Oude doos

Artikelen - Algemeen - seizoen 2003-2004 - De talentenfabriek van Volendam draait weer
Volendam, woensdag 1 oktober 2003
Als er iets te vieren valt, dan staat de chauvinistische Volendammer paraat. Zo was dat ook tijdens de overweldigende promotie van de FC in juni, de eerste massale euforie sinds de Nieuwjaarsbrand het dorp in diepe rouw dompelde. Eindelijk was er weer iets om fier op te zijn in Volendam, waar voetbal zo”n prominente rol vervult. Vooral nu dit seizoen met Ruud Kras (21), Jack Tuyp (20), Maurice Buys (23), Gerry Koning (23) en Kees Kwakman (20) liefst vijf dorpelingen tot de selectie behoren, wordt het chauvinisme alleen maar gevoed. Niet dat zij de status van ster genieten, daarvoor kent iedereen elkaar te goed in het palingdorp. “BZN en Jantje Smit kunnen hier rustig rond fietsen”, zegt rechtsback Koning. En middenvelder Tuyp, het grootste talent: “Stel dat ik ergens een miljoenencontract krijg, dan kan ik echt niet in een Ferrari door het dorp rijden, want dan krijgen ze een hekel aan me. Iedereen kent je als de voetballer, maar ze kijken niet tegen je op.”

De spelers wonen nog altijd in hun ouderlijke huizen. Zo gaat dat in het dorp van Tollen, Bonds en Kwakmannen, ook omdat het door de enorme wachtlijsten ondoenlijk is aan woonruimte te komen. Jack Tuyp en Kees Kwakman behoren zodoende tot de zeldzame profvoetballers die per fiets naar de training gaan. In Volendam kijkt niemand daar raar van op. Iedereen moet hard werken. Zo is het heel normaal dat jeugd vanaf zijn zestiende bijklust in de bouw of een schildersbedrijf. Het merendeel van de spelers rijdt in een Citroën Saxo. Slechts Ruud Kras kan met een ritje door het dorp indruk maken, maar ook hij pronkt absoluut niet met zijn racemonster: een Alfa Romeo 156, inclusief lederen bekleding. “Volendammers zijn nuchter, ik hou me meestal op de achtergrond zegt hij. Zijn ervaringen vorig jaar als speler van het rumoerige FC Zwolle, hebben hem alleen maar gesterkt in die mening.

In de knusse rijtjeshuizen met volkse gezelligheid staat de deur altijd open en maakt de pruttelende koffiemachine overuren. In dit warme nest kwam het groepje profs begin jaren tachtig ter wereld, op een steenworp van elkaar, binnen een straal van vijfhonderd meter om het Veronica-stadion. Jeugdinternational Tuyp wijst naar het trapveldje achter zijn knusse ouderlijk huis. “Hier heb ik heel wat uren doorgebracht en de basis gelegd voor mijn techniek. Daar moet de gemiddelde speler uit dit dorp het van hebben. Weleens een explosieve Volendammer gezien die ook nog goed kan koppen? Daar heeft niemand een duidelijke verklaring voor.”

Tijdens de partijtjes op straat waren de lichtmasten altijd in het vizier. “Als klein kind ging ik al naar het stadion”, zegt verdediger en Ajax-huurling Kras. “Je zag Johan Steur en Robert Molenaar spelen en dacht: Dat wil ik ook.” Elke speler begint bij amateurafdeling RKAV Volendam, volgens rechtsback Koning een van de grootste amateurclubs in Europa, “want in Volendam gaat iedereen op voetbal. Je komt elkaar vaak tegen en we kennen elkaar ook van buiten het voetbal. Zo speel ik al sinds mijn achtste samen met Maurice Buys. Als je elkaar goed kent, is ook het makkelijker kritiek te leveren en te accepteren.” Buys: “Jongens van zes, zeven jaar oud worden allemaal op voetbal geduwd. Als je vriendjes gaan, dan wil je ook. Ik zat altijd op de tribune, samen met wel tienduizend man. Johan Steur was een voorbeeld voor me, later Wim Jonk.”

