Oude doos

Artikelen - Algemeen - seizoen 1994-1995 - Volendam kiest voor het stadion, niet voor het voetbal
Volendam,
In Volendam is overleven het credo. Om mee te gaan in de vaart der volkeren verrijst ook in het vissersdorp een nieuw stadion. De helft staat er inmiddels, maar nu blijkt het stadion een molensteen. De voetbalwinkel lijdt er ernstig onder en een val naar de kelder van de PTT Telecompetitie ligt voor de hand. Alex Pastoor weet dat de situatie onomkeerbaar is en baalt: “Ik voetbal liever in een ambiance van lik-m’n-reet dan in een gloednieuw stadion waarin ik niets kan winnen.”

De regen klettert op de ruiten en de opdracht luidt van A naar B te fietsen. Wind tegen bovendien. Wat te doen? Natuurlijk, je kunt thuisblijven bij de warme kachel, maar daarmee verzaak je. Ook kun je je -met de nodige tegenzin- in een regenpak hijsen, de elementen trotseren en zorgen dat je de plaats van bestemming bereikt. De beeldspraak komt van Alex Pastoor, middenvelder van Volendam. Het beroerde weer staat voor de situatie waarin de dorpsclub dit seizoen verkeert. De warme kachel betekent berusting en degradatie. De fietser is elke voetballer van Volendam en de trainer. De tegenzin bespeurt Pastoor in ieder geval bij zichzelf, al vermoedt hij dat hij niet de enige is met de pest in zijn lijf. Pastoor: “Dit is niet mijn manier van sportbeleving. Ik wil bij een club voetballen die goed speelt en hoog eindigt. In Volendam is dat op dit moment niet aan de orde. Dat gegeven ligt er en we hebben het er maar mee te doen. Er rest ons niets anders dan ons te laten natregenen en te zorgen dat we heelhuids overkomen.”

Volendam was altijd de club van de Heen-en-Weer. Te groot voor het servet, te klein voor het tafellaken. Het is echter al weer een tijd geleden dat de schuit die symbool staat voor het karakter van de club, te water is gelaten. Volendam promoveerde in de zomer van 1987 naar de eredivisie en is daar sindsdien niet meer uit verdwenen. Dat is een record voor de club die daarmee bezig is aan de succesvolste periode uit haar bestaan. De neutrale beschouwer zou zowaar enige stabiliteit kunnen ontwaren aan de hoorden van het IJsselmeer.

Maar dat is slechts schijn, aldus Pastoor. “Onderhand mag je wel wat stabiliteit verwachten, ja. Het is zot te veronderstellen dat Volendam elk jaar voor een plaats bij de eerste zes hoort te spelen. Maar enige stabiliteit als middenmoter ontdek ik ook niet. De afgelopen jaren zijn we twee keer als zesde geëindigd, twee keer als tiende en één keer als dertiende. Dat zit effe te ver uit elkaar vind ik.”

En dit seizoen mag Volendam de handen dichtknijpen met een dertiende plek als straks de rekening wordt opgemaakt. Vorig jaar was het al een klein wonder dat de club degradatie wist te voorkomen, maar omdat trainer Wim Rijsbergen Volendam liet spelen als het Casino Salzburg van de PTT Telecompetitie, kon het vege lijf nog net worden gered, Wel leverde dat bergen kritiek op, ook al omdat Volendam haar eigen identiteit -technisch, frivool, aanvallend- verloochende. Dit seizoen speelt de club meer naar voren, maar dat lijkt een averechtse uitwerking te hebben. Volendam begon weliswaar met een klinkende overwinning op Go Ahead Eagles, maar sindsdien regent het nederlagen en remises.

