Oude doos

Artikelen - Algemeen - seizoen 1994-1995 - Volendam op stelten
Volendam,
Twee weken geleden deed Jan Lagrand, de ex-voorzitter van FC Volendam, in V.I. een boekje open, omdat hij vond dat de club niet meer van de Volendammers was en directeur Jan Brouwer de macht gegrepen had. Inmiddels staat het dorp op zijn kop. Maar in alle opwinding is er vooral verbazing: ‘Wat heeft Jan Lagrand toch bezield?’

Waarom het heeft gebotst, is waarnemend voorzitter Dick Veerman wel duidelijk. “Jan Lagrand”, zegt Dick van Pietje “heeft altijd gezegd dat Jan Brouwer te veel macht had. Lagrand zou ervoor zorgen dat Brouwer zou verdwijnen. Het is anders gelopen. Het was Lagrand die moest vertrekken. Maar nu toont hij zich een verliezer van bedenkelijk niveau.”

En dat is opmerkelijk voor iemand van het politieke niveau van Jan Lagrand, CDA-gedeputeerde van Noord-Holland. “Onbegrijpelijk”, vindt penningmeester Hoens. De invloedrijke sponsor Henk Kras zegt zelfs ‘verbijsterd’ te zijn. “Het is onvoorstelbaar wat Lagrand allemaal heeft uitgekraamd. Uitgerekend Lagrand, iemand met zo’n hoge politieke functie. Er klopt helemaal niets van het verhaal.” Veerman is vooral verrast: “Lagrand heeft een reeks van pertinente onwaarheden te berde gebracht, onjuiste feiten, die allemaal gemakkelijk controleerbaar zijn. Dat maakt het juist zo vreemd. Ik heb er werkelijk geen idee van wat hem bezield heeft zo te keer te gaan.” En Jan Brouwer: “Persoonljk heeft er nooit iets tussen ons gespeeld. Ik kende Jan Lagrand niet tot hij voorzitter werd. Nu ken ik hem wel... Wie zo om zich heen schopt, maakt wel duidelijk dat hij er niet voor de club, maar voor zichzelf zat.”

Dat Volendam als club is zwartgemaakt kan Veerman niet over zijn kant laten gaan, dat Jan Brouwer beschadigd is evenmin, “Brouwer werkt hier sinds 1984, kent FC Volendam door en door en staat dag en nacht klaar voor de club.” De kern van het betoog van Jan Lagrand was dat Jan Brouwer in Volendam een ongezonde machtspositie heeft gecreëerd. Veerman: “AIs je stelt: Brouwer heeft te veel macht, moet je al beginnen met de schuld daarvan niet bij Brouwer, maar bij het bestuur te leggen. Het bestuur bepaalt hoe ver een directeur kan gaan. Zoals iedere directeur komt om de zoveel tijd de registeraccountant langs om de zaak te controleren, nadat al eerder de penningmeester de zaak heeft bekeken. Brouwer is nog nooit over de schreef gegaan. Integendeel. Bovendien denkt hij niet in termen van macht.” Jan Brouwer: “Ik zit mijn hele leven in het voetbal. Ik heb duizend bestuurders zien komen, die met de beste bedoelingen van de wereld het wiel opnieuw gingen uitvinden en de voetballerij zonder kennis van zaken naar hun ideeën opnieuw gingen inrichten. Ik heb er ook duizend weer zien gaan. Bij Lagrand heb ik dat ook gesignaleerd, dat herken ik: een klassiek voorbeeld van iemand die weer zonodig moet. En daartegen heb ik me als professional afgezet. Niet uit eigenbelang, maar voor Volendam.”

Met: ‘Volendam is niet meer van de Volendammers’, had Jan Lagrand zijn verbale offensief tegen Jan Brouwer en het bestuur geopend. En hij was met cijfers gekomen. Volgens Jan Lagrand zaten er nog hoogstens zevenhonderd mensen uit het dorp op de tribune en van de honderd leden van de businessclub kwamen er misschien tien uit het dorp. Met zulke cijfers moet je niet bij Dick Veerman aankomen. De waarnemend voorzitter nodigt uit tot een kijkje in de boeken: “Van de 2.500 seizoenkaarten zijn er 1.650 aan Volendammers verkocht. Van de 174 business-seats waren er vorig seizoen 66 uitgegeven aan Volendammers. Lagrand beweert ook dat ik de enige Volendammer in het bestuur ben. Welnu, behalve mijzelf komen de bestuursleden Hoens, Tholens, Speksnijder, Moone en Jan Smit uit de gemeente Edam-Volendam, terwijl Jaap Schilder, ook een Volendammer, wegens drukke werkzaamheden moest stoppen.”

