Oude doos

Artikelen - Algemeen - seizoen 1982-1983 - Fritz Korbach, Volendam moet ook leren knokken
Volendam, woensdag 28 juli 1982
Vijf jaar lang stond Fritz Korbach onder contract bij PEC Zwolle. Lang genoeg, vond hijzelf, want toen Volendam zich in februari als nieuwe werkgever aanbood had Korbach weinig tijd nodig om een beslissing te nemen. Hij koos voor Volendam, tekende voor twee jaar en is inmiddels met de training begonnen. Dat hij als oefenmeester een stap terug deed van de ere- naar de eerste divisie acht Korbach van ondergeschikt belang.

Het is even wennen om Fritz Korbach in Volendam aan het werk te zien. Logisch, zijn aanwezigheid in Zwolle was in de loop der jaren een vertrouwd beeld geworden. Van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat was hij op het stadion bereikbaar. Korbach was een beetje PEC Zwolle. En andersom. In de wijde omtrek van de trainingsvelden aan de Ceintuurbaan keek niemand meer vreemd op van zijn veelal gepeperde taalgebruik en emotionele uitbarstingen tijdens de onderlinge partijtjes. Ook in Volendam zullen ze het gauw genoeg normaal vinden. De werkwijze en gewoonten van Korbach zijn zo langzamerhand bekend. De clubleiding van Volendam was er door gecharmeerd en hoopt onder Korbach de terugkeer naar de eredivisie te bewerkstelligen. Fritz Korbach zélf is in ieder geval gezond en wel van vakantie teruggekeerd. Een vakantie die hij, evenals veel van zijn collega’s, doorbracht in Spanje om aldaar het aangename met het nuttige te verenigen. De WK dus het eerste gespreksonderwerp, maar dat zal wel meer gebeuren in deze kolommen, want ondanks de vele kritische noten genoot het evenement met name via de beeldbuis een massale belangstelling.

Korbach: “lk heb ook het meest voor de televisie gezeten. In Spanje. Natuurlijk lag het in de bedoeling om wat meer wedstrijden in het echt te zien, maar ik zat niet helemaal in de goede hoek. Ik zat met Nol de Ruiter en een paar kennissen in Almeria. Dat bleek wat verder van Sevilla af te liggen dan we aanvankelijk dachten. We hadden een keurig huis op de kop getikt. Bij aankomst stond er ook een auto op ons te wachten, maar dat bleek meer zo’n strandwagen waarin je op de achterbank moest worden vastgebonden als je wat grotere afstanden wilde rijden. Hebben we uiteindelijk maar een busje gehuurd, maar de eigenaar keek ons aan alsof we niet goed wijs waren toen we vertelden dat we ‘s middags om vier uur naar Sevilla wilden rijden waar ‘s avonds om negen uur de wedstrijden begonnen. Dat nam volgens hem wel wat meer tijd in beslag. Nou, dat bleek te kloppen hoor. Het was een afstand van 280 kilometer. Op zijn advies gingen we al ‘s morgens om tien uur weg. Vlak voor het begin van de wedstrijd, Brazilië-Rusland, waren we in het stadion en de volgende morgen om zes uur stonden we weer in Almeria. Ongelooflijk, een rit midden door de woestijn. Ik heb later nog eens geïnformeerd of ik ook kon vliegen, maar dat ging alleen via Madrid of Barcelona. Nou, qua tijd en kosten had ik dan net zo goed naar Amsterdam terug kunnen vliegen en daar een ticket naar Sevilla kunnen kopen.”

“Ook ik heb genoten van de Brazilianen. Zoals zij verdedigen, niet als stieren achter hun tegenstander aanlopen maar gewoon de zones afdekken, fantastisch. Maar we moeten natuurlijk wel de realiteit in het oog houden. Wie wereldkampioen wil worden moet zich onderweg naar de finale niet laten verrassen. Toernooivoetbal is ook resultaatvoetbal. Wat dat betreft valt er op de Italianen weinig aan te merken. Wat kun je nou voor kritiek hebben op een zegereeks tegen Argentinië, Brazilië, Polen en Duitsland?”

