Oude doos

Artikelen - Algemeen - seizoen 1994-1995 - Oprechte zorgen contra gespeelde vrolijkheid in Volendam
Volendam,
Wim Rijsbergen heeft ernstige twijfels of de selectie van Volendam wel voldoende kwaliteit herbergt. De trainer klaagt zijn nood. Jan Brouwer heeft net een miljoen gulden binnen, maar hij vindt dat de club een uitstekend elftal heeft. De manager is vooral trots op zijn nieuwe tribune. En Jan Lagrand vindt zichzelf er gelukkig uitzien. De voorzitter is daarom van mening dat het helemaal niet slecht gaat met Volendam. Oprechte zorgen en gespeelde vrolijkheid botsen in Volendam. De Dijk staat op springen.

Praten over Volendam kan altijd, zegt Wim Rijsbergen. Maar je moet wel snel zijn. Anders hebben we geen spelers meer over en misschien gaat de trainer ook wel weg.” De droefenis klinkt door in het cynisme.

Bij PSV deden ze het met dia-plaatjes; Ajax en Feyenoord deelden vooral steken onder water uit aan de concurrentie. Bij Volendam luisterden ze de voorstelling van de A-selectie vooral op met Pé Mühren. De speaker, oud en wijs, haalde iedere voetballer van Volendam op de open dag met een gedichtje voor het voetlicht. Zoals:
“Heer Johan Steur, hij blijft de nestor van de ploeg.
Waarvan men zegt: als hij ooit stopt is het veel te vroeg.
Hij slif-slaft met de bal als een juweel.
Men zegt dat zijn schoen gemaakt is van fluweel.”

Voor Fabian de Freitas had Mühren ook een mooi rijmpje gemaakt. Tevergeefs, want de aanvaller werd een paar dagen eerder voor een mijoen gulden verkocht aan Bolton Wanderers. Jan Brouwer, de manager was trots; de verkoop van De Freitas was tenslotte de grootste transfer uit de geschiedenis van Volendam. Wim Rijsbergen, de trainer, was boos. Hij moest het nieuws zondagavond horen van journalisten en was bovendien weer een belangrijke speler kwijt. Rijsbergen reageerde gebelgd en spuidde andermaal krasse taal. Tot groot verdriet van de Volendamse bestuurders, die het liefst zien dat de trainer tussen de regenbuien door mooi-weerpraatjes verkoopt. Eerder al wilden ze Rijsbergen in het bestuur ter verantwoording roepen, omdat hij publiekelijk zijn beklag had gedaan over de veel te smalle selectie die tot zijn beschikking staat.

“Jan Brouwer vindt dat ik te negatief ben”, aldus de trainer. “Onzin, ik schets alleen een reëel beeld. Ieder logisch denkend mens kan zien dat dit elftal allesbehalve fluitend door de competitie zal wandelen. Als ik daar wat van zeg, willen ze me ter verantwoording roepen. Dat kan niet eens, want de meeste bestuursleden hier hebben de ballen verstand van voetbal. Kom zeg, ik laat me niet in de maling nemen.”

Rijsbergen schroomt nog immer niet de vinger op de zere plek leggen en heft een waarschuwend vingertje op. “Deze selectie ziet er gewoon niet goed uit. Vorig seizoen hebben we ons echt met hangen en wurgen kunnen handhaven. Toen was al duidelijk dat we op bepaalde posities geen goede bezetting hadden. Afgelopen zomer hebben we dan ook besloten, dat we in ieder geval een rechtsback, een linkermiddenvelder en een extra linkerverdediger moesten hebben. Dat waren minimale behoeften die het elftal nodig had, dan praat je nog niet eens over echte versterkingen en aankopen voor de breedte. Met veel pijn en moeite en de medewerking van FC Groningen hebben we Ulrich Wilson als linksback aan kunnen trekken. Hij brengt routine mee. Dat kun je van André Ooijer, onze nieuwe rechtsback niet zeggen. Hij komt uit het tweede van Ajax en kan goed voetballen, maar ik zie het komende seizoen voor hem meer als een experiment. Daar tegenover staat het vertrek van Jorg Smeets, Martin Koorn, René Petiet en nu ook De Freitas. Ik heb nu precies achttien selectiespelers, waaronder twee keepers en vier jongens die zo uit de jeugd komen. Dat kan toch niet?”

