Oude doos

Artikelen - Algemeen - seizoen 1980-1981 - Wim Tol, ik heb nooit de behoefte gevoeld om me vol te laten lopen op de dijk
Volendam, woensdag 15 juli 1981
Plotseling verscheen zijn naam tussen de topscorers van de eerste divisie: Wim Tol (Volendam). In het laatste gedeelte van de afgelopen competitie bleef hij bijna wekelijks scoren en zijn naam steeg op de topscorerslijst gelijk een hit op de top-zoveel. Met nog één speeidag voor de boeg, stond Wim ‘Pier’ Tol op een tweede plaats achter Rudy Metz van Veendam. Door in de laatste wedstrijd tegen Fortuna vier doelpunten te scoren, bereikte hij een totaal van 19 doelpunten en promoveerde daarmee tot topscorer van de eerste divisie. Een ongekend succes voor een debutant in de eerste divisie die slechts op amateurbasis uitkwam voor Volendam. Als AZ-speler Kees ´Pier´ Tol, de oudere broer van Wim, kans had gezien om twee doelpunten meer te scoren dan zijn uiteindelijk totaal van 20, was óók in de eredivisie een Tol topscorer geweest. Wim daarover: “lk zag de krantenkoppen al voor me: de Tolletjes uit Volendam topscorers van Nederland. Ja, dat had ik nou hartstikke leuk gevonden.”

V.l. interviewde de nuchtere Wim Toi, een nieuw Volendams talent.


Een voetballeven kan raar lopen. Zowel in positieve als in negatieve zin. Zo zijn erin de voetballerij voorbeelden genoeg te noemen van spelers die op jeugdige leeftijd een groot talent werden genoemd, maar door allerlei oorzaken wegzakten in de anonimiteit. Bij Wim “Pier” Tol was het tegenovergestelde het geval. Op 17-jarige leeftijd werd hij vanwege zijn grote mond teruggezet naar de A-2 jeugd van Volendam. Bij Volendam vonden ze me toch niet zo’n kanjer, dus niemand vond het erg opvallend dat ik destijds uit de A-1 werd gezet. Toevallig moest de A-2 op een gegeven moment als vervanger fungeren van het C-elftal dat een oefenwedstrijd op het programma had staan tegen een Noord-Hollands selectieteam. Ik speelde de wedstrijd van m’n leven en voor de ogen van een deel van het bestuur en de toenmalige trainer Jan Mak was ik de grote uitblinker. Zo ben ik in feite bij het C-elftal gekomen. Achteraf kan je zeker zeggen dat ik veel geluk heb gehad, want als ik in de A-2 was blijven hangen, had ik op dit moment waarschijnlijk in het vijfde elftal van de zaterdagamateurs gespeeld”, zegt Wim nu, drie jaar later. De tijden zijn inmiddels veranderd en niet zo’n heel klein beetje ook. Het afgelopen seizoen kreeg hij een kans als spitsspeler in het eerste elftal en benutte die mogelijkheid optimaal. Wim Tol werd overtuigend topscorer van de eerste divisie ondanks dat hij maar liefst zes wedstrijden uit de basis werd gelaten door trainer Henk Ellens.

Wim kijkt nog even terug naar het moment dat hij opeens in de A-2 werd geplaatst. “In de A-1 stond ik constant reserve en dat ging me flink vervelen. Ik was namelijk helemaal niet slechter dan een ander. Ik ben naar m’n leider Jaap Mitters toegestapt en gezegd dat ik niet begreep dat-ie mij telkens naast het elftal zette. Die aanval op z’n beleid beviel Mitters blijkbaar niet, zodat ik een elftal lager tegen een bal aan kon gaan trappen. Natuurlijk baalde ik van de hele situatie. Ik speelde al met de gedachte om te stoppen met veldvoetbal en me op te geven voor een zaalvoetbalteam. Nee, ik heb er nooit over gedacht om buiten Volendam te gaan voetballen. Nou vond ik het wel jammer dat ik was teruggezet, maar echt heel erg vond ik het niet. Ik had immers nooit gedacht dat ik goed genoeg was om betaald voetbal te spelen.”