“Het enige nadeel van de WK vond ik dat het toernooi veel te lang duurde. Er waren teveel wedstrijden. De interesse verflauwt. Ik heb mezelf er ook op betrapt. Af en toe nam ik wedstrijden op de video op, maar als ik de banden afkeek zat ik de hele tijd door te spoelen. Uiteindelijk zag je dan tien interessante minuten en de rest liet ik maar voor wat het was.”

Drie weken Spanje worden voor Fritz Korbach voorlopig gevolgd door twee jaar Volendam. Hoewel, tijdens deze weken rijdt hij nog steeds op en neer tussen Zwolle en zijn nieuwe werkterrein.

“Praat me er niet van. Ik kan m’n huis in Zwolle niet kwijt. Een huis kopen, dat is de grootste fout die ik in mijn leven gemaakt heb. In het vak waar ik in zit kun je het beste maar huren. Verander je van werkgever, dan heb je tenminste geen verdere beslommeringen. Een huis in Volendam is het probleem niet. Ik kan hier vlakblij zo ergens in, maar ik verdom het om dat huis in Zwolle leeg te laten staan. Ik kijk het nog een paar weken aan anders probeer ik zelf maar een huurder te vinden. Ik ben niet van plan een half jaar heen en weer te rijden. Het is maar anderhalf uur, maar ik ben nu eenmaal van mening dat je als trainer vlak bij het veld moet wonen. Er zijn al genoeg trainers die een club denken te kunnen runnen zonder echte betrokkenheid. Al die parttimers, ik word er niet goed van. De clubs vinden het prima. Lekker goedkoop, maar goed is het niet. Half werk is altijd halfslachtig. Een trainer moet de hele dag op het veld kunnen staan. Als een jongen ‘s morgens om zes uur wil trainen, dan moet dat kunnen.”


© Piet van der Klooster

Fritz Korbach doceert: Hoeveel trainers kunnen het zich veroorloven om met de handen in de zakken te staan?

“Bij Volendam zijn ze er weer van teruggekomen. Hier hebben ze ook met parttimers gewerkt. Mensen die elkaar afwisselen. Met zijn tweeën de verantwoordelijkheid dragen. Kan niet. Niet voor niets zijn ze hier intensief op zoek geweest naar een nieuwe fulltimer. Wie ze daar allemaal voor op het oog hebben gehad interesseert me geen moer. Feit is alleen dat ze in februari bij mij terecht kwamen. Precies op het goede moment. Vlak voor de winterstop had ik voor mezelf definitief besloten om uit Zwolle weg te gaan. Toen kregen we thuis met 5-1 op onze sodemieter van Willem II. Dat deed voor mij de deur dicht.”

“Ik heb gelijk toegehapt. Van sommige kanten hoor je dan wel eens dat je te snel tekent, maar ik heb nooit één moment spijt gehad. Al voordat ik met Volendam rond kwam had ik een telefoontje gehad uit Utrecht. Of ik niet te snel ergens wilde tekenen. Ja, bekijk het even, dan kan ik eerst gaan zitten wachten of m’n collega wel elders onder dak komt. FC Utrecht hield rekening met het vertrek van Han Berger naar Feyenoord. Nou, dat verhaal is bekend. We weten allemaal waar het op uitgedraaid is. Als ik daarop was gaan wachten had ik nu niet bij Volendam gezeten.”

“Volendam is een goede club met een prima historie. Hier valt nog iets te bereiken. Wat kan mij het nou schelen dat ik in de eerste divisie werk. Hier heb je tenminste een doel voor ogen. Ik meen het echt als ik zeg dat ik liever hier werk dan bij veel clubs in de eredivisie. Uitgezonderd het bekende rijtje dat altijd om de eerste zes plaatsen strijdt zijn het allemaal clubs die een beetje in de marge werken. Als trainer moet je bij die clubs teren op de incidentele successen tegen een Ajax of PSV. Wat heb je daar aan? Bij mij staat presteren voorop. Het werken naar een doel en daarmee bedoel ik dan een hoger niveau. Met PEC in de eredivisie blijven is toch geen prestatie. Na de 2-1 zege op Feyenoord het afgelopen seizoen werd ik van alle kanten gefeliciteerd. Maar waarmee eigenlijk?”