Jan Lagrand is inmiddels bij Wim Rijsbergen aan komen schuiven. Hij is de nieuwe voorzitter van Volendam, heeft een wanstaltig dikke sigaar in de handen en een vragende blik in de ogen. Wat is hier eigenlijk aan de hand? Zo ongeveer. Zegt: “Ik zie er toch gelukkig uit? Dus gaat het niet slecht met Volendam. Maak je niet druk, Wim. Wij gaan een leuk koppel vormen.”

Gespeelde vrolijkheid. “Volendam heeft financiële zorgen”, zegt Lagrand dan. “Niet zozeer als sommige andere clubs, maar ze zijn er toch. We hebben hier straks voor acht miljoen gulden aan een nieuwe accommodatie op het terrein staan. Dat moet ook betaald worden.”


© Louis van der Vuurst

Johan Steur deelt handtekeningen uit

Dat vindt ook Jan Brouwer. Hij is manager en moet de lange termijn bewaken. Ik vind het allemaal maar makkelijke teksten van Rijsbergen”, aldus Brouwer. “We hadden bij Volendam een paar jaar geleden een vreselijke accommodatie. Volgens de regelgeving van FIFA, UEFA en KNVB zouden de tribunes afgekeurd worden. Daarnaast moesten we vanwege de veiligheidsvoorschriften alle staanplaatsen ombouwen naar zitplaatsen. En zo was er nog een scala aan argumenten op basis waarvan we besloten hebben gefaseerd een nieuwe accommodatie te gaan bouwen. We moeten ons er gewoon bij neerleggen dat we de eerstkomende drie vier jaar geen extreme dingen kunnen doen.”

De competitie naakt, de trainer klaagt, maar de manager weigert te somberen. Brouwer: “Ik zie het nieuwe seizoen zeker niet zo negatief tegemoet als Rijsbergen. Eigenlijk is er niets nieuws onder de zon. Volendam heeft de afgelopen jaren nooit iets spectaculairs op transfergebied gedaan. Toch spelen we al voor het negen opeenvolgende jaar in de eredivisie. De onderbouw is goed, daar zit een stuk vuur in. Onze A-jeugd werd vorig seizoen zesde van Nederland; in het tweede elftal zit een aantal spelers dat in de tweede competitiehelft zo in het eerste ingezet kan worden.” Dat is te veel voor Rijsbergen. “Ja, die jongens uit de jeugd en het tweede kunnen aardig voetballen”, doet de trainer schamper. “Maar vergeleken met eredivisieniveau zit er een verschil van lichtjaren tussen. Paul Schilder bijvoorbeeld, is een knaap uit Volendam die nu bij de A-selectie zit. Maar eigenlijk hoort hij nog gewoon bij de tweede selectie. Mike Ferrier mocht als zeventienjarige onder Fritz Korbach bij het eerste meetrainen. Hij kan komend seizoen zo nu en dan invallen, maar toch niet zomaar in de eredivisie spelen. André Ooijer is zoals ik net al zei een experiment; het blijft afwachten of hij het redt op het hoogste niveau. Arie Obdam is vorig seizoen doorgebroken, maar hij zal nu moeten bewijzen aanvallend echt potten te kunnen breken. Hij is nog geen zekerheidje. Hans Bond in mijn ogen ook niet. Al die Volendammers hier schreeuwen wel dat hij zo’n fantastisch talent is, maar ik heb geen oranje bril op. Ik vind dus niet dat Bond al een speler is, die zomaar 34 duels in de eredivisie meekan.”