Lagrand zegt ook dat Jan Brouwer voortdurend een-tweetjes opzette met bepaalde sponsors. Hij zou zich bij die sponsors beklagen over de controle van Jan Lagrand, waarop die geldschieters dan weer dreigden weg te gaan. Ook vond Lagrand het maar niks dat Brouwer op eigen houtje contracten afsloot en Fabian de Freitas verkocht. Penningmeester Hoens wil eigenlijk niet op de zaak ingaan. “Het halve dorp bemoeit zich er al mee. Maar natuurlijk was het bestuur ervan op de hoogte dat Fabian de Freitas op enig moment verkocht kon worden. Jan Brouwer heeft de voorzitter (Lagrand) en de penningmeester (hijzelf) ook van de ontwikkelingen op de hoogte gehouden.

‘Op enig moment’, zei de penningmeester. Wim Rijsbergen, destijds trainer in Volendam: “Meneer Brouwer zei op ‘n dag: ‘Waarschijnlijk wordt Fabian de Freitas binnenkort verkocht’. De volgende dag was het al zover, Met de verkoop van Alex Pastoor naar Heerenveen ging het net zo. Formeel was het dus van tevoren bekend, ja,”

En die zaak met de sponsors? Veerman: “De club beschikt al jaren over een adviescollege dat bestaat uit afgevaardigden van het Volendamse bedrijfsleven. Die fungeren als klankbord voor het bestuur in allerhande beleidszaken. Lagrand wilde nooit overleggen met de adviseurs, hij vond ze maar bemoeials tegen wie hij zich voortdurend afzette.”

De meest invloedrijke sponsors zijn Dick Kwakman en Henk Kras, beiden adviseur van FC Volendam, Kwakman is op vakantie, Kras moet overgehaald worden, maar zegt uiteindelijk: “Ach, emotioneel als we zijn hebben Kwakman en ik wel eens met onze portefeuille lopen zwaaien. We zijn al vijftien jaar sponsor en erg nadrukkelijk betrokken bij het wel en wee van de club. Maar Lagrand zegt dat we trainer Rijsbergen briefjes toespeelden met de opstelling. Complete nonsens! Alsof een man als Rijsbergen inmenging zou toestaan. Sterker nog, Wim Rijsbergen liep altijd met een grote boog om ons heen. Hij haattte sponsors. Zelfs als we gewild hadden, hadden we niet dicht genoeg in de buurt kunnen komen om een briefje te geven. Nee, als het aan ons had gelegen, was Wim Rijsbergen in september al ontslagen. Niet vanwege zijn kwaliteiten als trainer, maar hij zette zich in de pers voortdurend tegen ons af.”

Wim Rijsbergen: “Ik heb de heren Kras en Kwakman nooit ontmoet. Ze hebben me ook nooit een briefje met een opstelling gegeven. Ze hebben wèl eens een brief geschreven waarin stond dat er een paar spelers uit moesten en meer Volendamse jeugd erin.”

Dick Veerman: “Het is aan Jan Brouwer te danken dat de sponsorclub intact bleef. Lagrand heeft Rijsbergen niet één keer gecorrigeerd aangaande diens ongenuanceerde uitspraken in de pers, ondanks verzoeken van medebestuursleden. Jan Brouwer mocht dit opknappen en werd nooit gesteund door Lagrand. Maar Lagrand doet nou net alsof hij als enige achter Rijsbergen stond. Hij is zeker vergeten dat hij hem na het bereiken van de bekerfinale op staande voet wilde ontslaan. Lagrands ego was geraakt omdat Rijsbergen hem na de wedstrijd tegen Utrecht geen hand wenste te geven. Jan Brouwer heeft toen voorkomen dat Rijsbergen werd ontslagen.”

