Oude doos

Artikelen - Algemeen - seizoen 1993-1994 - Interview met... Jan Brouwer
Volendam,
Het meest geaffecteerde voetbalgeluid valt in Volendam te beluisteren. Jan Brouwer articuleert perfect, spreekt als een erudiet en is manager van FC Volendam. Voor het leven, want hij signeerde onlangs een verbintenis waaraan pas in het jaar 2000 een einde komt. Jan Brouwer (53) kent het klappen van de zweep; hij was in de voetballerij werkzaam als speler, jeugd-, assistent- en hoofdtrainer, directeur sportief, manager en vooral als organisator. Zijn traject: Fortuna Vlaardingen, de KNVB, Anderlecht, Helmond Sport, Willem II, voetbalkampen in Nederland en Amerika, en Volendam. Jan Brouwer over zijn voetballeven. “We hebben geprobeerd om het cultuurtje van Volendam vast te houden.”

-Hoe komt het dat U nooit bij een topclub hebt gewerkt?
“Er zijn toevalligheden in het voetbal. Topclubs zoeken een bepaalde coach. Ik moet geen onaardige dingen gaan zeggen, maar de topclubs zoeken geen opleiders, die zoeken geen mensen voor de langere termijn. Bij mij heeft de langere termijn altijd centraal gestaan. Ik denk dat ik altijd teveel aan de basis heb gewerkt, en te weinig rücksichtslos als prestatietrainer. Dat is altijd mijn instelling geweest. Ik heb steeds weer een nieuwe start gemaakt, bij Willem II, bij Helmond Sport en ook hier bij Volendam. Mijn eerste zorg was steeds: ik moet een elftal neerzetten. Toen ik hier na Barry Hughes kwam, waren er net zeven spelers vertrokken. Toch promoveerden we dat eerste jaar. In het tweede elftal liep bijvoorbeeld een zekere Wimpie Jonk rond, die niet mee mocht doen.”

-Maar die mocht bij U toch óók niet meedoen?
“Nou, dat is een misverstandje. Net als tegen Martin van Geel, toen die op z’n zestiende in het eerste Willem II debuteerde, zei ik tegen Wimpie Jonk: het gaat er niet om wat je fout doet maar wat je goed doet. In de eerste divisie scoorde hij als meest offensieve middenvelder 23 keer. Maar de eredivisie was een andere wereld, dan blijkt gewoon dat alle posities mee moeten doen. Dan blijkt dat je niet meer de macht aan de bal hebt. Het was fysiek niet zo’n sterk elftal, dan word je voor 75 procent aangesproken voor de momenten waarop de tegenstander aan de bal is. De tegenstanders waren namelijk sterker. Als je er dan een paar hebt die geen meter meeverdedigen, moet je als coach maatregelen treffen. Dat kostte toen Wim Jonk z’n plaats. Ik lees steeds dat-ie me dat nog steeds kwalijk neemt. Ik zag ook wel dat Wimpie dood ging op de bank, toen heb ik gezegd: er is maar één ploeg waar je kan spelen als je kwaliteiten aan de bal hebt, en dat is Ajax. Dat spelletje is helemaal gebaseerd op balbezit. Maar bij Ajax heeft-ie ook een paar jaar op de bank gezeten. Ik vond het gedurfd van Louis van Gaal dat hij een visje had waarin Wimpie Jonk wel paste. Toen werden de kwaliteiten van Wimpie optimaal benut, maar dat kan alleen bij een absolute topclub. Z’n kwaliteiten zijn fantastisch, z’n passing, het snel zien van de wedstrijd, hij doet practisch alles direct, de dieptepass die hij met tegeneffect geeft en die voor je voeten blijft hangen... Fantastisch.”

-Denkt U dat het hij gaat redden in Italië?
“Durf ik niet te zeggen. Ik ken de ploeg niet waarin hij speelt, maar dat de ploeg veel voor Jonk moet werken is duidelijk. Ik ben niet van alle omstandigheden in Italië op de hoogte, ik ben nu met heel andere dingen bezig.”

-Waarom heeft U het trainerschap verruild voor het management?
“Ik was uitgekeken op het trainen. Wij hadden hier een trainingsaccommodatie... Ik stond vier maanden tot m’n enkels in het water, op dat veld voetballen was absoluut onmogelijk. Lopen op de Dijk heeft ook geen zin. Iedere boerenlul kan hier doen wat ik doe, zei ik wel ‘ns. Je komt tot niks met zo’n veld. Alleen in de zomermaanden had je een grasveld waarop de bal echt rolde. Het werken met de groep vond ik wel heel leuk, en de coaching ook. Maar de rest motiveerde me niet meer. Ik voelde dat ik iets anders moest doen. Bovendien liep hier op dat moment een sponsorgroep die mij vroeg of ik manager wilde worden.”

-Clubs hebben in de eerste plaats behoefte aan managers die geld binnenbrengen. Verdient U hier uw eigen salaris terug?
“De club kon mij toen helemaal niet betalen als manager. Wilde ik mijn contract verlengen, dan moest ik in ieder geval in het eerste jaar mijn salaris inclusief werkgeverslasten méér scoren. Vond ik prima, maar ik wilde een stukje meepakken voor het geval ik boven dat bedrag uit zou komen. Dat was akkoord. Dat contract hebben ze maar snel in de prullenbak gegooid, want anders had ik nu een tonnetje of acht per jaar bij de club verdiend.”

-U kwam als geroepen, gezien de resultaten.
“Als je affiniteit met bepaalde groeperingen hebt, weet wat er moet gebeuren en weet wat er gaande is in het bedrijfsleven en hoe je dat op moet pakken, dan verdient een manager zichzelf altijd terug.”

