, maar ik heb niet eens de mogelijkheid om te wisselen!”

De sponsors denken daar duidelijk anders over. Vorige week kreeg Rijsbergen een brief van de Club van 200 met daarin een aantal ‘aanbevelingen’ van de geldschieters. De aanvallers mochten ongestraft blijven falen en de middenvelders werkten niet hard genoeg. Of de heer Rijsbergen wilde ingrijpen!? De alternatieven: de Volendammers Hans Bond en Paul Schilder en de jonge middenvelder Michael Ferrier, Jongens uit het tweede. Rijsbergen schudt moedeloos het hoofd. “Tegen RKC heb ik noodgedwongen een jongetje uit het tweede ingezet (Jacintho Mormon, red.) als rechtsbuiten. Het ventje zag toen voor het eerst in z’n leven een verdediger!” Rijsbergen is verbolgen over het feit dat de leiding van Volendam in het openbaar geen afstand heeft genomen van de inhoud van de brief van de Club van 200. Het schrijven werd voor kennisgeving aangenomen. Volgens Rijsbergen nodigt dat uit tot onbeperkte bemoeienis met het technische beleid, hetgeen onrust in de hand werkt.

Rijsbergen hoopte op meer interne steun. De voorzitter is op zijn hand, maar de manager draagt in zijn ogen twee gezichten. Zo zou Brouwer het in de aanloop van dit seizoen roerend eens zijn geweest met de trainer dat een gedeelte van de Volendam-selectie niet eredivisiewaardig te noemen is. Brouwer zette zelf vraagtekens bij een aantal contractverlengingen. Nu moet datzelfde elftal volgens de manager minstens als twaalfde kunnen eindigen in de PTT Telecompetitie. Tegenover de sponsors kan Brouwer het echter niet verkopen dat zij hun dure centjes in een kwalitatief mager elftal stoppen.

De aanvankelijk goede relatie tussen de manager en de trainer is ondertussen danig bekoeld. De twee hebben ieder zo hun eigen belang en dat wil nog weleens botsen. Vooral Rijsbergen gaat zijn eigen weg aan de Volendamse Dijk en hij maakt daarbij van zijn hart geen moordkuil. De directe en ongenuanceerde aanpak van Rijsbergen steekt bij de doorgaans formele benadering van Brouwer. “Het stoort mij van iedereen binnen de organisatie als er via de pers wordt gecommuniceerd”, doelt de manager op de trainer. “Het is heel vervelend als je steeds wordt aangesproken over uitlatingen of wanneer je je daartegen moet verdedigen. Dat is een gebrek binnen onze club. Daar heb ik duidelijk een eigen mening over en die is afwijkend van de gang van zaken. Ik ga geen trainer of spelers op het matje roepen, dat is niet iets van deze tijd. Het moet wel bespreekbaar worden gemaakt en iedereen moet daarbij voor rede vatbaar zijn.”

In de voetbaljungle hoeft Rijsbergen niet te overleven. Hij is financieel, maar bovenal geestelijk onafhankelijk. Dat verklaart voor een deel misschien zijn eigenzinnige gedrag. Brouwer: “Om het even wat de positie van de trainer is -of hij onafhankelijk is of niet- je verwacht gedreven mensen mie organisatie, mensen die gigantisch met hun vak bezig zijn. Ongeacht hun status zullen échte voetbalmensen die gedrevenheid altijd hebben, En dan zijn de centjes die ze hebben of verdienen niet belangrijk.”
Voorzitter Jan Lagrand geeft toe dat hij zich de laatste weken noodgedwongen wat vaker in en om het stadion heeft opgehouden ‘om te luisteren wat er leeft in Volendam.’ Zijn conclusie: Als je in Volendam niet bovenaan staat of niet alles wint, dan rommelt het altijd. Ik ben het volkomen met de trainer eens dat onze selectie wat aan de smalle kant is, maar aan de andere kant heb ik de verantwoording dat er salarissen worden betaald. We hebben momenteel de financiën niet om aankopen te doen. De sponsors en supporters zijn niet tevreden, maar dat is logisch. Ik heb de laatste tijd heel wat zendelingenwerk moeten verrichten, want als het niet goed gaat weet iedereen ineens hoe het wel moet.”

De door sommige spelers als ‘demotiverend’ omschreven aanpak van Rijsbergen is ook bij Lagrand bekend. “Ik heb daarover met de heer Rijsbergen een uitstekend gesprek gehad en we hebben duidelijke afspraken gemaakt. Rijsbergen was als prof altijd keihard en hij denkt dat nu als trainer ook van zijn spelers te mogen verwachten en te eisen. Daarin heeft hij inderdaad gelijk, maar het is vaak de toon die muziek maakt. Sommige jongens kunnen er niet tegen als hen de waarheid keihard wordt gezegd.”