FC Volendam heeft wat weg van een familiebedrijf, want de doorgebroken spelers onderhouden sterke banden met voetballers uit het verleden. Twee ooms van Buys speelden voor Het Andere Oranje, de vader van Kras, een neef en ooms haalden het eerste, evenals de vader en opa van Gerry Koning. Wim Kwakman, de vader van Kees, is nu jeugdtrainer bij Ajax, maar hij was veertien jaar speler van FC Volendam. Dick Tol, de broer van de oma van Jack Tuyp, is een legende in de clubhistorie. De Knoest maakte in de jaren vijftig en zestig 276 doelpunten en is daarmee clubtopscorer aller tijden.

Na een minder vruchtbare periode produceert de talentenfabriek van Volendam nu weer op volle toeren. Dat is ook noodzakelijk, omdat de club niet de financiële middelen voor versterkingen. De technisch vaardige spelers die de opleiding uitspuwt, vormen de ruggengraat van de FC. Niet alleen vanwege hun talent, maar ook omdat de Volendamse supporter eist dat eigen jongens in het eerste elftal spelen. Tuyp is het gezicht van de nieuwe lichting. “Het is heel snel gegaan. Vorig jaar stond ik net in het tweede, in februari had ik mijn eerste basisplaats in het eerste en nu ben ik al speler van Jong Oranje. Toen ik erin kwam was alles heel positief. “Eindelijk weer een Volendammer”, zeiden ze. Maar dit seizoen was het na drie wedstrijden alweer: “Hij heeft nog niet gescoord”. Volendam bestaat uit achttienduizend trainers die allemaal hun mening duidelijk willen maken. Het is maar raar succespubliek. Ze zijn zeer kritisch, maar als het feest is, hebben ze ineens allemaal tijd.” Tuyp antwoordde in zijn vierde duel met een weergaloze goal tegen ADO Den Haag fraai op de kritiek.


© Kees van Hoogdalem

het vijftal Volendammer vanaf links: Kees Kwakman, Ruud Kras, Maurice Buys, Jack Tuyp en Gerry Koning

Buys verbaast zich dat het stadion nog altijd niet vol zit, ondanks het unieke aantal van vier Volendammers in de basis. “Drie jaar hebben we nacompetitie gespeeld, maar de belangstelling nam nauwelijks toe. Pas nu we in de eredivisie spelen komen ze kijken, maar het zit nog niet helemaal vol. Dan vraag ik me af wat we nu nog moeten doen. Ze willen graag Volendammers zien. Als een jongen van buiten net zo goed is als een jongen uit het dorp, denken ze nog dat de trainer de speler van buiten opstelt. Ze voelen zich miskend. Ze zien hier het liefst elf Volendammers spelen. Vroeger kon dat, maar toen waren de tegenstanders niet zo sterk en kon niemand buitenlanders aantrekken.”

De spelers hebben moeite met de voortdurende golf van kritiek. Toen de spelers onlangs besloten tot een staking vanwege het geschil over de hoogte van de premies, was het die week toevallig kermis aan De Dijk. Kwakman:“Iedereen riep: “Werken voor je geld!” Of: “Zo, deze week niks gedaan?” Terwijl we slechts één training hebben overgeslagen om een gesprek te voeren.” Voor Kwakman, die zijn debuut nog moet maken, was de situatie extra complex omdat hij werkt bij Kras Recycling bv, het bedrijf van preses Henk Kras, met wie de selectie in conflict was. Bijverdienen is gezien zijn semiprofstatus noodzakelijk. Kwakman werkt bovendien ook nog enkele uren per week bij de kabelkrant.