-Eigenlijk bent U in de eerste plaats een organisator U bent altijd aan het organiseren geweest. De voetbalkampen, de dag voor de trainers, noem maar op.
“Ik vond en vind organiseren leuk. In ieder uur dat ik werk heb ik ook plezier. Het verveelt me nooit, hoeveel uren het per dag ook zijn. Iedereen wordt wel ‘ns moe, maar ik heb een gigantisch plezier in m’n werk. Juist de dingen erom heen hebben mij altijd geboeid, met name de organisatie, het opzetten van het internaat bij Willem II, noem maar op. Soms heb je aardige ideeën, soms is het minder.”

-Bent u creatief?
“Ik denk het. Ook hier hebben we dingen op een eigen wijze in kunnen vullen. Bijvoorbeeld de financiering van dit stadion. Als je geen geld hebt en je moet geld maken, dan moet je wel tot creatieve dingen komen. Ik doe dat trouwens niet alleen, dat doe je met elkaar.”

-Is het trouwens wel realistisch om in een gemeenschap met 17.000 inwoners een betaald voetbal organisatie in stand te willen houden?
“Wij draaien al zeven jaar met een positief saldo, wij spelen een rol in de eredivisie, we hebben een duidelijke uitstraling in den lande. Ik ben nu aan m’n achtste jaar begonnen, de ploeg die er nu staat is de beste die ik hier heb gezien. Het afgelopen seizoen zijn we als zesde geëindigd. We hebben de potentie om zeker tussen de vijfde en de twaalfde plaats te eindigen. Als alles mee zou zitten, zou je een keer mee kunnen doen voor Europees voetbal, en als het heel slecht gaat zal je een keer twaalfde worden. Maar we zijn wel een maat te groot voor de ploegen die straks onderin staan. Wij hebben nu een ploeg waarbij alles op techniek is gebaseerd. Sportief is het dus mogelijk. En we draaien een gemiddelde van rond de vierduizend toeschouwers. Bovendien, als je je stadionnetje afbouwt, krijg je een andere ambiance en verhoog je het aantal toeschouwers.”

-Bestaat niet het gevaar dat er straks een mooi stadion staat maar dat er geen geld meer is om in spelers te investeren waardoor Volendam weer wegzakt?
“De toekomst ziet er heel goed uit voor Volendam. De komende vijf jaren worden moeilijk, dan moet Volendam zien te overleven.”

-Daarnet had U het nog over Europees voetbal.
“Het verhaal wordt niet verstoord, we zitten nog steeds op een begroting van 3,3 miljoen. De ploeg staat er nu. Je moet wel heel scherp blijven handelen en kijken. Ik ben ervan overtuigd dat de inkomsten toenemen als het stadion klaar is. De hoofdtribune, het eerste deel van het stadionnetje dus, is over vijf jaar afgeschreven. Het eerste deel van het stadionnetje is gefinancierd op basis van de business club.”

-Waarom noemt U het steeds ‘stadionnetje’?
“Omdat alleen de hoofdtribune klaar is, verder moet alles nog gebeuren. Nogmaals, over vijf jaar is de hoofdtribune afbetaald, dan komt er ruim één miljoen gulden beschikbaar voor de exploitatie betaald voetbal. Dat gebeurt later ook met de andere delen van het stadion, dus de toekomst van Volendam ziet er goed uit. In die vijf jaar moeten we dus uitkijken. Het bestuur en management moeten goed oppassen. Het probleem is de financiering van het stadion. Als de club failliet gaat, is het stadion geen gulden meer waard. Bij een kantoorgebouw hou je nog wel waarde over, dat is bij ons niet zo. Verder hebben wij met concurrentievervalsing te maken. Want de club naast ons krijgt ik weet niet hoeveel miljoen van rijk, provincie en gemeente. Kijk ook maar naar andere clubs, Cambuur, Heerenveen, noem maar op, ze krijgen allemaal subsidie om een nieuw stadion te bouwen. Wij krijgen geen gulden, dat is niet redelijk.”

-Beschikt Volendam niet over een wel erg zware staf met Jan Brouwer Leo Steegman en Frits Korbach?
“Het afgelopen seizoen werkte het niet meer met Leo Steegman als trainer. Destijds heeft het bestuur met Leo een afspraak gemaakt waarin was voorzien dat hij iets anders kon gaan doen op het moment dat het voor de groep niet meer werkte.”

-Maar je kunt toch niet elke trainer die niet meer met z’n enkels in het water wil staan, tot directeur benoemen?
“Eh, duidelijk.”

-Kunt u aangeven wat Leo Steegman precies doet?
“De kern van ons bestaan is dat we naar de lange termijn kijken. We kijken naar wat we zelf in de jeugd hebben lopen, naar wat we aan moeten vullen. Daar heb je iemand voor nodig. In het betaald voetbal is het niet meer mogelijk dat de trainer-coach zich bezighoudt met de opleiding, dat kan niet meer. Die man is heel specifiek gericht op het eerste elftal. Of Fritz Korbach de interesse wel of niet heeft is niet van belang, hij is honderd procent met z’n groep bezig. Wij moeten hem die omstandigheden aanreiken, want Fritz is pur sang een prestatietrainer. Je moet iemand hebben voor de langere termijn, dat is onze overlevingskans. Qua jeugd hebben we hier een geweldig potentieel. Nou ja, dat doet Leo. En hij doet het uitstekend.”

-Waarom maakt geen enkele echte Volendammer deel uit van de technische staf? Waarom geen Gerrie of Arnold Mühren?
“Dan moet ik over persoonlijke dingen gaan praten en dat wil ik dus niet. Gerrie heeft hier gewerkt, maar het functioneerde niet. Verder praat ik daar niet over.”