“ Zeker, voor de club is het aardig. Vechten tegen degradatie en dan toch erin blijven, maar voor de trainer… Ik heb vaak genoeg gezegd, dat je niet mee kunt draaien om de plaatsen voor Europees voetbal dan moet je zorgen dat je zo gauw mogelijk onderaan de ranglijst komt. Als club voetbal je dan nog ergens voor. Als je een beetje in de middenmoot rommelt doe je voor spek en bonen mee en is het publiek dus niet geïnteresseerd. Het feit dat wij met PEC tegen degradatie vochten heeft de laatste drie thuiswedstrijden toch gauw een 8.000 toeschouwers extra opgeleverd. Waren we veilig geweest dan hadden er tegen Feyenoord hooguit 5.000 mensen gezeten. Nu hadden we er 10.000.”

“ln de eerste divisie heb je buiten de kans op rechtstreekse promotie in ieder geval nog de periodekampioenschappen. Die maken de competitie toch interessant. Soms droom ik zelf al helemaal weg in de auto. Dat krijg je hè, als je steeds in je eentje van Zwolle naar Volendam rijdt. Zit ik te denken aan de promotie die ik zowel met Wageningen als met PEC heb meegemaakt. Stel je voor... met Volendam. Ach, laat ik er in godsnaam niet hardop over praten.”

“Ik heb in ieder geval al wel gemerkt dat de mensen hier van goede wil zijn. Het publiek hier is geloof ik vrij kritisch. Er moet in Volendam iets gaan gebeuren. Gebeurt er niets, dan is de club niet van de mensen. Dat is alleen het geval als er wél iets gebeurt. Ik ben hier met een prima gevoel aan mijn werkzaamheden begonnen. Dick Helling, Kees Guyt, Dick de Boer, Jaap Jonk en Wim Kwakman wilden aanvankelijk met voetbal stoppen. Ik geloof niet eens uit financieel oogpunt, maar de lol was eraf. Die jongens hadden de ziekte in. Wilden iets anders gaan doen dan voetballen. Ik ben zelf met ze in de slag gegaan. Aan het einde van het vorig seizoen al. Het zou toch te gek zijn dat er vijf tegelijk om dezelfde reden zouden opstappen. In de gesprekken kon ik merken dat ze best ambitie hadden, maar ze moesten even met hun beslissing geholpen worden. Ik heb ze erbij kunnen houden. Gelukkig.”


© Piet van der Klooster

“En dan Frank Kramer. Die kwam zich spontaan weer aanmelden. Ook met hem heb ik in Amsterdam een tijd zitten praten. Ik kreeg toch een zwak voor die jongen. Incidenteel zal hij wel eens een training moeten missen vanwege z’n tv-arbeid, maar ik wil hem er toch graag bij hebben. Ook hij is van goede wil en het moet al gek zijn wil hij tijdens het seizoen niet bruikbaar zijn. Hij kwam hier natuurlijk met een vreselijke trainingsachterstand. Vorig seizoen heeft hij bijna niets gedaan, maar nu is hij steeds als eerste op het veld en loopt-ie vooraan bij de duurlopen van veertien kilometer.”

“Verder is ook nog Johnny Holshuyzen erbij gekomen van Ajax. Ik heb hem al een tijdje onder mijn hoede gehad bij PEC. Daar heeft die jongen vreselijk veel pech gehad. Ik weet wat-ie kan. In Zwolle heeft hij een tijdlang buitenspel gestaan, omdat ze een paar schroeven in z’n poten hadden gezet. Kon hij niets aan doen, maar het publiek keerde zich tegen hem omdat hij niet heeft laten zien wat er van hem verwacht werd. Johnny viel bij Ajax buiten de boot. Kreeg niet eens een nieuw contract aangeboden. Zoiets moet je even weten te regelen hè. We konden hem halen tegen de amateurvergoeding. Twee jaar geleden was hij nog aanvoerder van de UEFA-jeugd.”

