Oude doos

Artikelen - Algemeen - seizoen 1971-1972 - Johan Pelk: Nooit meer Heen en Weer
Volendam, woensdag 24 november 1971
Plaatselijke ongein, zegt Johan Pelk. De 29-jarige slijter citeert een berichtje uit
Volendams enige nieuwsblad, “Nieuw Volendam”, dat onder het kopje “Voetballers dimmen niet” gewag maakt van de overlast, die de lichtinstallatie van de RKVV Volendam het autoverkeer bezorgt. Leest Pelk voor: “Een plaatselijke vishandelaar: Als de resultaten nu zo geweldig waren dan zouden we deze verblinding nog op de koop toe willen nemen. Na afgelopen zondag kunnen ze die lichten beter helemaal uitlaten.” Ongein, die niettemin symptomatisch is voor de gemoedstoestand van voetbalminnend Volendam. Het met tientalles bars en luidruchtige discotenten volgeplakte vissersdrop heeft het oranje-zwarte keurkops van Hans Croon al definitief laten vallen. Na in 13 seizoenen viermaal naar de eredivisie te zijn gepromoveerd en er driemaal weer uit te zijn verdwenen, dreigt het voetbalvlaggenschip andermaal te zullen vergaan.

De klachten die Volendams goegemeente uit, zijn algemeen en eens luidend. Trainer Hans Croon moet maar verdwijnen. Zijn negatieve op behoud gerichte wedstrijdtactiek heeft van het eens zo opportunistische en door elke tegenstanderge vreesde Volendam een tikkend ten ondergaand ploegje gemaakt. Het bestuur is niet capabel. Zodra er talent doorbreekt, levert men dat pijl snel door aan de gevestigde orde. Ajax (Gerrie en Arnold Mühren) en Anderlecht Jan Ruiter) worden daarbij als de grootste boosdoeners aangeduid. Waaraan men dan onmiddellijk de vraag koppelt wal Volendam met al die geïncasseerde tonnen eigenlijk wel doet. Niets, helemaal niets, zegt men. Er wordt gekankerd, het bezoekersaantal loopt onrustbarend terug, ouwe getrouwen verscheuren hun seizoenskaarten. Kortom, het toeristendorp laat zijn vlaggenschip van weleer zin ken als een ordinaire piratenzender. Windkracht 9 heeft inmiddels ook de bemanning onrustig gemaakt. Hein Schilder, de brutale bouwer, heeft vanuit zijn aan de boorden van het IJsselmeer gelegen hoofdkwartier, het ook al tot zijn eigendommen behorende Hotel Spaander, opdracht gegeven de stormbal te hijsen. Formeel een commando van een kapitein zonder strepen. Want wie er in het bestuur van de RKVV Volendam zit, niet Hein Schilder. De publiciteitsschuwe man van de achtergrond maakt, waar het het betaalde voetbal betreft, niettemin de dienst uit.


© Fotograaf onbekend

Croon, roepende in de woestijn?

Hein Schilders brein moet dan ook gezocht worden achter de technische reorganisatie, die veertien dagen geleden plaatsvond. De autonomiteit van oefenmeester Croon werd verder ingekrompen. Werkte hij tot dan toe nauw samen met tweede oefenmeester Bruin Steur en de eveneens tot de afdeling betaald voetbal behorende begeleider van het derde elftal, ex-kannonier Dick Tol, sinds Schilders ingreep behoort ook de trainer van de interregionale jeugd, Ben Steur, tot de selectiecommissie van het betaalde voetbal. Een viermanschap, dat order kreeg aanvallend voetbal in te voeren.

Zegt de onlangs vader geworden penningmeester Jaap Smit: “Die maatregelen zijn door de buiten wacht verkeerd geïnterpreteerd. Verschillende kranten hebben ge schreven, dat Croon min of neer onder curatele gesteld zou zijn. Onzin. Het Volendam-bestuur vindt gewoon dat Croon in de malaise zit en aangezien het in ons dorp een goede gewoonte is om mensen in nood te helpen, zijn wij tot de samenstelling van dat viermanschap gekomen. Dat het momenteel met Volendam de verkeerde kant op gaat, weet iedereen. Maar waar zit de oorzaak? Men wil Croon de laan uitsturen, maar is het niet zo. Dat wanneer resultaten uitblijven de trainer het gedaan heeft? Croon heeft nog een contract tot het einde van het volgende seizoen en zoals de zaken er nu voorstaan, houden wij ons aan die verbintenis. Samen met hem zullen we naar een oplossing moeten zoeken. Het verwijt, dat wij al onze goede spelers verkopen? Een begrijpelijk, maar niet juist verwijt. Op de tweede plaats slaan onze inkomsten niet in verhouding tot hei betalen van monstorsalarissen. Ondanks dat alles ben ik ervan overtuigd, dat wij ook zonder de Mührens en Jan Ruiter materiaal van gelijke klasse heb ben als bijvoorbeeld Telstar. Ook de mogelijkheden op organisatorisch vlak lopen ongeveer parallel. Toch heeft Telstar al bijna tien punten meer dan Volendam. Intern schort er dus iets aan de begeleiding, de voorbereiding, het zelfvertrouwen. Daarom die commissie van vier. Er moet een oplossing gevonden worden.