© Charles Ruys

Jan Brouwer (tweede van links) gaat anno 1985 uit z'n dak als trainer van Helmond Sport

-Zeventig procent van de begroting is afkomstig uit sponsorinkomsten. Relatief gezien scoort Volendam daarmee beter dan andere clubs. Is dat in de eerste plaats uw verdienste?
“Ik denk dat we met elkaar een klimaat hebben geschapen waardoor dat mogelijk is. Het is niet alleen mijn verdienste. Ik heb het neergezet, maar ik claim niet alles, dat is onzin. Iedereen vindt het businessclub-gebeuren nu heel aardig, maar toen we ermee begonnen zei iedereen: je moet in Volendam niet achter het glas gaan zitten. Het aardigste van Volendam is dat er een cultuur was rond die club, en die is er nog. In de zeven achterliggende jaren hebben we geprobeerd om die cultuur vast te houden. We hebben een fantastische groep vrijwilligers. Dat kan alleen als de binding goed is. Dat heeft iedereen hier wel met Volendam, die betrokkenheid. Maar men is ook laconiek, men keert zich ook net zo makkelijk van de club af. Maar het klikt nu omdat de waarde van de mensen overeind wordt gehouden. Wij presteren als team, wij zetten als team iets neer. Als je ons veld ook ziet... Het veld is er helemaal uitgegaan, net als bij Vitesse. Als je ziet hoe de mensen daarmee bezig zijn geweest... Het is nu een plaatje, een ongelooflijk snel veld. Op dit moment is ons veld één van de beste voetbalvelden van Nederland. Vergelijk het maar met dat van PSV. We doen er wel ‘ns gek over, maar een goed veld is één van de belangrijkste dingen die je moet hebben wil je redelijk verzorgd voetbal spelen. Het is een ingrediënt. Kijk ‘ns rond. Willem II: gemeente, Vitesse: gemeente, ga maar door. We waren pas bij Roda JC, het zag er niet uit, verschrikkelijk. Gemeente! Moet je kijken hoe zorgvuldig en liefdevol die vrijwilligers hier met dat veld aan de slag zijn gegaan! We leiden de club nu op een andere manier, maar we hebben geprobeerd om het cultuurtje van Volendam vast te houden.”

-U heeft een contract getekend tot 2000. Duidt dat op het laatste kunstje?
“Ja.”

-Maar U was toch laatst in beeld bij FC Twente?
“Ik heb nooit gesolliciteerd bij FC Twente. Ik ben wel gevraagd maar ik was niet duidelijk geïnteresseerd. Waarom niet? Ach, ik heb de laatste anderhalf jaar wel meer mogelijkheden gehad. Ik wil daar niet interessant over doen. Ik heb het naar m’n zin hier in Volendam. Het kan toch niet zo zijn dat een paar gulden meer bepalen dat je in een ander deel van het land gaat werken. Ik heb het bestuur gezegd: jongens, dat speelt. Hoe zien jullie mijn rol bij deze club, vinden jullie dat ik daar een rol in moet vervullen? Bestuur en adviseurs waren unaniem van mening dat we met elkaar door wilden. We zijn ergens mee bezig, de club is nog in beweging. Wij hebben een heel asociaal bestaan. Ik heb nu voor het eerst van m’n leven gezegd: hè, dat is lekker, ik ga me nu in de omgeving vestigen. Ik hoef niet meer te verhuizen. In het trainersvak heb je altijd in je achterhoofd: ik moet weer verhuizen, dat je weer naar een andere situatie gaat. Ik heb nu het prettige gevoel dat dat niet meer hoeft. Vergis je niet, ik ga niet op de handrem verder. Allesbehalve. Ik ga nu lekker een huis kopen in Edam, ik kom weer aan sociale contacten toe, ik kan weer ‘ns lid worden van de tennisclub. Je kan ook ‘ns leuke dingen voor jezelf gaan doen. Dat geeft me een heel goed gevoel.”

-Behoorde U tot de sollicitanten op het moment dat de KNVB een directeur betaald voetbal zocht?
“Ik heb nooit gesolliciteerd. Nee, één keer in m’n hele leven, toen ik bij Volendam terecht kwam.”

-En als er bijvoorbeeld een opensollicitatieprocedure zou komen voor de opvolging van Kees Ploegsma?
“Ach, nee, Het zijn twee compleet verschillende werelden. Een PSV en een Volendam. Ik benijd die mensen wel ‘ns vanuit het gegeven hoe ze kunnen werken. Aan de andere kant zijn ze niet te benijden, want de problemen die wij in het klein hebben bestaan daar in het groot. De druk, die bij elke bvo bestaat, is daar veel groter. De middelen zijn, denken wij, altijd aanwezig. Maar het niveau van de beslissingen verschilt eigenlijk niet. Ook daar is het van: doe je het wel of doe je het niet. Het zijn andere graduaties. Maar ik voel me prima hier.”

-Volendam is een gesloten gemeenschap, zeker op buitenstaanders wordt gelet. Toen U hier pas werkte parkeerde U uw sportwagen bij Motel Katwoude en reed met een alledaagse auto verder naar de club.
“Ik had een aardige sportwagen, ja, en daar reed ik niet in. Alleen als ik ‘ns thuis was, of als ik naar een uitwedstrijd ging. Ik wilde dat ding dus wel verkopen, al geeft zo’n auto je wel een kick. Maar ik heb ‘m lekker laten staan. Er zit ook een fiscaal verhaal aan vast. Zolang je die auto privé hebt, heb je geen bijtelling. In wezen kan dat een hele goeie situatie zijn. Maar inderdaad, ik vond het niet terecht om die auto hier voor de deur neer te zetten.”

-Bij het maken van de afspraak voor dit interview zei U dat U absoluut niet over Vukov en Stefanovic wilde praten. Waarom eigenlijk niet?
“Alles wat ik daarover wilde zeggen heb ik al gezegd. Ik heb geen zin om daar nog over door te gaan. Ik heb verklaard hoe het is gegaan, en wat en hoe. Het ministerie van Economische Zaken vond dat men alleen via de pers hoefde te communiceren. Mij werden steeds vragen gesteld door de pers, waarbij de herkomst duidelijk van dat ministerie was. Dat heeft geen niveau, zo doe je dat niet. Na twee, drie dagen heb ik gezegd: klaar, ik stop ermee want ik wil werken, anders ben je alleen nog met dat soort dingen bezig. Ik heb niks ontkend, het is een duidelijk verhaal, en ik heb er niets meer aan toe te voegen. Je kunt nu wel aan de gang blijven, en dat bedoel ik naar mezelf toe, maar dat is zinloos. Nee, ik neem de pers niets kwalijk. Natuurlijk niet. Het is de journalistieke plicht om zo’n item op te pakken. Als je daarmee scoort heb je het goed gedaan. Of ik het leuk vind is wat anders. Maar daar laat ik het bij, we zien wel wat het wordt.”