De voormalige FC Volendam-trainer Dick de Boer ondervond hoe bij emotionele betrokken dorpsgenoten trots kan omslaan in volslagen gekte. Hij kreeg met de naderende degradatie van 1998 stenen door zijn ramen, spandoeken in de tuin en De Boer werd thuis opgebeld. Nu nóg wordt hij een beetje raar aangekeken. “Je bent een schietschijf”, weet Buys. “Volendammers zijn heel kritisch. Als voorzitter Henk Kras zijn kont draait, wordt daar al wat van gezegd. We hebben echt niet meer krediet dan spelers van buiten Volendam. Als wij slecht aan een wedstrijd beginnen, roepen ze vanaf de tribune meteen: “Wisselen!” En als je verliest, moet je dertig keer per dag hetzelfde verhaal ophangen. Als het met voetbal te maken heeft, is het niet gauw goed in Volendam. Maar ook Jantje Smit krijgt veel kritiek, omdat — op enkele ouderen na — niemand zijn liedjes mooi vindt. Ik weet niet of wij wel zo’n leuk volk zijn.”

Kwakman: “Als we een paar keer verliezen, lees je op internet: Oprotten met die Houssain en Volendammers erin!” Niettemin vindt Kwakman het zelf ook jammer dat trainer Henk Wisman hem zijn debuut nog niet heeft gegund, omdat hij zo het aantal Volendammers tot unieke proporties had kunnen opblazen. “Vorig jaar stonden we met 6-0 voor en had hij het aantal op vijf of zes Volendammers kunnen brengen”, zegt Kwakman. “Dat was tig jaar geleden voor het laatst gebeurd.”

Wisman is echter geen man van cadeautjes. Hoewel spelers vinden dat hij in de communicatie niet altijd uitblinkt, is de trainer uiterst succesvol. De ongekende verbondenheid van de spelers speelt daarbij een voorname rol. Weliswaar heeft de selectie zijn kabels — als de donkere spelers tussen de training bezig zijn op hun PlayStation, dan kaarten de lokale jongens — maar ze zijn in het veld één geheel. Zij geven het vissersdorp weer iets terug van zijn glans. Sinds de Nieuwjaarsbrand was het ongebreidelde chauvinisme bedekt met een dikke laag as. Drie voetbaltalenten kwamen om, 35 raakten gewond. “De promotie was het eerste grote volksfeest sindsdien”, vertelt Buys. “Eindelijk was iedereen weer blij.”

Kras, Koning en Buys vierden vakantie in Mexico tijdens de ramp. Tuyp had even voordat het vuur uitbrak het pand verlaten, maar Kwakman stond midden in café ‘t Hemeltje toen het lugubere onheil zich voltrok. Hij lag negen dagen in het ziekenhuis met tweede en derdegraads brandwonden in zijn nek. De vriendin van de jonge middenvelder heeft alles zien gebeuren en ligt daar nog weleens wakker van. “Zelf heb ik geen psychische problemen of nachtmerries”, zegt Kwakman. “Bij de kabelkrant werk ik met iemand die heel erg verbrand is, dan denk je wel: Zo had ik ook kunnen zitten. Ik heb geluk gehad dat ik toen nuchter was en redelijk helder kon nadenken. Je voelde het vel zo van je lichaam afschroeien. Na drie dagen moesten ze de kerstlichtjes nog uit mijn nek vissen, Na de promotie konden de mensen alles weer een beetje vergeten. Het is hartstikke mooi dat je daarvoor kunt zorgen als voetbalclub.”