De ‘Heen en Weer’, het praalwagenschip, dat Volendam nu al vier maal naar de eredivisie voer, ligt nog immer verscholen onder dekzeilen op het bedrijf van Hein Schilder. Johan Pelk behoorde al die vier keren tot de passagiers. Hij ging met zijn ploeg viermaal op en drie maal neer. Vijftien seizoenen nu al speelt Johan Pelk vrijwel onafgebroken in Volendams eerste elftal. Het doet hem verdriet dat zijn laatste jaar een triest jaar dreigt te gaan worden.


© Fotograaf onbekend

Volendam tegen Utrecht. Cabo (midden) in Bond voorbij.

Johan Pelk: “Na dit seizoen stop ik er mee. Mijn slijterij vraagt veel tijd en eerlijk gezegd kan ik het zo langzamerhand niet allemaal meer op brengen. Ik heb met Volendam alles meegemaakt. Van de gezelligheidsclub, die wij nog onder trainer Gerrit Stroker waren, tot de professionele sfeer onder Hans Croon. Een overgang, die door trainers als Bram Appel. Ron Dellow en Piet Dubbelman werd overbrugd. Vijfmaal speelde ik in Jong Oranje, twee jaar hoorde ik bij de UEFA selectie. In ons eigen elftal heb ik met uitzondering van een plaats onder de lat op alle posities gespeeld. Ik ben zon beetje het Manusje van Alles van Volendam. Bruikbaar op elke plaats, weet je wel. Maar iedere wedstrijd weer, en ik heb er met vriendschappelijke potten toch zeker zon 450 tot 500 opzitten, ben ik zo nerveus als een debutant. Onverklaarbaar, maar het knaagt wel aan je. Daarom ook ben ik nooit aanvoerder geworden. Volkomen ongeschikt. Als ik na dit seizoen alles overzie, dan heb ik dacht ik wel genoeg gehad. Natuurlijk, ik ben pas 29 en Klaas Karregat speelde vorig jaar als 36-jarige amateur zo af en toe ook zijn spelletje nog mee. Ik zou dus nog best een paar jaartjes bij kunnen tekenen. Maar echt, het zit er niet meer in. Ik stap uit Volendam als eredivisieploeg.”

Impliceert dit dat je nu al aan je zoveelste degradatie naar de eerste divisie denkt?

Johan Pelk: “In geen geval. Vorig seizoen stonden we er ook verschrikkelük slecht voor en toen haalden we uit de laatste tien wedstrijden twaalf punten. Zoiets zit er dit seizoen weer in. Dik. Wel ben ik er zo langzamerhand van overtuigd geraakt, dat de wijze waarop men in Volendam betaald voetbal speelt, in feite niet meer kan. Alle eredivisieploegen worden met het jaar sterker, wij blijven op ons oude niveau hangen. De kloof wordt als maar groter. Zeker als het best elk jaar opnieuw gedwongen wordt onze beste spelers te verkopen. Men zal het roer om moeten gooien. Er zullen, wil men aan de top mee blijven doen, grotere verschillen in salaris betaald moeten worden. Volendam is de laatste jaren qua technische benadering al erg professioneel geworden. Die lijn zal men ook financieel moeten doortrekken wil er toekomst blijven.”

De volksmond zegt: Croon moet weg!