Zoals zoveel jeugdige Volendammertjes was ook Wim snel aangestoken door de voetbalkoorts. Hij zegt: “Na schooltijd speelde ik elke middag met dezelfde groep jongens partijtjes op het schoolplein. De meeste jongens voetbalden met me in de pupillen bij Volendam. In feite leerde je op de training niet eens zo veel. Tijdens die onderlinge partij op straat leerde je pas voetballen. Elke middag weer dat korte technische spel uitvoeren, daar kreeg je vanzelf de nodige balvaardigheid van. Ik voetbalde in die tijd met jongens waarvan er een paar enorm goed konden voetballen. Die gasten speelden een stuk beter dan ik. Maar ja, de Dijk hè. Ik heb heel wat talent verloren zien gaan door de Dijk.”


© Charles Ruys jr.

Voor de goede orde: aan de Volendamse Dijk zijn de bars en kroegen beslist niet op de vingers van twee handen te tellen en het is bekend dat veel Volendams voetbaltalent de weg naar de Dijk prefereert boven de gang naar het trainingsveld. “Toen die jongens waarmee ik altijd op straat voetbalde, een jaar of zestien, zeventien waren, kozen ze voor een vaste plaats aan de bar. Doodzonde, maar het is niet anders. Ikzelf heb nooit de behoefte gevoeld om richting Dijk te gaan en me vol te laten lopen. Eerlijk gezegd ben ik een half jaar geleden op een zondagavond voor de eerste keer de kroeg ingedoken. Overigens had ik nogal snel serieuze verkering en ik ben met datzelfde meisje intussen verloofd. Zoiets scheelt natuurlijk, want je weet precies hoe het gaat als je elk weekend gaat stappen met een stel gasten.”

Ondanks dat Wim bijna elke dag een paar uur voetbalde slaagde hij erin om zijn LTS-diploma te halen en werkt hij sindsdien bij een speelgoedbedrijf in Volendam. “Ik heb het geluk dat m’n baas een voetballiefhebber is. Ik krijg alle medewerking om ‘s middags iets eerder weg te gaan om te trainen. De combinatie werk-voetbal bevalt me best, maar ik zou best fullprof willen worden. Dan ben je tenminste alleen maar met voetbal bezig en volgens mij komt dat je prestaties ten goede.”

Aldus Wim, die kortgeleden voor de eerste maal een contract tekende bij Volendam. Tot nog toe speelde hij op amateurbasis bij de eerste divisieclub. Spitsen die makkelijk en veel scoren zijn schaars in het betaalde voetbal en Wim’s trefzekerheid lokte diverse eredivisieclubs richting Volendam om te proberen hem in te lijven voor het komende seizoen. Wim Tol kreeg drie aantrekkelijke aanbiedingen van evenzoveel clubs, namen noem ik niet, maar hapte niet toe. Na overleg met zijn vader besloot hij een eenjarig contract te tekenen bij Volendam.

Pa Tol: “lk heb het met Kees ook meegemaakt. De eredivisieclubs stonden gewoon op de stoep. Ik heb hem geadviseerd om nog een jaar bij Volendam te blijven. Die beslissing is uiteindelijk juist gebleken. Net als met Kees heb ik me echt nooit bemoeid met Wim wat het voetbal betreft, toevallig deed zich nu eenzelfde situatie voor als toentertijd met Kees. Ik heb Wim eerlijk gezegd dat ik hem nog niet rijp vind voor de eredivisie. Als Wim het komende seizoen net zo goed presteert als het afgelopen seizoen komen die eredivisieclubs vanzelf weer langs met een nieuwe aanbieding.”

Nadat Wim Tol door Jan Mak was ontdekt in de A2, kwam hij bij het C-elftal. Hij trainde twee seizoenen onder Fred André. ”Van Fred heb ik veel geleerd. Je kon merken dat hij zelf lange tijd in het betaalde voetbal had gespeeld. Wedstrijdsituaties kon-ie door zijn voetbalachtergrond helemaal doorlichten, zodat je een volgende keer niet meer voor bepaalde verrassingen kwam te staan”, complimenteert Wim zijn oude trainer.