Het zit er dus wel degelijk in. Dat Volendam volgend seizoen het mooiste stadion van de eerste divisie heeft. “Wij degraderen niet”, is Jan Brouwer niet te vermurwen. “Met Edwin Zoetebier, IJlrich Wilson, Robert Molenaar, René Binken, André Wasiman, Elroy Kromheer, Alex Pastoor, Stefanovic en Vukov tel ik zo al negen eredivisiewaardige spelers. Ik heb hier ook jaren meegemaakt dat we maar vijf jongens van dat kaliber hadden. Volendam heeft gewoon een uitstekend elftal. Qua veldbezetting zijn we er ook completer op geworden. Molenaar is verder in zijn ontwikkeling en Obdam heeft meer speelkracht. Vukov en Stefanovic hadden in het begin van het vorige seizoen duidelijk aanpassingsproblemen en hebben daardoor veertig procent van de competitie ondermaats gepresteerd. Van hen mogen wij dit seizoen ook meer verwachten.” Rijsbergen ziet de horizon van Volendam beduidend minder roze. De oefenmeester weigert mee te doen aan de voortdurende goed-nieuws-show van het bestuur, de andere kant zoals hij het noemt. De trainer, met stemverheffing: “De basis op zich is oké, die kan inderdaad zonder problemen de eredivisie in. Maar we kunnen geen enkele tegenslag opvangen. Blessures krijg je altijd, schorsingen ook. Zeker nu de arbitrageregels weer aangescherpt zijn. Je moet er niet aan denken dat basisspelers door wat voor reden ook langdurig buitenspel komen te staan. We hebben er geen gelijkwaardige alternatieven voor. Clubs als RKC, Go Ahead Eagles, FC Utrecht en Heerenveen, die vorig seizoen allemaal naaste concurrenten waren, hebben zich allemaal met meerdere spelers versterkt. Wij hebben niet eens alle broodnodige aanvullingen kunnen aantrekken. Een linkermiddenvelder zit bijvoorbeeld niet in de selectie. En nu De Freitas verkocht is, heb ik met Stefanovic nog precies één spits. Als hij wegvalt weet ik bij God niet meer waar ik een spits vandaan moet halen. Met wat pech kan iedere club degraderen, maar Volendam heeft komend seizoen maar heel weinig pech nodig.”

Dat sombere perspectief is inmiddels ook tot de spelersgroep doorgedrongen. Rijsbergen heeft zijn manschappen duidelijk gemaakt dat de te smalle selectie uiteindelijk ten koste zal gaan van hun overwinningspremies. En als voetballers pijn in hun portemonnee gaan voelen, worden ze opstandig. Ik ben bij Volendam niet anders gewend”, aldus aanvoerder Johan Steur. “Er was nooit geld voor aankopen, altijd was de selectie te smal. Maar zoals de zaken er nu voorstaan kan het eigenlijk niet meer. Er is gebrek aan concurrentie. Iedereen is vrijwel zeker van een basisplaats, dat gaat altijd ten koste van de scherpte. Als er geen versterking bijkomt, kan het haast niet goed gaan met Volendam.”

Rijsbergen en zijn spelersgroep vinden dan ook dat het voor De Freitas binnengekomen miljoen grotendeels aangewend moet worden voor uitbreiding van de selectie. Op de transfer van de speler had niemand bij Volendam gerekend, op de miljoen gulden aan extra inkomsten derhalve ook niet. Dus kan het rustig op de transfermarkt uitgegeven worden. Zo werkt het echter niet, zegt Jan Lagrand. De voorzitter: “We hebben nog wat leningen uitstaan bij enkele particulieren en we moeten eerst eens zien wanneer en hoe die gelden afbetaald moeten worden. Daarna gaan we ons op versterking oriënteren.”

Brouwer vindt de heisa over het plotselinge vertrek van De Freitas overdreven, want die ‘was vorig seizoen niet eens basisspeler.’ En dat is weer tegen het zere been van Rijsbergen. “Of De Freitas wel of geen basisspeler is, is mijn afdeling. Fabian was bezig aan een goede voorbereiding, hij is nog nooit zo fit geweest als nu. Dat is mijn verdienste, ik heb hem duidelijk gemaakt dat hij er eens wat aan moest doen. In dit Volendam zou hij geheid een basisspeler zijn. Daarom moet er nu gewoon vervanging komen. Ik ben geen zeurpiet en ik wil me ook vooraf niet indekken tegen slechte prestaties. Het probleem is alleen, dat ze bij Volendam denken dat alles net zoals andere jaren wel weer goed zal komen. Maar ik ben problemen liever voor. Als je met je racefiets een lekke band krijgt, kun je de fiets tegen een hek zetten en met een taxi weer naar huis gaan. Je kunt ook een bandenreparatiesetje meenemen en de band plakken. Ik wil best verantwoordelijk zijn voor de resultaten, maar ik moet wel een eerlijke kans krijgen. Op deze manier sta ik echter niet te trappelen om aan de competitie te beginnen.”