Rijsbergen: “Het was de halve finale tegen FC Utrecht. Ik wilde Ronald Bond laten spelen, die werkte in de bouw. Heb ik gevraagd of meneer Brouwer of het bestuur wilde regelen dat Ronald Bond voor de wedstrijd een halve dag vrij kon krijgen. Daarin is het bestuur noch meneer Brouwer geslaagd, Met andere woorden, het was niet gebeurd en dat was kenmerkend voor de hele atmosfeer. Toen heb ik gezegd: als we de finale halen, wil ik me na afloop niet temidden van juichende bestuursleden begeven. Als ze al een jongetje niet twee uur van zijn werk kunnen vrijmaken...” En dan was er nog de zaak van de subsidieregeling. Lagrand meent dat hij alleen maar tot voorzitter werd benoemd omdat hij hoog in de politiek zat en subsidies kon binnenslepen om de tribune te verbouwen. Lagrand stelt dat hij eerst de fracties heeft omgepraat en vervolgens een subsidieaanvraag heeft ingediend. Dick Veerman ontploft bijna: “Onzin! De subsidieaanvraag is in februari 1994 ingediend, Lagrand werd pas op 1 juli van dat jaar voorzitter! De gemeenteraad wilde nadere informatie. Lagrand zou de laatste vragen van de politieke partijen beantwoorden voordat ze in de raad behandeld zouden worden. Hij liet tot drie keer toe verstek gaan. Daardoor kwam de toekenning van een eventuele subsidie in gevaar en werd deze dus niet in maart of april door de raad behandeld, maar moeten we wachten tot september 1995.”

Lagrand beklaagde zich erover dat hij als voorzitter geen openheid van zaken kreeg en daarom stiekem in het bureau van Jan Brouwer heeft gesnuffeld om de spelercontracten te zoeken. Lagrand heeft alle contracten gekopieerd, inclusief dat van Jan Brouwer, van wie het gerucht ging dat hij een gigantisch salaris zou verdienen. Veerman: “Na zijn vertrek bij Volendam heeft Lagrand het contract van Brouwer te pas en te onpas aan derden getoond. Wat een niveau zeg! Maar het was ook onzin dat hij geen openheid van zaken kreeg. Lagrand had als voorzitter inzage in alle stukken en was tot in detail op de hoogte van alle zaken.” Penningmeester Hoens, die maar blijft herhalen liever niet in dit verhaal voor te komen, bevestigt de lezing van Dick Veerman: “Als Lagrand wat anders beweert, is dat voor zijn rekening.”

Op de financiering van de nieuwbouw van twee tribunes had Lagrand ook veel kritiek. Bovendien beweert hij dat Brouwer de schuld van de club heeft laten oplopen tot drie miljoen gulden. Dick Veerman: “Drie miljoen, drie miljoen... Een cijfer! De investering voor beide nieuwe tribunes vergde tien miljoen. De financiële dekking was aanwezig voordat er enige activiteit is ondernomen, hoewel Lagrand anders beweert. Ook daarvan was hij op de hoogte. En om op die drie miljoen terug te komen: we hadden geen tien miljoen in kas om nieuwe tribunes te bouwen. Dat geld hebben we geleend bij de bank. Een bank wil een onderpand. Wie een huis gaat bouwen, geeft dat huis in onderpand, maar bij een tribune ligt dat anders. Als er niet betaald wordt, kan die bank die tribune niet verkopen en al helemaal niet als die, zoals bij ons, op gemeentegrond staat. We hebben dus de inkomsten uit de businessseats als onderpand ingezet. Daaraan is inderdaad een bedrijfseconomisch nadeel verbonden, omdat we in zes jaar de schuld moeten aflossen. Liever hadden we we dat over dertig jaar uitgesmeerd, maar dat kon niet. Het voordeel is dat de tribunes na zes jaar ons eigendom zijn.”