Pastoor: “Thuis haalden we tegen Groningen, Heerenveen en MVV slechts twee punten, maar we speelden tenminste nog goed. Uit is het bedroevend. Hoe dat nou weer komt, snap ik ook niet. Je zou kunnen zeggen dat we dan onze eigen achterban missen. Maar dat lijkt me sterk, want zo’n fantastisch thuispubliek hebben we niet. We trekken nu per wedstrijd duizend toeschouwers minder, maar ik moet zeggen dat ik het niet eens merk. Ach, toen we zesde werden onder Korbach en leuk voetbal speelden, kwam er ook geen hond op af. De Volendamse supporter hinkt op twee gedachten. Enerzijds is het de grootste supporter die je je maar kunt voorstellen, anderzijds uit hij dat op een manier die niet stimuleert, Enorm kritisch. ‘To support’ is een Engels werkwoord dat ondersteunen betekent. In Volendam gebeurt dat niet. Ze hebben allemaal een mening en iedereen weet het ‘t beste.”

Al met al is de situatie verre van florissant en daarbij moet je aantekenen dat we -behalve Feyenoord- de grote clubs nog niet hebben gehad. Vorig jaar speelden we uit nood puur verdedigend, nu wat aanvallender. Dat is juist de makke, denk ik. Qua spelersmateriaal hebben we niet het vermogen aanvallend te spelen. Rijsbergen kan niet eens een spits wisselen, want naast Vukov en Stefanovic heeft hij geen spitsen. De sprong van superverdedigend naar wat aanvallender, is te groot.”


© Allart Blaauboer

Alex Pastoor: "Ik ben superambitieus"

Vukov en Stefanovic waren de twee laatste echte aankopen die in het vissersdorp mochten worden begroet. Dat was aan het begin van het vorig seizoen. Uitgezwaaid was toen al Frank Berghuis en later volgden Fabian de Freitas en Tom Sier. Voor de laatste kwam weliswaar Ulrich Wilson over van Groningen, maar Wilson liet in het noordelijk voetbalbolwerk al zien dat hij zijn beste dagen achter zich heeft. Het vertrek van De Freitas naar het Engelse Bolton Wanderers zorgde voor de nodige onvrede bij Wim Rijsbergen. Begrijpelijk. Niet dat De Freitas de verlosser van Volendam was, tot dan toe was hij nog niet verder dan de status van bankzitter, wel was de spits het enige alternatief dat Rijsbergen nog had als de voorste linie haperde. Dat het miljoen dat De Freitas opbracht vervolgens in een nieuwe tribune werd gestoken in plaats van de selectie wat op te krikken, kwam de gemoedsrust van Rijsbergen ook niet ten goede.

Resumerend kan worden gesteld dat de selectie van Volendam er de laatste jaren niet sterker op is geworden. Een optimistische geest kan nog concluderen dat er sprake is van stilstand, maar zelfs dat betekent achteruitgang. Op één punt gaat de club echter wel mee in de vaart der volkeren. Langzaam maar zeker worden de contouren duidelijk van een gloednieuw stadion dat inmiddels voor de helft is verrezen. En daar zit ‘m nou net de kneep, weet Alex Pastoor. Volendam trekt een nieuw jasje aan, maar zorgt slecht voor de inwendige mens. Er wordt kapitaal gestopt in de opstallen, niet in de interende selectie.

Pastoor: “Volendam kijkt de laatste jaren meer naar een nieuw stadion dan naar het voetbal. Tijdens de contractbesprekingen met Jan Brouwer (manager red.) heb ik ook gezegd dat dat me tegenstond. Op zich heb ik niets tegen nieuwbouw, je moet mee met de tijd, maar dat mag niet ten koste gaan van het voetbal. Ons is gezegd dat de komende jaren het stadion wordt neergezet en dat het intussen zaak is te overleven. Maar ik ben super-ambitieus, alles is bij mij op het voetbal gericht. Overleven is niet mijn instelling. Ik speel liever goed voetbal in een ambiance van lik-m’n-reet dan in een gloednieuw stadion waarin ik niets kan winnen.”

Ik hoor liever van bovenaf dat we dit jaar zesde moeten worden. Als bestuurder had ik misschien ook voor het stadion gekozen, maar ik ben voetballer. De financiële belangen van Volendam met zo’n stadion interesseren me dus niet, alhoewel ik besef dat m’n salaris eruit komt. Mijn ambities stroken absoluut niet met die van Volendam. Graag zou ik bij een club spelen waar de sportieve prestaties belangrijker zijn dan nieuwbouw of waar die belangen parallel lopen. Er zijn verdorie clubs -kijk eens naar Willem II- die hoeven maar te kuchen en er staat een nieuw stadion. Verder gaat daar alles z’n gangetje. Ik kijk daar met een jaloerse blik naar.”