“Reneetje Tol heb ik ook kunnen houden. Een beetje apart verhaal, want Hans van Doorneveld heeft alles geprobeerd om hem naar Haarlem te halen. Lullige manier trouwens. Ze hebben hem de kop gek gemaakt, maar voorlopig moeten ze hem nog buiten de deur houden omdat ze nog een overschot aan spelers hebben. Maar ik zat ermee. bij Volendam wilde hij niet tekenen. Twee weken geleden zat hij op z’n gemak in de kleedkamer. Wilde hij meetrainen. Ik heb hem direct naar huis geschopt. Eerst tekenen, dan trainen. Dat heeft hij inmiddels gedaan. Voor twee jaar, al heeft hij nu wel de clausule dat hij nog naar Haarlem mag vertrekken als Van Doorneveld er alsnog in slaagt om twee spelers te slijten. Maar alleen naar Haarlem. Een andere belangstellende zal uiteraard zijn contract moeten afkopen.”

“Momenteel zijn we druk in training. Er wordt behoorlijk hard aan getrokken. Harder dan ze hier gewend zijn geloof ik, maar ik heb nog geen wanklank gehoord. Ik heb de groep trouwens nog niet helemaal compleet. Vier knapen moesten nog zonodig op vakantie. In principe kun je daar niets aan doen. Dat is natuurlijk allemaal besproken toen ik hier nog niet was, maar ik heb ze wél gewaarschuwd. Bescherming hoeven ze niet op te rekenen. Ook zonder hen gaan de oefenwedstrijden door en daarna moeten ze maar zien hoe ze zich in de ploeg spelen.”

“Heerlijk jongen, die seizoenvoorbereiding. Ik hoor niemand. Af en toe zie je aan hun koppies dat ze wel iets willen zeggen maar het eigenlijk niet durven. Ze zien de trainer steeds mee voorop lopen. Ze zullen zich wel afvragen hoe ik dat doe, maar ik heb van mijn 21 dagen vakantie natuurlijk wel zestien dagen een duurloop gemaakt van tien kilometer. Ik moet wel, ik ben ook 37 geworden. Als je de conditie niet een beetje bijhoudt, dan ben je een oude kerel voordat jet het weet. En ik wil voluit mee kunnen draaien tijdens de training. En hoeveel trainers zijn er eigenlijk die met hun handen in de zakken langs het veld kunnen gaan staan? Op de hele wereld zijn er misschien vijf die zich dat kunnen veroorloven. Een Happel, Michels, Menotti, die mannen hebben een verleden. Daar wordt van geaccepteerd dat ze de zweep laten knallen zonder zelf een stap te verzetten. Kan ik nog begrijpen ook, maar de rest moet gewoon doen. Ik had vroeger ook een bloedhekel aan de trainer, die op de fiets achter ons aanreed als hij ons door het bos liet lopen. Of van die mannen die in de middencirkel gaan zitten schreeuwen.”

“Bij Volendam zal sowieso een mentaliteitsverandering doorgevoerd moeten worden. Het dorp heeft altijd bekend gestaan om zijn mooie voetballers. Terecht, met een bal kunnen ze hier wel iets. Technische vaardigheden zijn er voldoende, maar daar kom je er tegenwoordig niet meer mee. Er zal straks ook geknokt moeten worden. Ik ben ervan overtuigd dat dat die jongens wel aan te Ieren valt, vooral als je als trainer bereid bent om voorop te lopen in de strijd. Daarom wil ik ook voluit mee kunnen draaien op de training. Daar, op het trainingsveld moet zo’n mentaliteitsverandering zijn beslag krijgen.”

“Stel je nou toch eens voor dat we die eerste periodetitel konden pakken. Dan gaat het voetbal misschien weer een beetje leven hier. De laatste jaren is het tenslotte maar een dooie boel geweest in Volendam. En het moet kunnen. We zijn er niet slecht afgekomen met het programma. Door het wegvallen van FC Amsterdam is er immers een nieuwe competitieopzet gekomen. De eerste periode telt maar zeven wedstrijden. We spelen er vier thuis en drie uit. Er van uitgaande dat ik erin slaag om van Volendam op eigen terrein een moeilijk te kloppen ploeg te maken, biedt de seizoenopening heel wat perspectieven. Ja, dat durf ik rustig hardop te zeggen. Ik heb vijf jaar bij Wageningen gezeten en later vijf jaar bij PEC. Bij beide clubs kwamen de tegenstanders vaak met het zweet in hun handen op bezoek. Het was altijd moeilijk om ons op eigen veld te verslaan. Reken maar dat ik dat hier ook voor elkaar krijg. Misschien dat je over tien weken, na de eerste periode, nog eens in Volendam terug moet komen.”
Geschreven door: Ron Westerhof
Bron: Voetbal International
Vijf jaar lang stond Fritz Korbach onder contract bij PEC Zwolle. Lang genoeg, vond hijzelf, want toen Volendam zich in februari als nieuwe werkgever aanbood had Korbach weinig tijd nodig om een beslissing te nemen. Hij koos voor Volendam, tekende voor twee jaar en is inmiddels met de training begonnen. Dat hij als oefenmeester een stap terug deed van de ere- naar de eerste divisie acht Korbach van ondergeschikt belang.