Het afgelopen seizoen kreeg hij te maken met Henk Ellens. Over hem is Wim duidelijk minder te spreken. “Ik vind Henk Ellens een leuke kerel, maar zijn training was in mijn ogen een stuk minder dan die van Fred André. Vanaf december tot eind februari van dit jaar belandde ik op de reservebank. Waarom? Dat weet ik nu nog niet. Ellens zei tegen me dat ik duidelijk een terugslag had na mijn sterke begin in de eerste divisie. Flauwekul, want het hele elftal draaide op het moment dat ik m’n vaste plaats verloor een stuk slechter. Eind februari mocht ik bij toeval invallen tegen FC Den Bosch. Ik was er op gebrand om wat te laten zien. En ja hoor, tweemaal scoren. Ik kon gelijk niet meer stuk. Vanaf dat moment heeft Ellens me gehandhaafd.”

Twee maanden voor het einde van de competitie wilde het Volendam-bestuur een andere trainer naast Henk Ellens en Joep Steur werd binnengehaald. Wim Tol is erg te spreken over Steur. “Joep is een trainer die een speler vertrouwen geeft. Zijn oefenstof is prima. Kaatsen, meteen wegsprinten, allemaal dingen die belangrijk zijn voor een spits, die heb ik het afgelopen seizoen niet gehad op de training, totdat Joep kwam. Hij leeft geweldig mee. Hij is enthousiast, zoiets vind ik prachtig. Joep ziet kans om me helemaal gekte maken.” Wim’s ogen flikkeren en fel klinkt het uit zijn mond: ‘Donderdags begint-ie al. Als je hem op straat tegenkomt moedigt-ie je aan voor de komende wedstrijd. kom op hè Wim, de beuk gaat er zaterdag in. Nog felIer dan vorige keer. We pakken die gasten en je knalt er een paar in’, zegt-ie dan bij voorbeeld tegen je. Man, dan zou ik zo door een muur kunnen heenlopen. Zoveel zelfvertrouwen geeft me dat.”

Joep Steur over Wim Tol: “Toen ik nog A-trainer was bij Volendam heb ik Wim getraind bij de pupillen. Ik trainde namelijk vier pupillenelftallen. Ik heb Wim de laatste twee maanden van het voorbije seizoen geobserveerd en ik geloof dat hij zeker een goede eredivisiespits kan worden. Hij wil keihard werken. Zowel in de wedstrijd als op de training. Pluspunten vind ik dat-ie ontzettend enig is en over een goed uithoudingsvermogen beschikt. Een nadeel is dat-je af en toe net dat beetje concentratie voor het doel mist dat een spits nodig heeft. Daardoor mist-ie echt de simpelste kansen, terwijl-ie soms de moeilijkste ballen d’r in schopt. Dat heeft natuurlijk te maken met een gebrek aan ervaring. Hij moet bijvoorbeeld leren ‘t juiste moment te kiezen om een één-twee te maken in plaats van de bal bij zich te houden. Voor zulke situaties moet Wim oog krijgen. Daar moet op de training aan gewerkt worden. Ik geloof dat het voor zijn opleiding een goede zaak is dat hij nog een jaar bij Volendam blijft. In de eredivisie was-ie zonder pardon voor de leeuwen gegooid en je moet maar afwachten of een jongen van 20 jaar dat wel kan waarmaken. Wim is een talent, anders maak je geen 19 goals, maar het zal van het leren op de training afhangen of hij het echt zal halen. Ook zal hij voor het voetbal moeten blijven leven. Volgend seizoen moet Wim toch ook weer zo’n 20 doelpunten maken en daar is een stuk karakter voor nodig.”