Johan Pelk: “Dergelijke reacties liggen voor de hand. Croon heeft het
natuurlijk niet makkelijk. In Volendam is de kritiek hard en bovendien sta je hier bloot aan dubbele kritiek. Iedereen komt iedereen practisch iedere dag tegen. En de Volendammer is een harde. Weet je, ons publiek komt alleen maar voor een overwinning. Speel je slecht, maar win je, dan is er niets aan de hand. Speel je goed, maar verlies je schlemielig, dan komt iedereen in opstand. Dan deugt er niets meer van. Ook onder de spelers is de stemming er de laatste weken niet beter op geworden. Er wordt gekankerd, ook op Croon. Ik bekijk dat allemaal een beetje rustiger. Nadat ik zo veel heb meegemaakt, ben ik tot de ontdekking gekomen, dat wanneer het slecht gaat iedereen schuld draagt. Bestuur, trainer èn spelers. En dan kom je niet uit de impasse door je trainer weg te sturen. Integendeel, samen met hem zul je als speler er alles aan moe ten doen om terug te komen. Een andere oplossing zie ik niet.”

Wat is het verschil tussen het Volendam van vroeger en dat van nu?

Johan Pelk: “Op de eerste plaats Dick Tol. Vroeger speelden we wedstrijden, waarbij we negentig minuten stonden te verdedigen, niettemin wonnen we niet 3-0. Drie uitvallen, driemaal Dick Tol. Opportunistisch voetbal, waarmee je nu niet ver meer komt. Al zouden we een type Tol nog best kunnen gebruiken. Bovendien stonden we in die gloriejaren met elf vrienden in het veld. Altijd bereid om met elkaar een nat feestje te bouwen, maar zondags met z’n allen één op het veld. Een vreselijk gezellige tijd waar ik nog vaak heimwee naar heb.

Nu zit de jeugd in discobars een pilsje te drinken. Je mag blij zijn als ze iets aan sport doen. Niettemin komen er nog regelmatig talenten door, maar kijk naar de Mührens, als ze rijp zijn worden ze prompt verkocht. Voetbal is niet alleen zaligmakend meer in Volendam. In het begin stond het hele dorp achter ons. Er kwamen duizenden mensen uit de omgeving. Bij ons gebeurde altijd wel iets sensationeels. En toch trainden we in die tijd maar twee of drie avondjes per week. Nu komen we 4 per week ‘s middags om half 2 op de training. We werken ons kapot. Gezelligheid is er niet meer bij. Terecht niet. Daarvoor is er in het betaade voetbal te veel verbeterd.”


© Fotograaf onbekend

Pelk discussieert. Hildebrand houdt af, Bonsink (5) is boos.
Geschreven door:
Bron: Voetbal International
Plaatselijke ongein, zegt Johan Pelk. De 29-jarige slijter citeert een berichtje uit
Volendams enige nieuwsblad, “Nieuw Volendam”, dat onder het kopje “Voetballers dimmen niet” gewag maakt van de overlast, die de lichtinstallatie van de RKVV Volendam het autoverkeer bezorgt. Leest Pelk voor: “Een plaatselijke vishandelaar: Als de resultaten nu zo geweldig waren dan zouden we deze verblinding nog op de koop toe willen nemen. Na afgelopen zondag kunnen ze die lichten beter helemaal uitlaten.” Ongein, die niettemin symptomatisch is voor de gemoedstoestand van voetbalminnend Volendam. Het met tientalles bars en luidruchtige discotenten volgeplakte vissersdrop heeft het oranje-zwarte keurkops van Hans Croon al definitief laten vallen. Na in 13 seizoenen viermaal naar de eredivisie te zijn gepromoveerd en er driemaal weer uit te zijn verdwenen, dreigt het voetbalvlaggenschip andermaal te zullen vergaan.

De klachten die Volendams goegemeente uit, zijn algemeen en eens luidend. Trainer Hans Croon moet maar verdwijnen. Zijn negatieve op behoud gerichte wedstrijdtactiek heeft van het eens zo opportunistische en door elke tegenstanderge vreesde Volendam een tikkend ten ondergaand ploegje gemaakt. Het bestuur is niet capabel. Zodra er talent doorbreekt, levert men dat pijl snel door aan de gevestigde orde. Ajax (Gerrie en Arnold Mühren) en Anderlecht Jan Ruiter) worden daarbij als de grootste boosdoeners aangeduid. Waaraan men dan onmiddellijk de vraag koppelt wal Volendam met al die geïncasseerde tonnen eigenlijk wel doet. Niets, helemaal niets, zegt men. Er wordt gekankerd, het bezoekersaantal loopt onrustbarend terug, ouwe getrouwen verscheuren hun seizoenskaarten. Kortom, het toeristendorp laat zijn vlaggenschip van weleer zin ken als een ordinaire piratenzender. Windkracht 9 heeft inmiddels ook de bemanning onrustig gemaakt. Hein Schilder, de brutale bouwer, heeft vanuit zijn aan de boorden van het IJsselmeer gelegen hoofdkwartier, het ook al tot zijn eigendommen behorende Hotel Spaander, opdracht gegeven de stormbal te hijsen. Formeel een commando van een kapitein zonder strepen. Want wie er in het bestuur van de RKVV Volendam zit, niet Hein Schilder. De publiciteitsschuwe man van de achtergrond maakt, waar het het betaalde voetbal betreft, niettemin de dienst uit.