Het is even wennen om Fritz Korbach in Volendam aan het werk te zien. Logisch, zijn aanwezigheid in Zwolle was in de loop der jaren een vertrouwd beeld geworden. Van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat was hij op het stadion bereikbaar. Korbach was een beetje PEC Zwolle. En andersom. In de wijde omtrek van de trainingsvelden aan de Ceintuurbaan keek niemand meer vreemd op van zijn veelal gepeperde taalgebruik en emotionele uitbarstingen tijdens de onderlinge partijtjes. Ook in Volendam zullen ze het gauw genoeg normaal vinden. De werkwijze en gewoonten van Korbach zijn zo langzamerhand bekend. De clubleiding van Volendam was er door gecharmeerd en hoopt onder Korbach de terugkeer naar de eredivisie te bewerkstelligen. Fritz Korbach zélf is in ieder geval gezond en wel van vakantie teruggekeerd. Een vakantie die hij, evenals veel van zijn collega’s, doorbracht in Spanje om aldaar het aangename met het nuttige te verenigen. De WK dus het eerste gespreksonderwerp, maar dat zal wel meer gebeuren in deze kolommen, want ondanks de vele kritische noten genoot het evenement met name via de beeldbuis een massale belangstelling.

Korbach: “lk heb ook het meest voor de televisie gezeten. In Spanje. Natuurlijk lag het in de bedoeling om wat meer wedstrijden in het echt te zien, maar ik zat niet helemaal in de goede hoek. Ik zat met Nol de Ruiter en een paar kennissen in Almeria. Dat bleek wat verder van Sevilla af te liggen dan we aanvankelijk dachten. We hadden een keurig huis op de kop getikt. Bij aankomst stond er ook een auto op ons te wachten, maar dat bleek meer zo’n strandwagen waarin je op de achterbank moest worden vastgebonden als je wat grotere afstanden wilde rijden. Hebben we uiteindelijk maar een busje gehuurd, maar de eigenaar keek ons aan alsof we niet goed wijs waren toen we vertelden dat we ‘s middags om vier uur naar Sevilla wilden rijden waar ‘s avonds om negen uur de wedstrijden begonnen. Dat nam volgens hem wel wat meer tijd in beslag. Nou, dat bleek te kloppen hoor. Het was een afstand van 280 kilometer. Op zijn advies gingen we al ‘s morgens om tien uur weg. Vlak voor het begin van de wedstrijd, Brazilië-Rusland, waren we in het stadion en de volgende morgen om zes uur stonden we weer in Almeria. Ongelooflijk, een rit midden door de woestijn. Ik heb later nog eens geïnformeerd of ik ook kon vliegen, maar dat ging alleen via Madrid of Barcelona. Nou, qua tijd en kosten had ik dan net zo goed naar Amsterdam terug kunnen vliegen en daar een ticket naar Sevilla kunnen kopen.”

“Ook ik heb genoten van de Brazilianen. Zoals zij verdedigen, niet als stieren achter hun tegenstander aanlopen maar gewoon de zones afdekken, fantastisch. Maar we moeten natuurlijk wel de realiteit in het oog houden. Wie wereldkampioen wil worden moet zich onderweg naar de finale niet laten verrassen. Toernooivoetbal is ook resultaatvoetbal. Wat dat betreft valt er op de Italianen weinig aan te merken. Wat kun je nou voor kritiek hebben op een zegereeks tegen Argentinië, Brazilië, Polen en Duitsland?”