-Bent U een graag geziene gast op de Volendamse Dijk?
“Neuh. Ik zoek mijn vertier elders. Ik loop wel ‘ns bij Spaander binnen, of bij Sjakie Bootsman. Dat doe ik best wel ‘ns. Daar stopt het bij.”

-Waaruit bestaat uw vertier?
“Ik probeer ten aanzien van mijn werk een tegenhanger te vinden. Voor hobby’s heb ik geen tijd. Ik huur wel ‘ns een zeilboot en ga wel ‘ns een dag zeilen. Vorige week ben ik drie dagen in Friesland aan het varen geweest. Dat is fantastisch. Daarmee zet je alles op stop, daarmee isoleer je je compleet. Deze periode is wat minder omdat Friesland helemaal wordt beheerst door toeristen. In mei of juni huur ik een bootje bij Moonen en dan ga ik heerlijk en daggie zeilen. Dat is bijtanken.”

-Heeft iemand U wel ‘ns gezegd dat er in U een nieuwslezer verloren is gegaan?
“Ik heb ooit wel ‘ns voor Langs de Lijn gewerkt, onder Rob van der Gaast en Jaap Hofman nog. Een beetje verslaggeving, maar dat duurde maar kort omdat ik naar Amerika ging. Toen ik Fortuna Vlaardingen ging trainen was ik 26 jaar, ik was op dat moment de jongste trainer van het betaalde voetbal. Toen kreeg ik al opmerkingen over mijn manier van praten. Beetje deftig. Dat heeft zich 27 jaar lang gehandhaafd, Jan Brouwer praat met een aardappel in z’n keel. Ja, ik praat nou eenmaal zo. Ik heb me er nooit aan gestoord. Ik praat zoals ik praat, ik verander dat ook niet.”

-Het is ook geen nadeel voor een manager die de club aan meer inkomsten moet helpen.
“Het hoort natuurlijk bij je. Ik besta niet uit afzonderlijke deeltjes, het is jouw persoonlijkheid. Ik vind het geen probleem, maar ik vind een heleboel dingen geen probleem.”

-Noem ‘ns wat.
“Op een gegeven moment verlies je je haar. Daar zijn mensen gigantisch mee bezig. Dat interesseert mij voor geen meter. Je kan door het leven gaan en allerhande teksten schreeuwen en onmiddellijk reageren op dingen waaraan je je stoort. Dan ben je een fantastisch item voor de pers. Begrijp ik. Je kan ook zeggen: stel je nou maar wat gereserveerder op, ga je eigen gang, blijf kijken wat er gebeurt, schat in hoe het wereldje in elkaar zit, en stoor je aan zo weinig mogelijk dingen.”

-Maar waaruit bestaat uw grootste ergernis?
(Zonder ook maar één seconde na te denken) “Grensrechters! Oh, dat is een gigantische ergernis. Dan is zo’n wedstrijd begonnen en dan moeten die mensen er eerst drie, vier keer naast zitten voordat ze begrijpen dat ze ook een rol hebben in dat veld. Dat vind ik ergerlijk. Als trainer deed ik altijd het volgende, of ik nou bij Ajax of bij PSV speelde, dan was je natuurlijk een vervelend baasje. Dan stond ik op, liep naar die grensrechter een bleef ik naar ‘m kijken. Dat publiek ging natuurlijk gigantisch tekeer, want als jij uit speelde werd jouw buitenspelsituatie niet gezien. De scheidsrechter kwam naar me toe, maar die grensrechter stond er met zo’n rooie kop bij, en was meteen bij de les. Ik vind dat hèt middel om die man mij niet freewheelend een klotemiddag te bezorgen. Begrijp je? Ze lopen er altijd bij alsof ze geen verantwoording voor die wedstrijd hoeven te nemen.”

-Maakt U zich ook nu nog steeds zo kwaad tijdens wedstrijden?
“Ja. Ik vind het vervelend dat het zo is. Ik kan m’n mond niet houden als ik op de tribune zit. Dat is héél vervelend. Ik had gedacht dat ik wel afstand kon nemen als ik een andere functie zou hebben. Nee dus, ik ben gigantisch bezig met dat resultaat. Ik ben op wedstrijddagen ook nauwelijks te benaderen. Dat weet men inmiddels, en dat biedt dus ook voordelen...”

-Heeft U niet de neiging om af en toe binnen te lopen bij Fritz Korbach en te zeggen: ik zou het zó doen?
“Nooit. Ik heb zelf aan die kant gestaan, ik zal nooit één opmerking maken over de trainer. Als het niet meer marcheert, zul je iets moeten dovoetbalbedrijfje blijft bovenaan staan. Het gebeurt in elk ander bedrijf, tegen iemand die geen discipline heeft en er een puinhoop van maakt, moet je zeggen: sorry jongen, we betalen je tot aan het eind van het jaar, maar je kunt die taak niet aan (doelt op André Stafleu, red.). Nee, ik ga me echt nooit met het werk van Fritz bemoeien. Ik kan wel zeggen: ik vind die goed spelen. En als Fritz vraagt: ‘Wat vind jij daarvan’, dan geef ik mijn mening. Maar daar stopt het bij.”