Dat iedereen voorziet dat de club meteen weer degradeert, is de grootste inspiratiebron. “Die enquête van VI, waarin bijna alle spelers degradatie voor Volendam voorspellen, hangt dan ook in de kleedkamer”, zegt Koning. De moeilijkheid is dat de club niets extra’s wil investeren. Zo heeft Tuyp nog altijd geen volwaardig contract, terwijl hem maanden geleden al is beloofd dat open te breken. Door die laksheid zijn in het verleden al vaker spelers goedkoop vertrokken. “Eredivisie spelen hoeft hier blijkbaar niet per se concludeert Buys. “Misschien zijn we altijd al een club geweest die te goed is voor de eerste divisie en te slecht voor de eredivisie.” Ondanks hun diepe liefde voor de club, het dorp én elkaar, zien de talenten de FC slechts als opstapje. Tuyp: “Niemand heeft Volendam in gedachte als eindstation.”
Geschreven door: Tom Knipping
Bron: Voetbal International
Als er iets te vieren valt, dan staat de chauvinistische Volendammer paraat. Zo was dat ook tijdens de overweldigende promotie van de FC in juni, de eerste massale euforie sinds de Nieuwjaarsbrand het dorp in diepe rouw dompelde. Eindelijk was er weer iets om fier op te zijn in Volendam, waar voetbal zo”n prominente rol vervult. Vooral nu dit seizoen met Ruud Kras (21), Jack Tuyp (20), Maurice Buys (23), Gerry Koning (23) en Kees Kwakman (20) liefst vijf dorpelingen tot de selectie behoren, wordt het chauvinisme alleen maar gevoed. Niet dat zij de status van ster genieten, daarvoor kent iedereen elkaar te goed in het palingdorp. “BZN en Jantje Smit kunnen hier rustig rond fietsen”, zegt rechtsback Koning. En middenvelder Tuyp, het grootste talent: “Stel dat ik ergens een miljoenencontract krijg, dan kan ik echt niet in een Ferrari door het dorp rijden, want dan krijgen ze een hekel aan me. Iedereen kent je als de voetballer, maar ze kijken niet tegen je op.”

De spelers wonen nog altijd in hun ouderlijke huizen. Zo gaat dat in het dorp van Tollen, Bonds en Kwakmannen, ook omdat het door de enorme wachtlijsten ondoenlijk is aan woonruimte te komen. Jack Tuyp en Kees Kwakman behoren zodoende tot de zeldzame profvoetballers die per fiets naar de training gaan. In Volendam kijkt niemand daar raar van op. Iedereen moet hard werken. Zo is het heel normaal dat jeugd vanaf zijn zestiende bijklust in de bouw of een schildersbedrijf. Het merendeel van de spelers rijdt in een Citroën Saxo. Slechts Ruud Kras kan met een ritje door het dorp indruk maken, maar ook hij pronkt absoluut niet met zijn racemonster: een Alfa Romeo 156, inclusief lederen bekleding. “Volendammers zijn nuchter, ik hou me meestal op de achtergrond zegt hij. Zijn ervaringen vorig jaar als speler van het rumoerige FC Zwolle, hebben hem alleen maar gesterkt in die mening.

In de knusse rijtjeshuizen met volkse gezelligheid staat de deur altijd open en maakt de pruttelende koffiemachine overuren. In dit warme nest kwam het groepje profs begin jaren tachtig ter wereld, op een steenworp van elkaar, binnen een straal van vijfhonderd meter om het Veronica-stadion. Jeugdinternational Tuyp wijst naar het trapveldje achter zijn knusse ouderlijk huis. “Hier heb ik heel wat uren doorgebracht en de basis gelegd voor mijn techniek. Daar moet de gemiddelde speler uit dit dorp het van hebben. Weleens een explosieve Volendammer gezien die ook nog goed kan koppen? Daar heeft niemand een duidelijke verklaring voor.”

Tijdens de partijtjes op straat waren de lichtmasten altijd in het vizier. “Als klein kind ging ik al naar het stadion”, zegt verdediger en Ajax-huurling Kras. “Je zag Johan Steur en Robert Molenaar spelen en dacht: Dat wil ik ook.” Elke speler begint bij amateurafdeling RKAV Volendam, volgens rechtsback Koning een van de grootste amateurclubs in Europa, “want in Volendam gaat iedereen op voetbal. Je komt elkaar vaak tegen en we kennen elkaar ook van buiten het voetbal. Zo speel ik al sinds mijn achtste samen met Maurice Buys. Als je elkaar goed kent, is ook het makkelijker kritiek te leveren en te accepteren.” Buys: “Jongens van zes, zeven jaar oud worden allemaal op voetbal geduwd. Als je vriendjes gaan, dan wil je ook. Ik zat altijd op de tribune, samen met wel tienduizend man. Johan Steur was een voorbeeld voor me, later Wim Jonk.”