© Fotograaf onbekend

Croon, roepende in de woestijn?

Hein Schilders brein moet dan ook gezocht worden achter de technische reorganisatie, die veertien dagen geleden plaatsvond. De autonomiteit van oefenmeester Croon werd verder ingekrompen. Werkte hij tot dan toe nauw samen met tweede oefenmeester Bruin Steur en de eveneens tot de afdeling betaald voetbal behorende begeleider van het derde elftal, ex-kannonier Dick Tol, sinds Schilders ingreep behoort ook de trainer van de interregionale jeugd, Ben Steur, tot de selectiecommissie van het betaalde voetbal. Een viermanschap, dat order kreeg aanvallend voetbal in te voeren.

Zegt de onlangs vader geworden penningmeester Jaap Smit: “Die maatregelen zijn door de buiten wacht verkeerd geïnterpreteerd. Verschillende kranten hebben ge schreven, dat Croon min of neer onder curatele gesteld zou zijn. Onzin. Het Volendam-bestuur vindt gewoon dat Croon in de malaise zit en aangezien het in ons dorp een goede gewoonte is om mensen in nood te helpen, zijn wij tot de samenstelling van dat viermanschap gekomen. Dat het momenteel met Volendam de verkeerde kant op gaat, weet iedereen. Maar waar zit de oorzaak? Men wil Croon de laan uitsturen, maar is het niet zo. Dat wanneer resultaten uitblijven de trainer het gedaan heeft? Croon heeft nog een contract tot het einde van het volgende seizoen en zoals de zaken er nu voorstaan, houden wij ons aan die verbintenis. Samen met hem zullen we naar een oplossing moeten zoeken. Het verwijt, dat wij al onze goede spelers verkopen? Een begrijpelijk, maar niet juist verwijt. Op de tweede plaats slaan onze inkomsten niet in verhouding tot hei betalen van monstorsalarissen. Ondanks dat alles ben ik ervan overtuigd, dat wij ook zonder de Mührens en Jan Ruiter materiaal van gelijke klasse heb ben als bijvoorbeeld Telstar. Ook de mogelijkheden op organisatorisch vlak lopen ongeveer parallel. Toch heeft Telstar al bijna tien punten meer dan Volendam. Intern schort er dus iets aan de begeleiding, de voorbereiding, het zelfvertrouwen. Daarom die commissie van vier. Er moet een oplossing gevonden worden.

De ‘Heen en Weer’, het praalwagenschip, dat Volendam nu al vier maal naar de eredivisie voer, ligt nog immer verscholen onder dekzeilen op het bedrijf van Hein Schilder. Johan Pelk behoorde al die vier keren tot de passagiers. Hij ging met zijn ploeg viermaal op en drie maal neer. Vijftien seizoenen nu al speelt Johan Pelk vrijwel onafgebroken in Volendams eerste elftal. Het doet hem verdriet dat zijn laatste jaar een triest jaar dreigt te gaan worden.


© Fotograaf onbekend

Volendam tegen Utrecht. Cabo (midden) in Bond voorbij.

Johan Pelk: “Na dit seizoen stop ik er mee. Mijn slijterij vraagt veel tijd en eerlijk gezegd kan ik het zo langzamerhand niet allemaal meer op brengen. Ik heb met Volendam alles meegemaakt. Van de gezelligheidsclub, die wij nog onder trainer Gerrit Stroker waren, tot de professionele sfeer onder Hans Croon. Een overgang, die door trainers als Bram Appel. Ron Dellow en Piet Dubbelman werd overbrugd. Vijfmaal speelde ik in Jong Oranje, twee jaar hoorde ik bij de UEFA selectie. In ons eigen elftal heb ik met uitzondering van een plaats onder de lat op alle posities gespeeld. Ik ben zon beetje het Manusje van Alles van Volendam. Bruikbaar op elke plaats, weet je wel. Maar iedere wedstrijd weer, en ik heb er met vriendschappelijke potten toch zeker zon 450 tot 500 opzitten, ben ik zo nerveus als een debutant. Onverklaarbaar, maar het knaagt wel aan je. Daarom ook ben ik nooit aanvoerder geworden. Volkomen ongeschikt. Als ik na dit seizoen alles overzie, dan heb ik dacht ik wel genoeg gehad. Natuurlijk, ik ben pas 29 en Klaas Karregat speelde vorig jaar als 36-jarige amateur zo af en toe ook zijn spelletje nog mee. Ik zou dus nog best een paar jaartjes bij kunnen tekenen. Maar echt, het zit er niet meer in. Ik stap uit Volendam als eredivisieploeg.”