De heer Van der Meer is de directeur van de CLBN-bank in Volendam. “De best denkbare constructie”, noemt hij de wijze van financiering. Ik heb begrepen dat inmiddels meer clubs die constructie hebben overgenomen”, zegt hij met een spoortje trots in de stem. Van der Meer is de bankier van wie Lagrand twee weken geleden zei: ‘De coup (die hem het voorzitterschap kostte, red.) was amper achter de rug of ik had de bankier al aan de deur. Je moet voorzitter blijven, werd me gevraagd. Intussen heeft de bank de geldkraan dichtgedraaid en is de hoofdsponsor failliet’. Bankdirecteur Van der Meer: “Het klopt dat ik bij Lagrand aan de deur ben geweest. Over de inhoud van het gesprek ga ik niets meedelen, maar het lijkt me voor de hand liggend dat de bank zich bezorgd toonde over de ontwikkelingen binnen FC Volendam, een cliënt van de bank. Mij is er niets van bekend dat de geldkraan is dichtgedraaid. In de relatie tussen FC Volendam en de bank is niets veranderd sinds het vertrek van Lagrand als voorzitter.”

Jan Lagrand werd weggestemd op 2 mei, onrechtmatig volgens hem, omdat de vereiste meerderheid van stemmen niet werd behaald. Dat was juist als de stem van Lagrand wordt meegeteld en onjuist als hij niet had gestemd, maar de statuten geven daarover geen uitsluitsel. Veerman: “Maar het blijft voor iedereen een raadsel waarom Lagrand tot een dergelijke natrapactie is overgegaan.” Brouwer: “Weetje wat daaraan zo erg is? Jan Lagrand is iemand van enig politiek gewicht. ‘Wat hij zegt zal wel kloppen’, redeneert iedereen. De werkelijkheid is dat Volendam dankzij Lagrand al tot 29 september moet wachten eer we wat horen van de gemeenteraad. Zijn uitspraken doen onze zaak geen goed. Iedereen weet dat Volendam niet de makkelijkste club is, maar in de afgelopen acht jaar hebben er geen inhoudelijke zaken meer op straat gelegen. Het afgelopen seizoen waren de rellen schering en inslag. Sinds Lagrand weg is, is het ook weer rustig. Aan wie zou het dan gelegen hebben?”
Geschreven door: Ted van Leeuwen
Bron: Voetbal International
Twee weken geleden deed Jan Lagrand, de ex-voorzitter van FC Volendam, in V.I. een boekje open, omdat hij vond dat de club niet meer van de Volendammers was en directeur Jan Brouwer de macht gegrepen had. Inmiddels staat het dorp op zijn kop. Maar in alle opwinding is er vooral verbazing: ‘Wat heeft Jan Lagrand toch bezield?’

Waarom het heeft gebotst, is waarnemend voorzitter Dick Veerman wel duidelijk. “Jan Lagrand”, zegt Dick van Pietje “heeft altijd gezegd dat Jan Brouwer te veel macht had. Lagrand zou ervoor zorgen dat Brouwer zou verdwijnen. Het is anders gelopen. Het was Lagrand die moest vertrekken. Maar nu toont hij zich een verliezer van bedenkelijk niveau.”

En dat is opmerkelijk voor iemand van het politieke niveau van Jan Lagrand, CDA-gedeputeerde van Noord-Holland. “Onbegrijpelijk”, vindt penningmeester Hoens. De invloedrijke sponsor Henk Kras zegt zelfs ‘verbijsterd’ te zijn. “Het is onvoorstelbaar wat Lagrand allemaal heeft uitgekraamd. Uitgerekend Lagrand, iemand met zo’n hoge politieke functie. Er klopt helemaal niets van het verhaal.” Veerman is vooral verrast: “Lagrand heeft een reeks van pertinente onwaarheden te berde gebracht, onjuiste feiten, die allemaal gemakkelijk controleerbaar zijn. Dat maakt het juist zo vreemd. Ik heb er werkelijk geen idee van wat hem bezield heeft zo te keer te gaan.” En Jan Brouwer: “Persoonljk heeft er nooit iets tussen ons gespeeld. Ik kende Jan Lagrand niet tot hij voorzitter werd. Nu ken ik hem wel... Wie zo om zich heen schopt, maakt wel duidelijk dat hij er niet voor de club, maar voor zichzelf zat.”