-Zit U zich nooit te verbijten als hij een speler wisselt terwijl U een andere wissel had toegepast?
“Ik heb dan wel een eigen mening, maar die spreek ik nooit uit. Dat zou niet terecht zijn. Ik vraag nooit om een uitleg, zeker niet. En als je een keer iets aansnijdt en je wordt met argumenten om de oren geslagen heb je de volgende keer een reden om je kop dicht te houden.”
Geschreven door: Wim Raucamp
Bron: Voetbal International
Het meest geaffecteerde voetbalgeluid valt in Volendam te beluisteren. Jan Brouwer articuleert perfect, spreekt als een erudiet en is manager van FC Volendam. Voor het leven, want hij signeerde onlangs een verbintenis waaraan pas in het jaar 2000 een einde komt. Jan Brouwer (53) kent het klappen van de zweep; hij was in de voetballerij werkzaam als speler, jeugd-, assistent- en hoofdtrainer, directeur sportief, manager en vooral als organisator. Zijn traject: Fortuna Vlaardingen, de KNVB, Anderlecht, Helmond Sport, Willem II, voetbalkampen in Nederland en Amerika, en Volendam. Jan Brouwer over zijn voetballeven. “We hebben geprobeerd om het cultuurtje van Volendam vast te houden.”

-Hoe komt het dat U nooit bij een topclub hebt gewerkt?
“Er zijn toevalligheden in het voetbal. Topclubs zoeken een bepaalde coach. Ik moet geen onaardige dingen gaan zeggen, maar de topclubs zoeken geen opleiders, die zoeken geen mensen voor de langere termijn. Bij mij heeft de langere termijn altijd centraal gestaan. Ik denk dat ik altijd teveel aan de basis heb gewerkt, en te weinig rücksichtslos als prestatietrainer. Dat is altijd mijn instelling geweest. Ik heb steeds weer een nieuwe start gemaakt, bij Willem II, bij Helmond Sport en ook hier bij Volendam. Mijn eerste zorg was steeds: ik moet een elftal neerzetten. Toen ik hier na Barry Hughes kwam, waren er net zeven spelers vertrokken. Toch promoveerden we dat eerste jaar. In het tweede elftal liep bijvoorbeeld een zekere Wimpie Jonk rond, die niet mee mocht doen.”

-Maar die mocht bij U toch óók niet meedoen?
“Nou, dat is een misverstandje. Net als tegen Martin van Geel, toen die op z’n zestiende in het eerste Willem II debuteerde, zei ik tegen Wimpie Jonk: het gaat er niet om wat je fout doet maar wat je goed doet. In de eerste divisie scoorde hij als meest offensieve middenvelder 23 keer. Maar de eredivisie was een andere wereld, dan blijkt gewoon dat alle posities mee moeten doen. Dan blijkt dat je niet meer de macht aan de bal hebt. Het was fysiek niet zo’n sterk elftal, dan word je voor 75 procent aangesproken voor de momenten waarop de tegenstander aan de bal is. De tegenstanders waren namelijk sterker. Als je er dan een paar hebt die geen meter meeverdedigen, moet je als coach maatregelen treffen. Dat kostte toen Wim Jonk z’n plaats. Ik lees steeds dat-ie me dat nog steeds kwalijk neemt. Ik zag ook wel dat Wimpie dood ging op de bank, toen heb ik gezegd: er is maar één ploeg waar je kan spelen als je kwaliteiten aan de bal hebt, en dat is Ajax. Dat spelletje is helemaal gebaseerd op balbezit. Maar bij Ajax heeft-ie ook een paar jaar op de bank gezeten. Ik vond het gedurfd van Louis van Gaal dat hij een visje had waarin Wimpie Jonk wel paste. Toen werden de kwaliteiten van Wimpie optimaal benut, maar dat kan alleen bij een absolute topclub. Z’n kwaliteiten zijn fantastisch, z’n passing, het snel zien van de wedstrijd, hij doet practisch alles direct, de dieptepass die hij met tegeneffect geeft en die voor je voeten blijft hangen... Fantastisch.”

-Denkt U dat het hij gaat redden in Italië?
“Durf ik niet te zeggen. Ik ken de ploeg niet waarin hij speelt, maar dat de ploeg veel voor Jonk moet werken is duidelijk. Ik ben niet van alle omstandigheden in Italië op de hoogte, ik ben nu met heel andere dingen bezig.”

-Waarom heeft U het trainerschap verruild voor het management?
“Ik was uitgekeken op het trainen. Wij hadden hier een trainingsaccommodatie... Ik stond vier maanden tot m’n enkels in het water, op dat veld voetballen was absoluut onmogelijk. Lopen op de Dijk heeft ook geen zin. Iedere boerenlul kan hier doen wat ik doe, zei ik wel ‘ns. Je komt tot niks met zo’n veld. Alleen in de zomermaanden had je een grasveld waarop de bal echt rolde. Het werken met de groep vond ik wel heel leuk, en de coaching ook. Maar de rest motiveerde me niet meer. Ik voelde dat ik iets anders moest doen. Bovendien liep hier op dat moment een sponsorgroep die mij vroeg of ik manager wilde worden.”

-Clubs hebben in de eerste plaats behoefte aan managers die geld binnenbrengen. Verdient U hier uw eigen salaris terug?
“De club kon mij toen helemaal niet betalen als manager. Wilde ik mijn contract verlengen, dan moest ik in ieder geval in het eerste jaar mijn salaris inclusief werkgeverslasten méér scoren. Vond ik prima, maar ik wilde een stukje meepakken voor het geval ik boven dat bedrag uit zou komen. Dat was akkoord. Dat contract hebben ze maar snel in de prullenbak gegooid, want anders had ik nu een tonnetje of acht per jaar bij de club verdiend.”

-U kwam als geroepen, gezien de resultaten.
“Als je affiniteit met bepaalde groeperingen hebt, weet wat er moet gebeuren en weet wat er gaande is in het bedrijfsleven en hoe je dat op moet pakken, dan verdient een manager zichzelf altijd terug.”

-Eigenlijk bent U in de eerste plaats een organisator U bent altijd aan het organiseren geweest. De voetbalkampen, de dag voor de trainers, noem maar op.
“Ik vond en vind organiseren leuk. In ieder uur dat ik werk heb ik ook plezier. Het verveelt me nooit, hoeveel uren het per dag ook zijn. Iedereen wordt wel ‘ns moe, maar ik heb een gigantisch plezier in m’n werk. Juist de dingen erom heen hebben mij altijd geboeid, met name de organisatie, het opzetten van het internaat bij Willem II, noem maar op. Soms heb je aardige ideeën, soms is het minder.”