FC Volendam heeft wat weg van een familiebedrijf, want de doorgebroken spelers onderhouden sterke banden met voetballers uit het verleden. Twee ooms van Buys speelden voor Het Andere Oranje, de vader van Kras, een neef en ooms haalden het eerste, evenals de vader en opa van Gerry Koning. Wim Kwakman, de vader van Kees, is nu jeugdtrainer bij Ajax, maar hij was veertien jaar speler van FC Volendam. Dick Tol, de broer van de oma van Jack Tuyp, is een legende in de clubhistorie. De Knoest maakte in de jaren vijftig en zestig 276 doelpunten en is daarmee clubtopscorer aller tijden.

Na een minder vruchtbare periode produceert de talentenfabriek van Volendam nu weer op volle toeren. Dat is ook noodzakelijk, omdat de club niet de financiële middelen voor versterkingen. De technisch vaardige spelers die de opleiding uitspuwt, vormen de ruggengraat van de FC. Niet alleen vanwege hun talent, maar ook omdat de Volendamse supporter eist dat eigen jongens in het eerste elftal spelen. Tuyp is het gezicht van de nieuwe lichting. “Het is heel snel gegaan. Vorig jaar stond ik net in het tweede, in februari had ik mijn eerste basisplaats in het eerste en nu ben ik al speler van Jong Oranje. Toen ik erin kwam was alles heel positief. “Eindelijk weer een Volendammer”, zeiden ze. Maar dit seizoen was het na drie wedstrijden alweer: “Hij heeft nog niet gescoord”. Volendam bestaat uit achttienduizend trainers die allemaal hun mening duidelijk willen maken. Het is maar raar succespubliek. Ze zijn zeer kritisch, maar als het feest is, hebben ze ineens allemaal tijd.” Tuyp antwoordde in zijn vierde duel met een weergaloze goal tegen ADO Den Haag fraai op de kritiek.


© Kees van Hoogdalem

het vijftal Volendammer vanaf links: Kees Kwakman, Ruud Kras, Maurice Buys, Jack Tuyp en Gerry Koning

Buys verbaast zich dat het stadion nog altijd niet vol zit, ondanks het unieke aantal van vier Volendammers in de basis. “Drie jaar hebben we nacompetitie gespeeld, maar de belangstelling nam nauwelijks toe. Pas nu we in de eredivisie spelen komen ze kijken, maar het zit nog niet helemaal vol. Dan vraag ik me af wat we nu nog moeten doen. Ze willen graag Volendammers zien. Als een jongen van buiten net zo goed is als een jongen uit het dorp, denken ze nog dat de trainer de speler van buiten opstelt. Ze voelen zich miskend. Ze zien hier het liefst elf Volendammers spelen. Vroeger kon dat, maar toen waren de tegenstanders niet zo sterk en kon niemand buitenlanders aantrekken.”

De spelers hebben moeite met de voortdurende golf van kritiek. Toen de spelers onlangs besloten tot een staking vanwege het geschil over de hoogte van de premies, was het die week toevallig kermis aan De Dijk. Kwakman:“Iedereen riep: “Werken voor je geld!” Of: “Zo, deze week niks gedaan?” Terwijl we slechts één training hebben overgeslagen om een gesprek te voeren.” Voor Kwakman, die zijn debuut nog moet maken, was de situatie extra complex omdat hij werkt bij Kras Recycling bv, het bedrijf van preses Henk Kras, met wie de selectie in conflict was. Bijverdienen is gezien zijn semiprofstatus noodzakelijk. Kwakman werkt bovendien ook nog enkele uren per week bij de kabelkrant.