“Ik ben een teamspeler en denk altijd aan het teambelang. Maar ik denk ook aan mijzelf. Ik heb voor één jaar bijgetekend, maar ik zou het niet erg vinden daarna elders te voetballen. Vorig seizoen zag ik in de eindfase voetbal meer als werk dan als hobby. Dat de club zich dan uiteindelijk handhaaft, maakt veel goed. Maar moet je zo voetballen en er is ook nog eens geen resultaat, dan stop ik liever.”

Dat alles zijn gedachten op de lange termijn, zegt Pastoor. Voorlopig zit hij weer in het schuitje dat hij nog kent van vorig jaar en moet er voor elk punt geknokt -en verdedigd- worden. Want Pastoor mag zo zijn mening hebben, hij zal niet verzaken. Dus is er de strijd van de eenzame fietser op de dijk, die beukt tegen weer en wind. Doorfietsen Pastoor: “Precies. Niet zonodig het publiek plezieren met mooi voetbal, het gaat om de punten. We mogen ons niet verschuilen achter het feit dat de club meer oog heeft voor het stadion. De situatie is nu eenmaal zo, dus is het roeien met de beschikbare riemen. Daaruit kun je ook motivatie halen, laten zien wat je waard bent. Stel dat Volendam nu een speler koopt en plotseling gaat het draaien... Dan is dat een bevestiging van het onvermogen van ons, de spelers die er al liepen.” Manager Jan Brouwer is op de hoogte van de kritiek. Maar zo maakt Brouwer duidelijk, de nieuwbouw van het stadion is broodnodig wil Volendam het hoofd boven water houden. De club wil in vier jaar tijd een stadion neerzetten dat zestien miljoen gulden kost. De club zelf hoest tien miljoen op, voor het resterende bedrag hoopt Volendam steun te krijgen van de lokale overheid. Brouwer: “Maar waar andere clubs steun krijgen van de gemeente, krijgt de voetbalclub Volendam die niet. Tot dusverre moeten wij alles met eigen middelen doen en dat betekent dat wij op achterstand worden gezet ten opzichte van andere clubs. Want natuurlijk gaat dat ten koste van je voetbalwinkeltje. Per definitie zit je al in een situatie waarin je steeds moet knokken om te overleven, dit komt er nog eens bovenop. De komende maanden bekijkt de gemeente het subsidieverzoek. Komt die subsidie er niet, dan heeft deze club geen perspectief en verdwijnt betaald voetbal uit Volendam. Wel blijf ik erbij dat de huidige ploeg eredivisiewaardig is.”

Dat werd afgelopen zondag in het duel met FC Twente niet direct duidelijk. Twente had drie weken geen serieuze wedstrijd gespeeld en dat was te merken. De combinaties liepen niet en Volendam kon 37 minuten de indruk wekken een gelijkwaardige tegenstander te zijn. Vervolgens trapte doelman Edwin Zoetebier knullig over een bal heen en kon Juul Ellerman simpel intikken (1-0). Onmiddellijk na rust was het Paul Bosvelt die de genadeklap uitdeelde (2-0). Het zat Volendam dus niet mee, maar de ploeg toonde na de tegenslagen ook niet de motivatie en veerkracht om nog wat recht te zetten. En was daar waarschijnlijk ook niet toe in staat. Vukov, de gevaarlijkste spits, was in de rust geblesseerd in de kleedkamer achtergebleven en daarmee was het aanbod bruikbare aanvallers op.