-Bent u creatief?
“Ik denk het. Ook hier hebben we dingen op een eigen wijze in kunnen vullen. Bijvoorbeeld de financiering van dit stadion. Als je geen geld hebt en je moet geld maken, dan moet je wel tot creatieve dingen komen. Ik doe dat trouwens niet alleen, dat doe je met elkaar.”

-Is het trouwens wel realistisch om in een gemeenschap met 17.000 inwoners een betaald voetbal organisatie in stand te willen houden?
“Wij draaien al zeven jaar met een positief saldo, wij spelen een rol in de eredivisie, we hebben een duidelijke uitstraling in den lande. Ik ben nu aan m’n achtste jaar begonnen, de ploeg die er nu staat is de beste die ik hier heb gezien. Het afgelopen seizoen zijn we als zesde geëindigd. We hebben de potentie om zeker tussen de vijfde en de twaalfde plaats te eindigen. Als alles mee zou zitten, zou je een keer mee kunnen doen voor Europees voetbal, en als het heel slecht gaat zal je een keer twaalfde worden. Maar we zijn wel een maat te groot voor de ploegen die straks onderin staan. Wij hebben nu een ploeg waarbij alles op techniek is gebaseerd. Sportief is het dus mogelijk. En we draaien een gemiddelde van rond de vierduizend toeschouwers. Bovendien, als je je stadionnetje afbouwt, krijg je een andere ambiance en verhoog je het aantal toeschouwers.”

-Bestaat niet het gevaar dat er straks een mooi stadion staat maar dat er geen geld meer is om in spelers te investeren waardoor Volendam weer wegzakt?
“De toekomst ziet er heel goed uit voor Volendam. De komende vijf jaren worden moeilijk, dan moet Volendam zien te overleven.”

-Daarnet had U het nog over Europees voetbal.
“Het verhaal wordt niet verstoord, we zitten nog steeds op een begroting van 3,3 miljoen. De ploeg staat er nu. Je moet wel heel scherp blijven handelen en kijken. Ik ben ervan overtuigd dat de inkomsten toenemen als het stadion klaar is. De hoofdtribune, het eerste deel van het stadionnetje dus, is over vijf jaar afgeschreven. Het eerste deel van het stadionnetje is gefinancierd op basis van de business club.”

-Waarom noemt U het steeds ‘stadionnetje’?
“Omdat alleen de hoofdtribune klaar is, verder moet alles nog gebeuren. Nogmaals, over vijf jaar is de hoofdtribune afbetaald, dan komt er ruim één miljoen gulden beschikbaar voor de exploitatie betaald voetbal. Dat gebeurt later ook met de andere delen van het stadion, dus de toekomst van Volendam ziet er goed uit. In die vijf jaar moeten we dus uitkijken. Het bestuur en management moeten goed oppassen. Het probleem is de financiering van het stadion. Als de club failliet gaat, is het stadion geen gulden meer waard. Bij een kantoorgebouw hou je nog wel waarde over, dat is bij ons niet zo. Verder hebben wij met concurrentievervalsing te maken. Want de club naast ons krijgt ik weet niet hoeveel miljoen van rijk, provincie en gemeente. Kijk ook maar naar andere clubs, Cambuur, Heerenveen, noem maar op, ze krijgen allemaal subsidie om een nieuw stadion te bouwen. Wij krijgen geen gulden, dat is niet redelijk.”

-Beschikt Volendam niet over een wel erg zware staf met Jan Brouwer Leo Steegman en Frits Korbach?
“Het afgelopen seizoen werkte het niet meer met Leo Steegman als trainer. Destijds heeft het bestuur met Leo een afspraak gemaakt waarin was voorzien dat hij iets anders kon gaan doen op het moment dat het voor de groep niet meer werkte.”

-Maar je kunt toch niet elke trainer die niet meer met z’n enkels in het water wil staan, tot directeur benoemen?
“Eh, duidelijk.”

-Kunt u aangeven wat Leo Steegman precies doet?
“De kern van ons bestaan is dat we naar de lange termijn kijken. We kijken naar wat we zelf in de jeugd hebben lopen, naar wat we aan moeten vullen. Daar heb je iemand voor nodig. In het betaald voetbal is het niet meer mogelijk dat de trainer-coach zich bezighoudt met de opleiding, dat kan niet meer. Die man is heel specifiek gericht op het eerste elftal. Of Fritz Korbach de interesse wel of niet heeft is niet van belang, hij is honderd procent met z’n groep bezig. Wij moeten hem die omstandigheden aanreiken, want Fritz is pur sang een prestatietrainer. Je moet iemand hebben voor de langere termijn, dat is onze overlevingskans. Qua jeugd hebben we hier een geweldig potentieel. Nou ja, dat doet Leo. En hij doet het uitstekend.”

-Waarom maakt geen enkele echte Volendammer deel uit van de technische staf? Waarom geen Gerrie of Arnold Mühren?
“Dan moet ik over persoonlijke dingen gaan praten en dat wil ik dus niet. Gerrie heeft hier gewerkt, maar het functioneerde niet. Verder praat ik daar niet over.”