Rijsbergen blijft strijdbaar en wekt niet de indruk een toontje lager te gaan zingen. “Zo zit ik niet in elkaar. Als Hans Bond één keer een goede actie maakt en een bruikbare voorzet geeft, maar twintig keer zijn man in de rug laat weglopen en niet meeverdedigt, dan weiger ik hem een compliment te geven. Van Hans Bond wordt gezegd dat hij een talent is, maar ik heb het nog niet gezien. Hij kan niet blijven teren op een doelpunt tegen PSV van twee seizoenen terug. Maar in het dorp zegt iedereen tegen hem: ‘Hansje jongen, hoe komt het toch dat je niet speelt?’ Maar die mensen zien hem niet trainen en kijken heel anders naar een wedstrijd dan ik. Bond wil ‘gewoon lekker voetballen’, maar we zijn nu in de grotemensenwereld aanbeland. Profvoetbal is een vak. En dat hebben ze hier nog niet eerder gehoord.”
Geschreven door: Richard van Elsacker
Bron: Voetbal International
Bij het schudden van de handen kijken Jan Brouwer en Wim Rijsbergen elkaar nauwelijks aan. De gelukwensen van de manager aan het adres van de trainer na de belangrijke, maar onverdiende zege op RKC, lijken plichtmatig. Bij voorzitter Jan Lagrand kan er wel een lach af. Als de preses opgelucht de trainer wil feliciteren, vraagt Rijsbergen in zijn eigen stijl: “Dit is toch geen Judaskus, hoop ik?” Over brieven, status, een demotiverende aanpak en zendelingenwerk aan de Volendamse dijk.

Wim Rijsbergen, bezig aan zijn eerste volledige seizoen als hoofdtrainer in Volendam, staat onder druk. De laatste tijd is er meer gepraat dan goed gevoetbald aan de boorden van het IJsselmeer. Twee weken terug moest er in een twee uur durend gesprek de sluimerende irritatie in de selectie worden weggenomen. Vooral ‘de negatieve en demotiverende benadering’ van Rijsbergen was voor een aantal spelers moeilijk te verkroppen. Wie Rijsbergen een beetje kent weet dat de ex- international met hart en ziel het voetbal beleeft, maar dat hij een eigenaardige ‘huisstijl’ heeft bij het verkondigen van zijn visie. Rijsbergen noemt zichzelf geen negativist, maar een realist. Volgens de 42-jarige trainer verliest iedereen uit het oog dat zijn ploeg vorig jaar maar net kon voorkomen dat de Heen en Weer opnieuw uit de loods kwam en dat het geluk FC Volendam niet in de steek liet.

Manager Jan Brouwer is desalniettemin teleurgesteld in de wijze waarop Volendam zich dit seizoen manifesteert. “De positie op de ranglijst valt me tegen. Ik vind dat wij een elftal hebben dat zeker tussen de achtste en twaalfde plaats moet kunnen spelen. Als ploeg hebben we voldoende inhoud. Vanaf de tribune zie ik wat de gemiddelde toeschouwer ziet en dan kunnen we constateren dat de boel niet helemaal spoort. Een beeld van een ploeg zonder veel vertrouwen.”

Rijsbergen heeft de Volendammers vanaf het begin gewaarschuwd voor alle hosannaverhalen en ook na de overtuigende 3-0 overwinning op Go Ahead Eagles op de eerste speeldag van de competitie was er volgens de trainer nog altijd geen reden om uitbundig te gaan dansen op de Dijk. Alex Pastoor constateerde vorige week in dit blad dat de club had gekozen voor het stadion en niet voor het voetbal. De middenvelder, die zichzelf superambitieus noemde, zei liever te spelen in ‘een ambiance van lik-m’n-reet dan in een gloednieuw stadion waarin ik niks kan winnen.’

Brouwer geprikkeld: “Dat zijn beleidsuitgangspunten van een club. Een speler moet zich daar niet mee bezighouden, die moet gewoon voetballen. Hij moet voor zijn maandsalaris een prestatie leveren. Als Pastoor zegt dat hij superambitieus is, moet hij dat op het veld laten zien. Op het veld moet hij zich laten gelden en verantwoording nemen, niet in een verhaal in VI.”