Overleven is het credo in Volendam. Dat zal niet meevallen met een loodzwaar programma voor de boeg. Eerst wacht concurrent RKC in Waalwijk. Vervolgens kan Volendam de borst natmaken: PSV thuis, Vitesse uit, Ajax thuis en Roda JC uit. Zit het wat tegen, dan gaat Volendam de winterstop in met de zeven punten die het nu heeft. Dat kon weleens een donkere kerst worden.
Geschreven door: Henny Haggeman
Bron: Voetbal International
In Volendam is overleven het credo. Om mee te gaan in de vaart der volkeren verrijst ook in het vissersdorp een nieuw stadion. De helft staat er inmiddels, maar nu blijkt het stadion een molensteen. De voetbalwinkel lijdt er ernstig onder en een val naar de kelder van de PTT Telecompetitie ligt voor de hand. Alex Pastoor weet dat de situatie onomkeerbaar is en baalt: “Ik voetbal liever in een ambiance van lik-m’n-reet dan in een gloednieuw stadion waarin ik niets kan winnen.”

De regen klettert op de ruiten en de opdracht luidt van A naar B te fietsen. Wind tegen bovendien. Wat te doen? Natuurlijk, je kunt thuisblijven bij de warme kachel, maar daarmee verzaak je. Ook kun je je -met de nodige tegenzin- in een regenpak hijsen, de elementen trotseren en zorgen dat je de plaats van bestemming bereikt. De beeldspraak komt van Alex Pastoor, middenvelder van Volendam. Het beroerde weer staat voor de situatie waarin de dorpsclub dit seizoen verkeert. De warme kachel betekent berusting en degradatie. De fietser is elke voetballer van Volendam en de trainer. De tegenzin bespeurt Pastoor in ieder geval bij zichzelf, al vermoedt hij dat hij niet de enige is met de pest in zijn lijf. Pastoor: “Dit is niet mijn manier van sportbeleving. Ik wil bij een club voetballen die goed speelt en hoog eindigt. In Volendam is dat op dit moment niet aan de orde. Dat gegeven ligt er en we hebben het er maar mee te doen. Er rest ons niets anders dan ons te laten natregenen en te zorgen dat we heelhuids overkomen.”

Volendam was altijd de club van de Heen-en-Weer. Te groot voor het servet, te klein voor het tafellaken. Het is echter al weer een tijd geleden dat de schuit die symbool staat voor het karakter van de club, te water is gelaten. Volendam promoveerde in de zomer van 1987 naar de eredivisie en is daar sindsdien niet meer uit verdwenen. Dat is een record voor de club die daarmee bezig is aan de succesvolste periode uit haar bestaan. De neutrale beschouwer zou zowaar enige stabiliteit kunnen ontwaren aan de hoorden van het IJsselmeer.

Maar dat is slechts schijn, aldus Pastoor. “Onderhand mag je wel wat stabiliteit verwachten, ja. Het is zot te veronderstellen dat Volendam elk jaar voor een plaats bij de eerste zes hoort te spelen. Maar enige stabiliteit als middenmoter ontdek ik ook niet. De afgelopen jaren zijn we twee keer als zesde geëindigd, twee keer als tiende en één keer als dertiende. Dat zit effe te ver uit elkaar vind ik.”

En dit seizoen mag Volendam de handen dichtknijpen met een dertiende plek als straks de rekening wordt opgemaakt. Vorig jaar was het al een klein wonder dat de club degradatie wist te voorkomen, maar omdat trainer Wim Rijsbergen Volendam liet spelen als het Casino Salzburg van de PTT Telecompetitie, kon het vege lijf nog net worden gered, Wel leverde dat bergen kritiek op, ook al omdat Volendam haar eigen identiteit -technisch, frivool, aanvallend- verloochende. Dit seizoen speelt de club meer naar voren, maar dat lijkt een averechtse uitwerking te hebben. Volendam begon weliswaar met een klinkende overwinning op Go Ahead Eagles, maar sindsdien regent het nederlagen en remises.