© Charles Ruys

Jan Brouwer (tweede van links) gaat anno 1985 uit z'n dak als trainer van Helmond Sport

-Zeventig procent van de begroting is afkomstig uit sponsorinkomsten. Relatief gezien scoort Volendam daarmee beter dan andere clubs. Is dat in de eerste plaats uw verdienste?
“Ik denk dat we met elkaar een klimaat hebben geschapen waardoor dat mogelijk is. Het is niet alleen mijn verdienste. Ik heb het neergezet, maar ik claim niet alles, dat is onzin. Iedereen vindt het businessclub-gebeuren nu heel aardig, maar toen we ermee begonnen zei iedereen: je moet in Volendam niet achter het glas gaan zitten. Het aardigste van Volendam is dat er een cultuur was rond die club, en die is er nog. In de zeven achterliggende jaren hebben we geprobeerd om die cultuur vast te houden. We hebben een fantastische groep vrijwilligers. Dat kan alleen als de binding goed is. Dat heeft iedereen hier wel met Volendam, die betrokkenheid. Maar men is ook laconiek, men keert zich ook net zo makkelijk van de club af. Maar het klikt nu omdat de waarde van de mensen overeind wordt gehouden. Wij presteren als team, wij zetten als team iets neer. Als je ons veld ook ziet... Het veld is er helemaal uitgegaan, net als bij Vitesse. Als je ziet hoe de mensen daarmee bezig zijn geweest... Het is nu een plaatje, een ongelooflijk snel veld. Op dit moment is ons veld één van de beste voetbalvelden van Nederland. Vergelijk het maar met dat van PSV. We doen er wel ‘ns gek over, maar een goed veld is één van de belangrijkste dingen die je moet hebben wil je redelijk verzorgd voetbal spelen. Het is een ingrediënt. Kijk ‘ns rond. Willem II: gemeente, Vitesse: gemeente, ga maar door. We waren pas bij Roda JC, het zag er niet uit, verschrikkelijk. Gemeente! Moet je kijken hoe zorgvuldig en liefdevol die vrijwilligers hier met dat veld aan de slag zijn gegaan! We leiden de club nu op een andere manier, maar we hebben geprobeerd om het cultuurtje van Volendam vast te houden.”

-U heeft een contract getekend tot 2000. Duidt dat op het laatste kunstje?
“Ja.”

-Maar U was toch laatst in beeld bij FC Twente?
“Ik heb nooit gesolliciteerd bij FC Twente. Ik ben wel gevraagd maar ik was niet duidelijk geïnteresseerd. Waarom niet? Ach, ik heb de laatste anderhalf jaar wel meer mogelijkheden gehad. Ik wil daar niet interessant over doen. Ik heb het naar m’n zin hier in Volendam. Het kan toch niet zo zijn dat een paar gulden meer bepalen dat je in een ander deel van het land gaat werken. Ik heb het bestuur gezegd: jongens, dat speelt. Hoe zien jullie mijn rol bij deze club, vinden jullie dat ik daar een rol in moet vervullen? Bestuur en adviseurs waren unaniem van mening dat we met elkaar door wilden. We zijn ergens mee bezig, de club is nog in beweging. Wij hebben een heel asociaal bestaan. Ik heb nu voor het eerst van m’n leven gezegd: hè, dat is lekker, ik ga me nu in de omgeving vestigen. Ik hoef niet meer te verhuizen. In het trainersvak heb je altijd in je achterhoofd: ik moet weer verhuizen, dat je weer naar een andere situatie gaat. Ik heb nu het prettige gevoel dat dat niet meer hoeft. Vergis je niet, ik ga niet op de handrem verder. Allesbehalve. Ik ga nu lekker een huis kopen in Edam, ik kom weer aan sociale contacten toe, ik kan weer ‘ns lid worden van de tennisclub. Je kan ook ‘ns leuke dingen voor jezelf gaan doen. Dat geeft me een heel goed gevoel.”

-Behoorde U tot de sollicitanten op het moment dat de KNVB een directeur betaald voetbal zocht?
“Ik heb nooit gesolliciteerd. Nee, één keer in m’n hele leven, toen ik bij Volendam terecht kwam.”

-En als er bijvoorbeeld een opensollicitatieprocedure zou komen voor de opvolging van Kees Ploegsma?
“Ach, nee, Het zijn twee compleet verschillende werelden. Een PSV en een Volendam. Ik benijd die mensen wel ‘ns vanuit het gegeven hoe ze kunnen werken. Aan de andere kant zijn ze niet te benijden, want de problemen die wij in het klein hebben bestaan daar in het groot. De druk, die bij elke bvo bestaat, is daar veel groter. De middelen zijn, denken wij, altijd aanwezig. Maar het niveau van de beslissingen verschilt eigenlijk niet. Ook daar is het van: doe je het wel of doe je het niet. Het zijn andere graduaties. Maar ik voel me prima hier.”

-Volendam is een gesloten gemeenschap, zeker op buitenstaanders wordt gelet. Toen U hier pas werkte parkeerde U uw sportwagen bij Motel Katwoude en reed met een alledaagse auto verder naar de club.
“Ik had een aardige sportwagen, ja, en daar reed ik niet in. Alleen als ik ‘ns thuis was, of als ik naar een uitwedstrijd ging. Ik wilde dat ding dus wel verkopen, al geeft zo’n auto je wel een kick. Maar ik heb ‘m lekker laten staan. Er zit ook een fiscaal verhaal aan vast. Zolang je die auto privé hebt, heb je geen bijtelling. In wezen kan dat een hele goeie situatie zijn. Maar inderdaad, ik vond het niet terecht om die auto hier voor de deur neer te zetten.”

-Bij het maken van de afspraak voor dit interview zei U dat U absoluut niet over Vukov en Stefanovic wilde praten. Waarom eigenlijk niet?
“Alles wat ik daarover wilde zeggen heb ik al gezegd. Ik heb geen zin om daar nog over door te gaan. Ik heb verklaard hoe het is gegaan, en wat en hoe. Het ministerie van Economische Zaken vond dat men alleen via de pers hoefde te communiceren. Mij werden steeds vragen gesteld door de pers, waarbij de herkomst duidelijk van dat ministerie was. Dat heeft geen niveau, zo doe je dat niet. Na twee, drie dagen heb ik gezegd: klaar, ik stop ermee want ik wil werken, anders ben je alleen nog met dat soort dingen bezig. Ik heb niks ontkend, het is een duidelijk verhaal, en ik heb er niets meer aan toe te voegen. Je kunt nu wel aan de gang blijven, en dat bedoel ik naar mezelf toe, maar dat is zinloos. Nee, ik neem de pers niets kwalijk. Natuurlijk niet. Het is de journalistieke plicht om zo’n item op te pakken. Als je daarmee scoort heb je het goed gedaan. Of ik het leuk vind is wat anders. Maar daar laat ik het bij, we zien wel wat het wordt.”