Is het bij andere betaalde voetbalclubs vaak zo dat een jonge speler moeilijkheden ondervindt tijdens de overstap naar de A-selectie; bij Volendam wordt een nieuweling goed opgevangen door de spelersgroep. Wim Tol: “Volendammers zijn gewoon tegen elkaar. lederen kent iedereen. Dick de Boer is m’n leraar geweest op de lagere school. Toen-ie trouwde stond ik liedjes te zingen. Nu voetbal ik met hem in één elftal. Een jongen als Dick de Boer is, een voorbeeld voor de jongeren. Als de hele selectie dezelfde mentaliteit zou hebben als Dick promoveerden we zomaar. Dick gaat altijd door. Op de training net zo hard als in de wedstrijd. Tijdens een wedstrijd schreeuwt en vloekt-ie wat af tegen me, maar dat doet me helemaal niets. Het stimuleert me alleen maar. Nee, met de spelers heb ik geen problemen gehad, wel met de overgang van het C-team naar het eerste divisieteam. In het C-elftal kon je een bal aannemen, rustig rondkijken, een mannetje passeren en meer van die dingen. In de eerste divisie ligt het tempo veel hoger. Je hebt direct een tegenstander in je rug. De hardheid is gelukkig een stuk minder dan een paar jaar terug. Die gele kaarten schrikken duidelijk af.”

Dick de Boer is vol lof over Wim Tol. Ik heb Wim als leerling gehad op de lagere school. Zodoende ben ik hem blijven volgen. Ik moet zeggen dat ik hem in het C-elftal niet zo geweldig vond spelen. Het afgelopen seizoen heeft Wim zich uitstekend ontwikkeld. Hij is als een komeet omhooggeschoten via een goede instelling. Hij is ambitieus, enorm leergierig, moedig voor zichzelf. Voor een jonge speler gedraagt hij zich professioneel. Huilen doet-ie nooit, hij klaagt niet. Het is goed dat-ie nog een jaar bijgetekend heeft bij ons. Wim komt natuurlijk uit een beschermd milieu. Je hebt het aan Kees gezien. Dit jaar is hij bij AZ pas goed doorgebroken. Technisch gezien is Wim nog niet aan zijn plafond en daar kan bij Volendam rustig aan geschaafd worden. Ik denk dat Wim zich ook bij een andere club kan waarmaken. Als Kees het karakter van Wim had gehad, was-ie nou misschien wel de beste voetballer van de wereld geweest. Je kan die twee eenvoudig niet met elkaar vergelijken. Ik geloof dat ze mekaar één keer in de week zien. Het zijn twee verschillende figuren.”


© Charles Ruys jr.

Pier (links) en Wim Tol: samen kaarten in plaats van praten over voetbal

Vreemd, maar echt waar: Wim praat zelden of nooit met zijn broer Kees over voetbal. Wim over het contact met zijn broer: “Let op. Ik zie Kees niet vaak, maar als-ie toevallig thuiskomt en ik ben er ook, gebeurt het volgende.” Wim pakt een spel kaarten uit de kast en vervolgt: “Kaarten,dat doen we als we elkaar zien. Of een boekje van elkaar lenen. Ik praat praktisch nooit met Kees over voetbal. Op m’n werk vragen ze wel eens: “En Wim, wat zei je broer nou over die wedstrijd?” Als ik zeg dat ik dat niet weet, kijken ze me altijd verbaasd aan en zeggen meestal: Ben jij wel een broer van Pier Tol die bij AZ speelt?”

Wim beseft maar al te goed dat het huidige succes zo kan omslaan naar de negatieve kant van de voetbal medaille. Als ik volgend seizoen in het begin een paar slechte wedstrijden speel, dan barst de kritiek hier in Volendam volop los. Niet dat ik angst heb voor het nieuwe seizoen. Ik kijk er al naar uit. Ik ben van plan meer te scoren dan het afgelopen seizoen. Ik heb gemerkt dat de kansen elke wedstrijd opnieuw komen. Dan moet ik er maar bij zijn en scoren. Het is niet te voorspellen hoe het volgend seizoen loopt. Wie weet voetbal ik over een paar jaar wel met m’n broer in één elftal. Dat zou ik wel zien zitten. We hebben in de zaal wel eens samengespeeld en dan voelden we elkaar uitstekend aan. Afwachten maar wat de toekomst me brengt,” besluit Wim Tol. Een weddenschap met z’n moeder heeft-ie in elk geval al gewonnen. Twee jaar terug beloofde zijn moeder hem 200 gulden als-je met z’n negentiende jaar in het eerste zijn debuut zou maken. Zo niet dan incasseerde Wim’s moeder dat bedrag.