Pastoor: “Thuis haalden we tegen Groningen, Heerenveen en MVV slechts twee punten, maar we speelden tenminste nog goed. Uit is het bedroevend. Hoe dat nou weer komt, snap ik ook niet. Je zou kunnen zeggen dat we dan onze eigen achterban missen. Maar dat lijkt me sterk, want zo’n fantastisch thuispubliek hebben we niet. We trekken nu per wedstrijd duizend toeschouwers minder, maar ik moet zeggen dat ik het niet eens merk. Ach, toen we zesde werden onder Korbach en leuk voetbal speelden, kwam er ook geen hond op af. De Volendamse supporter hinkt op twee gedachten. Enerzijds is het de grootste supporter die je je maar kunt voorstellen, anderzijds uit hij dat op een manier die niet stimuleert, Enorm kritisch. ‘To support’ is een Engels werkwoord dat ondersteunen betekent. In Volendam gebeurt dat niet. Ze hebben allemaal een mening en iedereen weet het ‘t beste.”

Al met al is de situatie verre van florissant en daarbij moet je aantekenen dat we -behalve Feyenoord- de grote clubs nog niet hebben gehad. Vorig jaar speelden we uit nood puur verdedigend, nu wat aanvallender. Dat is juist de makke, denk ik. Qua spelersmateriaal hebben we niet het vermogen aanvallend te spelen. Rijsbergen kan niet eens een spits wisselen, want naast Vukov en Stefanovic heeft hij geen spitsen. De sprong van superverdedigend naar wat aanvallender, is te groot.”


© Allart Blaauboer

Alex Pastoor: "Ik ben superambitieus"

Vukov en Stefanovic waren de twee laatste echte aankopen die in het vissersdorp mochten worden begroet. Dat was aan het begin van het vorig seizoen. Uitgezwaaid was toen al Frank Berghuis en later volgden Fabian de Freitas en Tom Sier. Voor de laatste kwam weliswaar Ulrich Wilson over van Groningen, maar Wilson liet in het noordelijk voetbalbolwerk al zien dat hij zijn beste dagen achter zich heeft. Het vertrek van De Freitas naar het Engelse Bolton Wanderers zorgde voor de nodige onvrede bij Wim Rijsbergen. Begrijpelijk. Niet dat De Freitas de verlosser van Volendam was, tot dan toe was hij nog niet verder dan de status van bankzitter, wel was de spits het enige alternatief dat Rijsbergen nog had als de voorste linie haperde. Dat het miljoen dat De Freitas opbracht vervolgens in een nieuwe tribune werd gestoken in plaats van de selectie wat op te krikken, kwam de gemoedsrust van Rijsbergen ook niet ten goede.

Resumerend kan worden gesteld dat de selectie van Volendam er de laatste jaren niet sterker op is geworden. Een optimistische geest kan nog concluderen dat er sprake is van stilstand, maar zelfs dat betekent achteruitgang. Op één punt gaat de club echter wel mee in de vaart der volkeren. Langzaam maar zeker worden de contouren duidelijk van een gloednieuw stadion dat inmiddels voor de helft is verrezen. En daar zit ‘m nou net de kneep, weet Alex Pastoor. Volendam trekt een nieuw jasje aan, maar zorgt slecht voor de inwendige mens. Er wordt kapitaal gestopt in de opstallen, niet in de interende selectie.

Pastoor: “Volendam kijkt de laatste jaren meer naar een nieuw stadion dan naar het voetbal. Tijdens de contractbesprekingen met Jan Brouwer (manager red.) heb ik ook gezegd dat dat me tegenstond. Op zich heb ik niets tegen nieuwbouw, je moet mee met de tijd, maar dat mag niet ten koste gaan van het voetbal. Ons is gezegd dat de komende jaren het stadion wordt neergezet en dat het intussen zaak is te overleven. Maar ik ben super-ambitieus, alles is bij mij op het voetbal gericht. Overleven is niet mijn instelling. Ik speel liever goed voetbal in een ambiance van lik-m’n-reet dan in een gloednieuw stadion waarin ik niets kan winnen.”

Ik hoor liever van bovenaf dat we dit jaar zesde moeten worden. Als bestuurder had ik misschien ook voor het stadion gekozen, maar ik ben voetballer. De financiële belangen van Volendam met zo’n stadion interesseren me dus niet, alhoewel ik besef dat m’n salaris eruit komt. Mijn ambities stroken absoluut niet met die van Volendam. Graag zou ik bij een club spelen waar de sportieve prestaties belangrijker zijn dan nieuwbouw of waar die belangen parallel lopen. Er zijn verdorie clubs -kijk eens naar Willem II- die hoeven maar te kuchen en er staat een nieuw stadion. Verder gaat daar alles z’n gangetje. Ik kijk daar met een jaloerse blik naar.”