Impliceert dit dat je nu al aan je zoveelste degradatie naar de eerste divisie denkt?

Johan Pelk: “In geen geval. Vorig seizoen stonden we er ook verschrikkelük slecht voor en toen haalden we uit de laatste tien wedstrijden twaalf punten. Zoiets zit er dit seizoen weer in. Dik. Wel ben ik er zo langzamerhand van overtuigd geraakt, dat de wijze waarop men in Volendam betaald voetbal speelt, in feite niet meer kan. Alle eredivisieploegen worden met het jaar sterker, wij blijven op ons oude niveau hangen. De kloof wordt als maar groter. Zeker als het best elk jaar opnieuw gedwongen wordt onze beste spelers te verkopen. Men zal het roer om moeten gooien. Er zullen, wil men aan de top mee blijven doen, grotere verschillen in salaris betaald moeten worden. Volendam is de laatste jaren qua technische benadering al erg professioneel geworden. Die lijn zal men ook financieel moeten doortrekken wil er toekomst blijven.”

De volksmond zegt: Croon moet weg!

Johan Pelk: “Dergelijke reacties liggen voor de hand. Croon heeft het
natuurlijk niet makkelijk. In Volendam is de kritiek hard en bovendien sta je hier bloot aan dubbele kritiek. Iedereen komt iedereen practisch iedere dag tegen. En de Volendammer is een harde. Weet je, ons publiek komt alleen maar voor een overwinning. Speel je slecht, maar win je, dan is er niets aan de hand. Speel je goed, maar verlies je schlemielig, dan komt iedereen in opstand. Dan deugt er niets meer van. Ook onder de spelers is de stemming er de laatste weken niet beter op geworden. Er wordt gekankerd, ook op Croon. Ik bekijk dat allemaal een beetje rustiger. Nadat ik zo veel heb meegemaakt, ben ik tot de ontdekking gekomen, dat wanneer het slecht gaat iedereen schuld draagt. Bestuur, trainer èn spelers. En dan kom je niet uit de impasse door je trainer weg te sturen. Integendeel, samen met hem zul je als speler er alles aan moe ten doen om terug te komen. Een andere oplossing zie ik niet.”

Wat is het verschil tussen het Volendam van vroeger en dat van nu?

Johan Pelk: “Op de eerste plaats Dick Tol. Vroeger speelden we wedstrijden, waarbij we negentig minuten stonden te verdedigen, niettemin wonnen we niet 3-0. Drie uitvallen, driemaal Dick Tol. Opportunistisch voetbal, waarmee je nu niet ver meer komt. Al zouden we een type Tol nog best kunnen gebruiken. Bovendien stonden we in die gloriejaren met elf vrienden in het veld. Altijd bereid om met elkaar een nat feestje te bouwen, maar zondags met z’n allen één op het veld. Een vreselijk gezellige tijd waar ik nog vaak heimwee naar heb.

Nu zit de jeugd in discobars een pilsje te drinken. Je mag blij zijn als ze iets aan sport doen. Niettemin komen er nog regelmatig talenten door, maar kijk naar de Mührens, als ze rijp zijn worden ze prompt verkocht. Voetbal is niet alleen zaligmakend meer in Volendam. In het begin stond het hele dorp achter ons. Er kwamen duizenden mensen uit de omgeving. Bij ons gebeurde altijd wel iets sensationeels. En toch trainden we in die tijd maar twee of drie avondjes per week. Nu komen we 4 per week ‘s middags om half 2 op de training. We werken ons kapot. Gezelligheid is er niet meer bij. Terecht niet. Daarvoor is er in het betaade voetbal te veel verbeterd.”


© Fotograaf onbekend

Pelk discussieert. Hildebrand houdt af, Bonsink (5) is boos.

Terug