Pa Tol ten slotte: “Eerlijk waar, ik had nooit gedacht dat Wim ooit betaald voetbal zou gaan spelen. Van Kees had ik niet anders verwacht. Maar je ziet het: óók Wim is er gekomen.”
Geschreven door: Dink Binnendijk
Bron: Voetbal International
Plotseling verscheen zijn naam tussen de topscorers van de eerste divisie: Wim Tol (Volendam). In het laatste gedeelte van de afgelopen competitie bleef hij bijna wekelijks scoren en zijn naam steeg op de topscorerslijst gelijk een hit op de top-zoveel. Met nog één speeidag voor de boeg, stond Wim ‘Pier’ Tol op een tweede plaats achter Rudy Metz van Veendam. Door in de laatste wedstrijd tegen Fortuna vier doelpunten te scoren, bereikte hij een totaal van 19 doelpunten en promoveerde daarmee tot topscorer van de eerste divisie. Een ongekend succes voor een debutant in de eerste divisie die slechts op amateurbasis uitkwam voor Volendam. Als AZ-speler Kees ´Pier´ Tol, de oudere broer van Wim, kans had gezien om twee doelpunten meer te scoren dan zijn uiteindelijk totaal van 20, was óók in de eredivisie een Tol topscorer geweest. Wim daarover: “lk zag de krantenkoppen al voor me: de Tolletjes uit Volendam topscorers van Nederland. Ja, dat had ik nou hartstikke leuk gevonden.”

V.l. interviewde de nuchtere Wim Toi, een nieuw Volendams talent.


Een voetballeven kan raar lopen. Zowel in positieve als in negatieve zin. Zo zijn erin de voetballerij voorbeelden genoeg te noemen van spelers die op jeugdige leeftijd een groot talent werden genoemd, maar door allerlei oorzaken wegzakten in de anonimiteit. Bij Wim “Pier” Tol was het tegenovergestelde het geval. Op 17-jarige leeftijd werd hij vanwege zijn grote mond teruggezet naar de A-2 jeugd van Volendam. Bij Volendam vonden ze me toch niet zo’n kanjer, dus niemand vond het erg opvallend dat ik destijds uit de A-1 werd gezet. Toevallig moest de A-2 op een gegeven moment als vervanger fungeren van het C-elftal dat een oefenwedstrijd op het programma had staan tegen een Noord-Hollands selectieteam. Ik speelde de wedstrijd van m’n leven en voor de ogen van een deel van het bestuur en de toenmalige trainer Jan Mak was ik de grote uitblinker. Zo ben ik in feite bij het C-elftal gekomen. Achteraf kan je zeker zeggen dat ik veel geluk heb gehad, want als ik in de A-2 was blijven hangen, had ik op dit moment waarschijnlijk in het vijfde elftal van de zaterdagamateurs gespeeld”, zegt Wim nu, drie jaar later. De tijden zijn inmiddels veranderd en niet zo’n heel klein beetje ook. Het afgelopen seizoen kreeg hij een kans als spitsspeler in het eerste elftal en benutte die mogelijkheid optimaal. Wim Tol werd overtuigend topscorer van de eerste divisie ondanks dat hij maar liefst zes wedstrijden uit de basis werd gelaten door trainer Henk Ellens.

Wim kijkt nog even terug naar het moment dat hij opeens in de A-2 werd geplaatst. “In de A-1 stond ik constant reserve en dat ging me flink vervelen. Ik was namelijk helemaal niet slechter dan een ander. Ik ben naar m’n leider Jaap Mitters toegestapt en gezegd dat ik niet begreep dat-ie mij telkens naast het elftal zette. Die aanval op z’n beleid beviel Mitters blijkbaar niet, zodat ik een elftal lager tegen een bal aan kon gaan trappen. Natuurlijk baalde ik van de hele situatie. Ik speelde al met de gedachte om te stoppen met veldvoetbal en me op te geven voor een zaalvoetbalteam. Nee, ik heb er nooit over gedacht om buiten Volendam te gaan voetballen. Nou vond ik het wel jammer dat ik was teruggezet, maar echt heel erg vond ik het niet. Ik had immers nooit gedacht dat ik goed genoeg was om betaald voetbal te spelen.”