Dat Volendam als club is zwartgemaakt kan Veerman niet over zijn kant laten gaan, dat Jan Brouwer beschadigd is evenmin, “Brouwer werkt hier sinds 1984, kent FC Volendam door en door en staat dag en nacht klaar voor de club.” De kern van het betoog van Jan Lagrand was dat Jan Brouwer in Volendam een ongezonde machtspositie heeft gecreëerd. Veerman: “AIs je stelt: Brouwer heeft te veel macht, moet je al beginnen met de schuld daarvan niet bij Brouwer, maar bij het bestuur te leggen. Het bestuur bepaalt hoe ver een directeur kan gaan. Zoals iedere directeur komt om de zoveel tijd de registeraccountant langs om de zaak te controleren, nadat al eerder de penningmeester de zaak heeft bekeken. Brouwer is nog nooit over de schreef gegaan. Integendeel. Bovendien denkt hij niet in termen van macht.” Jan Brouwer: “Ik zit mijn hele leven in het voetbal. Ik heb duizend bestuurders zien komen, die met de beste bedoelingen van de wereld het wiel opnieuw gingen uitvinden en de voetballerij zonder kennis van zaken naar hun ideeën opnieuw gingen inrichten. Ik heb er ook duizend weer zien gaan. Bij Lagrand heb ik dat ook gesignaleerd, dat herken ik: een klassiek voorbeeld van iemand die weer zonodig moet. En daartegen heb ik me als professional afgezet. Niet uit eigenbelang, maar voor Volendam.”

Met: ‘Volendam is niet meer van de Volendammers’, had Jan Lagrand zijn verbale offensief tegen Jan Brouwer en het bestuur geopend. En hij was met cijfers gekomen. Volgens Jan Lagrand zaten er nog hoogstens zevenhonderd mensen uit het dorp op de tribune en van de honderd leden van de businessclub kwamen er misschien tien uit het dorp. Met zulke cijfers moet je niet bij Dick Veerman aankomen. De waarnemend voorzitter nodigt uit tot een kijkje in de boeken: “Van de 2.500 seizoenkaarten zijn er 1.650 aan Volendammers verkocht. Van de 174 business-seats waren er vorig seizoen 66 uitgegeven aan Volendammers. Lagrand beweert ook dat ik de enige Volendammer in het bestuur ben. Welnu, behalve mijzelf komen de bestuursleden Hoens, Tholens, Speksnijder, Moone en Jan Smit uit de gemeente Edam-Volendam, terwijl Jaap Schilder, ook een Volendammer, wegens drukke werkzaamheden moest stoppen.”

Lagrand zegt ook dat Jan Brouwer voortdurend een-tweetjes opzette met bepaalde sponsors. Hij zou zich bij die sponsors beklagen over de controle van Jan Lagrand, waarop die geldschieters dan weer dreigden weg te gaan. Ook vond Lagrand het maar niks dat Brouwer op eigen houtje contracten afsloot en Fabian de Freitas verkocht. Penningmeester Hoens wil eigenlijk niet op de zaak ingaan. “Het halve dorp bemoeit zich er al mee. Maar natuurlijk was het bestuur ervan op de hoogte dat Fabian de Freitas op enig moment verkocht kon worden. Jan Brouwer heeft de voorzitter (Lagrand) en de penningmeester (hijzelf) ook van de ontwikkelingen op de hoogte gehouden.

‘Op enig moment’, zei de penningmeester. Wim Rijsbergen, destijds trainer in Volendam: “Meneer Brouwer zei op ‘n dag: ‘Waarschijnlijk wordt Fabian de Freitas binnenkort verkocht’. De volgende dag was het al zover, Met de verkoop van Alex Pastoor naar Heerenveen ging het net zo. Formeel was het dus van tevoren bekend, ja,”

En die zaak met de sponsors? Veerman: “De club beschikt al jaren over een adviescollege dat bestaat uit afgevaardigden van het Volendamse bedrijfsleven. Die fungeren als klankbord voor het bestuur in allerhande beleidszaken. Lagrand wilde nooit overleggen met de adviseurs, hij vond ze maar bemoeials tegen wie hij zich voortdurend afzette.”