Misschien moet-ie inderdaad met zijn portefeuille wapperen en gewoon zijn contract inleveren. Rijsbergen: “Dat zou het beste zijn. En ik zou er nog geen boterham minder door eten. Maar ik ga door. Niet omdat ik me daartoe door een contract verplicht voel, maar voor mezelf, voor mijn eer- gevoel. Maar als het straks even wat minder gaat, moet niet één van die Volendammers om Rijsbergen zijn kop schreeuwen, want dan zijn ze te laat. Dan krijgen ze dus met mij te maken.”
Geschreven door: Peter Wekking
Bron: Voetbal International
Wim Rijsbergen heeft ernstige twijfels of de selectie van Volendam wel voldoende kwaliteit herbergt. De trainer klaagt zijn nood. Jan Brouwer heeft net een miljoen gulden binnen, maar hij vindt dat de club een uitstekend elftal heeft. De manager is vooral trots op zijn nieuwe tribune. En Jan Lagrand vindt zichzelf er gelukkig uitzien. De voorzitter is daarom van mening dat het helemaal niet slecht gaat met Volendam. Oprechte zorgen en gespeelde vrolijkheid botsen in Volendam. De Dijk staat op springen.

Praten over Volendam kan altijd, zegt Wim Rijsbergen. Maar je moet wel snel zijn. Anders hebben we geen spelers meer over en misschien gaat de trainer ook wel weg.” De droefenis klinkt door in het cynisme.

Bij PSV deden ze het met dia-plaatjes; Ajax en Feyenoord deelden vooral steken onder water uit aan de concurrentie. Bij Volendam luisterden ze de voorstelling van de A-selectie vooral op met Pé Mühren. De speaker, oud en wijs, haalde iedere voetballer van Volendam op de open dag met een gedichtje voor het voetlicht. Zoals:
“Heer Johan Steur, hij blijft de nestor van de ploeg.
Waarvan men zegt: als hij ooit stopt is het veel te vroeg.
Hij slif-slaft met de bal als een juweel.
Men zegt dat zijn schoen gemaakt is van fluweel.”

Voor Fabian de Freitas had Mühren ook een mooi rijmpje gemaakt. Tevergeefs, want de aanvaller werd een paar dagen eerder voor een mijoen gulden verkocht aan Bolton Wanderers. Jan Brouwer, de manager was trots; de verkoop van De Freitas was tenslotte de grootste transfer uit de geschiedenis van Volendam. Wim Rijsbergen, de trainer, was boos. Hij moest het nieuws zondagavond horen van journalisten en was bovendien weer een belangrijke speler kwijt. Rijsbergen reageerde gebelgd en spuidde andermaal krasse taal. Tot groot verdriet van de Volendamse bestuurders, die het liefst zien dat de trainer tussen de regenbuien door mooi-weerpraatjes verkoopt. Eerder al wilden ze Rijsbergen in het bestuur ter verantwoording roepen, omdat hij publiekelijk zijn beklag had gedaan over de veel te smalle selectie die tot zijn beschikking staat.

“Jan Brouwer vindt dat ik te negatief ben”, aldus de trainer. “Onzin, ik schets alleen een reëel beeld. Ieder logisch denkend mens kan zien dat dit elftal allesbehalve fluitend door de competitie zal wandelen. Als ik daar wat van zeg, willen ze me ter verantwoording roepen. Dat kan niet eens, want de meeste bestuursleden hier hebben de ballen verstand van voetbal. Kom zeg, ik laat me niet in de maling nemen.”

Rijsbergen schroomt nog immer niet de vinger op de zere plek leggen en heft een waarschuwend vingertje op. “Deze selectie ziet er gewoon niet goed uit. Vorig seizoen hebben we ons echt met hangen en wurgen kunnen handhaven. Toen was al duidelijk dat we op bepaalde posities geen goede bezetting hadden. Afgelopen zomer hebben we dan ook besloten, dat we in ieder geval een rechtsback, een linkermiddenvelder en een extra linkerverdediger moesten hebben. Dat waren minimale behoeften die het elftal nodig had, dan praat je nog niet eens over echte versterkingen en aankopen voor de breedte. Met veel pijn en moeite en de medewerking van FC Groningen hebben we Ulrich Wilson als linksback aan kunnen trekken. Hij brengt routine mee. Dat kun je van André Ooijer, onze nieuwe rechtsback niet zeggen. Hij komt uit het tweede van Ajax en kan goed voetballen, maar ik zie het komende seizoen voor hem meer als een experiment. Daar tegenover staat het vertrek van Jorg Smeets, Martin Koorn, René Petiet en nu ook De Freitas. Ik heb nu precies achttien selectiespelers, waaronder twee keepers en vier jongens die zo uit de jeugd komen. Dat kan toch niet?”