“Ik ben een teamspeler en denk altijd aan het teambelang. Maar ik denk ook aan mijzelf. Ik heb voor één jaar bijgetekend, maar ik zou het niet erg vinden daarna elders te voetballen. Vorig seizoen zag ik in de eindfase voetbal meer als werk dan als hobby. Dat de club zich dan uiteindelijk handhaaft, maakt veel goed. Maar moet je zo voetballen en er is ook nog eens geen resultaat, dan stop ik liever.”

Dat alles zijn gedachten op de lange termijn, zegt Pastoor. Voorlopig zit hij weer in het schuitje dat hij nog kent van vorig jaar en moet er voor elk punt geknokt -en verdedigd- worden. Want Pastoor mag zo zijn mening hebben, hij zal niet verzaken. Dus is er de strijd van de eenzame fietser op de dijk, die beukt tegen weer en wind. Doorfietsen Pastoor: “Precies. Niet zonodig het publiek plezieren met mooi voetbal, het gaat om de punten. We mogen ons niet verschuilen achter het feit dat de club meer oog heeft voor het stadion. De situatie is nu eenmaal zo, dus is het roeien met de beschikbare riemen. Daaruit kun je ook motivatie halen, laten zien wat je waard bent. Stel dat Volendam nu een speler koopt en plotseling gaat het draaien... Dan is dat een bevestiging van het onvermogen van ons, de spelers die er al liepen.” Manager Jan Brouwer is op de hoogte van de kritiek. Maar zo maakt Brouwer duidelijk, de nieuwbouw van het stadion is broodnodig wil Volendam het hoofd boven water houden. De club wil in vier jaar tijd een stadion neerzetten dat zestien miljoen gulden kost. De club zelf hoest tien miljoen op, voor het resterende bedrag hoopt Volendam steun te krijgen van de lokale overheid. Brouwer: “Maar waar andere clubs steun krijgen van de gemeente, krijgt de voetbalclub Volendam die niet. Tot dusverre moeten wij alles met eigen middelen doen en dat betekent dat wij op achterstand worden gezet ten opzichte van andere clubs. Want natuurlijk gaat dat ten koste van je voetbalwinkeltje. Per definitie zit je al in een situatie waarin je steeds moet knokken om te overleven, dit komt er nog eens bovenop. De komende maanden bekijkt de gemeente het subsidieverzoek. Komt die subsidie er niet, dan heeft deze club geen perspectief en verdwijnt betaald voetbal uit Volendam. Wel blijf ik erbij dat de huidige ploeg eredivisiewaardig is.”

Dat werd afgelopen zondag in het duel met FC Twente niet direct duidelijk. Twente had drie weken geen serieuze wedstrijd gespeeld en dat was te merken. De combinaties liepen niet en Volendam kon 37 minuten de indruk wekken een gelijkwaardige tegenstander te zijn. Vervolgens trapte doelman Edwin Zoetebier knullig over een bal heen en kon Juul Ellerman simpel intikken (1-0). Onmiddellijk na rust was het Paul Bosvelt die de genadeklap uitdeelde (2-0). Het zat Volendam dus niet mee, maar de ploeg toonde na de tegenslagen ook niet de motivatie en veerkracht om nog wat recht te zetten. En was daar waarschijnlijk ook niet toe in staat. Vukov, de gevaarlijkste spits, was in de rust geblesseerd in de kleedkamer achtergebleven en daarmee was het aanbod bruikbare aanvallers op.

Overleven is het credo in Volendam. Dat zal niet meevallen met een loodzwaar programma voor de boeg. Eerst wacht concurrent RKC in Waalwijk. Vervolgens kan Volendam de borst natmaken: PSV thuis, Vitesse uit, Ajax thuis en Roda JC uit. Zit het wat tegen, dan gaat Volendam de winterstop in met de zeven punten die het nu heeft. Dat kon weleens een donkere kerst worden.

Terug