Zoals zoveel jeugdige Volendammertjes was ook Wim snel aangestoken door de voetbalkoorts. Hij zegt: “Na schooltijd speelde ik elke middag met dezelfde groep jongens partijtjes op het schoolplein. De meeste jongens voetbalden met me in de pupillen bij Volendam. In feite leerde je op de training niet eens zo veel. Tijdens die onderlinge partij op straat leerde je pas voetballen. Elke middag weer dat korte technische spel uitvoeren, daar kreeg je vanzelf de nodige balvaardigheid van. Ik voetbalde in die tijd met jongens waarvan er een paar enorm goed konden voetballen. Die gasten speelden een stuk beter dan ik. Maar ja, de Dijk hè. Ik heb heel wat talent verloren zien gaan door de Dijk.”


© Charles Ruys jr.

Voor de goede orde: aan de Volendamse Dijk zijn de bars en kroegen beslist niet op de vingers van twee handen te tellen en het is bekend dat veel Volendams voetbaltalent de weg naar de Dijk prefereert boven de gang naar het trainingsveld. “Toen die jongens waarmee ik altijd op straat voetbalde, een jaar of zestien, zeventien waren, kozen ze voor een vaste plaats aan de bar. Doodzonde, maar het is niet anders. Ikzelf heb nooit de behoefte gevoeld om richting Dijk te gaan en me vol te laten lopen. Eerlijk gezegd ben ik een half jaar geleden op een zondagavond voor de eerste keer de kroeg ingedoken. Overigens had ik nogal snel serieuze verkering en ik ben met datzelfde meisje intussen verloofd. Zoiets scheelt natuurlijk, want je weet precies hoe het gaat als je elk weekend gaat stappen met een stel gasten.”

Ondanks dat Wim bijna elke dag een paar uur voetbalde slaagde hij erin om zijn LTS-diploma te halen en werkt hij sindsdien bij een speelgoedbedrijf in Volendam. “Ik heb het geluk dat m’n baas een voetballiefhebber is. Ik krijg alle medewerking om ‘s middags iets eerder weg te gaan om te trainen. De combinatie werk-voetbal bevalt me best, maar ik zou best fullprof willen worden. Dan ben je tenminste alleen maar met voetbal bezig en volgens mij komt dat je prestaties ten goede.”

Aldus Wim, die kortgeleden voor de eerste maal een contract tekende bij Volendam. Tot nog toe speelde hij op amateurbasis bij de eerste divisieclub. Spitsen die makkelijk en veel scoren zijn schaars in het betaalde voetbal en Wim’s trefzekerheid lokte diverse eredivisieclubs richting Volendam om te proberen hem in te lijven voor het komende seizoen. Wim Tol kreeg drie aantrekkelijke aanbiedingen van evenzoveel clubs, namen noem ik niet, maar hapte niet toe. Na overleg met zijn vader besloot hij een eenjarig contract te tekenen bij Volendam.

Pa Tol: “lk heb het met Kees ook meegemaakt. De eredivisieclubs stonden gewoon op de stoep. Ik heb hem geadviseerd om nog een jaar bij Volendam te blijven. Die beslissing is uiteindelijk juist gebleken. Net als met Kees heb ik me echt nooit bemoeid met Wim wat het voetbal betreft, toevallig deed zich nu eenzelfde situatie voor als toentertijd met Kees. Ik heb Wim eerlijk gezegd dat ik hem nog niet rijp vind voor de eredivisie. Als Wim het komende seizoen net zo goed presteert als het afgelopen seizoen komen die eredivisieclubs vanzelf weer langs met een nieuwe aanbieding.”

Nadat Wim Tol door Jan Mak was ontdekt in de A2, kwam hij bij het C-elftal. Hij trainde twee seizoenen onder Fred André. ”Van Fred heb ik veel geleerd. Je kon merken dat hij zelf lange tijd in het betaalde voetbal had gespeeld. Wedstrijdsituaties kon-ie door zijn voetbalachtergrond helemaal doorlichten, zodat je een volgende keer niet meer voor bepaalde verrassingen kwam te staan”, complimenteert Wim zijn oude trainer.