-Bent U een graag geziene gast op de Volendamse Dijk?
“Neuh. Ik zoek mijn vertier elders. Ik loop wel ‘ns bij Spaander binnen, of bij Sjakie Bootsman. Dat doe ik best wel ‘ns. Daar stopt het bij.”

-Waaruit bestaat uw vertier?
“Ik probeer ten aanzien van mijn werk een tegenhanger te vinden. Voor hobby’s heb ik geen tijd. Ik huur wel ‘ns een zeilboot en ga wel ‘ns een dag zeilen. Vorige week ben ik drie dagen in Friesland aan het varen geweest. Dat is fantastisch. Daarmee zet je alles op stop, daarmee isoleer je je compleet. Deze periode is wat minder omdat Friesland helemaal wordt beheerst door toeristen. In mei of juni huur ik een bootje bij Moonen en dan ga ik heerlijk en daggie zeilen. Dat is bijtanken.”

-Heeft iemand U wel ‘ns gezegd dat er in U een nieuwslezer verloren is gegaan?
“Ik heb ooit wel ‘ns voor Langs de Lijn gewerkt, onder Rob van der Gaast en Jaap Hofman nog. Een beetje verslaggeving, maar dat duurde maar kort omdat ik naar Amerika ging. Toen ik Fortuna Vlaardingen ging trainen was ik 26 jaar, ik was op dat moment de jongste trainer van het betaalde voetbal. Toen kreeg ik al opmerkingen over mijn manier van praten. Beetje deftig. Dat heeft zich 27 jaar lang gehandhaafd, Jan Brouwer praat met een aardappel in z’n keel. Ja, ik praat nou eenmaal zo. Ik heb me er nooit aan gestoord. Ik praat zoals ik praat, ik verander dat ook niet.”

-Het is ook geen nadeel voor een manager die de club aan meer inkomsten moet helpen.
“Het hoort natuurlijk bij je. Ik besta niet uit afzonderlijke deeltjes, het is jouw persoonlijkheid. Ik vind het geen probleem, maar ik vind een heleboel dingen geen probleem.”

-Noem ‘ns wat.
“Op een gegeven moment verlies je je haar. Daar zijn mensen gigantisch mee bezig. Dat interesseert mij voor geen meter. Je kan door het leven gaan en allerhande teksten schreeuwen en onmiddellijk reageren op dingen waaraan je je stoort. Dan ben je een fantastisch item voor de pers. Begrijp ik. Je kan ook zeggen: stel je nou maar wat gereserveerder op, ga je eigen gang, blijf kijken wat er gebeurt, schat in hoe het wereldje in elkaar zit, en stoor je aan zo weinig mogelijk dingen.”

-Maar waaruit bestaat uw grootste ergernis?
(Zonder ook maar één seconde na te denken) “Grensrechters! Oh, dat is een gigantische ergernis. Dan is zo’n wedstrijd begonnen en dan moeten die mensen er eerst drie, vier keer naast zitten voordat ze begrijpen dat ze ook een rol hebben in dat veld. Dat vind ik ergerlijk. Als trainer deed ik altijd het volgende, of ik nou bij Ajax of bij PSV speelde, dan was je natuurlijk een vervelend baasje. Dan stond ik op, liep naar die grensrechter een bleef ik naar ‘m kijken. Dat publiek ging natuurlijk gigantisch tekeer, want als jij uit speelde werd jouw buitenspelsituatie niet gezien. De scheidsrechter kwam naar me toe, maar die grensrechter stond er met zo’n rooie kop bij, en was meteen bij de les. Ik vind dat hèt middel om die man mij niet freewheelend een klotemiddag te bezorgen. Begrijp je? Ze lopen er altijd bij alsof ze geen verantwoording voor die wedstrijd hoeven te nemen.”

-Maakt U zich ook nu nog steeds zo kwaad tijdens wedstrijden?
“Ja. Ik vind het vervelend dat het zo is. Ik kan m’n mond niet houden als ik op de tribune zit. Dat is héél vervelend. Ik had gedacht dat ik wel afstand kon nemen als ik een andere functie zou hebben. Nee dus, ik ben gigantisch bezig met dat resultaat. Ik ben op wedstrijddagen ook nauwelijks te benaderen. Dat weet men inmiddels, en dat biedt dus ook voordelen...”

-Heeft U niet de neiging om af en toe binnen te lopen bij Fritz Korbach en te zeggen: ik zou het zó doen?
“Nooit. Ik heb zelf aan die kant gestaan, ik zal nooit één opmerking maken over de trainer. Als het niet meer marcheert, zul je iets moeten dovoetbalbedrijfje blijft bovenaan staan. Het gebeurt in elk ander bedrijf, tegen iemand die geen discipline heeft en er een puinhoop van maakt, moet je zeggen: sorry jongen, we betalen je tot aan het eind van het jaar, maar je kunt die taak niet aan (doelt op André Stafleu, red.). Nee, ik ga me echt nooit met het werk van Fritz bemoeien. Ik kan wel zeggen: ik vind die goed spelen. En als Fritz vraagt: ‘Wat vind jij daarvan’, dan geef ik mijn mening. Maar daar stopt het bij.”

-Zit U zich nooit te verbijten als hij een speler wisselt terwijl U een andere wissel had toegepast?
“Ik heb dan wel een eigen mening, maar die spreek ik nooit uit. Dat zou niet terecht zijn. Ik vraag nooit om een uitleg, zeker niet. En als je een keer iets aansnijdt en je wordt met argumenten om de oren geslagen heb je de volgende keer een reden om je kop dicht te houden.”

Terug