“Het enige nadeel van de WK vond ik dat het toernooi veel te lang duurde. Er waren teveel wedstrijden. De interesse verflauwt. Ik heb mezelf er ook op betrapt. Af en toe nam ik wedstrijden op de video op, maar als ik de banden afkeek zat ik de hele tijd door te spoelen. Uiteindelijk zag je dan tien interessante minuten en de rest liet ik maar voor wat het was.”

Drie weken Spanje worden voor Fritz Korbach voorlopig gevolgd door twee jaar Volendam. Hoewel, tijdens deze weken rijdt hij nog steeds op en neer tussen Zwolle en zijn nieuwe werkterrein.

“Praat me er niet van. Ik kan m’n huis in Zwolle niet kwijt. Een huis kopen, dat is de grootste fout die ik in mijn leven gemaakt heb. In het vak waar ik in zit kun je het beste maar huren. Verander je van werkgever, dan heb je tenminste geen verdere beslommeringen. Een huis in Volendam is het probleem niet. Ik kan hier vlakblij zo ergens in, maar ik verdom het om dat huis in Zwolle leeg te laten staan. Ik kijk het nog een paar weken aan anders probeer ik zelf maar een huurder te vinden. Ik ben niet van plan een half jaar heen en weer te rijden. Het is maar anderhalf uur, maar ik ben nu eenmaal van mening dat je als trainer vlak bij het veld moet wonen. Er zijn al genoeg trainers die een club denken te kunnen runnen zonder echte betrokkenheid. Al die parttimers, ik word er niet goed van. De clubs vinden het prima. Lekker goedkoop, maar goed is het niet. Half werk is altijd halfslachtig. Een trainer moet de hele dag op het veld kunnen staan. Als een jongen ‘s morgens om zes uur wil trainen, dan moet dat kunnen.”


© Piet van der Klooster

Fritz Korbach doceert: Hoeveel trainers kunnen het zich veroorloven om met de handen in de zakken te staan?

“Bij Volendam zijn ze er weer van teruggekomen. Hier hebben ze ook met parttimers gewerkt. Mensen die elkaar afwisselen. Met zijn tweeën de verantwoordelijkheid dragen. Kan niet. Niet voor niets zijn ze hier intensief op zoek geweest naar een nieuwe fulltimer. Wie ze daar allemaal voor op het oog hebben gehad interesseert me geen moer. Feit is alleen dat ze in februari bij mij terecht kwamen. Precies op het goede moment. Vlak voor de winterstop had ik voor mezelf definitief besloten om uit Zwolle weg te gaan. Toen kregen we thuis met 5-1 op onze sodemieter van Willem II. Dat deed voor mij de deur dicht.”

“Ik heb gelijk toegehapt. Van sommige kanten hoor je dan wel eens dat je te snel tekent, maar ik heb nooit één moment spijt gehad. Al voordat ik met Volendam rond kwam had ik een telefoontje gehad uit Utrecht. Of ik niet te snel ergens wilde tekenen. Ja, bekijk het even, dan kan ik eerst gaan zitten wachten of m’n collega wel elders onder dak komt. FC Utrecht hield rekening met het vertrek van Han Berger naar Feyenoord. Nou, dat verhaal is bekend. We weten allemaal waar het op uitgedraaid is. Als ik daarop was gaan wachten had ik nu niet bij Volendam gezeten.”

“Volendam is een goede club met een prima historie. Hier valt nog iets te bereiken. Wat kan mij het nou schelen dat ik in de eerste divisie werk. Hier heb je tenminste een doel voor ogen. Ik meen het echt als ik zeg dat ik liever hier werk dan bij veel clubs in de eredivisie. Uitgezonderd het bekende rijtje dat altijd om de eerste zes plaatsen strijdt zijn het allemaal clubs die een beetje in de marge werken. Als trainer moet je bij die clubs teren op de incidentele successen tegen een Ajax of PSV. Wat heb je daar aan? Bij mij staat presteren voorop. Het werken naar een doel en daarmee bedoel ik dan een hoger niveau. Met PEC in de eredivisie blijven is toch geen prestatie. Na de 2-1 zege op Feyenoord het afgelopen seizoen werd ik van alle kanten gefeliciteerd. Maar waarmee eigenlijk?”