Jan Lagrand is inmiddels bij Wim Rijsbergen aan komen schuiven. Hij is de nieuwe voorzitter van Volendam, heeft een wanstaltig dikke sigaar in de handen en een vragende blik in de ogen. Wat is hier eigenlijk aan de hand? Zo ongeveer. Zegt: “Ik zie er toch gelukkig uit? Dus gaat het niet slecht met Volendam. Maak je niet druk, Wim. Wij gaan een leuk koppel vormen.”

Gespeelde vrolijkheid. “Volendam heeft financiële zorgen”, zegt Lagrand dan. “Niet zozeer als sommige andere clubs, maar ze zijn er toch. We hebben hier straks voor acht miljoen gulden aan een nieuwe accommodatie op het terrein staan. Dat moet ook betaald worden.”


© Louis van der Vuurst

Johan Steur deelt handtekeningen uit

Dat vindt ook Jan Brouwer. Hij is manager en moet de lange termijn bewaken. Ik vind het allemaal maar makkelijke teksten van Rijsbergen”, aldus Brouwer. “We hadden bij Volendam een paar jaar geleden een vreselijke accommodatie. Volgens de regelgeving van FIFA, UEFA en KNVB zouden de tribunes afgekeurd worden. Daarnaast moesten we vanwege de veiligheidsvoorschriften alle staanplaatsen ombouwen naar zitplaatsen. En zo was er nog een scala aan argumenten op basis waarvan we besloten hebben gefaseerd een nieuwe accommodatie te gaan bouwen. We moeten ons er gewoon bij neerleggen dat we de eerstkomende drie vier jaar geen extreme dingen kunnen doen.”

De competitie naakt, de trainer klaagt, maar de manager weigert te somberen. Brouwer: “Ik zie het nieuwe seizoen zeker niet zo negatief tegemoet als Rijsbergen. Eigenlijk is er niets nieuws onder de zon. Volendam heeft de afgelopen jaren nooit iets spectaculairs op transfergebied gedaan. Toch spelen we al voor het negen opeenvolgende jaar in de eredivisie. De onderbouw is goed, daar zit een stuk vuur in. Onze A-jeugd werd vorig seizoen zesde van Nederland; in het tweede elftal zit een aantal spelers dat in de tweede competitiehelft zo in het eerste ingezet kan worden.” Dat is te veel voor Rijsbergen. “Ja, die jongens uit de jeugd en het tweede kunnen aardig voetballen”, doet de trainer schamper. “Maar vergeleken met eredivisieniveau zit er een verschil van lichtjaren tussen. Paul Schilder bijvoorbeeld, is een knaap uit Volendam die nu bij de A-selectie zit. Maar eigenlijk hoort hij nog gewoon bij de tweede selectie. Mike Ferrier mocht als zeventienjarige onder Fritz Korbach bij het eerste meetrainen. Hij kan komend seizoen zo nu en dan invallen, maar toch niet zomaar in de eredivisie spelen. André Ooijer is zoals ik net al zei een experiment; het blijft afwachten of hij het redt op het hoogste niveau. Arie Obdam is vorig seizoen doorgebroken, maar hij zal nu moeten bewijzen aanvallend echt potten te kunnen breken. Hij is nog geen zekerheidje. Hans Bond in mijn ogen ook niet. Al die Volendammers hier schreeuwen wel dat hij zo’n fantastisch talent is, maar ik heb geen oranje bril op. Ik vind dus niet dat Bond al een speler is, die zomaar 34 duels in de eredivisie meekan.”