Het afgelopen seizoen kreeg hij te maken met Henk Ellens. Over hem is Wim duidelijk minder te spreken. “Ik vind Henk Ellens een leuke kerel, maar zijn training was in mijn ogen een stuk minder dan die van Fred André. Vanaf december tot eind februari van dit jaar belandde ik op de reservebank. Waarom? Dat weet ik nu nog niet. Ellens zei tegen me dat ik duidelijk een terugslag had na mijn sterke begin in de eerste divisie. Flauwekul, want het hele elftal draaide op het moment dat ik m’n vaste plaats verloor een stuk slechter. Eind februari mocht ik bij toeval invallen tegen FC Den Bosch. Ik was er op gebrand om wat te laten zien. En ja hoor, tweemaal scoren. Ik kon gelijk niet meer stuk. Vanaf dat moment heeft Ellens me gehandhaafd.”

Twee maanden voor het einde van de competitie wilde het Volendam-bestuur een andere trainer naast Henk Ellens en Joep Steur werd binnengehaald. Wim Tol is erg te spreken over Steur. “Joep is een trainer die een speler vertrouwen geeft. Zijn oefenstof is prima. Kaatsen, meteen wegsprinten, allemaal dingen die belangrijk zijn voor een spits, die heb ik het afgelopen seizoen niet gehad op de training, totdat Joep kwam. Hij leeft geweldig mee. Hij is enthousiast, zoiets vind ik prachtig. Joep ziet kans om me helemaal gekte maken.” Wim’s ogen flikkeren en fel klinkt het uit zijn mond: ‘Donderdags begint-ie al. Als je hem op straat tegenkomt moedigt-ie je aan voor de komende wedstrijd. kom op hè Wim, de beuk gaat er zaterdag in. Nog felIer dan vorige keer. We pakken die gasten en je knalt er een paar in’, zegt-ie dan bij voorbeeld tegen je. Man, dan zou ik zo door een muur kunnen heenlopen. Zoveel zelfvertrouwen geeft me dat.”

Joep Steur over Wim Tol: “Toen ik nog A-trainer was bij Volendam heb ik Wim getraind bij de pupillen. Ik trainde namelijk vier pupillenelftallen. Ik heb Wim de laatste twee maanden van het voorbije seizoen geobserveerd en ik geloof dat hij zeker een goede eredivisiespits kan worden. Hij wil keihard werken. Zowel in de wedstrijd als op de training. Pluspunten vind ik dat-ie ontzettend enig is en over een goed uithoudingsvermogen beschikt. Een nadeel is dat-je af en toe net dat beetje concentratie voor het doel mist dat een spits nodig heeft. Daardoor mist-ie echt de simpelste kansen, terwijl-ie soms de moeilijkste ballen d’r in schopt. Dat heeft natuurlijk te maken met een gebrek aan ervaring. Hij moet bijvoorbeeld leren ‘t juiste moment te kiezen om een één-twee te maken in plaats van de bal bij zich te houden. Voor zulke situaties moet Wim oog krijgen. Daar moet op de training aan gewerkt worden. Ik geloof dat het voor zijn opleiding een goede zaak is dat hij nog een jaar bij Volendam blijft. In de eredivisie was-ie zonder pardon voor de leeuwen gegooid en je moet maar afwachten of een jongen van 20 jaar dat wel kan waarmaken. Wim is een talent, anders maak je geen 19 goals, maar het zal van het leren op de training afhangen of hij het echt zal halen. Ook zal hij voor het voetbal moeten blijven leven. Volgend seizoen moet Wim toch ook weer zo’n 20 doelpunten maken en daar is een stuk karakter voor nodig.”

Is het bij andere betaalde voetbalclubs vaak zo dat een jonge speler moeilijkheden ondervindt tijdens de overstap naar de A-selectie; bij Volendam wordt een nieuweling goed opgevangen door de spelersgroep. Wim Tol: “Volendammers zijn gewoon tegen elkaar. lederen kent iedereen. Dick de Boer is m’n leraar geweest op de lagere school. Toen-ie trouwde stond ik liedjes te zingen. Nu voetbal ik met hem in één elftal. Een jongen als Dick de Boer is, een voorbeeld voor de jongeren. Als de hele selectie dezelfde mentaliteit zou hebben als Dick promoveerden we zomaar. Dick gaat altijd door. Op de training net zo hard als in de wedstrijd. Tijdens een wedstrijd schreeuwt en vloekt-ie wat af tegen me, maar dat doet me helemaal niets. Het stimuleert me alleen maar. Nee, met de spelers heb ik geen problemen gehad, wel met de overgang van het C-team naar het eerste divisieteam. In het C-elftal kon je een bal aannemen, rustig rondkijken, een mannetje passeren en meer van die dingen. In de eerste divisie ligt het tempo veel hoger. Je hebt direct een tegenstander in je rug. De hardheid is gelukkig een stuk minder dan een paar jaar terug. Die gele kaarten schrikken duidelijk af.”