De meest invloedrijke sponsors zijn Dick Kwakman en Henk Kras, beiden adviseur van FC Volendam, Kwakman is op vakantie, Kras moet overgehaald worden, maar zegt uiteindelijk: “Ach, emotioneel als we zijn hebben Kwakman en ik wel eens met onze portefeuille lopen zwaaien. We zijn al vijftien jaar sponsor en erg nadrukkelijk betrokken bij het wel en wee van de club. Maar Lagrand zegt dat we trainer Rijsbergen briefjes toespeelden met de opstelling. Complete nonsens! Alsof een man als Rijsbergen inmenging zou toestaan. Sterker nog, Wim Rijsbergen liep altijd met een grote boog om ons heen. Hij haattte sponsors. Zelfs als we gewild hadden, hadden we niet dicht genoeg in de buurt kunnen komen om een briefje te geven. Nee, als het aan ons had gelegen, was Wim Rijsbergen in september al ontslagen. Niet vanwege zijn kwaliteiten als trainer, maar hij zette zich in de pers voortdurend tegen ons af.”

Wim Rijsbergen: “Ik heb de heren Kras en Kwakman nooit ontmoet. Ze hebben me ook nooit een briefje met een opstelling gegeven. Ze hebben wèl eens een brief geschreven waarin stond dat er een paar spelers uit moesten en meer Volendamse jeugd erin.”

Dick Veerman: “Het is aan Jan Brouwer te danken dat de sponsorclub intact bleef. Lagrand heeft Rijsbergen niet één keer gecorrigeerd aangaande diens ongenuanceerde uitspraken in de pers, ondanks verzoeken van medebestuursleden. Jan Brouwer mocht dit opknappen en werd nooit gesteund door Lagrand. Maar Lagrand doet nou net alsof hij als enige achter Rijsbergen stond. Hij is zeker vergeten dat hij hem na het bereiken van de bekerfinale op staande voet wilde ontslaan. Lagrands ego was geraakt omdat Rijsbergen hem na de wedstrijd tegen Utrecht geen hand wenste te geven. Jan Brouwer heeft toen voorkomen dat Rijsbergen werd ontslagen.”

Rijsbergen: “Het was de halve finale tegen FC Utrecht. Ik wilde Ronald Bond laten spelen, die werkte in de bouw. Heb ik gevraagd of meneer Brouwer of het bestuur wilde regelen dat Ronald Bond voor de wedstrijd een halve dag vrij kon krijgen. Daarin is het bestuur noch meneer Brouwer geslaagd, Met andere woorden, het was niet gebeurd en dat was kenmerkend voor de hele atmosfeer. Toen heb ik gezegd: als we de finale halen, wil ik me na afloop niet temidden van juichende bestuursleden begeven. Als ze al een jongetje niet twee uur van zijn werk kunnen vrijmaken...” En dan was er nog de zaak van de subsidieregeling. Lagrand meent dat hij alleen maar tot voorzitter werd benoemd omdat hij hoog in de politiek zat en subsidies kon binnenslepen om de tribune te verbouwen. Lagrand stelt dat hij eerst de fracties heeft omgepraat en vervolgens een subsidieaanvraag heeft ingediend. Dick Veerman ontploft bijna: “Onzin! De subsidieaanvraag is in februari 1994 ingediend, Lagrand werd pas op 1 juli van dat jaar voorzitter! De gemeenteraad wilde nadere informatie. Lagrand zou de laatste vragen van de politieke partijen beantwoorden voordat ze in de raad behandeld zouden worden. Hij liet tot drie keer toe verstek gaan. Daardoor kwam de toekenning van een eventuele subsidie in gevaar en werd deze dus niet in maart of april door de raad behandeld, maar moeten we wachten tot september 1995.”