De klaagzang van trainer Rijsbergen over het niveau van zijn selectie is niet nieuw. Brouwer vindt echter dat Volendam een elftal heeft dat kan meedoen om de plaatsen acht tot en met twaalf, het uitgangspunt van de club. De manager: “Als je teruggaat naar het afgelopen seizoen en je kijkt naar de plaatsbezetting, dan kom je nu op dezelfde elf namen. En kijk eens aan: we hebben er een betere rechtsachter bij (André Ooyer, red.) en een versterking voor de linkerkant (Ulrich Wilson, red.). Bovendien hebben we een dubbele bezetting voor het centrum wat de mandekkers aangaat. Ik vind dus dat we een elftal hebben dat qua veldbezetting sterker is geworden. Dat er een wisselspeler (Fabian de Freitas, red.) is vertrokken, betekent niet dat de elf spelers die op het veld staan minder moeten presteren. Het gaat niet om de wisselspelers, het gaat om de spelers die in het veld staan. We kunnen ons niet verschuilen achter een te smalle selectie, we hebben tot nu toe bijna steeds in dezelfde opstelling gespeeld. Daar moeten we het mee doen.”

Rijsbergen ontploft bij het horen van een dergelijke lezing. “De Freitas was inderdaad wisselspeler maar ik heb hem zo scherp gekregen dat hij in de voorbereiding mijn eerste spits was. Op basis van zijn prestaties toen, is hij voor een recordbedrag (1,1 miljoen gulden, red.) aan Bolton Wanderers verkocht. Bovendien bepaalt de manager niet of een speler wisselspeler of basisspeler is, dat bepaalt de trainer. De basis is weliswaar nagenoeg gelijk gebleven, maar vorig seizoen speelden we met elf man op eigen helft en dan zijn de ruimtes klein, waardoor het minder opvalt als je fouten maakt, Maar op die verdedigende speelwijze was veel kritiek. Nu we wat verder naar voren proberen te voetballen, komen de gebreken aan het licht.”

Rijsbergen stelt als ex-topspeler hoge eisen, maar de beperkte middelen in Volendam maken hem machteloos, hetgeen reden is voor zijn onvrede. Brouwer verwerpt dat argument. “De uitgangspunten van Volendam waren bekend toen de trainer bij ons binnenkwam. De mogelijkheden zijn niet veranderd. Er is nooit gesteld dat wij een elftal bij elkaar zouden kopen. Je kunt niet die uitgangspunten vandaag wel accepteren en morgen niet. Met andere woorden: Rijsbergen mag zich daaraan niet storen, want ik ben net zo ambitieus en dan zou ik me ook iedere dag moeten ergeren.”

Volgens Rijsbergen zijn de uitgangspunten aan het begin van dit seizoen door de verkoop van De Freitas juist wel veranderd. “Voor Volendam was het een fantastische deal, maar ik kreeg pas in een laat stadium te horen dat het transfergeld zou worden aangewend voor de financiering van het stadion. Later is er toestemming gegeven om uit te zien naar versterking, maar welk bedrag ik mag besteden is onduidelijk. Fritz Korbach vertelde me dat Cambuur Stefan Jansen voor anderhalve ton had overgenomen van FC Den Bosch, maar voor Volendam was die jongen te duur...”

Voor Brouwer is het geen garantie dat de ploeg beter gaat draaien met één of twee versterkingen. Rijsbergen: “In het leven heb je maar één garantie en dat is de dood. Zekerheid over aankopen heb je inderdaad nooit, maar ik heb niet eens de mogelijkheid om te wisselen!”

De sponsors denken daar duidelijk anders over. Vorige week kreeg Rijsbergen een brief van de Club van 200 met daarin een aantal ‘aanbevelingen’ van de geldschieters. De aanvallers mochten ongestraft blijven falen en de middenvelders werkten niet hard genoeg. Of de heer Rijsbergen wilde ingrijpen!? De alternatieven: de Volendammers Hans Bond en Paul Schilder en de jonge middenvelder Michael Ferrier, Jongens uit het tweede. Rijsbergen schudt moedeloos het hoofd. “Tegen RKC heb ik noodgedwongen een jongetje uit het tweede ingezet (Jacintho Mormon, red.) als rechtsbuiten. Het ventje zag toen voor het eerst in z’n leven een verdediger!” Rijsbergen is verbolgen over het feit dat de leiding van Volendam in het openbaar geen afstand heeft genomen van de inhoud van de brief van de Club van 200. Het schrijven werd voor kennisgeving aangenomen. Volgens Rijsbergen nodigt dat uit tot onbeperkte bemoeienis met het technische beleid, hetgeen onrust in de hand werkt.