Dick de Boer is vol lof over Wim Tol. Ik heb Wim als leerling gehad op de lagere school. Zodoende ben ik hem blijven volgen. Ik moet zeggen dat ik hem in het C-elftal niet zo geweldig vond spelen. Het afgelopen seizoen heeft Wim zich uitstekend ontwikkeld. Hij is als een komeet omhooggeschoten via een goede instelling. Hij is ambitieus, enorm leergierig, moedig voor zichzelf. Voor een jonge speler gedraagt hij zich professioneel. Huilen doet-ie nooit, hij klaagt niet. Het is goed dat-ie nog een jaar bijgetekend heeft bij ons. Wim komt natuurlijk uit een beschermd milieu. Je hebt het aan Kees gezien. Dit jaar is hij bij AZ pas goed doorgebroken. Technisch gezien is Wim nog niet aan zijn plafond en daar kan bij Volendam rustig aan geschaafd worden. Ik denk dat Wim zich ook bij een andere club kan waarmaken. Als Kees het karakter van Wim had gehad, was-ie nou misschien wel de beste voetballer van de wereld geweest. Je kan die twee eenvoudig niet met elkaar vergelijken. Ik geloof dat ze mekaar één keer in de week zien. Het zijn twee verschillende figuren.”


© Charles Ruys jr.

Pier (links) en Wim Tol: samen kaarten in plaats van praten over voetbal

Vreemd, maar echt waar: Wim praat zelden of nooit met zijn broer Kees over voetbal. Wim over het contact met zijn broer: “Let op. Ik zie Kees niet vaak, maar als-ie toevallig thuiskomt en ik ben er ook, gebeurt het volgende.” Wim pakt een spel kaarten uit de kast en vervolgt: “Kaarten,dat doen we als we elkaar zien. Of een boekje van elkaar lenen. Ik praat praktisch nooit met Kees over voetbal. Op m’n werk vragen ze wel eens: “En Wim, wat zei je broer nou over die wedstrijd?” Als ik zeg dat ik dat niet weet, kijken ze me altijd verbaasd aan en zeggen meestal: Ben jij wel een broer van Pier Tol die bij AZ speelt?”

Wim beseft maar al te goed dat het huidige succes zo kan omslaan naar de negatieve kant van de voetbal medaille. Als ik volgend seizoen in het begin een paar slechte wedstrijden speel, dan barst de kritiek hier in Volendam volop los. Niet dat ik angst heb voor het nieuwe seizoen. Ik kijk er al naar uit. Ik ben van plan meer te scoren dan het afgelopen seizoen. Ik heb gemerkt dat de kansen elke wedstrijd opnieuw komen. Dan moet ik er maar bij zijn en scoren. Het is niet te voorspellen hoe het volgend seizoen loopt. Wie weet voetbal ik over een paar jaar wel met m’n broer in één elftal. Dat zou ik wel zien zitten. We hebben in de zaal wel eens samengespeeld en dan voelden we elkaar uitstekend aan. Afwachten maar wat de toekomst me brengt,” besluit Wim Tol. Een weddenschap met z’n moeder heeft-ie in elk geval al gewonnen. Twee jaar terug beloofde zijn moeder hem 200 gulden als-je met z’n negentiende jaar in het eerste zijn debuut zou maken. Zo niet dan incasseerde Wim’s moeder dat bedrag.

Pa Tol ten slotte: “Eerlijk waar, ik had nooit gedacht dat Wim ooit betaald voetbal zou gaan spelen. Van Kees had ik niet anders verwacht. Maar je ziet het: óók Wim is er gekomen.”

Terug