Het zit er dus wel degelijk in. Dat Volendam volgend seizoen het mooiste stadion van de eerste divisie heeft. “Wij degraderen niet”, is Jan Brouwer niet te vermurwen. “Met Edwin Zoetebier, IJlrich Wilson, Robert Molenaar, René Binken, André Wasiman, Elroy Kromheer, Alex Pastoor, Stefanovic en Vukov tel ik zo al negen eredivisiewaardige spelers. Ik heb hier ook jaren meegemaakt dat we maar vijf jongens van dat kaliber hadden. Volendam heeft gewoon een uitstekend elftal. Qua veldbezetting zijn we er ook completer op geworden. Molenaar is verder in zijn ontwikkeling en Obdam heeft meer speelkracht. Vukov en Stefanovic hadden in het begin van het vorige seizoen duidelijk aanpassingsproblemen en hebben daardoor veertig procent van de competitie ondermaats gepresteerd. Van hen mogen wij dit seizoen ook meer verwachten.” Rijsbergen ziet de horizon van Volendam beduidend minder roze. De oefenmeester weigert mee te doen aan de voortdurende goed-nieuws-show van het bestuur, de andere kant zoals hij het noemt. De trainer, met stemverheffing: “De basis op zich is oké, die kan inderdaad zonder problemen de eredivisie in. Maar we kunnen geen enkele tegenslag opvangen. Blessures krijg je altijd, schorsingen ook. Zeker nu de arbitrageregels weer aangescherpt zijn. Je moet er niet aan denken dat basisspelers door wat voor reden ook langdurig buitenspel komen te staan. We hebben er geen gelijkwaardige alternatieven voor. Clubs als RKC, Go Ahead Eagles, FC Utrecht en Heerenveen, die vorig seizoen allemaal naaste concurrenten waren, hebben zich allemaal met meerdere spelers versterkt. Wij hebben niet eens alle broodnodige aanvullingen kunnen aantrekken. Een linkermiddenvelder zit bijvoorbeeld niet in de selectie. En nu De Freitas verkocht is, heb ik met Stefanovic nog precies één spits. Als hij wegvalt weet ik bij God niet meer waar ik een spits vandaan moet halen. Met wat pech kan iedere club degraderen, maar Volendam heeft komend seizoen maar heel weinig pech nodig.”

Dat sombere perspectief is inmiddels ook tot de spelersgroep doorgedrongen. Rijsbergen heeft zijn manschappen duidelijk gemaakt dat de te smalle selectie uiteindelijk ten koste zal gaan van hun overwinningspremies. En als voetballers pijn in hun portemonnee gaan voelen, worden ze opstandig. Ik ben bij Volendam niet anders gewend”, aldus aanvoerder Johan Steur. “Er was nooit geld voor aankopen, altijd was de selectie te smal. Maar zoals de zaken er nu voorstaan kan het eigenlijk niet meer. Er is gebrek aan concurrentie. Iedereen is vrijwel zeker van een basisplaats, dat gaat altijd ten koste van de scherpte. Als er geen versterking bijkomt, kan het haast niet goed gaan met Volendam.”

Rijsbergen en zijn spelersgroep vinden dan ook dat het voor De Freitas binnengekomen miljoen grotendeels aangewend moet worden voor uitbreiding van de selectie. Op de transfer van de speler had niemand bij Volendam gerekend, op de miljoen gulden aan extra inkomsten derhalve ook niet. Dus kan het rustig op de transfermarkt uitgegeven worden. Zo werkt het echter niet, zegt Jan Lagrand. De voorzitter: “We hebben nog wat leningen uitstaan bij enkele particulieren en we moeten eerst eens zien wanneer en hoe die gelden afbetaald moeten worden. Daarna gaan we ons op versterking oriënteren.”

Brouwer vindt de heisa over het plotselinge vertrek van De Freitas overdreven, want die ‘was vorig seizoen niet eens basisspeler.’ En dat is weer tegen het zere been van Rijsbergen. “Of De Freitas wel of geen basisspeler is, is mijn afdeling. Fabian was bezig aan een goede voorbereiding, hij is nog nooit zo fit geweest als nu. Dat is mijn verdienste, ik heb hem duidelijk gemaakt dat hij er eens wat aan moest doen. In dit Volendam zou hij geheid een basisspeler zijn. Daarom moet er nu gewoon vervanging komen. Ik ben geen zeurpiet en ik wil me ook vooraf niet indekken tegen slechte prestaties. Het probleem is alleen, dat ze bij Volendam denken dat alles net zoals andere jaren wel weer goed zal komen. Maar ik ben problemen liever voor. Als je met je racefiets een lekke band krijgt, kun je de fiets tegen een hek zetten en met een taxi weer naar huis gaan. Je kunt ook een bandenreparatiesetje meenemen en de band plakken. Ik wil best verantwoordelijk zijn voor de resultaten, maar ik moet wel een eerlijke kans krijgen. Op deze manier sta ik echter niet te trappelen om aan de competitie te beginnen.”

Misschien moet-ie inderdaad met zijn portefeuille wapperen en gewoon zijn contract inleveren. Rijsbergen: “Dat zou het beste zijn. En ik zou er nog geen boterham minder door eten. Maar ik ga door. Niet omdat ik me daartoe door een contract verplicht voel, maar voor mezelf, voor mijn eer- gevoel. Maar als het straks even wat minder gaat, moet niet één van die Volendammers om Rijsbergen zijn kop schreeuwen, want dan zijn ze te laat. Dan krijgen ze dus met mij te maken.”

Terug