“ Zeker, voor de club is het aardig. Vechten tegen degradatie en dan toch erin blijven, maar voor de trainer… Ik heb vaak genoeg gezegd, dat je niet mee kunt draaien om de plaatsen voor Europees voetbal dan moet je zorgen dat je zo gauw mogelijk onderaan de ranglijst komt. Als club voetbal je dan nog ergens voor. Als je een beetje in de middenmoot rommelt doe je voor spek en bonen mee en is het publiek dus niet geïnteresseerd. Het feit dat wij met PEC tegen degradatie vochten heeft de laatste drie thuiswedstrijden toch gauw een 8.000 toeschouwers extra opgeleverd. Waren we veilig geweest dan hadden er tegen Feyenoord hooguit 5.000 mensen gezeten. Nu hadden we er 10.000.”

“ln de eerste divisie heb je buiten de kans op rechtstreekse promotie in ieder geval nog de periodekampioenschappen. Die maken de competitie toch interessant. Soms droom ik zelf al helemaal weg in de auto. Dat krijg je hè, als je steeds in je eentje van Zwolle naar Volendam rijdt. Zit ik te denken aan de promotie die ik zowel met Wageningen als met PEC heb meegemaakt. Stel je voor... met Volendam. Ach, laat ik er in godsnaam niet hardop over praten.”

“Ik heb in ieder geval al wel gemerkt dat de mensen hier van goede wil zijn. Het publiek hier is geloof ik vrij kritisch. Er moet in Volendam iets gaan gebeuren. Gebeurt er niets, dan is de club niet van de mensen. Dat is alleen het geval als er wél iets gebeurt. Ik ben hier met een prima gevoel aan mijn werkzaamheden begonnen. Dick Helling, Kees Guyt, Dick de Boer, Jaap Jonk en Wim Kwakman wilden aanvankelijk met voetbal stoppen. Ik geloof niet eens uit financieel oogpunt, maar de lol was eraf. Die jongens hadden de ziekte in. Wilden iets anders gaan doen dan voetballen. Ik ben zelf met ze in de slag gegaan. Aan het einde van het vorig seizoen al. Het zou toch te gek zijn dat er vijf tegelijk om dezelfde reden zouden opstappen. In de gesprekken kon ik merken dat ze best ambitie hadden, maar ze moesten even met hun beslissing geholpen worden. Ik heb ze erbij kunnen houden. Gelukkig.”


© Piet van der Klooster

“En dan Frank Kramer. Die kwam zich spontaan weer aanmelden. Ook met hem heb ik in Amsterdam een tijd zitten praten. Ik kreeg toch een zwak voor die jongen. Incidenteel zal hij wel eens een training moeten missen vanwege z’n tv-arbeid, maar ik wil hem er toch graag bij hebben. Ook hij is van goede wil en het moet al gek zijn wil hij tijdens het seizoen niet bruikbaar zijn. Hij kwam hier natuurlijk met een vreselijke trainingsachterstand. Vorig seizoen heeft hij bijna niets gedaan, maar nu is hij steeds als eerste op het veld en loopt-ie vooraan bij de duurlopen van veertien kilometer.”

“Verder is ook nog Johnny Holshuyzen erbij gekomen van Ajax. Ik heb hem al een tijdje onder mijn hoede gehad bij PEC. Daar heeft die jongen vreselijk veel pech gehad. Ik weet wat-ie kan. In Zwolle heeft hij een tijdlang buitenspel gestaan, omdat ze een paar schroeven in z’n poten hadden gezet. Kon hij niets aan doen, maar het publiek keerde zich tegen hem omdat hij niet heeft laten zien wat er van hem verwacht werd. Johnny viel bij Ajax buiten de boot. Kreeg niet eens een nieuw contract aangeboden. Zoiets moet je even weten te regelen hè. We konden hem halen tegen de amateurvergoeding. Twee jaar geleden was hij nog aanvoerder van de UEFA-jeugd.”

“Reneetje Tol heb ik ook kunnen houden. Een beetje apart verhaal, want Hans van Doorneveld heeft alles geprobeerd om hem naar Haarlem te halen. Lullige manier trouwens. Ze hebben hem de kop gek gemaakt, maar voorlopig moeten ze hem nog buiten de deur houden omdat ze nog een overschot aan spelers hebben. Maar ik zat ermee. bij Volendam wilde hij niet tekenen. Twee weken geleden zat hij op z’n gemak in de kleedkamer. Wilde hij meetrainen. Ik heb hem direct naar huis geschopt. Eerst tekenen, dan trainen. Dat heeft hij inmiddels gedaan. Voor twee jaar, al heeft hij nu wel de clausule dat hij nog naar Haarlem mag vertrekken als Van Doorneveld er alsnog in slaagt om twee spelers te slijten. Maar alleen naar Haarlem. Een andere belangstellende zal uiteraard zijn contract moeten afkopen.”