Lagrand beklaagde zich erover dat hij als voorzitter geen openheid van zaken kreeg en daarom stiekem in het bureau van Jan Brouwer heeft gesnuffeld om de spelercontracten te zoeken. Lagrand heeft alle contracten gekopieerd, inclusief dat van Jan Brouwer, van wie het gerucht ging dat hij een gigantisch salaris zou verdienen. Veerman: “Na zijn vertrek bij Volendam heeft Lagrand het contract van Brouwer te pas en te onpas aan derden getoond. Wat een niveau zeg! Maar het was ook onzin dat hij geen openheid van zaken kreeg. Lagrand had als voorzitter inzage in alle stukken en was tot in detail op de hoogte van alle zaken.” Penningmeester Hoens, die maar blijft herhalen liever niet in dit verhaal voor te komen, bevestigt de lezing van Dick Veerman: “Als Lagrand wat anders beweert, is dat voor zijn rekening.”

Op de financiering van de nieuwbouw van twee tribunes had Lagrand ook veel kritiek. Bovendien beweert hij dat Brouwer de schuld van de club heeft laten oplopen tot drie miljoen gulden. Dick Veerman: “Drie miljoen, drie miljoen... Een cijfer! De investering voor beide nieuwe tribunes vergde tien miljoen. De financiële dekking was aanwezig voordat er enige activiteit is ondernomen, hoewel Lagrand anders beweert. Ook daarvan was hij op de hoogte. En om op die drie miljoen terug te komen: we hadden geen tien miljoen in kas om nieuwe tribunes te bouwen. Dat geld hebben we geleend bij de bank. Een bank wil een onderpand. Wie een huis gaat bouwen, geeft dat huis in onderpand, maar bij een tribune ligt dat anders. Als er niet betaald wordt, kan die bank die tribune niet verkopen en al helemaal niet als die, zoals bij ons, op gemeentegrond staat. We hebben dus de inkomsten uit de businessseats als onderpand ingezet. Daaraan is inderdaad een bedrijfseconomisch nadeel verbonden, omdat we in zes jaar de schuld moeten aflossen. Liever hadden we we dat over dertig jaar uitgesmeerd, maar dat kon niet. Het voordeel is dat de tribunes na zes jaar ons eigendom zijn.”

De heer Van der Meer is de directeur van de CLBN-bank in Volendam. “De best denkbare constructie”, noemt hij de wijze van financiering. Ik heb begrepen dat inmiddels meer clubs die constructie hebben overgenomen”, zegt hij met een spoortje trots in de stem. Van der Meer is de bankier van wie Lagrand twee weken geleden zei: ‘De coup (die hem het voorzitterschap kostte, red.) was amper achter de rug of ik had de bankier al aan de deur. Je moet voorzitter blijven, werd me gevraagd. Intussen heeft de bank de geldkraan dichtgedraaid en is de hoofdsponsor failliet’. Bankdirecteur Van der Meer: “Het klopt dat ik bij Lagrand aan de deur ben geweest. Over de inhoud van het gesprek ga ik niets meedelen, maar het lijkt me voor de hand liggend dat de bank zich bezorgd toonde over de ontwikkelingen binnen FC Volendam, een cliënt van de bank. Mij is er niets van bekend dat de geldkraan is dichtgedraaid. In de relatie tussen FC Volendam en de bank is niets veranderd sinds het vertrek van Lagrand als voorzitter.”

Jan Lagrand werd weggestemd op 2 mei, onrechtmatig volgens hem, omdat de vereiste meerderheid van stemmen niet werd behaald. Dat was juist als de stem van Lagrand wordt meegeteld en onjuist als hij niet had gestemd, maar de statuten geven daarover geen uitsluitsel. Veerman: “Maar het blijft voor iedereen een raadsel waarom Lagrand tot een dergelijke natrapactie is overgegaan.” Brouwer: “Weetje wat daaraan zo erg is? Jan Lagrand is iemand van enig politiek gewicht. ‘Wat hij zegt zal wel kloppen’, redeneert iedereen. De werkelijkheid is dat Volendam dankzij Lagrand al tot 29 september moet wachten eer we wat horen van de gemeenteraad. Zijn uitspraken doen onze zaak geen goed. Iedereen weet dat Volendam niet de makkelijkste club is, maar in de afgelopen acht jaar hebben er geen inhoudelijke zaken meer op straat gelegen. Het afgelopen seizoen waren de rellen schering en inslag. Sinds Lagrand weg is, is het ook weer rustig. Aan wie zou het dan gelegen hebben?”

Terug