Rijsbergen hoopte op meer interne steun. De voorzitter is op zijn hand, maar de manager draagt in zijn ogen twee gezichten. Zo zou Brouwer het in de aanloop van dit seizoen roerend eens zijn geweest met de trainer dat een gedeelte van de Volendam-selectie niet eredivisiewaardig te noemen is. Brouwer zette zelf vraagtekens bij een aantal contractverlengingen. Nu moet datzelfde elftal volgens de manager minstens als twaalfde kunnen eindigen in de PTT Telecompetitie. Tegenover de sponsors kan Brouwer het echter niet verkopen dat zij hun dure centjes in een kwalitatief mager elftal stoppen.

De aanvankelijk goede relatie tussen de manager en de trainer is ondertussen danig bekoeld. De twee hebben ieder zo hun eigen belang en dat wil nog weleens botsen. Vooral Rijsbergen gaat zijn eigen weg aan de Volendamse Dijk en hij maakt daarbij van zijn hart geen moordkuil. De directe en ongenuanceerde aanpak van Rijsbergen steekt bij de doorgaans formele benadering van Brouwer. “Het stoort mij van iedereen binnen de organisatie als er via de pers wordt gecommuniceerd”, doelt de manager op de trainer. “Het is heel vervelend als je steeds wordt aangesproken over uitlatingen of wanneer je je daartegen moet verdedigen. Dat is een gebrek binnen onze club. Daar heb ik duidelijk een eigen mening over en die is afwijkend van de gang van zaken. Ik ga geen trainer of spelers op het matje roepen, dat is niet iets van deze tijd. Het moet wel bespreekbaar worden gemaakt en iedereen moet daarbij voor rede vatbaar zijn.”

In de voetbaljungle hoeft Rijsbergen niet te overleven. Hij is financieel, maar bovenal geestelijk onafhankelijk. Dat verklaart voor een deel misschien zijn eigenzinnige gedrag. Brouwer: “Om het even wat de positie van de trainer is -of hij onafhankelijk is of niet- je verwacht gedreven mensen mie organisatie, mensen die gigantisch met hun vak bezig zijn. Ongeacht hun status zullen échte voetbalmensen die gedrevenheid altijd hebben, En dan zijn de centjes die ze hebben of verdienen niet belangrijk.”
Voorzitter Jan Lagrand geeft toe dat hij zich de laatste weken noodgedwongen wat vaker in en om het stadion heeft opgehouden ‘om te luisteren wat er leeft in Volendam.’ Zijn conclusie: Als je in Volendam niet bovenaan staat of niet alles wint, dan rommelt het altijd. Ik ben het volkomen met de trainer eens dat onze selectie wat aan de smalle kant is, maar aan de andere kant heb ik de verantwoording dat er salarissen worden betaald. We hebben momenteel de financiën niet om aankopen te doen. De sponsors en supporters zijn niet tevreden, maar dat is logisch. Ik heb de laatste tijd heel wat zendelingenwerk moeten verrichten, want als het niet goed gaat weet iedereen ineens hoe het wel moet.”

De door sommige spelers als ‘demotiverend’ omschreven aanpak van Rijsbergen is ook bij Lagrand bekend. “Ik heb daarover met de heer Rijsbergen een uitstekend gesprek gehad en we hebben duidelijke afspraken gemaakt. Rijsbergen was als prof altijd keihard en hij denkt dat nu als trainer ook van zijn spelers te mogen verwachten en te eisen. Daarin heeft hij inderdaad gelijk, maar het is vaak de toon die muziek maakt. Sommige jongens kunnen er niet tegen als hen de waarheid keihard wordt gezegd.”

Rijsbergen blijft strijdbaar en wekt niet de indruk een toontje lager te gaan zingen. “Zo zit ik niet in elkaar. Als Hans Bond één keer een goede actie maakt en een bruikbare voorzet geeft, maar twintig keer zijn man in de rug laat weglopen en niet meeverdedigt, dan weiger ik hem een compliment te geven. Van Hans Bond wordt gezegd dat hij een talent is, maar ik heb het nog niet gezien. Hij kan niet blijven teren op een doelpunt tegen PSV van twee seizoenen terug. Maar in het dorp zegt iedereen tegen hem: ‘Hansje jongen, hoe komt het toch dat je niet speelt?’ Maar die mensen zien hem niet trainen en kijken heel anders naar een wedstrijd dan ik. Bond wil ‘gewoon lekker voetballen’, maar we zijn nu in de grotemensenwereld aanbeland. Profvoetbal is een vak. En dat hebben ze hier nog niet eerder gehoord.”

Terug