“Momenteel zijn we druk in training. Er wordt behoorlijk hard aan getrokken. Harder dan ze hier gewend zijn geloof ik, maar ik heb nog geen wanklank gehoord. Ik heb de groep trouwens nog niet helemaal compleet. Vier knapen moesten nog zonodig op vakantie. In principe kun je daar niets aan doen. Dat is natuurlijk allemaal besproken toen ik hier nog niet was, maar ik heb ze wél gewaarschuwd. Bescherming hoeven ze niet op te rekenen. Ook zonder hen gaan de oefenwedstrijden door en daarna moeten ze maar zien hoe ze zich in de ploeg spelen.”

“Heerlijk jongen, die seizoenvoorbereiding. Ik hoor niemand. Af en toe zie je aan hun koppies dat ze wel iets willen zeggen maar het eigenlijk niet durven. Ze zien de trainer steeds mee voorop lopen. Ze zullen zich wel afvragen hoe ik dat doe, maar ik heb van mijn 21 dagen vakantie natuurlijk wel zestien dagen een duurloop gemaakt van tien kilometer. Ik moet wel, ik ben ook 37 geworden. Als je de conditie niet een beetje bijhoudt, dan ben je een oude kerel voordat jet het weet. En ik wil voluit mee kunnen draaien tijdens de training. En hoeveel trainers zijn er eigenlijk die met hun handen in de zakken langs het veld kunnen gaan staan? Op de hele wereld zijn er misschien vijf die zich dat kunnen veroorloven. Een Happel, Michels, Menotti, die mannen hebben een verleden. Daar wordt van geaccepteerd dat ze de zweep laten knallen zonder zelf een stap te verzetten. Kan ik nog begrijpen ook, maar de rest moet gewoon doen. Ik had vroeger ook een bloedhekel aan de trainer, die op de fiets achter ons aanreed als hij ons door het bos liet lopen. Of van die mannen die in de middencirkel gaan zitten schreeuwen.”

“Bij Volendam zal sowieso een mentaliteitsverandering doorgevoerd moeten worden. Het dorp heeft altijd bekend gestaan om zijn mooie voetballers. Terecht, met een bal kunnen ze hier wel iets. Technische vaardigheden zijn er voldoende, maar daar kom je er tegenwoordig niet meer mee. Er zal straks ook geknokt moeten worden. Ik ben ervan overtuigd dat dat die jongens wel aan te Ieren valt, vooral als je als trainer bereid bent om voorop te lopen in de strijd. Daarom wil ik ook voluit mee kunnen draaien op de training. Daar, op het trainingsveld moet zo’n mentaliteitsverandering zijn beslag krijgen.”

“Stel je nou toch eens voor dat we die eerste periodetitel konden pakken. Dan gaat het voetbal misschien weer een beetje leven hier. De laatste jaren is het tenslotte maar een dooie boel geweest in Volendam. En het moet kunnen. We zijn er niet slecht afgekomen met het programma. Door het wegvallen van FC Amsterdam is er immers een nieuwe competitieopzet gekomen. De eerste periode telt maar zeven wedstrijden. We spelen er vier thuis en drie uit. Er van uitgaande dat ik erin slaag om van Volendam op eigen terrein een moeilijk te kloppen ploeg te maken, biedt de seizoenopening heel wat perspectieven. Ja, dat durf ik rustig hardop te zeggen. Ik heb vijf jaar bij Wageningen gezeten en later vijf jaar bij PEC. Bij beide clubs kwamen de tegenstanders vaak met het zweet in hun handen op bezoek. Het was altijd moeilijk om ons op eigen veld te verslaan. Reken maar dat ik dat hier ook voor elkaar krijg. Misschien dat je over tien weken, na de eerste periode, nog eens in Volendam terug moet komen.”

Terug