De voormalige FC Volendam-trainer Dick de Boer ondervond hoe bij emotionele betrokken dorpsgenoten trots kan omslaan in volslagen gekte. Hij kreeg met de naderende degradatie van 1998 stenen door zijn ramen, spandoeken in de tuin en De Boer werd thuis opgebeld. Nu nóg wordt hij een beetje raar aangekeken. “Je bent een schietschijf”, weet Buys. “Volendammers zijn heel kritisch. Als voorzitter Henk Kras zijn kont draait, wordt daar al wat van gezegd. We hebben echt niet meer krediet dan spelers van buiten Volendam. Als wij slecht aan een wedstrijd beginnen, roepen ze vanaf de tribune meteen: “Wisselen!” En als je verliest, moet je dertig keer per dag hetzelfde verhaal ophangen. Als het met voetbal te maken heeft, is het niet gauw goed in Volendam. Maar ook Jantje Smit krijgt veel kritiek, omdat — op enkele ouderen na — niemand zijn liedjes mooi vindt. Ik weet niet of wij wel zo’n leuk volk zijn.”

Kwakman: “Als we een paar keer verliezen, lees je op internet: Oprotten met die Houssain en Volendammers erin!” Niettemin vindt Kwakman het zelf ook jammer dat trainer Henk Wisman hem zijn debuut nog niet heeft gegund, omdat hij zo het aantal Volendammers tot unieke proporties had kunnen opblazen. “Vorig jaar stonden we met 6-0 voor en had hij het aantal op vijf of zes Volendammers kunnen brengen”, zegt Kwakman. “Dat was tig jaar geleden voor het laatst gebeurd.”

Wisman is echter geen man van cadeautjes. Hoewel spelers vinden dat hij in de communicatie niet altijd uitblinkt, is de trainer uiterst succesvol. De ongekende verbondenheid van de spelers speelt daarbij een voorname rol. Weliswaar heeft de selectie zijn kabels — als de donkere spelers tussen de training bezig zijn op hun PlayStation, dan kaarten de lokale jongens — maar ze zijn in het veld één geheel. Zij geven het vissersdorp weer iets terug van zijn glans. Sinds de Nieuwjaarsbrand was het ongebreidelde chauvinisme bedekt met een dikke laag as. Drie voetbaltalenten kwamen om, 35 raakten gewond. “De promotie was het eerste grote volksfeest sindsdien”, vertelt Buys. “Eindelijk was iedereen weer blij.”

Kras, Koning en Buys vierden vakantie in Mexico tijdens de ramp. Tuyp had even voordat het vuur uitbrak het pand verlaten, maar Kwakman stond midden in café ‘t Hemeltje toen het lugubere onheil zich voltrok. Hij lag negen dagen in het ziekenhuis met tweede en derdegraads brandwonden in zijn nek. De vriendin van de jonge middenvelder heeft alles zien gebeuren en ligt daar nog weleens wakker van. “Zelf heb ik geen psychische problemen of nachtmerries”, zegt Kwakman. “Bij de kabelkrant werk ik met iemand die heel erg verbrand is, dan denk je wel: Zo had ik ook kunnen zitten. Ik heb geluk gehad dat ik toen nuchter was en redelijk helder kon nadenken. Je voelde het vel zo van je lichaam afschroeien. Na drie dagen moesten ze de kerstlichtjes nog uit mijn nek vissen, Na de promotie konden de mensen alles weer een beetje vergeten. Het is hartstikke mooi dat je daarvoor kunt zorgen als voetbalclub.”

Dat iedereen voorziet dat de club meteen weer degradeert, is de grootste inspiratiebron. “Die enquête van VI, waarin bijna alle spelers degradatie voor Volendam voorspellen, hangt dan ook in de kleedkamer”, zegt Koning. De moeilijkheid is dat de club niets extra’s wil investeren. Zo heeft Tuyp nog altijd geen volwaardig contract, terwijl hem maanden geleden al is beloofd dat open te breken. Door die laksheid zijn in het verleden al vaker spelers goedkoop vertrokken. “Eredivisie spelen hoeft hier blijkbaar niet per se concludeert Buys. “Misschien zijn we altijd al een club geweest die te goed is voor de eerste divisie en te slecht voor de eredivisie.” Ondanks hun diepe liefde voor de club, het dorp én elkaar, zien de talenten de FC slechts als opstapje. Tuyp: “Niemand heeft Volendam in gedachte als eindstation.”

Terug